woensdag 22 oktober 2008

woensdag 22 oktober

Wat werd meegedeeld alsof het een bagatel betrof: rond halfacht ging Christophe aan de slag, Marina Yee rond een uur of negen.

15u. In de croxruimte belanden Ian Nagoski, hoogleraar in de vinylologie, twee valiezen en een karretje. (de valiezen bevinden zich op het karretje)

16u. Telefoneert Steve Marreyt van KRAAK me. Zegt ie dat ze voor de poort staan. Zegt ie dat de croxpoort dicht is. Ja, wat hattie gedacht, met al die neten in de buurt.

Op het woonerf, vlakbij de croxpoort, staan vier mensen in het zonlicht van een herfst waarvan Marina zei dat ze het prachtig vond.
We wandelden naar de brug en over de brug naar een bloemisterij. The fabulous Paul Metzger staat om een of andere reden voorovergebogen, of wekt die indruk. Uit Minneapolis, verneem ik later. Hij is in het gezelschap van een vriendelijke dame en de jongens van KRAAK. Was de naam van Tommy vergeten.
Ik open de poort, aanschouw het vertrouwde tafereel, Steve komt mee binnen. Concertje in de grote zaal kunnen we vergeten, de in situ werken van Nicolas Durand laten weinig speling toe.
In wat tot eergisteren de witte ruimte was, zorgt de roze wand voor een aparte sfeer. Enkele simpele ingrepen volstaan om van de ruimte een concertzaal te maken, we duwen de stelling tegen de schuifdeur aan, verplaatsen de sokkel, verwijderen wat dingen die anders toch maar in de weg zouden staan.

Elaine

reading page 48 of 'The Place of Dead Roads' by William Burroughs.
Eigenlijk was ze Proust aan het lezen maar dat boek vergat ze in een of ander hotel. In Brussel vond ze een boekenwinkel waar ze meer boeken van Burroughs hadden dan in alle boekenwinkels van Minneapolis samen. Een andere passie is Beckett. Rare meneer, die Beckett. Ik vertel over de actie van Alberts en Messchendorp, kan me de titel van het stuk niet herinneren, wat er niet toe doet, Elaine herinnert het zich evenmin. Dat iemand op een bed ligt en zich probeert voor te stellen wat er zou kunnen gebeuren als hij een vinger beweegt. Het typeert het oeuvre van Beckett, zegt ze.

Ik bel bestuurslid Coene, of hij plannen heeft vanavond. De buurtkinderen vallen binnen, Gilles en de Marokkaanse jongens, Paul Metzger is met de soundcheck bezig. Ze gaan voorin zitten. Paul vindt het heerlijk, hij glundert, roffelt, het jonge publiek is extatisch.
'I think that sounds pretty good,' merkt Paul op. Hij jaagt de vingers over de banjo, een keiharde roffel explodeert in de ruimte. Metzger virtuoos. De Marokkaanse jongens, en later ook Gilles, proberen de banjo. Een 23 string banjo. 'Paul is the master of the 23 string banjo,' Elaine zegt het met de vanzelfsprekendheid van iemand die iets zegt dat zonder twijfel is en de kids zijn helemaal weg van de banjo.
Steve springt binnen. Ignatz is met de soundcheck bezig, Paul en Gilles zijn aan de praat. Ik stap door de corridor, betreedt het woonerf.

Vladimir zit voor de deur van het huis waar de Marokkaanse kinderen wonen. Ik trek de poort dicht. Gilles is op het woonerf met de ketting van z'n fiets bezig, Vlad zegt dat hij een kijkje wil nemen. Nee, zeg ik, de poort is dicht, ze repeteren. En Vlad, slim, wat ik van plan ben, vraagt hij. Ik ga naar huis, zeg ik. Vlad blijft voor de croxpoort staan.
Ik fiets tot de halverwege de straat, maak rechtsomkeert. Gilles is met z'n fiets bezig, de croxpoort staat op een kier. Ik stap naar de cafetaria.
Gek. Een half ogenblik eerder was er licht in de cafetaria. Paul, Elaine, Steve en Tommy zijn met de soundcheck bezig, in de witte ruimte. Ze hebben geen tijd gehad en hadden ook geen reden om het licht in de cafetaria te doven. Elaine leest Burroughs en Paul, Steve en Tommy hebben het te druk met andere dingen. Ik betreed de cafetaria en steek het licht aan, Vladimir staat achter het barmeubel, vlakbij de plek waar we de doos met geld hebben. In het duister, in dat iets te duidelijke spoor van duisternis, heeft hij op een diefje net niet de tijd gehad om het geld te vinden.
Het voorval is niet zonder consequenties. Vlad - nog niet helemaal bekomen van de onaangename verrassing - vliegt de deur uit.
Ik stap naar de witte ruimte, driekwart wit, 1 kwart roze, en leg uit dat de poort op slot gaat. 't Is maar dat ze 't weten.

19u. Niemand. In de toiletruimte is licht. Iemand heeft de unit2 monitor tussen de PA geplaatst. Op het beeldscherm is de maandagperformance van Stijn en Christophe te volgen. Ik ruim het barmeubel en reinig het keukentje, vul de voorraad aan.

20u. De lezing van Ian Nagoski duurt zo lang dat Metzger pas rond halftien aan z'n concert beginnen kan. Er is aardig veel volk. Marc, die van een boekvoorstelling komt, neemt wat tijd om een filmpje te maken.
Aan de bar hangt een ruig en op wat voortanden na tandloze pionier van het overbehaarde sixties-tijdperk. Hij is straalbezopen, een lieverdje met stekels en donshaar. En een zwarte teeshirt met THE VIOLENT YEARS in witte lettertekens. 'Zoek het op,' lalt hij, 'we hebben een website, zoek het op.'
Ja, ik zoek het op, zeg ik.
Heeft met Nico geslapen, zegt hij.
Met Nico?
Dat zal niet in het Park Hotel geweest zijn.
Trouwens, met Nico, iedereen sliep met Nico.
-Met Nico, gij?
Ik heb met The Stones gespeeld.
Gij?
'Op gitaar.'
We lachen.
'De waarheid, daar ge moet ge veel fantasie voor hebben,' zeg ik.
'Mijn fantasie,' zegt hij, een weerzinwekkende bekentenis, 'is de waarheid.' Ik bekijk z'n koolzwarte blik, het slordige kingewas, de rottende tanden, verneem dat hij in de Van Morrison band gespeeld heeft. Wat een sukkel. Straks wordt het intiemer en verneem ik dat hij nog met het paard van de Queen gepoept heeft.
'K'en nog met Brian Eno gespeeld.' Hij bekijkt me met een vunzige blik, straalbezopen. 'Brian Eno,' herhaalt hij afwezig, alsof hij op voorhand door had dat dit argument geen betekenis zou hebben. Een moment later begint hij over Fingerspitzengef├╝hl en dat Django Reinhardt maar twee vingers had.
Er komt nog iemand aan de toog hangen, zat als een kanon, de frontman van Joebox John and The Records. De drummer van zijn bandje kwam later bij Admiral Freebee terecht. H├ę, Yves, en gij nu.
'Ik heb nog met Neil Young gespeeld,' balkt Yves.
Ik begin het op m'n zenuwen te krijgen. Het concert duurt te lang, het is halfelf en ze zijn nog bezig.

Geen opmerkingen: