maandag 9 juli 2012

wolk

Ze staan zo dicht tegen elkaar, en dat sinds bijna honderd jaar, dat ze aaneen groeiden. Eerst kwamen de rokken aan elkaar vast te zitten, dan de hand van de moeder aan de hand van het meisje, een hand die ook reeds voor de foto genomen werd die bedoeling had gehad, daar zou de hand terecht komen, op die plek zou de hand blijven, net boven de frêle vingertoppen van het meisje waar de hand zo vaak geweest was. Zij, het meisje, vastgeschroeid aan de moeder, ze heeft een onduidelijk aantal jaarringen, onder de rokken met ontvlekte bevangenheid aan het blote vlees van de moeder gesmolten, een bunzenbrander die gaandeweg ook de foto zou aantasten tot in beide buiken één hartslag stond, heeft een schriftje bij, het ziet er als een schaal uit, het is een schriftje, een schriftje met de rekensommen van gods woord. Ze houdt het met beide handen vast. De linkerhand kwam vast te zitten aan de moeder, de rechterhand behoedt het voor de wetten van de zwaartekracht wat het schriftje een lucide, frivole veerkracht geeft, het buigt door onder het gewicht van de vingertoppen. De moeder is zwaarlijvig, stijfburgerlijk, geen franje, rondborstig, ze heeft ongetwijfeld tal van kwaaltjes, de jaarringen drukken zich uit in het vranke, stoutmoedige gewicht en de vingertoppen op de hand van het meisje geven aan dat hier een partituur is, alles, het meisje, de pose, de ketting, de verwantschap, het is geannoteerd, een voetnoot bij de foto waarop ze beiden in roodbruine tinten verwijlen, de rokken, het oude gelaat, het jonge gelaat, aaneengeklonken, het kleed van het meisje, het onstuimige gewicht van de moeder. Benen hebben ze niet. Ze staan schuivend in het woord van god, een lauwe, onduidelijke wolk.

Geen opmerkingen: