woensdag 30 september 2015

dinsdag 29 september

Transcriptie van Sunday 29 September, The Virginia Woolf Diary volume 5; Penguin Books, 1982; p. 325-326, SEPTEMBER 1940.

1

Een graafmachine was vlak naast het huis met enorm geweld zandhopen aan het verplaatsen, gisteren, op een manier die me later, toen ik over het opengebroken wegdek naar de niet eens voorbij de graafwerken geparkeerde auto stapte, vrolijk en elegant voorkwam, zodat ik de persoon die hoog en bijzonder welgemutst aan de stuurknuppel van de machine zat sympathiek begon te vinden, misschien ook wel omdat hij telkens weer met telescopisch gestuurde precisie vrolijk naar me omkijkt, niet één keer overslaat, iemand die ongetwijfeld net zo goed weet dat - op Bol na - alle buurtbewoners de graafwerken vervloeken, dus niet alleen omdat hij en de andere personeelsleden van het bouwbedrijf reeds om halfzeven 's ochtends bedrijvig over het terrein heen en weer stappen en niet alleen het wegdek maar ook de remslaap met grove uithalen van elektrisch aangedreven apparatuur uiteen rijten. Iemand die sinds z'n achttiende aan zo'n stuurknuppel zit, weet niet alleen de premisse maar ook de consequenties van het gedoe haarfijn in te schatten.
Ik lag in een naakte krul, was zonder dat ik het door had wakker geworden. Op straat was het zuinige geluid van wat een truweel leek. Opgelucht lag ik gedurende enige tijd naar dit nieuwe geluid te luisteren, niet luider dan het voorbeeldige, spoorloze heen en weer hollen van een hond, niet luider dan het hierop voorbereide geluid van een enveloppe, niet veel luider dan het vallen van een blad, niet veel luider dan het slaken van een zucht, niet luider dan het bed en toch meer aanwezig dan de vlooien en het getik, vruchteloos, van de oude wekker. De graafmachine bleek zich voorbij de bocht in de weg te bevinden, gulzig om zich heen bijtend. Zand braakte uit de brede bek. Verstoord stond iemand die ik niet ken naar een heg te kijken, terwijl ik over het gebeente reed van wat van de weg gebleven was. De graafmachine had de papieren van een mij tot dan onbekend persoon bereikt, die verweesd stond te kijken naar de resten van het terrein. Eén straat verderop droop herfst uit het bladerdak van een mij onbekende boom. Opeens leek alles helder. De duiven, een stoep, het koude licht.

2

Ik ging er van uit dat ik op het braakliggende terrein vlak voor het huis, wat naar me voorkwam uit het als ontbijt geserveerde recital af te leiden was geweest, twee al of niet in grijze of blauwe kiel uitgedoste gastarbeiders aantreffen zou die zich op een bijna zedige manier met het voetpad bezighielden, de grijze klinkers een voor een in het wakke rijnzand drukten, zich met grote precisie met de lengte en de breedte van het voetpad bezighielden en zo in dat voor iedereen zo belangrijke werk opgingen dat ze geen tijd namen om elkaar te berichten over wat ze een dag eerder op televisie gezien hadden, en dat ik er geen buren aantreffen zou. De dikke, bolronde dame van huisnummer 178 zou ongetwijfeld pas na de middag, rond een uur of vier, met de haar ter beschikking gestelde honden over het braakliggende terrein naar de spoorwegbrug stappen. Ik sloeg de bladzijde om, had de voordeur geopend, keek naar een scheut van de rozelaar. Van de gastarbeiders stonden er twee net voor de bocht naar een kuil te kijken. In de zwarte schoudertas had ik niet alleen de laptop, ook het nagelaten werk van Robberechts en Hotelmens van Joseph Roth. 's Ochtends vroeg, hoewel zo'n ochtend meestal toch uitloopt en na verloop van tijd zonlicht tovert op wat te familiair is om het te benoemen, neem ik geen tijd voor lezen in bed. De dag met een bladzijde uit Roth beginnen komt me heel erg aangenaam voor, maar wat op het voetpad gebeurt, en wat daar vandaag gebeurde, biedt weinig tot geen tijd om een bladzijde uit het nagelaten werk van Roth en Robberechts belangrijk te vinden. Alleen het liturgische geluid van een domme, uit baksteen opgetrokken kerk had het ontbijt verstoord kunnen hebben, net voor ik in het trappenhuis naar de werkkamer stap, een sigaret opsteek, een streep haal door wat ik gedaan had kunnen hebben, naar het doek staar, thee drinkend door het zomerverblijf stap, aan m'n gat krab, voor de schrijfmachine plaatsneem en zonder me er in vast te bijten lees wat ik gisteren geschreven heb.
Van de gebruikelijke handelingen, een half uur later, is er eerst en vooral het woonerf.

dinsdag 29 september 2015

vliegen vangen

De reacties op het politieke toneel, met wat al meteen de naam Dieselgate kreeg, wekken de indruk dat iedereen zich achter van alles en nog wat verbergt.
Ik kan me niet meteen herinneren dat de voorbije decennia ook maar één klimaattop bracht wat er van verwacht hoorde te worden. Iedereen weet waaraan dat te wijten is: de politieke onwil om tot duurzame oplossingen te komen.
Waaraan die politieke onwil te wijten is, ook dat weten we. Er zijn duizenden en duizenden en nog eens duizenden recensies aan gewijd. Sinds eind jaren zestig zijn er duizenden en nog eens duizenden rapporten opgesteld. Er is zoveel papier aan besteed dat je met al die rapporten en documenten een wolkenkrabber van papier had kunnen bouwen.
Op geen enkel moment niettemin heeft ook maar één politicus, misschien op enkele te verwaarlozen uitzonderingen na, het gepresteerd om zowel nationaal als buitennationaal een beleid te presenteren dat lobbyproof genoemd zou kunnen worden.
Lobbyproof. Aan de bevolking een schandaalloos beleid voorleggen. Is er ergens waar ook ter wereld nog iemand te vinden die wat verwacht van zo'n klimaattop? Eén journalist, tenzij hij betaald wordt om de situatie veel minder ernstig in te schatten dan ze in werkelijkheid is, die niet bij voorbaat weet dat hij over de nieuwste klimaattop exact hetzelfde te schrijven zal hebben als wat hij na afloop van de vorige schreef, en dat het enige verschil intussen is dat de top de ene keer in Tokyo, een andere keer in Helsinki of Parijs of Rio gehouden werd?
Sinds Watergate hebben ze het ook telkens weer over gate dit gate dat, terwijl aan het beleid zelf wereldwijd geen zak verandert. En wat is dan de kern en de sleutel tot de kern van die vicieuze cirkel?
Voor tal van prangende problemen zijn oplossingen bedacht, werkbare oplossingen, oplossingen die binnen korte tot middellange termijn resultaat hadden kunnen opleveren. Alleen, de politieke wil ontbreekt. Misschien moeten politici maar eens wat meer tijd vrijmaken voor een bevolking die niet eens de mogelijkheid heeft om daadwerkelijk niet op hen te stemmen. Met dat laatste bedoel ik: wie niet gaat stemmen, oefent ogenschijnlijk geen druk uit (hoe betekenisvol of hoe betekenisloos die ene stem ook wezen mag), wie wel gaat instemmen evenmin. Beide opties zouden ook alleen zin hebben als het beleid zelf lobbyproof is. Het heeft dus eigenlijk geen zin om wel te stemmen of niet te stemmen. De uitgebrachte stem zal weinig tot niets veranderen aan het klimaatdebat.
Het heeft nu eenmaal geen zin om wel of niet te stemmen op politici die zo lobbygevoelig zijn dat het beleid blijft wat het toch al was, waarbij kleine verschuivingen hoogstens een herverdeling van de algehele ontevredenheid met het gevoerde beleid bepalen.
Een regering hoort lobbyproof te zijn. Zonder valt haar functie samen met het wereldwijde gat, en net in dit gat verstomt het, wat iedereen toch al weet, dat het met dit soort policy dweilen blijft tot je over de kwallen schuift en dat dat niet eens het begin is van de ellende.
Politici horen niet alleen lobbyproof te zijn maar ook dermate wendbaar, elk op net dat specifieke terrein waar ze inzetbaar bleken, dat de term vooruitgang niet langer het schimmige vodje in die door Gombrowicz verhelderde spookkamer is, maar een weloverwogen stap in het mandaat, waar het eerst en vooral om de levens en de belangen van bevolkingen gaat, niet om die van de industrieën waar ze op stuiten alsof ze uit het niets een tot scherven gereduceerde schijtpot uit het Paleolithicum ontdekken. Net iets te vaak helaas gaat het net om die laatste soort. Ontlasting hoopt zich op, ontploft.

maandag 28 september 2015

hij zei, zij zei

Het verschil kan niet verklaard worden door rijgedrag of andere factoren, benadrukken de onderzoekers.
De schatting is nog niet de helft, stellen de onderzoekers.
Johan vindt dat burgers en bedrijven geen fiscaal nadeel mogen ondervinden.
Om dat te doen trekt Koen 500.000 euro uit.
We hebben de oefening gemaakt, zegt Koen.
De regering plooit voor lobbychantage, zegt Michel.
De vraag, stelt Luk, komt van het personeel zelf, om uit protest in groep naar het Vlaams Parlement te stappen.
Als u met een dieselwagen van een van deze vier merken rondrijdt, zegt Jos, is de kans zeer reëel dat uw auto inderdaad met de beruchte software is uitgerust.
Hoeveel er daarvan effectief uitgerust zijn met de bewuste software, deelt Kris mee, is nog niet duidelijk.
Ik vind dus, zegt Johan, dat burgers en bedrijven daar fiscaal geen nadeel van mogen ondervinden.
Dat hoor je mij niet zeggen, zegt Vic.
Een houtkachel bijvoorbeeld, zegt hij, is veel vuiler dan een diesel.
Ik ken ook straten, voegt hij toe, met om de dertig meter een verkeersdrempel. Dat is een ramp.
Ik wil maar zeggen, zegt hij.
Jos: Ongetwijfeld spelen de trucjes ook een rol.
De uitstoot van NOX meten is een zeer complexe zaak, zegt Tony. Mathias specifieert: een uitlaatgas dat niet alleen schadelijk is voor onze luchtwegen, maar ook,
verduidelijkt Vic: die paar duizenden Tesla's, dat is groen speelgoed voor mensen met veel geld.
Maar er is nog een probleem, zegt hij.
Het stelde ons in staat, meldt Caroline, ziektebeelden te ontdekken of een eventuele traumatische doodsoorzaak.
Dankzij een lek dat ik ontdekte, kan ik het surfgedrag van iedereen nagaan, merkt Inti op.
Het enige wat ik daarvoor moet doen, zegt hij, is iemand naar mijn site lokken.
Wat hij doet, zegt Jos, doet me denken aan een programma dat de Franse privacycommissie gebruikt.
Je kunt ook incognitomodus surfen, tipt Inti.
Tja, je weet hoeveel de Zwitsers van chocola houden, grapt Trevor.
Ik moet toegeven, zei Michelle, dat ik soms doodsangsten uitsta.
Mijn hoofd voelt als de Syrische crisis, zei hij vorige week. Delen van mijn hersenen vluchten. Andere delen raken totaal in paniek.
Ik werd even snel gedumpt als een zak wiet, grapte hij.
In het ziekenhuis zei ze: Nu ben jij de knapste van de familie.
Zei Mel: Het is idioot hoe arrogant hij is.
We want better food, zou zo'n 10% van de 500 asielzoekers gescandeerd hebben.
Dit zijn groeipijnen die eigen zijn aan elk nieuw centrum, verzucht Hilde.
Voor 7 euro per dag ziet dit er vrij oké uit, meent Sanne.
Zelf zegt ze: Ik ben een migrant.
In Europa, meent Bakari, is alles. Werk, een goed salaris.
Wij zien migratie niet als een probleem, zegt Paloma.
In het zakje een duit van Theo: Iedereen die asiel wil aanvragen, kan bed, bad en brood krijgen.
De meeste West-Afrikanse migranten zijn zich hiervan niet bewust, weet Paloma.
Mogherini, vertelt Jules, wil dat beter gekeken wordt naar de illegale kanten van de migratie.
Ik heb er niets aan gehad dan problemen, zegt Ali, problemen, problemen.
Als de politie je stopt, stelt Hamid voor, dan betaal je, en kun je weer verder. Je kunt alles regelen, als je maar betaalt.
Alleen werd nog niet uitgeklaard hoe we dat gaan realiseren, stelt Gwendolyn.
Theo: Het is toch wel belangrijk dat we dat signaal uitsturen.
Het ligt voor de hand, erkent Joris, dat er als het om oorlogsmisdaden gaat meer aandacht is voor wreedheden tegen burgers.
Zij neemt de ene verkeerde beslissing na de andere, stelt Björn.
Het was dan ook bijzonder druk, bevestigt Anneleen.
Het was mij opgevallen dat veel van mijn spelers op training en tijdens een match weliswaar riepen, maar dat je hun stem niet hoorde.
Maar dus niet door kracht te zetten op de keel, verklaart Tiffany, want daar word je inderdaad hees van.
Het gaat om het recht van deze studenten om zich niet geïntimideerd of gediscrimineerd te voelen, neuzelt Isaac.
In wezen zetten ze me neer als een racist en een extremist omdat ik me uitspreek tegen de islam en tegen islamisme, reageerde Maryam geschokt.
Vertel me asjeblieft dat het niet waar is, reageerde David.
Dit is het nieuwste geval van idioterie in studentenkringen, voegde Kenan toe.
Maar een charter zal weinig uitmaken, meent Jan.
De methode, legt Alexander uit, is totaal verschillend.
Ik vind, zegt Serge, ik vind het bijzonder positief dat er al twee maanden voor de klimaattop in Parijs over het klimaat gesproken wordt.
Wat dat oplevert, zal over vijftien jaar moeten blijken, meent Dries.
En dus wordt er een passage bijgesleurd die daar eigenlijk niets mee te maken heeft, zegt Geert.
Ik dacht bij mezelf, zegt Ryan, what the fuck ga ik doen?
Wie op eigen houtje naar het festival wou komen, kon nergens parkeren, herinnert Debby zich.
Wie in de buurt van het festivalterrein een parkeerplaats vond, voegt ze toe, kon niet bij de ingang geraken.
De deelnemers, merkt Sven op, rekenen er nu op dat het beleid hun werk ernstig neemt.
Op cultureel vlak is het gewoon cinema, man, zegt Bilall.
Dus momenteel ligt er niet echt een boek op mijn nachtkastje, geeft hij toe.
Lachend: Check, ik heb een Van Gogh.
Ik weet wel, poneert Peter, dat iedereen zegt dat ik geen lange wedstrijd aan kan.
Ik heb mijn motivatie gehaald uit de toestand in deze wereld, zegt hij.
Maar deze keer is de teleurstelling groter, zei Greg.
Het heeft, legt Michel uit, te maken met de hele context.
Ik ben de kleedkamer binnengekomen en iedereen was aan het mekkeren, foetert Emilio.
Ik zeg altijd tegen mijn spelers, zegt Hesnik, dat ze mijn keuzes moeilijk moeten maken.
Ik had het erover met enkele spelers, aldus Hein.
Uiteindelijk, beseft Stijn, is alles terug te brengen tot kwaliteit.
What a waste of money!, rolde na 25 minuten uit het bezoekende vak.
Als kind, mijmert Lewis zat ik voor de televisie weg te dromen toen ik mijn idool Senna hier op Suzuka zag winnen.
Quinten lijkt klaar voor een nieuwe fase in zijn ontwikkeling, zei Dario.
Dat leek me het moment, zou Wouter later vertellen.
Gert glundert: Hoe ik me gedraag, dat is geen toneel, dat komt spontaan.

zondag 27 september 2015

zondag 27 september

De Waterhoen. (buiging) De waterhoen winkelt. Op het brede winkelwater dat waterhoen hedenavond ter beschikking heeft, paddelt hij tussen de eerste stukken van het nieuwe seizoen, fraai vormgegeven herfstbladeren in een bonte kleurenwemeling, bladeren van wilg en van plataan, van beuk, van esdoorn en van eik, bladeren uit groot- en kleinhandel waartussen zich specimina bevinden die waterhoen normaliter slechts in een ver stroomopwaarts gelegen speciaalzaak had weten aan te treffen, de aan de rivier palende tuinen van X, Y en Z waar een fabel aan Speciaalbomen is aangeplant, de Algerijnse zandesdoorn, om maar een voorbeeld te geven, de kogeleik en de blauwe, Transsylvanische Pendekboom met cirkelronde bladeren die in het maanlicht trossen zacht glimmende ganzeneieren hadden kunnen zijn. Een brede formatie van deze en van andere lekkernij schuift traag over het bijna rimpelloze wateroppervlak.
In deze trage stroom van troep heeft waterhoen een sinaasappelschil ontdekt, een delicatesse die hij onstuimig aan z'n snavel probeert te prikken, dermate gretig dat een dame, kleiner van stuk en naar mij voorkomt minder succesvol tussen de herfstcollectie heen en weer paddelend, nieuwsgierig naderbij komt, maar niet zo dat zij het gulzige gepik van Mijnheer verstoren wil, daar zij reeds tijdens het door haar uitgevoerde manoeuver lijkt te beseffen - of uit ervaring weet - dat de ander haar brutale nieuwsgierigheid niet op prijs zal weten te stellen. Wuk wuk, probeert ze.
Waterhoen negeert de kleinere hoen die op haar beurt, nadat Hij de sinaasappelschil voor bekeken hield, met naar mij voorkomt grote maar vruchteloze piklust naar wat wel eens een papiertje zou kunnen zijn uithaalt en hier voorspelbaar langer mee bezig blijft dan nuttig is. Een activiteit die zij alleen in de steek laat net voor een motorsloep langszij komt, waarbij de kleine hoen een golf over zich heen gedonderd krijgt. Op de plotse, hevige golfslag weet zij zich makkelijk in evenwicht te houden, en met wat misschien alleen maar het verfrommelde kasticket is van een door klasgenoten van Billie Turf in het water geworpen lekkernij is zij nog lang niet uitgepraat.
Net als de eindeloze stoet van bladeren en takken niettemin lijkt het papiertje niet dat op te leveren wat zij er van verwacht had.

Gedurende enige tijd, zo lang dat ik makkelijk zonder dat zij gemerkt zou hebben dat ik met haar bezig ben een tekening van haar gemaakt kon hebben, heeft ze de vingers van haar rechterhand, smalle, lange vingers, die als ze het derde deel van Der Fluyten Lusthof doorneemt geoefend op en neer over het kersenhout dansen, tegen haar smalle voorhoofd, en pulkt ze aan de donkere trossen van de grassen en het struikgewas die de spitse snoet omkransen. Haar linkerpoot rust op het tafelblad. De tenen van haar linkerhand zijn lang en smal. De papieren waar zij zich mee bezighoudt nopen tot wisselingen die niet als zodanig benadrukt horen te worden, ook als ze plots een foto toont. De zwart-witfoto toont het door de vermoede betekenis van het lichtdrukmaal afgeremde zelfportret. Zo was ze voor hij met haar te maken had. Ze praat over wat haar toen bezighield. Nu de maaltijd beëindigd is, kan ze het ongeremd hebben over wat haar toen bezighield, wat haar gesprekspartner niettemin af en toe voldoende tijd biedt om hakkerig HA HA HA te zeggen, luid, dierlijk, waar hij zoveel tijd voor neemt dat het midden het tafelblad komt te staan, en zij er opnieuw omheen zwemmen moet, ogenschijnlijk zonder aandacht te besteden aan het hakkerige gelach, wat haar handen aanwakkert om met de lokken van het lusthof bezig te blijven. Ze graaien in een handtas. Uit die handtas diepen ze eerst een portefeuille op, dan een sjaal, tot ze vinden wat noodzaak geworden was, een hoogstens zijdelings betast servet, wat ze hem ook met die bedoeling aanreikt. Haar linkerhand maakt een dansbeweging, huppelt over het tafelblad, pulkt aan het gesprek. Hij reinigt de holle glazen van wat geen leesbril is. Zij kruist haar armen. Dus dat heb je gemist, zegt ze. HA HA HA. Het schalt over het tafelblad, wat later gereduceerd tot een veel zachtere toon, hu, hu, hu, en haar smalle hoofd dat zonder andere bedoeling op drie vingers steunt.

wandeling

Themis, Baron, Arline, Aanvaarbaar, Pontemkin, Tom en Don Fedro. Dat zijn ze. In het landschap vlak bij de oever is op de sloepen na helemaal niemand.
Uit de maan, die hol en bleek boven het landschap hangt, is een hap gebeten. Gesnater wekt de indruk dat ik in een comic beland ben. Van snateren een meervoud. Snatert de woerd,
alsof hij eigenlijk ook alleen maar schuif wat op zeggen wou, dan snatert ook het wijfje. Zuinig, kameraad, bedoelt ze, maak je niet druk.
Van de vele minnaars die ze had weet ze er op één veer na niet een te tellen.
Een bord geeft aan dat morgen bovenop alle verkeershinder in de buurt ook nog de Maurice Dupuislaan open komt te liggen
en dat in de catastrofe die hiervan het gevolg zal zijn links en rechts samenvallen. In de kantine, waar ze ooit, voor zover ik mij herinner, koffie hadden en beschuit en soep,
die je eerst wakker schudden moest, hebben ze nu met ijs en slagroom op smaak gebrachte koteletten,
ongetwijfeld omdat ze ook wel weten dat Vladivostok het juiste antwoord is.
Aan de kade hangt halfstok wat roofdier was en beschonken wappert een vod, lam en vochtig. Wie bleef overeind
in de kantine aan het holle eind van niets en niemandal? Tachtig schofterige sukkels, als ze niet beschonken zijn tenminste.

zaterdag 26 september 2015

zaterdag 26 september

Transcriptie van Thursday 26 September, The Virginia Woolf Diary volume 5; Penguin Books, 1982; p. 325, SEPTEMBER 1940.

Vijfenzeventig jaar geleden had Woolf een ongemakkelijk gesprek met Nessa. Nessa verweet haar wat een dag eerder gebeurd was.
Dat doet me er aan denken dat ik het mobieltje in de huiskamer liet, nadat ik het ochtendgloren in de steek gelaten had, me omdraaide, stemmen op het voetpad hoorde en besloot om onder geen beding uit bed te kruipen. Na middernacht had ik me met John Cleese beziggehouden, Cleese die uit de doeken deed hoe het met Fawlty Towers gelopen was. Vijfenzeventig jaar na dat telefoontje van Nessa is aan de situatie zo weinig veranderd dat ik me nogmaals omdraai en naar het licht staar dat van de cassettes drupt. Het randfenomeen, dat toen we naar de eerste editie van Fawlty Towers keken naast me zat, heeft zich tussen de sanseveria's op het raamkozijn verstopt. Toen hij weer wat later beweerde niet naar Fawlty Towers gekeken te hebben, wat hem om een of andere reden slechts matig had weten te bekoren, maar reeds als peuter met Beuys te maken had gehad, werd het gauw zinloos.
Vals spelen zorgt voor een situatie die de andere spelers noopt om waar nodig in te grijpen of van tafel op te stappen. Ingrijpen echter is vervelend en is gauw nog vervelender als blijkt dat niet alleen het dak maar ook de muren en met de muren alles wat het had gehad onder een dikke stoflaag kwam te zitten. Het huis is ingestort, zei iemand. Brandende resten van een ongemakkelijk gesprek. Ook de verbeelding bleek ingestort of schoot tekort. Tussen de resten smeulde het holle gebeente van Kafka of Kierkegaard en andere, minder fortuinlijke aanverwanten. Het huis was ingestort en het dak een sinds lang te verwaarlozen kleinigheid.

950


950. Stilleven met vaas en boekenstapel. Olieverf 51 x 41.

Oudt Hollandt: groene omber, Payne's grijs en warm grijs. Williamson: zink buff. Blockx: Terre verte, stil de grain brun, ultramarin foncé, blue indanthrene, Mars violet. Sennelier: Terre de Cassel. Mussini: Asphalt lasurton. Misschien ook mengtinten met Lasur-oxid orange en German earth van resp. Mussini en Williamson, hoewel niet helemaal duidelijk is of en waar ze het palet beïnvloeden.

Het hondsbrutale mars violet komt nergens in pure vorm voor.
Het broze terre verte komt nergens in pure vorm voor.
Het al net zo broze terre de Cassel komt alleen in pure vorm voor.

vrijdag 25 september

Transcriptie van Wednesday 25 September, The Virginia Woolf Diary volume 5; Penguin Books, 1982; p. 324, SEPTEMBER 1940.

Het moet de dag geweest zijn nadat in alle media een gerucht over de vluchtelingencrisis begon. Hij had een vreselijke troep op de voorruit van z'n auto aangetroffen, vertelt buurman, alsof een Jan van Gent pal boven z'n auto met buikloop te kampen had gehad. Zo'n schijtcataract dat niet één meeuw Trojaans naar achter was geweest maar vijftig meeuwen tegelijk. En dan verneem ik het volgende, wat met een kwade dag me zo woedend gemaakt had kunnen hebben dat ik de glazen duiventil, waar ooit een fotowinkel was, met stront en rotte eieren bekogeld had kunnen hebben, vaak genoeg deed ik ergere dingen, dat het wegdek niet openligt omdat er een fietspad komt, er komt geen fietspad, dat ze de voetpadtuinen niet hebben weggehaald omdat er een fietspad komt, er komt geen fietspad, wat los van al het overige eigenlijk al helemaal onbegrijpelijk is, nee, het wegdek ligt open omdat ze net het wegdek en alleen dat wegdek breder willen, met een parkeerstrook waar we tot eind juli op het brede voetpad tuinen hadden, en zonder fietspad. De klerezooi heeft kennelijk geen andere bedoeling dan het wegdek nog breder maken dan het al was. Daar denk ik het mijne van. Ruimte om er filosofisch over uit te wijden biedt het toekomstige parkeerterrein niet, de vaststellingen zijn van een andere orde. Mobiliteit heeft de facto een rang die andere overwegingen overbodig maakt, en filosoferen doe ik bovendien alleen 's ochtends, doorgaans twintig minuten voor ik in het belendende huis de wekker hoor. De boekdelen worden aan huis besteld, theedrinkend ga ik in het atelier aan de slag en het zonlicht klatert. Een dag zonder e-mail. Niet eentje. Ik fiets naar het plein, waar een enorme drukte is. Schreeuwende stemmen kaatsen over het plein.

donderdag 24 september 2015

gebruikelijke handelingen

De laptop dichtklappen en in een schoudertas stoppen. Zwarte schoudertas.
In linker oorschelp krabben.
Rokje strijken. Bijkomende handelingen.
De batterij-oplader, het zwarte notitieboekje en TOXT van Daniël Robberechts in schoudertas stoppen.
In de schoudertas. Bovenvermelde schoudertas.
In TOXT zat ik bladzijde 168. Wat een metoniem is, bedenk ik: halverwege bladzijde 168 zitten. Of, subtieler maar niet minder precair: onderaan of misschien zelfs onderin de bladzijde zitten.
Tot op heden laatste tot mij genomen hebbende zin van bovenvermeld werk:
De Mechelse meubels heeft ze nog onlangs geboend.
De voordeur openen. Wat ooit een breed voetpad met weelderige voetpadtuinen was



is in een desolate huizenrij veranderd. Alleen de gevel van huisnummer 176 heeft nog wat groen, een moeizaam in nabloei ontloken rozelaar, die ondanks alles hardnekkig overeind bleef, de verdorde druivelaar (verdord voor de werken begonnen, wat met grote waarschijnlijkheid aan een ingreep van de grimmige buurvrouw toegeschreven hoort te worden (welk product ze gebruikte om de druivelaar in een dorre stok te veranderen is niet bekend)) en een weelderig bestengelde paardebloem (vrolijk, onbekommerd).
Foto boven: de huidige stand van zaken.
Foto onder: 3 augustus 2015, valavond, enkele uren voor de tuinen weggehaald zouden worden. Het roze onderin is zonnehoed.


Naar de auto stappen. Tweehonderd meter verderop gaat het linksop en beland ik in een wijk voor aangelanden.

enige ogenblikken later

Ik duw het logge koebeest over het woonerf. Niet alleen het wegdek, ook de lucht is vochtig. Op straat is niemand.
Het logge koebeest: de afvalcontainer die ze vanochtend vroeg uiteindelijk toch leeggehaald hebben.
De poort openen, handtas en zwarte schoudertas deponeren en licht en draadloos activeren, ook het licht in de Wunderbar, opgelucht vaststellen dat het water in de emmer onder de afvoer net niet de rand van de emmer bereikt heeft, het scheelt een handbreedte, dan de rode display naar het woonerf rijden.
Veel opruimwerk is er niet. Het meeste deed ik dinsdagavond al, meteen na de werkvergadering. Ik activeer de kubus, stap door de zaal voorin en activeer het werk van Koyuki, meteen daarna dat van Lore.
Korte pauze. De laptop op de rode tafel plaatsen, het boek van Robberechts naast de laptop, de leesbril op het boek van Robberechts en broodje smeren. Met broodje in linkerhand de corridor nemen en halverwege de corridor het werk van Annelien activeren. Niet naar de zaal achterin stappen omdat daar voorlopig geen reden voor is.
Checken of de kleinste kamer over toiletpapier beschikt. Het corrigeren van de cadrage van Jewish Tattoos over het hoofd zien. Een pot koffie zetten. Plaatsnemen aan de rode tafel. Van beide kranten die ik kocht eerst De Morgen doornemen. Een dame betreedt de hall. Op het woonerf staan vier meisjes.

hij zei, zij zei

Dit is van een ongezien amateurisme, klinkt het.
We moeten ons wel de vraag stellen, sputtert Jan, of die documenten wel zo gedetailleerd moeten zijn, en of we de procedure niet moeten wijzigen.
Die delen van het gebouw zijn niet geclassificeerd, en mogen dus bekend zijn, klinkt het.
Johan viel gisteren uit de lucht: Als U me de link bezorgt, zullen we die bekijken.
Mijn vermoeden, stelt Eddy, is dat het om een slordigheid gaat. Maar wat het ook is: dit kan gewoon niet.
Het is zo, legt Johan uit, dat we sommige documenten online plaatsen voor aannemers die voor ons werken.
En op de derde plaats, oreert Melinda, voor het geval u denkt dat er geen ruimte is voor verdere vooruitgang...
Het viseert één bevolkingsgroep, fulmineert Maurice, en dat vinden wij niet kunnen.
Maar, schrijft de Frankfurter Allgemeine, hij heeft in het concern ook een klimaat gecreëerd van hoge prestatiedruk en intimidatie, waarin bedrog gedijt.
Met mijn ontslag, stelt Martin, maak ik ruimte voor een nieuw begin.
Hans zegt: Alles wijst erop dat de huidige generatie B61-kernwapens nog minstens vijf jaar blijven liggen in Europa, ook in België.
Kom mij niet vertellen, reageert Wouter boos, dat de VS deze werken zullen doen als er geen ijzersterke garanties zijn van de Belgische regering dat de kernwapens er mogen blijven liggen.
Anders heeft het überhaupt geen zin, meent Donald.
Maar we kunnen dit probleem aan, zei Angela bij aanvang.
Tja, mompelt Hendrik, dat wordt improviseren, vrees ik.
De kloof tussen het nieuwe akkoord en de realiteit is inderdaad erg groot, geeft Thorfinnur toe.
En dan Hendrik weer: Het zal niet mogelijk zijn om voor elke vluchteling een ideale oplossing te vinden.
Op deze vraag, zegt Bart, bestaat eigenlijk geen antwoord.
Ze zullen ook een badge met foto meekrijgen, zegt Marc.
Zolang ik premier ben, snauwt Robert, zal ik dit Europees dictaat niet respecteren.
Eens over de grens moesten we allemaal op de grond gaan zitten, vertelt Danny.
Iedereen, voegt hij toe, zit daar als in een kippenhok op elkaar gepakt.
Het geld van mijn klanten, zegt Stephanie, komt niet op mijn rekening, maar ik moet wel mijn leveranciers betalen.
Een dag te laat je abonnement betalen en ze plukken het al van je rekening, zegt Annelien.
Daar betalen de handelaars ook voor, stelt Kris.
Wanneer een merk alleen al hun naam vermeldt is dat nieuws op zich, zegt Anton.
Hygiënisch of niet, ik wil gewoon geen boerkini's in onze zwembaden, verduidelijkt Fons.
Een mogelijke crimineel, bevestigt Stijn, zal het gevoel krijgen dat hij sneller gezien kan worden.
En je bespaart op elektriciteitsverbruik, grapt Geert.
Ook stellen we vast dat Belgen, eens over de grens, het plots niet meer zo nauw nemen, klinkt het.
Dit jaar overleden al elf mensen, merkte de Amerikaanse site Mashable op, tijdens het maken van een selfie.
Zowel mijn dokters als ik verwachten dat ik zal genezen, zegt Lloyd.
Er zijn uitzonderingen, uiteraard, geeft Simon toe.
Bij hen, zegt Ward, is de lijn tussen willen en moeten vaak heel vaag.
Dan zou ik zot zijn geworden, zegt Elke.
Sommige hotels, vertelt Albert, verhuurden hun kamers vroeger ook al overdag, maar nooit zo openlijk als nu.
Daarbij biedt Treviso, legt Albert uit, een speciale ambiance, poëzie die je niet terugvindt in een standaard hotelkamer.
Als ik de huidige plannen bekijk, zegt Bart, kan ik niet anders dan 'nee' zeggen.
Johan zegt dan weer dat ze nog volop werken aan een update van hun businessplan.
We hebben elk onze eigen cocktail van bacteriën, legt James uit. Het zijn heel subtiele verschillen, maar ze zijn er wel.
We zijn wandelende dierentuinen van bacteriën, beaamt Herman.
Ik zou mijn hand ervoor in het vuur steken, zegt Jan.
Jan over de figuur die de zakdoek vasthoudt: Dit is een vrouw die Rembrandt vaak schilderde.
Het werk doet erg aan De brillenverkoper denken, zegt Meta aangenaam verrast.
Het is je reinste spielerei waar verder niets achter te zoeken valt, merkt Bavo op.
Een experiment in oceanisch verlangen, mijmert Oscar, in elkaar opgaan, dat mij altijd heeft gefascineerd.
Mocht je iets horen, laat het ons dan weten, klonk het een beetje moedeloos.
Enkel de dame van de concertproductie wilde iets kwijt: Wellicht volgt morgen een verklaring. Of misschien ook niet.
Deze stad moet, in samenwerking met drie universiteiten die met dit thema bezig zijn, hét kenniscentrum worden als het gaat over de chronobiologie, verklaart Michael.
Aan de andere kant, specifieert Michael, heb je de nachtraven, de mensen die slechts met grote moeite en met behulp van twee wekkers om acht uur uit hun bed raken.
Met ons bioritme is het een beetje zoals met onze schoenmaat, zegt hij.
Probeer het zelf maar eens, zeg ik dan, zegt Michaël, slapen als de zon nog niet onder is.
Dit gaat over mentaliteiten, besluit hij, en eeuwenoude gewoontes. Die verander je niet in drie jaar.
Tijdens de eerste jaren aan de universiteit of hogeschool moeten studenten harde noten kraken, weet Martin.
We hebben het gebouwd rond het oude spoorweghuisje, verduidelijkt François.
Men was deze machine wat uit het oog verloren, maar, glundert hij, we hebben ze kunnen redden en restaureren.
Ja, geeft Felix toe, we waren niet van plan om het nu naar buiten te brengen.
Hij behoort, stelt Tzum, tot het soort schrijvers die nog een zin durven te formuleren die langer is dan tien woorden.
Dirk formuleert het als volgt: Dat is nu eenmaal de prijs van het succes die je betaalt.
Ze floppen tenminste al, voegt hij toe. Ook dat is een vooruitgang.
Carll grinnikt. Ik durf toch wel te betwijfelen of dat concert van Grace Jones in Brugge zijn geld wel waard was, zegt hij.
Wanneer een buitenstaander te veel inspraak wil, of met zijn fikken aan de knoppen zit, zegt Guy, klinkt het voor mij niet meer als Disclosure.
Hoe kun je nu persoonlijk geraakt worden door haar teksten, zegt Guy, als je dat te weten komt?
We kunnen aan de zijlijn staan schreeuwen, vindt Jozef, maar daar heeft niemand iets aan.
Greg en Phil, meent Stijn, zijn aanvallende types.
Ik had de benen niet, zegt Jurgen. Waarom? Tja...
Ik zou tekenen voor zo'n scenario, maar helaas kun je zoiets niet bestellen, zegt Alejandro.

woensdag 23 september 2015

hij zei, zij zei

De intellectuele houding van klimaatontkenners, stelt Timothy, staat dicht bij die van Hitler.
Er bestaat nu eenmaal geen Europese politie die een vluchteling kan begeleiden tot aan zijn huis in Slowakije, legt Hendrik uit.
Van het oosten naar het westen, meent Theo, niet altijd van het westen naar het oosten. En: Wij kunnen nu onmogelijk meer doen.
Hendrik zegt: Welke criteria er dan gelden, is niet erg duidelijk.
Er bestaat een culturele angst, zei Bart, die is per definitie onredelijk, maar wel reëel.
Pas als je de Conventie begint uit te hollen, creëer je wanorde, poneert Vanessa.
De Conventie zou wel gemoderniseerd kunnen worden, oppert Jan.
Wij hebben daar kunstmatige grenzen getrokken, zegt Koen, en waren betrokken bij recente militaire interventies.
Onze internationale reputatie zou meteen aan diggelen liggen, beaamt Jan.
Het probleem is hier niet de Conventie van Genève, zegt Vanessa.
Ik wil er ook op wijzen, komt Kris tussenbeide, dat de voormalige Libische leider Kadhafi en Saudi-Arabië die Conventie niet hebben ondertekend.
Onze beroemde auteur Olga Tokarczuk, merkt Maja op, publiceerde deze week een essay op een krantenvoorpagina.
Ons nationaal gerecht is pierogi, schreef Olga, een soort ravioli, maar dat is eigenlijk Russisch.
Ze krijgen een oeroud gezegde voor de voeten geworpen, zegt Maja.
Massaneurose, misleiding, chaos en artificieel aangevuurde haat..., somt Nora op.
Het enige dat wij kunnen is een website bouwen, zegt Oulel.
Het liep uit op chaos, zegt woordvoerder Martijn.
Ik zou zelf ook willen dat ik goed werd opgevangen, zegt Jamila.
Wij denken dat deze acties zullen afschrikken, zegt Jan, want mensensmokkelaars zoeken de weg van de minste weerstand.
We hebben vastgesteld dat het een route is die door mensensmokkelaars graag wordt gebruikt, zegt Michaël.
Peter zegt: Dat is op de weg, maar ook in treinen en op de luchthaven.
Het plan is door de algemene ledenvergadering goedgekeurd, verduidelijkt Riet.
Vroeger, getuigde Lise-Lotte, was ik altijd uitgeput wanneer mijn werkdag erop zat.
Dit tekort zal internationaal geen hoge ogen gooien, meent Ivan.
De butler moet bijstand kunnen bieden, vertelt Vincent, bij alle mogelijke obstakels van een modern huishouden.
Als ik mijn ogen sluit, fluistert Mariëlle, proef ik mijn vriend nog in de borden van Anne-Sophie.
Stoppen met studeren maakte papa ongerust, zegt Anne-Sophie.
Ik kan me geweldig amuseren, zegt ze, met pakweg kwartelei na te bootsen met pompoen en flancrème.
Een betere oplossing zou een opportuun beleid zijn waarin een zaak enkele criteria moet naleven, vindt Jos.
Ik ben ontzettend teleurgesteld, zegt Liesbeth.
Ik wilde duidelijk maken dat dat niet werd getolereerd, zegt Dan.
Onzin, schrijft Duncan, Martlandt nam het op tegen een kinderverkrachter.
André sust: Het bedrijf doet dit om de aandacht te trekken, wellicht omdat hun marketingbudget geslonken is.
Ik weet niet of het een echt dramatische dag zal zijn voor ons land, nuanceert Herman.
Ons meldpunt, verduidelijkt Wouter, wil de concrete verhalen van mensen en organisaties bundelen, over sectoren heen.

maandag 21 september 2015

Een aangename kennismaking

Wat doe je als je opeens, out of the dark, met drie onbekenden in een, laten we aannemen, in wat een restaurant zou kunnen zijn aan tafel zit? Een van de mee aanzittenden, die je overigens niet eens bij naam kent, komt op de briljante inval om over bier te beginnen. Bier. De persoon in kwestie, misschien net dertig, heeft een ronduit krankzinnig weelderige, rosblonde knevel en is voor het overige een nette jongen. En is een landgenoot. Dat hij het met Duitsers - de andere aanzittenden, wat pas na verloop opvalt, hebben beiden de Duitse nationaliteit - over bier heeft, is al bijna iets van eenzelfde orde als het volkslied, het foto-album van oma met de kleurloze resten van goden en dwergen en die nog voor het gepubliceerd werd betekenisloos geworden top vijf met beste boeken van de week. De jongedame, die aanvankelijk met haar rug naar je zat en van tijd tot tijd naar je omkeek met een strakke en tegelijk verblufte en misschien net hierdoor ook ietwat afwezige blik, als iemand die voor een kooi stond waarin een vreemdsoortig, amper te benoemen exotisch wezen opgesloten zat, spreekt een niet door tongval belaagd Engels. Er klinkt geen Arische tong in door en tegelijk evenmin klanken die op Texaanse roots of een jeugd in Middlesex of Ipswich wijzen. De derde persoon, die als enige met z'n rug naar het raam zit, is makkelijker een Heimat toe te wijzen, van alle het meest gebruikelijke oergebied, de gespierde schaven en krullen van wat van Weimar bleef.
Je generaliseert en generaliseren is wat iedereen gedaan zou hebben, ook zij die in van de aardbol verdwenen spelonken en zolderkamers verbleven. Trouwens, zo heel erg veel is er niet veranderd sinds het holle pijpje voor het sportieve bedrag van 5 euro in een tot de rand met aanverwante relicten gevuld blik terechtkwam. Niet eens verstorven tot minder dan de resten van een vijgenblad zitten ze opnieuw in spelonken tot de nok gevuld met boeken en bedorven etenswaren, slaan zich voor de kop met Kierkegaard, Beuys en Dostojevski, laven zich aan het Tiroler leedvermaak, aan het luchtige tot room opgeklopte braaksel van journaal en vrijetijd, tot ze uitgeput als dikke, vochtige bladzijden in elkaar zakken.
Heineken, zegt de landgenoot. Hij generaliseert, zegt dat wij het niet lusten. Met wij bedoelt hij iedereen, behalve de anderen. Dat is wat iedereen met iedereen bedoelt. Iets anders had ook jij er niet mee bedoeld kunnen hebben. Iedereen is altijd zonder de anderen, in principe omdat het met iedereen, zonder die uitzonderingsmaatregel, toch wel een heel erg drukke toestand dreigt te worden. De land- en tafelgenoot gebruikt Heineken ook alleen maar om voet aan land te zetten. Het nieuwe gebied is veroverd. Wat hij over Heineken te zeggen had kunnen hebben is de eerste fruitvlieg van het gesprek, meer belang heeft het niet. Everywhere in Bavaria, zegt de ander. Gauw zal blijken dat de jongedame, die voorlopig aan niet meer symptomen lijdt dan de meest gebruikelijke, in Keulen woont. Everywhere in Bavaria, verneem je, hebben ze kleine bierhuizen, en in die bierhuizen zitten ook de gemeenteraadsleden te heisen en te sluizen, tot zelfs de minst belangrijke van deze luitjes tevreden huiswaarts strompelt. Daar zijn ze ook meestal heel erg goed in.
Als bier uitgeput is, zit je in de opeens krankzinnige leegte over nog een gespreksonderwerp na te denken. Het gesprek komt op wat beide regio's bijzonder maakt, jouw regio en die van hen. Je komt te weten dat de jongedame, de jongedame met zwarte muts, je eloquente gesprekspartner, in Keulen gelegerd is. Iemand serveert de vleesballen in tomatensaus, een kom met friet, en het gesprek verstomt.
I like it dark, zegt een van de aanzittenden, nadat hij zonder hier over na te denken een van de vleesballen aan z'n vork prikte, really dark, voegt hij toe, I like it better real dark. Hij bedoelt het brood dat ze in Bavaria hebben. Dark is not for eating, voegt hij toe, in een plotse opwelling. De jongedame zit boven haar bord met wimpers die traag open gaan en sluiten, kijkt af en toe met uiteengereten blik naar wat aan een van de belendende tafels gebeurt. Als het deksel van een broodtrommel vallen de oogleden over de schotel met ballen en tomatensaus. Is ook dat gespreksthema uitgeput, dan maakt het onderscheid tussen wat is Belgisch wat is Duits een goeie beurt.
In Bavaria hebben ze gemeenteraadsleden die in het openbaar met varkens neuken, merkt iemand op.
Hier, zeg je, hebben we alleen de varkens.

zondag 20 september 2015

Onbenul (3)

Ik kon me niet herinneren dat ze in dat schijthol ooit iets hadden gehad dat bij benadering de titel cultuurcentrum verdiende. Hij wel. Hij had er een expo en omdat ik toen voor hem werkte en hij geen moment onbenut liet om m'n onbenulligheid genadeloos hard daar te hebben waar hij het hebben wou, kroop ik in de auto, zeer tegen m'n zin kroop ik in de auto, alleen omdat hij er van uitging dat hij met een onbenul te maken had, een pleziertje dat ik hem eigenlijk wel gunde, niet alleen in de auto was geen spiegel, zodat hij of ik hadden kunnen zien wie de onbenul was, nergens in het vervloekte huis was een spiegel. Ik kroop in de auto, deed alsof het wat mij betrof geen andere reden had. Bij de helse situatie waarin ik me bevond, hoorde geen plattegrond. Hij gedroeg zich alsof ik niet meer betekenis had dan een drol. Die ziekelijke verwaandheid van Onbenul was me eerder opgevallen. Narcisme had ook in de bloedvaten van het kind gesluimerd, de onschuld was nooit meer geweest dan het voorwendsel van die onschuld. De persoon die zich permitteerde om mij te zeggen wat ik te doen en wat ik vooral niet te doen had, probeerde zich als een heer te gedragen, als iemand van stand, hij leek er van uit te gaan dat wat hij bereikt had de facto in een boven kritiek verheven zone zat, aan de belangrijkheid van zijn persoon kon niet geraakt worden, en net hiermee maakte hij dezelfde inschattingsfout als lui die tegen elke logica in beweren dat god bestaat. God bestaat, in de fantasie dat er beslist ook geiten zijn die dukaten schijten. Naar zo'n schijthol reden we. In het cultuurcentrum van de negorij waar ik m'n jeugd had doorgebracht, zat ik aan een tafel die met beide zijden zo breed was dat de godheid zich aan het verre uiterste bevond, naast de intendant, iemand die zich met de historiek van het dorp bezig gehouden had en, omdat zich een update opdrong, aan de godheid vroeg of misschien iemand over het hoofd werd gezien. Het tronie van de godheid veranderde in een varkenskop. Het afgehakte hoofd, met oogbollen die niet groter dan knikkers leken, zei nee. De intendant van het cultuurcentrum bleek dit nee acceptabel te vinden. Ik keek naar het afgehakte hoofd en de blik die zo klein geworden was dat het op de uitwerpselen van een rat leek.
In het schijthol werd bekeken waar de presentatie plaatsvinden zou. Het cultuurcentrum, een van de slechtste in z'n soort, had geen plek waar wat ook gepresenteerd kon worden. Het hondje bleek niettemin heel erg tevreden met de presentatie en ik deed, wat overigens niet eens moeilijk was, alsof ik niet wist wat het had.

donderdag 17 september 2015

Robberechts #1

In de voorkamer die uitziet op de Palmerstonlaan staat de tv zacht aan. Een kroesharige man zit de films voor te stellen die deze week uitkomen, hij heeft iets van een dromedaris. Een bank van zwarte stof die schuin naar de tv en de gaskachel onder de marmeren schouw is gekeerd, verdeelt de kamer ongeveer diagonaal in twee. Er ligt een tapijt voor de bank, maar overigens is de bleke, geboende plankenvloer bloot. De tv staat op de grond in de hoek rechts van het rechter raam, met een witte zitzak ervoor. Aan de andere kant van de kamer, links van een deur die wellicht naar een keukentje leidt, vormt een ronde tafel van zwart gevernist hout met drie stoelen een eethoek.
Daniël Robberechts, TOXT, blz. 152; Kritak 1994

Er is wellicht geen werk dat La vie mode d'emploi meer benadert dan Toxt, het nagelaten werk van Daniël Robberechts, waaraan hij in 1977 begon te schrijven, na Praag schrijven en Verwoordingen. Uit de bibliografie valt af te leiden dat hij op dat moment met nog een aantal projecten bezig is. In Espèces d'espaces, gepubliceerd in 1974, verwijst Perec naar de mogelijkheid om een roman te schrijven waarbij de gebeurtenissen en geschiedenissen door ruimtes, plekken en voorwerpen bepaald en gestuurd worden, wat uiteindelijk het meesterlijk gecomponeerde La vie mode d'emploi worden zou. Ik heb niet de ambitie om de biograaf van Daniël Robberechts te worden,(1) maar stel mij niettemin ter beschikking voor wat een kleine, wat een uiterst geringe bijdrage genoemd zou kunnen worden, het idee, om te beginnen, dat Robberechts ongetwijfeld over een exemplaar van het in 1974 door Editions Galilée gepubliceerde Espèces d'espaces beschikte, en dat net hij, die sinds Tegen het personage, gepubliceerd in 1968, vergelijkbare procedures uitgeprobeerd had, wat culmineerde in Aankomen in Avignon en Praag schrijven, op een wel heel bijzondere manier interesse voor net die publicatie van Perec gehad moet hebben.
Het meest opmerkelijke van Toxt is dat het ogenschijnlijk amper autobiografisch is.

In 1992, enkele maanden voor zijn dood, had ik geprobeerd om met Robberechts in contact te komen, wat niet eens van een leien dakje liep omdat zo'n dakje er niet was. Het bleek volstrekt onmogelijk om de auteur om wat voor reden ook met zelfs maar het begin van wat voor idee ook lastig te vallen. Ik heb toen, eind februari 1992, de zo vaak in de autobiografische geschriften opduikende echtgenote aan de lijn gehad en een stem die me verraste omdat het timbre meer afstand tot Vladivostok leek te nemen dan wat ik toen voor mogelijk hield. Robberechts had me verrast met een vrije bijdrage die eind februari 1992 in De Morgen gepubliceerd werd, toen het tot drek verpauperde dagbladverschijnsel af en toe een toch nog enigszins als zodanig te lezen en te waarderen bijdrage bood. Misschien is net die tekst van Robberechts, misschien zijn laatste publieke commentaar, niet de eerste maar wel de laatste van die orde, de enige tekst, sinds ik me had toegelegd op het dagelijks doornemen van het dagbladverschijnsel, met een kop koffie, die me betekenisvol voorkwam. Na de dood van Robberechts zou alleen nog drek gepubliceerd worden.

Niet heel erg veel mensen liggen wakker van het oeuvre van Robberechts. Ook bij ingewijden staat hij bekend als moeilijk en elitair, als auteur van een zwaar gesubsidieerd oeuvre dat intussen door bijna niemand gelezen wordt. Midden jaren tachtig zetelde Robberechts in de redactie van Heibel en kon er desbetreffend een oordeel vellen over wat hij belangrijk vond. Misschien is geen schrijver zo totaal mislukt. Aan de canon beantwoordde hij niet. Eigenlijk schreef hij alleen moeilijke, onleesbare dingen. Hij was bovendien in het Frans opgevoed, schreef een onwennig Nederlands en vond dat schrijvers niet in praatprogramma's thuishoorden. Persoonlijk vind ik net zijn onwennigheid, wat het oeuvre van Robberechts kenmerkt, interessanter dan het gladde geschrijf van de centen en wat met bijdehandse literatuur te verdienen is.

(1) Is er een biografie? en zo dit niet het geval zou blijken te zijn, hoort daar niet met hoogdringendheid werk van gemaakt te worden? Robberechts mag dan wel een bijzonder taaie auteur zijn, net hierdoor is hij overigens ook een van de interessantste die de Nederlandse taal heeft voortgebracht, ondanks het feit dat het Frans van zijn jeugdjaren de grammaticale structuur van zijn zonder uitzondering in het Nederlands geschreven werk zwaar beïnvloedde, hij is misschien ook net die ene auteur die niet aan de canon beantwoordt en zich tot kort voor z'n dood tegen de vervlakking en volksverlakkerij van cultuur en media bleef verzetten.

platte band

Ik deponeer de pindakaas in de laadruimte van de auto, een naar ik meen onfatsoenlijke hoeveelheid pindakaas. Het doet me denken aan het jaar dat ik in het zwart voor de belastingen werkte en met bloemkool, soep en worst naar een keet in Eeklo te rijden had. Als het bloemkool gaf, in een pot die nog net te tillen was, en aardappelen en worst, reed ik ter hoogte van de Watersportbaan in een duizeling van geur de parking op, opende de laadruimte, schroefde het deksel van de pot en greep, omdat ik telkens weer vergeten was om er voor te zorgen dat ik bestek bij had, met blote hand een portie van de met kaassaus op smaak gebrachte bloemkool, werkte het gulzig naar binnen.
Dit keer heb ik de laadruimte met pindakaas. Ik rij het wegdek op en hoor meteen een gek geluid, whap whap whap, voel dat de auto scheef boven het wegdek hangt, rij naar een tankstation dat zich aan het meest zuidwestelijke knooppunt bevindt en stel vast, aldaar aanbeland, voor ik de tank volgooi, dat de rechter achterband plat staat. Ik gooi de tank vol, parkeer de auto, regen zeikt over het areaal, bel een pechdienst en heb alle tijd om in Toxt, het nagelaten werk van Robberechts, te lezen. Het neemt een half uur. De persoon van de pechdienst, iemand uit Deinze, schroeft de platte band van de auto en meent dat het eigenlijk alles bij elkaar genomen best meevalt. De autoband toont geen sporen van vandalisme. Het is een nieuwe band. Hij bewerkt de autoband met een spuitbus, stelt geen dingen vast die ongebruikelijk genoemd zouden kunnen worden en concludeert dat het dus wellicht om een schelmenstreek gaat.
's Avonds laat, na de pindakaas geleverd te hebben, is er opnieuw het whap whap whap. Ik parkeer de auto, stap uit de auto, dit keer aan de Schoolkaai, stel vast dat de rechter achterband plat staat.

pindakaas

Die avond, op de hoofdzetel van kaartclub Palimpsest

Soms gaat het om een bedrag van 5 euro. Dat is wel het minste dat ge kunt doen. Als 5 euro eigenlijk al niet meer mogelijk is.
Natuurlijk, bij voorkeur hebben we 25, 50 of zelfs 100 euro. Hoewel 100 euro nog maar één keer gebeurd is. En ge ziet van hier dat 50 euro lang niet altijd mogelijk is.
Zodat ge al content kunt zijn als het 15 euro wordt. Of 5 euro en een droge worst.
Ik zie dat daar al hangen, die droge worsten.
De leden van de algemene ledenvergadering zijn daar niet vies van, nietwaar, voorzitter, van zo'n droge worst. Zelfs in het bestuur zijn ze daar niet vies van. Laten we dus kortom noteren, mijnheer de voorzitter, dames en heren van het bestuur: pindakaas en droge worst. Waarom pindakaas? Dat zal ik zo meteen uitleggen.
Eerst en vooral, U mag niet over het hoofd zien dat we bij voorkeur alles aan 25 euro willen. Dat wil niet zeggen dat 50 euro niet zou kunnen, of misschien zelfs 51 of 52 euro. Dat 60 euro niet te overwegen zou zijn, dat wil zeggen, of 75 euro als de omstandigheden het toelaten.
Dat diezelfde omstandigheden er niettemin misschien voor kunnen zorgen dat het 10 of 15 euro wordt. Of 5 euro.
Of 5 euro en een droge worst. Dat is dus wel het minste dat ge kunt doen, in dat geval. Ziet ge het daar al hangen, die droge worsten?
Droge worst, ei, een croque uit het vuistje, ansjovis, olijven, pindakaas, ketchup. En pindakaas waarom?
Waarom pindakaas. Omdat van bovenmoerdijkse persoonlijkheden, voorzitter, dames en heren van de jury, verondersteld kan worden dat zij niet zonder kunnen.
We hebben een Kosovaar in het bestuur, voorzitter, dat weet U net zo goed als ik, die om redenen die tot op heden zonder duidelijke verklaring bleven de ene keer in Stuttgart rondhangt, een andere keer in Hoorn, Amsterdam of in Maastricht. Zelfs in Eindhoven en Enschede werd hij gesignaleerd. In Wenen ook, mijnheer de voorzitter, van Napels, Zwolle tot Cherbourg.
Een grote toevloed van mensen uit Groningen evenwel, van mensen uit Zwolle, van mensen uit Enschede, Eindhoven, Haarlem en Breda is zonder pindakaas ondenkbaar.
Om te voorkomen, achtbare vertegenwoordiging, om te voorkomen dat aan andere zaken gepeuzeld wordt.

maandag 14 september 2015

angst van de angst

F-fff-f-fff-fff-f-fff... De angst om niet te kunnen uitspreken wat met een letter f begint.
Angst om geen mobieltje bij de hand te hebben, ook daar hebben ze een woord voor, ontdekt Jelle: nomofobie,
en wat de fobofoob kenmerkt: angst van de angst van de angst van de angst.
Of deze, het woord voor iemand die bang is van lange woorden: hippopotomonstrosesquippedaliofoob.

hij zei, zij zei

Met de tijdelijke grenscontroles, meent Jean-Claude, schendt Duitsland het Schengen-akkoord niet.
Vluchtelingen die vastzitten in treinen en niet weten waar ze naartoe gaan, dat, meent Werner, roept herinneringen op aan de donkerste periode van ons continent.
De toon waarmee Alexander het zei, stelt Koen, had respectvoller kunnen zijn.
Yvan wijt het aan het falende asielbeleid van een xenofobe regering.
Mocht ik burgemeester zijn, repliceerde Alexander, dan zou ik niet aanvaarden dat in mijn gemeente een openbaar park wordt bemest met een camping, een markt en bijna een muziekfestival.
Elodie zegt: Er gaan hier drama's gebeuren.
405 van die mensen, zegt Theo, zijn potentiële klanten van de Dienst Vreemdelingenzaken.
Minstens 90% van alle mensen in het park is vluchteling, weet Elodie.
Mensen uit Bagdad, geeft Theo aan, kunnen nog naar hier komen, maar worden voorlopig niet erkend.
Schengen bestaat de facto niet meer, zegt Bart.
Het moet van twee kanten komen, bijt Theo van zich af.
Al blijft het een hoog cijfer, meent hij.
Soms, zegt Sanaa, vragen de jongens me 's middags om een broodje.
In het begin dacht ik dat ze een paar weken zouden blijven, zegt Ali, maar het is nu drie, vier jaar.
We zijn ons er sterk van bewust dat wij niet genoeg assistentie bieden, geeft Edward toe.
Uiteindelijk werd ook het rantsoen melk voor de eenjarige Rayan gekort, zegt Sanaa.
Het vuil, merkt Mohammed op, dumpen we gewoon naast het kamp.
In Syrië, zegt de 13-jarige Alia, hadden we voor ieder vak twee boeken, hier hebben we één boek voor alle vakken.
Anders eindigt hij als dagloner, zegt ze.
Dat ze een bobbel boven haar rechterborst heeft, vertelt Raghda zachtjes.
Werkelijk iedere tent hier, zegt Abu, heeft gezondsheidsproblemen.
De VN en de rest van de wereld hebben in deze crisis volledig gefaald, verklaart Mohammed.
Jij vroeg mij naar Europa, hé, fluistert Omar.
Als je serieus wilt ingrijpen, stelt Alexander, heb je alles bijeen 300.000 soldaten nodig.
En dat laatste is niet iets wat wij willen, zegt Sarah.
Volgens Nahima echter is het wettelijk onmogelijk en moreel verwerpelijk.
Het debat, meent Patrick, moet worden verruimd.
Asielszoekers gemeenschapsdienst laten doen, stelt Karel, is geen goed idee.
Ik zeg niet dat het niet kan, zegt Karel, het is gewoon geen goed idee.
Meningen, voegde Kathleen eraan toe, zijn vrij, uiteraard, en maar goed ook.
Dat komt omdat ondermeer België dwarsligt, zei Hans.
Daar zal ik me tegen verzetten, zegt Johan.
Gezinnen met een laag inkomen moeten zèlf eerst een aanvraag indienen, luidt het.
Daarom hebben we met de fiscus een nieuwe regeling getroffen, zegt Katrien.
Als je de keuze hebt tussen een flat in een woontoren of mogelijk een huisje met tuin, is het logisch dat ze de kat uit de boom kijken, klinkt het.
Mensen weigeren omdat ons patrimonium zeer divers is, zegt Björn.
Eric: Er is geen verborgen plan.
Deze transformatie, waarschuwen wetenschappers, is ongezien in de geschiedenis van de mensheid.

varia


boven : Het boekenmeubel. Recente aanwinsten. Voorin van links naar rechts: een multiple van Lore Smolders, Space Is Time van Adrien Tirtiaux en robotje nummer 1, Improvisaties van Zeli Bauwens.
onder : De nieuwe spoelbak.



boven : Een werk van Dominiek Colpaert, het huidige project in de kubusruimte.
onder : De nieuwe tafelonderlegger.



boven : Een werk van Adrien Tirtiaux.
onder : Een werk van Annelien Vermeir, een op het eerste zicht wat vreemde maar zodra je er wat tijd voor neemt bijzonder fascinerende geluidssculptuur. Verwant aan Blue van Derek Jarman. Blue, de laatste film van Jarman, waar vaak naar verwezen wordt terwijl ik eigenlijk maar één iemand ken die de film gezien zou hebben.



boven : Een werk van Adrien Tirtiaux. Dit exemplaar hangt in de zaal achterin, waar Koyuki Kazahaya twee muurtekeningen aanbracht.
onder : Het nieuwe barmeubel.


zaterdag 12 september 2015

zaterdag 12 september

For half a century, Madame Aubain's housemaid Félicité was the envy of all the good ladies of Pont-L'Evêque. Zo begint A Simple Heart, de Penguin vertaling van een van de verhalen uit Flaubert's Trois contes.
Ik heb ooit een Franse editie van Trois contes gehad, geen Gallimard of zo maar een editie op maat van legkippen en gouvernantes, door het vlijtige gevinger van vier generaties Fraulein in een vodje veranderd en met de persoon die het zich daarna aanschafte een minder troostrijk genot toebedeeld.
De tweede zin...
Over tweede zinnen vertelde iemand me dat zij vond dat ook de tweede en soms ook de derde tot de eerste zin behoren, dat wil zeggen er aan vastzitten, er uit voortvloeien, deel uitmaken van het begin, en dat pas met de derde, vierde of vijfde zin het Et Cetera begint. Maar er zijn natuurlijk ook eerste zinnen die zo gevat en zo bepalend zijn dat van het Et Cetera niet eens de wonderlijke vermenigvuldiging verwacht wordt die zo'n zin ook telkens biedt. Der Mann Ohne Eigenschaften, Ulysses en Kosmos beginnen met zo'n zin. Het dagboek van Virginia Woolf eindigt met zo'n zin. En de eerste zin van The Books In My Life, van Henry Miller, is ook best aardig: I sit in a little room, one wall of which is now completely lined with books.
In de kamer waar Miller in 1968 zit, is één wand volledig uitgelijnd met boeken. Toen hij in Parijs woonde had Miller, net als Sontag, Sontag die overigens niet eens boeken in haar Parijse kamertje wilde, hoogstens een aantal werken om zich heen, bij voorkeur eigenlijk helemaal niets, boeken die naast het bed op de vloer belandden, slingerende en tegelijk heel erg aanwezige boeken die op dat moment, zelfs als de persoon in kwestie toch over een bibliotheek beschikt, zo'n bibliotheek kan zich tot een schoendoos beperken, niet van die bibliotheek deel uitmaken. Op het terras van een bar tabac komt het naast het kopje koffie en de asbak. Luimigheden overstemmen het boek, maar het is tegelijk wel net dat ene boek. Zodra het deel gaat uitmaken van de bibliotheek is het een object zonder meer inhoud dan het volume. Bibliotheken zijn net om die reden niet interessant, ze tonen hoogstens het dode volume en bieden net zo vaak ook alleen maar dat dode volume.
Boeken lees ik overigens alleen als ik ook de mogelijkheid heb om te krabben.

vrijdag 11 september 2015

vrijdag 11 september




Foto's boven: de TVF art doc video-zithoek. Veranderingen. De flatscreen bevindt zich niet langer aan een zijmuur maar aan de achterwand van het platformpje boven de kubus. De sofa staat met z'n rugleuning naar het publiek dat in de lager gelegen regionen aan het gloednieuwe barmeubel zal plaatsnemen. Thomsen himself is de eerste gebruiker van de heringerichte zithoek. Er is een plankje, subtiele verwijzing naar de kastjes in de nieuwe keuken, met samples uit het TVF-archief en een kleine selectie uit de digitheek. Uber Revolution... par exempel, van Eric Pries, een door Patrick Baele gefilmd concert van The Singing Painters, de eerste en een tweede versie van Die Fliege... van Steffie Van Cauter, een door Marc Coene gefilmd verslag van crox 118, performance van CarianaCarianne, een cd van Talibam! en zo nog wat dingen. De multiple is een werk van de Duitse kunstenares Juliane Heise. En het lessenaartje is een verhaal apart. Het hoort toe aan Grégory Decock, die zijn jeugdjaren in Marseille sleet waardoor ongetwijfeld ook wat sleet op Marseille kwam te zitten, in elk geval voor Grégory zelf die sindsdien in Brussel woont. President fondateur van het ooit vijftigkoppige GM, afgeleid van de plaatsnamen Gand en Marseille, in een eerste fase bemand door onder andere Simon Laureyns, Tim Onderbeke en Grégory himself, later in sprankelende overdaad gemout tot klein, Europees netwerk waarvan ondermeer auteur dezes en Yannick Franck lid werden, maar sinds le président fondateur vader werd in slaapstand.

Onder: Kuyoki aan het werk in de zaal achterin


Onder: waar ook, what you think what you think what you think, Oneka en Louis bezig zijn.



Boven: Bart Prinsen wist aanvankelijk niet of hij dit fragment aan de presentatie zou toevoegen. Het stelt een woonblok voor, waar hij ooit woonde, en toont alleen het trappenhuis en de verdieping waar hij woonde. Het pand intussen is met de grond gelijk gemaakt.
Onder: Een werk van Koyuki Kazahaya. Golven op de kust van Fukushima, wat ze enkele dagen na de ramp filmde. Ze woonde er vlakbij. In croxhapox hadden we toen een concert van Sachiko, die zo aangedaan was door de ramp dat het hele concert van begin tot eind in mineur zat.



Boven: Jelle heeft wat reparatiewerk uit te voeren. De Brazilachtige afvoer deed het niet. Een verre van onaanzienlijk deel van het debiet kwam in de emmers en op de keukenvloer terecht, zodat we begrepen opeens waarom die emmers er stonden, en het aan de Annalen toevoegden met de woorden loodgieterij is een vak apart.
Onder: wunderbar, die nieuwe bar. Rechts bovenin de voor de eerste editie van Brainbox (2006) ontworpen neonsculptuur van Joris Van der Borght.


donderdag 10 september 2015

woensdag 9 september 2015

woensdag 9 september









940


940. Stilleven met Les gommes van Alain Robbe-Grillet en Nature morte van Jean Siméon Chardin. Olieverf 42x36. Transparant oxide rood-lak, atrament, gemengd wit, Lasur oxid orange, ultramarijn, German Earth, olie- & terpentijndrab.
Aanvankelijk nummer elf van de voor Voorkamer gekonterfeite reeks Negen verschillende stillevens. Toen een compositie met Les huitres van Edouard Manet.(1)

(1)

In de tweede versie, waar een nature morte van Chardin in de plaats komt van het werk van Manet, komt een roman bovenop de boekenstapel te liggen, wat het belang van de nature morte van Chardin decimeert. De roman is een 10/18, Les gommes van Alain Robbe-Grillet. De editie heeft een reproductie van een werk van de Chirico op de cover. Het lijkt ingewikkeld, maar eigenlijk hou ik wel van dit soort obstructies: een boek met de Chirico op de cover pal op het werk van Chardin en daarbovenop ook nog eens het gegeven dat de cover horizontaal en het werk van Chardin verticaal gelezen hoort te worden, een verwarring die mijn goedvinden heeft.
Beckmannetjesachtig: wit en zwart zijn dominant. Ik opteerde inderdaad voor een scherp licht-donkercontrast. Zo kon de enorme hoeveelheid informatie tot twee blokken gereduceerd worden. Het atrament, een zwart uit het assortiment van Mussini, is dominant in de donkere partijen en werd toonaangevend in de tussenzones. In die tussenzones is het een vlakke, groene toon, wat aansluit op de grijstoon die het drab van olie en terpentijn bood. De warme toonaard, wat in de eerste versie ontbreekt, biedt twee pigmenten, meer niet, het transparante rood-lak oxide en Lasur oxid orange. In de tussentonen is het oliedrab bepalend.

dinsdag 8 september 2015

dinsdag 8 september

Transcriptie van Monday 8 September, The Virginia Woolf Diary volume 3; Penguin Books, 1982; p. 317-318, SEPTEMBER 1930.

Rond halfzeven begint het. Vroege ochtend. In lichte sluimer lig ik naar het plafond te kijken. Ik heb een roman gedroomd die ik intussen vergeten ben, ga op m'n rug liggen in de flarden van het meesterwerk, staar naar het plafond. In een van de voetnoten, net voor ik wakker word, stap ik naakt naar de oever van een traag stromende en brede rivier. Ook de dame met wie ik verkering zou hebben, niets wijst op het tegendeel, is naakt. Stemmen glijden over de rivier. Een ogenblik later lig ik naar het gewoel van een graafmachine te luisteren. Ik draai me om, trek het donsdeken aan, hoor hoe een graafmachine grote stukken uit het wegdek hapt. In 1921, het geboortejaar van onder andere Raveel, zouden ze in Amerika de eerste Miss verkiezing gehad hebben. Net vandaag worden in de Football League de eerste zes wedstrijden afgewerkt en vindt Drew de Scotch kleefband uit. Het is de geboortedag van Alfred Jarry en Peter Sellers. Suf graaf ik m'n kop in het hoofdkussen. Godverdomme. Zouden ze op z'n minst niet eerst en vooral wat zachter aan de dag kunnen beginnen. Wat onbeleefd om pal voor mijn deur om zeven uur 's ochtends naar de stoffelijke resten van Watteeuw te speuren. Ik ben niet in de achttiende eeuw wakker geworden, niet in de vierentwintigste, het is als gebruikelijk geen andere dag en dezelfde kale, lamme kop, die ik eerst linksop, dan rechtsop draai in een bij voorbaat zinloze poging om de herrie op straat te verdoven met wat bleef van de vodden van een taaie nacht. Ik kruip naar de slaapkamerdeur, kruip overeind, waggel door de smalle doorgang en sta een ogenblik later in het atelier naar een schilderij te kijken. Ik kijk niet naar het doek. Ik kijk naar iets dat zich tussen het doek en m'n blik bevindt, iets dat zich daar bevindt en sluimert in de dingen op het tafelblad.
Een kop groene thee. Meer hoeft niet, voorlopig. Ik stap heen en weer in het atelier, steek een sigaret op, duw een penseel in de grijze drab en begin stroken op het doek aan te brengen, beverige, slaperige stroken, een grijze damp. Het neemt een half uur. Uitgewist sta ik voor het doek en betreed een dimensie die ik niet eerder gezien had. Het grijze, olierijke drab heeft de kleuren die het had gedoofd, het doek is in een dier veranderd. Ik neem atrament en wit en klieder. Wat ik kliederen noem, is het begin van het lezen van het doek, de eerste bladzijden van het doek, waarbij ik zoek naar het verband tussen de grijswaarden en het licht-donkercontrast. Discutabel.
Ik schrap rijden naar het containerpark, zet een tweede versie van hetzelfde schilderij op. De tweede versie heeft lossere pols, formuleert een kritiek en een antwoord op de eerste.

maandag 7 september 2015

maandag 7 september

Transcriptie van Saturday 7 September, The Virginia Woolf Diary volume 5; Penguin Books, 1988; p. 315-316, SEPTEMBER 1940.

Opbouw in volle voortgang. Werkzaamheden. Oneka en Louis draaien rondjes op een oude melodie, Koyuki houtskoolt een bos, Erik is bezig met het duivenhok, Guy in de keuken waar hij de muren tot de nok afwerkt met een lik witte verf. Er is koffie. Jelle neemt een pauze, nestelt aan de rode tafel. Ik heb voor koffiekoeken gezorgd. Jelle legt uit dat hij er van uitgaat dat het slechte spel van de Rode Duivels tegen Cyprus deel uitmaakt van het tactische plan. Er ogenschijnlijk niets van bakken, de tegenstander in de waan laten dat niets lukt, om dan opeens uit het niets een gladde, perfecte raid te plaatsen. Als ze met glammervoetbal uitpakken, komt er op niet één moment een gaatje in die verdediging. Door te doen alsof ze een slechte dag hebben, misleiden ze de tegenstrever. Je zag bovendien vier tot vijf keer dat ze genoeg hebben aan dat ene moment om snel en glad toe te slaan.
Ik open de laadbak van de auto, heb gisteren wat dingen gesorteerd, wat ik in de laadbak dump. Lore springt binnen. In de zaal achterin draaien Louis en Oneka rondjes op de oude melodie, Koyuki houtskoolt het bos. In de zaal voorin is Erik met de bekabeling bezig. Het kwam tot een bijna perfecte verstandhouding tussen zijn presentatie en die van Bart Prinsen. Ik laat de laadbak van de auto open, regen zeilt over het dak. Eerder was Guy naar een keet aan de Dampoort gereden omdat we geen schijtpapier hadden. Op zaterdag zijn Lore en nog iemand in crox bezig geweest, meer dan dertig keer hebben ze de handeling gefilmd tot ze het hadden zoals ze het wilden. Het ziet er goed uit. Eerder had Jelle in de achterste van beide zaalhelften het afwerken van het barmeubel voorbereid. Het vernissen gaat snel, ik met een rolletje, Jelle met een borstel. Wunderbar. De problemen zijn van een andere orde. De problemen van een wereld die steeds maar kleiner wordt.

zaterdag 5 september 2015

I Can't Remember #7

I can't remember the name of a restaurant in the narrow center of Haarlem, a pleasant joint with a smell of days forgotten and good food served. First I had been in Amsterdam, the schedule as usual, visiting artist places. Later I drove along a canal, got to some more artist places. A day filled with nice people eager to show me the thing they did. Later that night we walked through streets as clean as blank sheets. The interior of the restaurant had a touch of ancient days and in particular the dish served was delicious.

I can't remember the location of Sugar Lake, how we got to the lake, if it was north or south of the place where we resided, apart from many other aspects. It was summer 1978. For some weeks we had been working on a farm near Ookanogan Lake. A phone came and the farmer drove us to Cherryville, a place set in the western highlands of the Canadian Rockies. Dome Community, called as such because of the round shape of its main settlement, was a nudist farm. The people of Dome Community ran a shop in Vernon. With all that the location of Sugar Lake remains unclear. Someone, I don't remember his name, stood on a rock high above the lake, took a major jump and disappeared beneath the surface of the lake. But maybe that lake wasn't Sugar Lake.

I can't remember the name of both the Argentino, who borrowed me a small amount of money after my wallet had been stolen, and his boyfriend. We used to live in the same neighbourhood. I had a penthouse on Plaza Biedmas, centro Màlaga, they had a charming, colonial house two blocks away from Plaza Biedmas.

I can't remember the name of the gallery where Enrique exposed his trifles and I don't remember the name of the gallerist, a suitcase-dressed and introvert figure who occupied himself with the local shrub and never really took notice of me. He had no reason to pay attention to me. But one night, after a miserable opening ceremony, with no other image than narrow steps to the first floor of a greyish building and work on the wall and people intending to have a look at it, we had dinner in a restaurant around the corner. The table, long and far from silent, gave at least a double of a dozen of inhabitants, Enrique of course and his gallerist, Enrique's girlfriend, other artists eventually with or without partner, and a double of a dozen of dishes, and everyone took from each dish, and I can't remember what they were talking about.

I can't remember the village all too well. We drove to Leicestershire or maybe we didn't. I sat in the back of the car. We drove through landscapes of which I partly remember that Cees Nooteboom may have seen more or less the same thing as we saw, and maybe didn't experience it in a different way: pages of slow landscape. Eager to meet the woman I was in love with the landscape made curious bows. Poplars and meadows and the villages we left behind appeared to be oceans of puddled nectarine. Things are different now but the trees and meadows still may be there. I can't remember the village. Walking from the mansion along a narrow path, with a pool to the left and high walls that kept the village out and a meadow with gracious curves, I noticed her. The woman I was in love it. She sat in front of a cedar, huge and dark as Leicestershire cathedral. There she sat and I can't remember the place all too well.

soundday at Bruthaus gallery


Boven: The Suitcase Exhibit. Vlnr: Laurent Rigaut (FR/bariton- en tenorsax, vocals, noise), Bart Vandevijvere (Suitcase Directives) en Patrick Michalik (FR/percussie, vocals). In de zaaltekst aangekaart als een spin off van andere samenwerkingen. Free jazz met tal van net in free jazz gebruikelijke noise experimenten, gedirigeerd door Bart Vandevijvere.
Onder: SaVa? met, vlnr, Christophe Saelens (knoeit met onder andere een ballon), Bart Vandevijvere (houdt zich bezig met een elektrische gitaar en wat ooit een trombone was) en Luc Vandierendonck (aan het drumstel). Onzichtbaar maar niettemin aanwezig: Frank Vercant, bass. Verrukkelijke set. Speels, spitsvondig, geestig.


Onder: Bruno Vandenberghe tijdens 3.50°53'17.93" N 3°25'26.01" O, een audio collage, live sampling met vinyl, derde en laatste set van de avond. Zoals iemand zei: betoverend.


vrijdag 4 september


Boven: Bart Prinsen geeft toe dat hij zich de titel van het werk soms niet weet te herinneren.
Onder: Louis Vanhaverbeke en Oneka von Schrader.



Boven: Koyuki Kazahaya aan het werk. Rafael uit een dorpje in de buurt van Sevilla, hij praat vlot en helder Nederlands, leunt tegen de muur en staat niet op de foto.
Onder: De presentatie van Erik Nerinckx, een productie van Overtoon vzw.



donderdag 3 september 2015

donderdag 3 september


Onder en boven: trage, nauwgezette opbouw. Het werk van Bart Prinsen was eerder zowel in het MuHKA als in Eindhoven te zien, in De Fabriek. Vandaag, nadat gisteren misschien wel de belangrijkste fase succesvol afgerond werd, het aan het plafond bevestigen van een rechthoekige frame die het hele werk draagt, begon Bart met het aanbrengen van de eigenlijke sculptuur, een puzzel van metalen elementen waarvan één hoek dwars door de tussenmuur steekt.

Stefanie en Edwin springen binnen. In die volgorde, eerst S, dan E. We nemen Kosmografia door, de volgende productiecluster, een project van Edwin. We drinken koffie, gaan na welke schilderijen in aanmerking hadden kunnen komen, ik klik Blurt aan met frontman Ted Milton, heel even wordt bekeken waar de performance van Arf Arf zou kunnen, het kaasplankje - dat inmiddels negen stuks telt - vliegt eruit en vrolijk merkt Edwin op dat het midden oktober in Hotel Flandria een commune worden zal, we hebben er dan namelijk maar liefst zes kunstenaars te gast en dat pats midden de Gentse filmweek.



Boven: Erik heeft de objecten tijdelijk weggehaald.
Onder: Louis en Oneka maken gebruik van de backspace.





Boven en onder: We gingen een kijkje nemen in de Brico aan de Ghelamco Arena en vonden er exact wat we nodig hadden, een aluminium wasbekken met twee spoelbakken. Ik bel Ivago en bestel een glascontainer. Ann springt binnen. Sinds vandaag hebben we de flyer ter beschikking, morgen de affiche en misschien ook de nieuwe tafelonderlegger al. Een mailtje van Joris: de BRAINBOX-neonsculptuur, een werk uit 2006 van zijn hand, wat we graag op een andere plek willen, behandelt hij bij voorkeur zelf. Eerder was Jan Emiel Daele weer ter sprake gekomen. Jelle had in de blog gelezen wat ik erover geschreven had, was eerder al, in 2012, op Campo Santo een kijkje gaan nemen en had toen vastgesteld dat de zerk van Daele er niet bepaald fris uitzag. Waaruit eventualiter afgeleid zou kunnen worden dat J. Velter, auteur van een interessante blog die het midden lijkt te houden tussen kunst- en literatuurkritiek en historiek, vooral verrast was, toen hij onlangs op Campo Santo rondliep, dat de zerk van Daele er nog stond. Dat Velter het over moordenaar Daele heeft, zonder verwijzing naar het toch verre van onaardige oeuvre van Daele, hoewel Brouwers, een intimus die vaak bij Daele over de vloer kwam, zich niet bepaald lovend uitlaat over de literaire kwaliteit van Daele's proza,(1) geeft aan, of had, of zou, dat de auteur van betreffende blog net vanwege de tragische gebeurtenis - die zich begin 1978 voordeed - weinig sympathie heeft voor de auteur, terwijl zich sinds de moord op Diana van Cappellen tal van droefgeestig stemmende gebeurtenissen voordeden, en de tragiek van Jan Emiel en Digne, voor zover ik het inschatten kan, meer empathie vergt dan het faits divers. Door het tot het faits divers te beperken wordt het tragische van de gebeurtenis herleid tot factor nul. Moordenaar Daele is net als het slachtoffer, de vrouw die hij beminde en op een wel zeer tragische manier beminde, meer dan alleen het product van een noodlottige ontknoping. Door Daele eenduidig tot moordenaar te veroordelen wordt bovendien de miserie en met de miserie de inhoud van het drama over het hoofd gezien.
Over die inhoud wil ik me niet uitlaten. Ik ken het oeuvre van Jan Emiel Daele niet. Ik las hoogstens wat Jeroen Brouwers over Daele schreef en zag, toen ik Daele googelde, een foto van Jan Emiel en Digne, een foto zonder jaartal, midden jaren zeventig vermoed ik. Meer weet ik niet. De foto toont het koppel op een grasveld. Digne, voorin, ligt op haar buik en kijkt naar de lens van het toestel. Jan Emiel ligt een eind verderop, zijdelings, half op z'n rug, vlak naast en tegelijk ver van het kiekje, bijna alsof hij er weinig tot niets mee te maken heeft. Als buitenstaander heb je weinig aan dit soort foto's omdat je er nu eenmaal toch niets uit afleiden kan. Het is een lichtdrukmaal zonder de betekenis die derden eraan toekennen, het is een moment zonder het moment.


(1) Jan Emiel Daele was niet 'een goed schrijver', - in zekere zin kon hij niet schrijven. Zijn Nederlands was gebrekkig, zijn woordenschat besmet, stileren vond hij nutteloos, van zinsbouw trok hij zich weinig aan, zijn literaire creaties waren moerassen van slordigheid en onmacht. Om dit alles te verdoezelen deed hij of hij verzot was op 'symboliek', 'betekenislagen', 'bewustzijnsniveaus' en andere bijkomstige kunstigheid, waarmee hij ten slotte zijn werk zo volpropte dat hij bij de recensie-exemplaren ervan een handleidinkje bijsloot. Daele was een naïef auteur en al kon hij niet schrijven, hij schreef. Jeroen Brouwers, Gezichten, gestalten, op. cit. blz. 218-219.