donderdag 22 maart 2012

zondag 18 maart 2012

sally

Sally had sand in her stomach and a reflection on the use of ketchup.
She knew it had to be one of both, sand or ketchup.
She told me that it had been red, the pavement and the stone she had to eat.
Sally, I said, Sally. Sally.
From nine steps she fell down and came and on a motorcycle she did.
On the use of ketchup she said it had to be what she thought it had to be,
the pavement and the stone and anything else she had to eat.
Sally, I said, Sally. Sally.

woensdag 14 maart 2012

ontelbaar

Sinds het begin der tijden zijn er zoveel doden geweest, in omstandigheden die ik niet zou weten te beschrijven, woorden schieten te kort. Elk busongeval is er een te weinig. Het mensdom is overbodig. Woorden schieten te kort. Maakt het wat uit wanneer we verdwijnen? Ja. Natuurlijk maakt het uit. Als de omstandigheden hoogst persoonlijk zijn. Ook in dat geval heeft het weinig om het lijf. We verdwijnen.

maandag 12 maart 2012

Lorenzo's favourite theme

een stand van zaken (2)

Lorenzo is bezig. Hannelore is bezig. Lore is bezig. Lore in de kubus.
Links achterin heeft ze met potlood (DE THUISGEBLEVENEN) op de muur geschreven. EEN GEBRUIKSAANWIJZING, dat staat er ook.
Sarah en Katrijn jumpen binnen, Lorenzo strooit bloem. Witte bloem waarin zich na verloop van tijd, het is een experiment, voetsporen aftekenen.
Sarah Oyserman is in een paarse, kortgerokte bloemenweide. Jurk van Zara, zegt ze.
LANGE, LANGZAME, LANGZAME, ook dat staat er.
Voetsporen in tarwemeel.
Na het experiment begint Lorenzo aan het ontmantelen van de motor. Melissa springt binnen. Ze is het niet vergeten: de papiertape moet weg. Of ze iets aan het project gehad heeft, vraag ik.
Op de bakstenen muur, daar staat het, in een van de hoeken voorin de kubus, deels op de bakstenen muur, deels op de tussenwand: een gebruiksaanwijzing. Het zou niet naar Perec verwijzen.
Op een piratenschip geen protocol: papiertape krult over de vloer en maakt net zo plots als onbedoeld het begin van een nieuw alfabet. Op het woonerf staan drie auto's geparkeerd. Johan De Wit komt aanstappen.

vrijdag 9 maart 2012

vrijdag 9 maart

boven: dag 5 in de Thomsenruimte
onder: Een van de werken van Valentine, gisteren in de Thomsenruimte, vandaag in de grote zaal.


boven: een wit dingetje

aan tafel

Een nijp, nijp, nijp, een nijptang en een sol, sol, soldeerbout en een, een, een, een, een, theelepel, en, en, en een ha ha ha hamer.
Muziek van Mayra Andrade.
Lieselotte zit aan het tafelblad. Ze speelt met een. En Thomas.
Thomas zit aan het tafelblad. Ze speelt met. En Emmily.
Emmily zit aan het tafelblad. Met een. Is dat Marisa Monte, vroeg ik.
Lieselotte speelt met een witte, plastieken ring, die ze plooit, dubbel plooit, en dan nog eens plooit: een strik.
Ook Hannelore komt aan tafel.
Er is het koordje, een asbak, een prop zilverpapier en Lieselotte heeft een paarse haarband.
He, wat een mooie stem, zegt iemand.
Johan De Wilde heeft een motor gekocht, bedenk ik. Hij heeft een motor gekocht, bedenk ik, een rooie motor. Of het waar is, weet ik niet.
Lachend keken ze naar me om: drie Afrikaanse meisjes. Op tafel een kopje zonder en een kopje met.
Het balkje, een stilo, het mesje. Verkleinwoorden: het balkje, een mesje, een kopje.
Een kopie van het kopje met: met lepeltje. Twee zonder.
Een kookpot met, twee theekopjes met en dan ook nog een pot yacht vernis, Brillant, van linitop.
We gaan varen, bedenk ik. Naar de Kaapverdische eilanden. We gaan varen, bedenk ik, met Thomas aan het stuurwiel, grapjes makend, het is z'n eerste werkdag. In het zwerk dobbert een bleke zon.
Gesuikerd, sans colorants en gearomatiseerd met een smaak van aardbei: het drankje. En is het arbeid, het groeien van de aardbei. En is het aardbei, het drankje.
Op een weekendeditie van De Standaard, die met de foto van Max Pinckers en Quinten De Bruyn, kwam een papaya, onder het magazine twee handschoenen. Twee. En dan is er nog een transparant vel met dia's die Melissa maakte, Lorenzo komt er bij staan, en een USB snoer van Profile en een plastiekzak met. Een plastiekzak waarin, Emmily preciseert, een plastiekzak waarin sandwichen met pindakaas zaten.
Sandwichen met pindakaas. Pindakaas godverdomme. Pindakaas. En dan is er ook nog een pot blauwe verf van Pierrot le Fou en een elastiekje, het elastiekje ligt op de platte plastiekzak, er zouden dus sandwichen met pindakaas ingezeten hebben, en van BASICS, het merk dat het blauw van Pierrot le Fou levert, is er ook nog cadmium yellow en cadmium rood diep, basiskleuren, inderdaad, en er is ook nog een tube met acryl titaanwit. Merlyn sprong binnen. The Singing Painters goes experimental.
Een pot met gepelde okkernoten, een voorraad Bugday Unu van het merk Selva, tupperware met macaroni en zo nog wat dingen, een laptop, papieren servetten, een bout, een schofknop, een sandwich in plastiekverpakking, het order-book van Emmily, twee wassen beeldjes of peties zoals ze het zelf noemt, een penseel, een witte ring en een handvat. Ja, dat is het zowat.
En wat zijt gij aan het doen, vraagt Hannelore. Ze zit voor het scherm van een laptop.
Ik ben aan het schrijven, en gij, zeg ik.
Ik heb net een mailtje naar Peter Morrens gestuurd, zegt ze.

foto: Valentine en Emmily blijven tot 's avonds laat in de hall aan het werk.

dinsdag 6 maart 2012

maandag 5 maart

165 Een kind zou tegen een ander kind kunnen zeggen "Ik weet dat de aarde al honderden jaren oud is", en dat zou betekenen: ik heb het geleerd.

166 De moeilijkheid is, de grondeloosheid van ons geloof in te zien. (Ludwig Wittgenstein, Over zekerheid, op. cit. blz. 62)

Maar, tijd om in Wittgenstein te lezen was er niet. Het regent, dat is de eerste sensatie, en: de kamer voelt kil aan. Die sensatie, die niet de eerste is, valt er op een of andere manier toch mee samen. Het is kil, het regent, ik wil onder het donsdeken blijven, ik wil niet opstaan, ik wil niet groot worden, ik wil klein blijven, onder het deken blijven zonder voeten en armen die onder het deken vandaan steken, ik verbied het, niet onder het donsdeken vandaan steken, het mag niet. Toch sta ik op. Geen krijsende wekker. Ik kruip overeind, groei, sta op. Ik betreed een kamer, regent ratelt over de ruiten. Anderhalf uur later zit ik een auto, ik rij naar de Bijlokesite. Tijd om in Wittgenstein te lezen is er niet. Ik rij naar de Bijlokesite. Het regent. Wat ik me herinner en waar ik het desnoods ook wel met iemand over hebben wil: dat ik dat geleerd heb, (a) omdat het mij gezegd werd, a: door lui die niets te zeggen hadden, a: wat ze zeiden hadden ze van anderen die evenmin wisten wat te zeggen hadden gehad, en zo was ik opeens een van hen, a: ik had geleerd wat zij dachten te weten en werd verondersteld om dat als waarheid te zien. En toen kwam (b): ik leerde een onderscheid maken tussen wat zij dachten en zeiden en dat wat ik dacht, een verzameling van onbestemde gegevens die geen rechtstreeks verband met (a) leken te hebben, a: het bestaan en het denken dat me werd aangeleerd, b: wat ik dacht van wat me werd aangeleerd. Zo begon het en die dingen overweeg ik, de ruitenwissers gaan op en neer, het regent en ik weet meer dan ik had kunnen weten. We haperen aan de context, vermoed ik, niet aan wat we toch niet weten.

Peter Rogiers doet de grote dingen. We laden in. Hij heeft Anna bij, een Stafford, elf jaar oud. Emmily, ze heeft best veel breekbare dingen verzameld, rijdt met mij mee. We rijden naar het woonerf. We laden uit. De jongen van huisnummer 48 staat als een wrat op het woonerf.

168 Maar welke rol speelt nu de vooronderstelling dat een stof A altijd hetzelfde reageert op een stof B onder dezelfde omstandigheden? Of behoort dat tot de definitie van een stof? (Op. cit.)

Er is het meisje met het rosse haar. Laura heet ze. Hannelore is in een blauw werkpak.

vrijdag 2 maart 2012

biodiversiteit

1 + 1 = 0. Kom me niet vertellen dat het niet waar is. Ik was met een meisje en toen we uit elkaar gingen, om maar een voorbeeld te geven, bleef weinig. Rekenen is niet alles. Van tijd tot tijd heb je je blaas te ledigen.
1 + 1 = 1. Je hoeft me niet te uit te leggen wat ik bedoel. Dat zal helemaal nooit tot je doordringen. Met wat we hebben rij ik wekelijks op dinsdag naar het containerpark. Nee schat, kijk maar eens, zie het cijfer, dat is wat er staat, ik heb hoofdpijn.
1 + 1 = 2. Als alles waar is, is ook dit waar.
1 + 1 = 3. Mama zei dat het zo was. Dat ik ooit zou begrijpen dat ze dat bedoeld had en dat ik ooit zou begrijpen dat het zo was, meer deed ze niet.
Rekenen is natuurlijk niet alles, van tijd tot tijd heb je je blaas te ledigen.
132 + 213 = 0. Dat er tijdens de rellen geen doden vielen, hadden ze aan een vergissing te danken.
Daar is wiskunde op gebaseerd, dat er geen doden vallen.

donderdag 1 maart 2012

minimum

Het minimum is meer kan je niet hebben. Onder dat minimum zak je in de stront van mensen die economische belangen hebben.
Daar moet je niet wild over gaan doen, schatje, over die economische belangen, als ik jou was. Je kan er een villa mee kopen en een zee die vervuild is. Meer dan die zee kan je er niet mee kopen en vrachtschepen met mythische namen: scaldis. Au boulevard Anspach klamp je geen zeelui aan. Grijs en geconstipeerd heb je meer aan een koffie in een van die zaken aan het beursgebouw. Dat is het minimum van wat je hebben kan. Onder dat minimum zak je in de walg van mensen die andere belangen hebben.