maandag 7 juli 2008
zaterdag 5 juli 2008
zaterdag 5 juli
Tafel, raam, glaasje water, krant. Gisteren was de vrijlating van Bétancourt nog voorpaginanieuws, vandaag werd ze in Parijs door een grote menigte verwelkomd en de 95ste editie van de Tour de France staat in de startblokken. Vandaag is met een krantenbericht altijd 1 dag na de feiten, misschien ook een van de redenen waarom ze zich tegenwoordig aan een analytische vooruitblik op die feiten wagen. De Tour de France is nog niet afgelopen (de 95ste editie, vernemen we, zou geen echte patron hebben) of de winnaar is al bekend. In De Morgen hebben ze normaal gesproken elke dag ook een pagina voor Jan Fabre gereserveerd.
1 dag na de feiten of het principe van de zetelscheet: in een zetel neerploffen en hierdoor de geur vrijmaken (re-activeren) van een scheet die een dag eerder gelaten werd.
Het raam geeft uit op de facade van een etablissement, aan de overzijde van de straat, waar ze dance slijten. Iemand belt me. (die fysisch alomtegenwoordige aanwezigheid van het telefoongesprek) 'Hello,' zegt iemand. Een minimalistisch patroon van regendruppels rilt over het asfalt. 'With John Watts.' Schorre stem, een Atlantische storing bemoeilijkt de betekenisoverdracht. 'Hi, John...' Een ogenblik later is de verbinding verbroken. Ik passeer het achtienddeeuwse gebouw waar Sarah Westphal een kamer heeft, aan de overkant stond een exemplaar van lijnbus 3 als een klif midden het wegdek.
Aan de crox-poort (het regent) staat Wouter van Smeraldina Rima me op te wachten. We hadden een afspraak om kwart voor twee. Hij heeft een sample met muziek van de Ierse folkgitarist Cian Nugent bij en het gesprek komt op het geplande vinyl van Bart en Nate; om uit te zoeken hoe het met de kosten zit gaan we binnenkort met Levi aan tafel zitten. De jongens van GM betreden de hall, Nicolas die in Lille woont (en later zegt dat hij onlangs contact had met Stéphane Cauchy en Emmanuelle Flandre), Pieter die wil weten of hij een muurschildering aanbrengen mag, Grégory (le fondateur du GM) en Guillaume en Clara, el groupie, Clara is de vriendin van Guillaume. Ik heb last van maagzuur, regent roffelt over het dak.
Pieter steekt een kartonnen doos met GM-teeshirts binnen en Grégory zegt dat hij de posters fantastisch vindt. De cover van crox-boek NR. 10 bedoelt hij. Hij had niet meteen door dat het om een boek met twintig verschillende covers gaat. We halen de ladder uit de stock vandaan, Guillaume wil een en ander uitproberen. Het is de bedoeling dat ze vandaag de grote lijnen van het project definitief vastleggen, wie waar terechtkomt, dat soort dingen. Tim springt binnen en begint een verhaal, hij heeft het de voorbije weken niet onder de markt gehad. Bauters is er op dat moment al vandoor, had wat te doen zei hij.
1 dag na de feiten of het principe van de zetelscheet: in een zetel neerploffen en hierdoor de geur vrijmaken (re-activeren) van een scheet die een dag eerder gelaten werd.
Het raam geeft uit op de facade van een etablissement, aan de overzijde van de straat, waar ze dance slijten. Iemand belt me. (die fysisch alomtegenwoordige aanwezigheid van het telefoongesprek) 'Hello,' zegt iemand. Een minimalistisch patroon van regendruppels rilt over het asfalt. 'With John Watts.' Schorre stem, een Atlantische storing bemoeilijkt de betekenisoverdracht. 'Hi, John...' Een ogenblik later is de verbinding verbroken. Ik passeer het achtienddeeuwse gebouw waar Sarah Westphal een kamer heeft, aan de overkant stond een exemplaar van lijnbus 3 als een klif midden het wegdek.
Aan de crox-poort (het regent) staat Wouter van Smeraldina Rima me op te wachten. We hadden een afspraak om kwart voor twee. Hij heeft een sample met muziek van de Ierse folkgitarist Cian Nugent bij en het gesprek komt op het geplande vinyl van Bart en Nate; om uit te zoeken hoe het met de kosten zit gaan we binnenkort met Levi aan tafel zitten. De jongens van GM betreden de hall, Nicolas die in Lille woont (en later zegt dat hij onlangs contact had met Stéphane Cauchy en Emmanuelle Flandre), Pieter die wil weten of hij een muurschildering aanbrengen mag, Grégory (le fondateur du GM) en Guillaume en Clara, el groupie, Clara is de vriendin van Guillaume. Ik heb last van maagzuur, regent roffelt over het dak.
Pieter steekt een kartonnen doos met GM-teeshirts binnen en Grégory zegt dat hij de posters fantastisch vindt. De cover van crox-boek NR. 10 bedoelt hij. Hij had niet meteen door dat het om een boek met twintig verschillende covers gaat. We halen de ladder uit de stock vandaan, Guillaume wil een en ander uitproberen. Het is de bedoeling dat ze vandaag de grote lijnen van het project definitief vastleggen, wie waar terechtkomt, dat soort dingen. Tim springt binnen en begint een verhaal, hij heeft het de voorbije weken niet onder de markt gehad. Bauters is er op dat moment al vandoor, had wat te doen zei hij.
vrijdag 4 juli 2008
vrijdag 4 juli
chat with Sonia Almeida
-And Baby…? Forgot name.
-Daniel, all fine.
-One year? No, should be older by now.
-10 months, big boy. How’s crox?
-Oh well, it’s holidays. Had loads of projects.
-Yes, that’s right.
-What about Lisbon actually?
-Very good. Have been working hard in the studio. My father takes care of Daniel during the day.
-You have a studio.
-Yes, more a garage studio.
-What’s your friend/husband doing?
(…for two cars. So, it’s big.)
-Oh, yeah, right, a garage.
-Nuno is in Boston. He spends one month in Lisbon, one month in Boston. But we are planning to move on the first of October.
-I was talking about you and Nuno and Daniel with Lucia. She hadn’t heard from you for a while. She even didn’t know that you had a baby.
(Move on… to… Boston?)
-I emailed her once, didn’t hear back, maybe she didn’t get it.
(Yes.) Tell me Lucia’s email again.
-Your project is May-June 2009. Is that ok?
-That’s great. I need to plan in september which paintings do I keep in Lisbon.
-I programmed a bit too much for that period but HAP accepted to do summer. HAP is a collective of three artists. So you and Jan Dheedene (local painter) would be fifth period.
(You mean, the ones meant for crox?)
-I don’t want to take stuff to Boston and then have to ship them back.
(Cool.) I don’t know maybe I end up doing other stuff in Boston.
-That’s up to you.
-Just thinking loud.
(Ok.)
-Fedex and all that is quite expensive though.
-Exactly my point.
-But it’s often more expensive from one city in Europe to other city then from one city in America to city in Europe.
-Really? That’s weird.
-Yes, I agree, It’s weird. But loads of things are. We could check though, that’s not that much trouble.
-Yes, like my laptop’s battery running down and have no idea where the cable is.
-Somewhere in Lisbon, I guess.
-Hopefully. Maria Glyka is pregnant… with TWINS.
-Greec pregnant or London pregnant? Forgive me to be so curious.
-She is in Greece, she lives in Athens now. Last time I saw her was on a show in London.
-That’s fine. Northern cities turn out to be depressing.
(I knew about that show.)
-Yes, tell me about it… also births don’t go that well in England.
-Births?
-Daniel’s birth was hell.
-Why the hell Britain is going to hell.
-Stupid English midwives and nurses.
-Oh jee, it was, was it. British nursery.
-Yes, that’s why we left. Not sure if US is much better.
-Constipated people.
-But not thinking about more babys for the moment.
-Fuck hell, not sure if US is much better.
-I know, bit scary.
-Yeah, but my information or at least the information I got, which is identical actually, is that Boston is ok.
-Are you planning any us trip?
-It’s quite British though.
(No, not really.)
-Could come to Boston in the fall. What about London?
-What? Me and London? Kidding.
-Not a good match?
-I like London and I like Paris too and I like Madrid and I like Barcelona.
-Come to Lisbon. Not so great for art, but for the art of living and feeling.
-I’ve been to Porto, once, and to Aveiro and Coimbra. Missed Lisbon because of some stupid quarrel with the lady that drove the car. Yeah, Lisbon, that’s an idea.
-It’s too hot now. But the sun shines and everybody is happy. Porto is really nice. Better art than Lisbon.
-Lived in Màlaga. And it was goddamn hot there too.
-Yep, it’s great to live here, but it’s terrible to work.
-I remember eating almejas near the sea.
-People work long hours, don’t earn much and don’t have any time left to enjoy. I’m living 10 min from the beach.
-That’s what I think about south of Europe myself. If I wouldn’t be fixed on working here, I would move to Southern Europe, Spain or Portugal, my favorites. Or Southern France, that’s okay too. So swim a lot.
-Sun and sea are the best couple. Boston is pretty hot, but humid. So it’s going to be sticky in the summer.
-Where exactly do you live in Lisbon, north or south or west or east? West? Near el Tajo? (Yeah, Boston. True. And pretty cold during winter.)
-Near Oerias, it’s just outside Lisbon, where the river meets the sea, on the north part. Tejo yes.
-Ah, right. But that’s practically spoken center of Lisbon. Practically spoken.
-Well, not really. 20 min on the train.
-Loads of negroes.
-I’m running down quickly, send me Lucia’s email…
(Yes, from the ex colonies.) I’m going to email her with a pict of Daniel.
-Adios.
-Adeus, ate breve.
-And Baby…? Forgot name.
-Daniel, all fine.
-One year? No, should be older by now.
-10 months, big boy. How’s crox?
-Oh well, it’s holidays. Had loads of projects.
-Yes, that’s right.
-What about Lisbon actually?
-Very good. Have been working hard in the studio. My father takes care of Daniel during the day.
-You have a studio.
-Yes, more a garage studio.
-What’s your friend/husband doing?
(…for two cars. So, it’s big.)
-Oh, yeah, right, a garage.
-Nuno is in Boston. He spends one month in Lisbon, one month in Boston. But we are planning to move on the first of October.
-I was talking about you and Nuno and Daniel with Lucia. She hadn’t heard from you for a while. She even didn’t know that you had a baby.
(Move on… to… Boston?)
-I emailed her once, didn’t hear back, maybe she didn’t get it.
(Yes.) Tell me Lucia’s email again.
-Your project is May-June 2009. Is that ok?
-That’s great. I need to plan in september which paintings do I keep in Lisbon.
-I programmed a bit too much for that period but HAP accepted to do summer. HAP is a collective of three artists. So you and Jan Dheedene (local painter) would be fifth period.
(You mean, the ones meant for crox?)
-I don’t want to take stuff to Boston and then have to ship them back.
(Cool.) I don’t know maybe I end up doing other stuff in Boston.
-That’s up to you.
-Just thinking loud.
(Ok.)
-Fedex and all that is quite expensive though.
-Exactly my point.
-But it’s often more expensive from one city in Europe to other city then from one city in America to city in Europe.
-Really? That’s weird.
-Yes, I agree, It’s weird. But loads of things are. We could check though, that’s not that much trouble.
-Yes, like my laptop’s battery running down and have no idea where the cable is.
-Somewhere in Lisbon, I guess.
-Hopefully. Maria Glyka is pregnant… with TWINS.
-Greec pregnant or London pregnant? Forgive me to be so curious.
-She is in Greece, she lives in Athens now. Last time I saw her was on a show in London.
-That’s fine. Northern cities turn out to be depressing.
(I knew about that show.)
-Yes, tell me about it… also births don’t go that well in England.
-Births?
-Daniel’s birth was hell.
-Why the hell Britain is going to hell.
-Stupid English midwives and nurses.
-Oh jee, it was, was it. British nursery.
-Yes, that’s why we left. Not sure if US is much better.
-Constipated people.
-But not thinking about more babys for the moment.
-Fuck hell, not sure if US is much better.
-I know, bit scary.
-Yeah, but my information or at least the information I got, which is identical actually, is that Boston is ok.
-Are you planning any us trip?
-It’s quite British though.
(No, not really.)
-Could come to Boston in the fall. What about London?
-What? Me and London? Kidding.
-Not a good match?
-I like London and I like Paris too and I like Madrid and I like Barcelona.
-Come to Lisbon. Not so great for art, but for the art of living and feeling.
-I’ve been to Porto, once, and to Aveiro and Coimbra. Missed Lisbon because of some stupid quarrel with the lady that drove the car. Yeah, Lisbon, that’s an idea.
-It’s too hot now. But the sun shines and everybody is happy. Porto is really nice. Better art than Lisbon.
-Lived in Màlaga. And it was goddamn hot there too.
-Yep, it’s great to live here, but it’s terrible to work.
-I remember eating almejas near the sea.
-People work long hours, don’t earn much and don’t have any time left to enjoy. I’m living 10 min from the beach.
-That’s what I think about south of Europe myself. If I wouldn’t be fixed on working here, I would move to Southern Europe, Spain or Portugal, my favorites. Or Southern France, that’s okay too. So swim a lot.
-Sun and sea are the best couple. Boston is pretty hot, but humid. So it’s going to be sticky in the summer.
-Where exactly do you live in Lisbon, north or south or west or east? West? Near el Tajo? (Yeah, Boston. True. And pretty cold during winter.)
-Near Oerias, it’s just outside Lisbon, where the river meets the sea, on the north part. Tejo yes.
-Ah, right. But that’s practically spoken center of Lisbon. Practically spoken.
-Well, not really. 20 min on the train.
-Loads of negroes.
-I’m running down quickly, send me Lucia’s email…
(Yes, from the ex colonies.) I’m going to email her with a pict of Daniel.
-Adios.
-Adeus, ate breve.
donderdag 3 juli
10u30. Wim Waelput neemt het woord. 'Ik heb ze allemaal gedaan,' zegt hij, 'en het was nogal nipt.' De initiatieven die aan de eerste editie van de Gentse Matinee meededen, bedoelt hij. HISK deed er aan mee, zij hadden een avondprogramma. MDD, waar ze een opening hadden, zou heel wat volk over de vloer gehad hebben, logisch, en ook bij Galerie Jan Dhaese en in crox viel het mee. Iemand merkt op dat ze van MDD allemaal naar Watou reden (wat de relatief beperkte belangstelling voor de eerste editie van de Gentse Matinee zou verklaren, hoewel in crox van die beperkte belangstelling amper wat te merken viel), maar de vertegenwoordiger van MDD weet dan weer dat ze in Watou dit jaar niet zoveel belangstelling hadden. HISK en crox stellen voor om het parcours uit te breiden. Dit evenement tot een niche-project beperken is de andere optie. Eenzelfde debat deed zich voor met het stadsplan.
dinsdag 1 juli
Een fles Freixenet brut, olijven, geconfeite ananas, pistachos, chips en een blikje appletiser, 100% puur.
Marc tokkelt op een guitalele en Frips is vriendjes met een wijfjeseend die zich op onderzoekende wijze tussen de hoge grashalmen door tot vlakbij de picknick waagt. Die picknick is een idee van Marc en Frips, helemaal aan het eind van de Heiveldstraat hadden ze een parkje en een vijver ontdekt, misschien het resterende deel van een kasteeldomein want zo ziet het er uit.
Op de vijver drijven wattige donsveren. We nestelen ons onder een eik vlakbij de oever. Berkjes, een lijsterbes. De lijsterbes is een ouwe, de kruin steekt hoog boven die van de eik uit in een sierlijk verstarde dansbeweging. Ganzen en eenden bevolken de vijver. 'Vogels, die zien dus twee landschappen tegelijk,' ontdekken we. Het linkeroog het landschap ter linkerzijde, het rechter het andere landschap. Panoptisch op die ene plek na tussen beide ogen in. Daar zien ze geen steek.
In de zondoorvederde boomkruinen is een krioelende warreling van insekten. ''t Jong volk is weg,' merkt Marc op. Hij tokkelt een deuntje op de guitalele. Op straat passeert een lijnbus.
De hoofdschotel, een samenstelling van vegetarische lekkernijen, wordt bovengehaald en, zoals gebruikelijk bij een picknick (hobbelige grond, graspollen), her en der uitgestald. Er is salade met een vinaigrette van artisjokhartjes, eitjes op een bedje van gebakken ajuin, spirelli op smaak gebracht met pistoe en boontjes in een witte en niet nader gedefinieerde saus. Het gesprek komt op knoflook.
'Ik zal toch altijd uitkijken,' legt Marc uit, 'dat ik als ik knoflook en sjalotten koop Bretoense koop, en geen Hollandse.'
De avond valt en een nieuw fenomeen doet zich voor, muggen. Ze steken dwars door de teeshirt heen. In Schotland, vertelt Marc, hebt ge de midges. ''t Moeten er miljarden zijn, buiten hebt ge er vreselijk veel last van. Ze kruipen overal, in uw neusgaten, in uw oren, als ge uw mond open doet whoesj.' Hij herinnert zich kampeerders, aan een meer in de Schotse hooglanden, die verwoed met hun armen stonden te zwaaien. 'Nee, gezellig buiten zitten 's avonds hoort er niet bij.'
Marc ontkurkt een fles Saint-Emilion - 'de la bla bla bla' (Frips). Een rooie uit 2006. 'Gekocht in de supermarkt van Marquise.' Marquise, dat is région Pas de Calais. Daar, in Marquise, er is een stenen bankje, het plakt tegen een gevel en een bord geeft aan: 'Içi se reposait Victor Hugo.'
(Içi, un soir,
Içi, le matin,
Içi, du matin au soir,
Içi) (en een halve fulltime hebben aan het redigeren van notities)
Frips wordt opgebeld en stapt om de vijver heen. De avond valt. (viel en brak niet) Met Marc komt het gesprek op Bresson en Frank Robert en de vele bijzonderheden van een technische camera, de onafhankelijke positie van lens- en beeldvlak bijvoorbeeld, dat ge niet zonder tripod kunt want ge moet een doek gebruiken, anders kunt ge het op het matte glas geprojecteerde beeld niet zien. En dus ook dat zo'n beeld, genomen met een technische camera, altijd de registratie is van een gekunstelde en gemanipuleerde werkelijkheid.
Frips is terug van weggeweest - je zag hoe ze achter de op het grasland vermeiende ganzen doorstapte, hoe ze de hele tijd het gesprekbalkje tegen haar oor aandrukte. Hoog in het bladerdak van de omringende bomen is nog zonlicht en in dat zonlicht een wemeling van vliesvleugeligen.
Marc tokkelt op een guitalele en Frips is vriendjes met een wijfjeseend die zich op onderzoekende wijze tussen de hoge grashalmen door tot vlakbij de picknick waagt. Die picknick is een idee van Marc en Frips, helemaal aan het eind van de Heiveldstraat hadden ze een parkje en een vijver ontdekt, misschien het resterende deel van een kasteeldomein want zo ziet het er uit.
Op de vijver drijven wattige donsveren. We nestelen ons onder een eik vlakbij de oever. Berkjes, een lijsterbes. De lijsterbes is een ouwe, de kruin steekt hoog boven die van de eik uit in een sierlijk verstarde dansbeweging. Ganzen en eenden bevolken de vijver. 'Vogels, die zien dus twee landschappen tegelijk,' ontdekken we. Het linkeroog het landschap ter linkerzijde, het rechter het andere landschap. Panoptisch op die ene plek na tussen beide ogen in. Daar zien ze geen steek.
In de zondoorvederde boomkruinen is een krioelende warreling van insekten. ''t Jong volk is weg,' merkt Marc op. Hij tokkelt een deuntje op de guitalele. Op straat passeert een lijnbus.
De hoofdschotel, een samenstelling van vegetarische lekkernijen, wordt bovengehaald en, zoals gebruikelijk bij een picknick (hobbelige grond, graspollen), her en der uitgestald. Er is salade met een vinaigrette van artisjokhartjes, eitjes op een bedje van gebakken ajuin, spirelli op smaak gebracht met pistoe en boontjes in een witte en niet nader gedefinieerde saus. Het gesprek komt op knoflook.
'Ik zal toch altijd uitkijken,' legt Marc uit, 'dat ik als ik knoflook en sjalotten koop Bretoense koop, en geen Hollandse.'
De avond valt en een nieuw fenomeen doet zich voor, muggen. Ze steken dwars door de teeshirt heen. In Schotland, vertelt Marc, hebt ge de midges. ''t Moeten er miljarden zijn, buiten hebt ge er vreselijk veel last van. Ze kruipen overal, in uw neusgaten, in uw oren, als ge uw mond open doet whoesj.' Hij herinnert zich kampeerders, aan een meer in de Schotse hooglanden, die verwoed met hun armen stonden te zwaaien. 'Nee, gezellig buiten zitten 's avonds hoort er niet bij.'
Marc ontkurkt een fles Saint-Emilion - 'de la bla bla bla' (Frips). Een rooie uit 2006. 'Gekocht in de supermarkt van Marquise.' Marquise, dat is région Pas de Calais. Daar, in Marquise, er is een stenen bankje, het plakt tegen een gevel en een bord geeft aan: 'Içi se reposait Victor Hugo.'
(Içi, un soir,
Içi, le matin,
Içi, du matin au soir,
Içi) (en een halve fulltime hebben aan het redigeren van notities)
Frips wordt opgebeld en stapt om de vijver heen. De avond valt. (viel en brak niet) Met Marc komt het gesprek op Bresson en Frank Robert en de vele bijzonderheden van een technische camera, de onafhankelijke positie van lens- en beeldvlak bijvoorbeeld, dat ge niet zonder tripod kunt want ge moet een doek gebruiken, anders kunt ge het op het matte glas geprojecteerde beeld niet zien. En dus ook dat zo'n beeld, genomen met een technische camera, altijd de registratie is van een gekunstelde en gemanipuleerde werkelijkheid.
Frips is terug van weggeweest - je zag hoe ze achter de op het grasland vermeiende ganzen doorstapte, hoe ze de hele tijd het gesprekbalkje tegen haar oor aandrukte. Hoog in het bladerdak van de omringende bomen is nog zonlicht en in dat zonlicht een wemeling van vliesvleugeligen.
maandag 30 juni
namiddag
Sofie is aan het opruimen. Iemand heeft koffie gemaakt. Op de tafel in de hall - de tafel van Stijn - liggen twintig exemplaren van crox-boek NR. 10, elk met een andere cover. 's Ochtends Ivago bellen maar daar nemen ze niet op. Berten liet weten dat hij zijn gerief bij voorkeur pas volgend weekend weghaalt. Zelf heeft hij geen rijbewijs.
Twee bezoekers uit Nederland, ze zijn nog net op tijd om de projecten van Michiel en Sanne mee te pikken. Gisteren, met die Matinee, hadden we in crox eigenlijk best een leuke dag. Rond een uur of vier was er een concert van Steffie. Tijd geleden, zei ze. In de grote zaal. Noël stak een handje toe. Met Peter reutelende grapjes over crox-boek NR. 10 en een stuk of wat plagerijtjes goed om z'n 'Ik zal eens goed komen lachen met:' aan te vullen. We hadden het over een vaak voorkomend fenomeen: kunstenaars die na het project de materialen meenemen. 'Dat is stroperig,' zei iemand. Stefaan Dheedene was er komen bijzitten, de Matinee liep op z'n eind.
Op het woonerf een zware motor en een zekere Marc, Frederik Cornelis had hem iets over crox gezegd. Simon en Hendrik springen binnen en halen de flatscreen weg. Iemand steekt affiches binnen: FLAT NINE, jam de luxe in de spiegeltent tijdens de Gentse Feesten, elke nacht van 1 tot 3.
Sofie is aan het opruimen. Iemand heeft koffie gemaakt. Op de tafel in de hall - de tafel van Stijn - liggen twintig exemplaren van crox-boek NR. 10, elk met een andere cover. 's Ochtends Ivago bellen maar daar nemen ze niet op. Berten liet weten dat hij zijn gerief bij voorkeur pas volgend weekend weghaalt. Zelf heeft hij geen rijbewijs.
Twee bezoekers uit Nederland, ze zijn nog net op tijd om de projecten van Michiel en Sanne mee te pikken. Gisteren, met die Matinee, hadden we in crox eigenlijk best een leuke dag. Rond een uur of vier was er een concert van Steffie. Tijd geleden, zei ze. In de grote zaal. Noël stak een handje toe. Met Peter reutelende grapjes over crox-boek NR. 10 en een stuk of wat plagerijtjes goed om z'n 'Ik zal eens goed komen lachen met:' aan te vullen. We hadden het over een vaak voorkomend fenomeen: kunstenaars die na het project de materialen meenemen. 'Dat is stroperig,' zei iemand. Stefaan Dheedene was er komen bijzitten, de Matinee liep op z'n eind.
Op het woonerf een zware motor en een zekere Marc, Frederik Cornelis had hem iets over crox gezegd. Simon en Hendrik springen binnen en halen de flatscreen weg. Iemand steekt affiches binnen: FLAT NINE, jam de luxe in de spiegeltent tijdens de Gentse Feesten, elke nacht van 1 tot 3.
zondag 29 juni 2008
zondag 29 juni
Jaloersheid als kracht. Heel normaal. Of als macht. Kapitein denkt, leunt, brengt beide handen naar het hoofd, spoelt de zebra's en de Humboldts pinguins uit het drooggelegde discours, en ach god, wat hij aan z'n computer uitvreet. Een freelancer, zegt hij als ik hem vraag wat hij doet. Houdt zich bezig met digitale fotografie. Vroeger, in begane tijd, voor een of andere krant. De dagbladpers heeft ingeboet aan slagkracht. Een journaliste, eind jaren negentig heeft ze voor De Morgen gewerkt, ze bekijkt het werk van Michiel. Boh, ook toen ging het om quotes, sneert ze. De Morgen bedoelt ze. En het is er niet beter op geworden.
We bekijken de film van Sofie. Zou met de tapijten begonnen zijn, redeneert Kapitein. Beyls springt binnen. He, hallo. Zou met de tapijten begonnen zijn omdat je dan eerst niet weet wat het is, en later, als de tapijten weggehaald worden, zie je een voetpad, asfalt.
De eerste editie van de Gentse Matinee zorgt voor een kleine volkstoeloop.
De hoofdredacteur komt een kijkje nemen. Veel volk. Boris waant zich op het circuit van Zolder en pegelt op een kleine vierwieler door de grote zaal. Peter Morrens houdt zich met de verkoop van het tiende crox-boek bezig, een knoert van 160pp met maar liefst 20 covers en vier diagonale sneden in de voorzijde. In een mum van tijd zijn er, euh, twee exemplaren van verkocht. De auteur leest een fragment uit het boek voor, blz. 100-109, het ellenlange Ik zal eens goed lachen met: 'Met uw gedachten' Zo begint het. Stijn komt aan de toog zitten.
middernacht
Net als gisteren breng ik de nacht in de crox-ruimte door. Met die inbraakpoging - dat was tijdens de nacht van vrijdag op zaterdag - en omdat het materieel van Simon niet verzekerd is, lijkt het aangewezen om geen enkel risico te nemen. Eerst lees ik gedurende enige tijd in Handelingen en opvattingen van doctor Faustroll, patafysicus van Alfred Jarry. Bladzijde 19 (TWEEDE BOEK - ELEMENTAIRE PATAFYSICA - VIII DEFINITIE): 'Een epifenomeen is datgene, wat een fenomeen overvleugelt.' De crox-format is er een, en meer in het bijzonder croxhapox zelf, wat onder andere uit volgende toelichting afgeleid kan worden: 'Zij (de patafysica, nvdr) bestudeert de wetten die de uitzonderingen beheersen en zij zal het hieraan supplementaire universum verklaren; of minder ambitieus: zij beschrijft een universum dat men kan, en misschien ook moet zien in plaats van het traditionele. De wetten van het traditionele universum, die men gemeend heeft te ontdekken, zijn immers ook slechts correlaties van uitzonderingen die hoe dan ook, hoewel vaker voorkomend, toevallige feiten zijn, die zelfs niet de charme van het ongewone hebben omdat het bij weinig uitzonderlijke uitzonderingen blijft.' (op. cit. p.19) De lectuur vordert moeizaam, ik schuif het boek van me af, activeer de dataprojector en verdiep me in La Peau Douce van François Truffaut.
Overnachten in de kubus. Na Rob (juni 2007) en het voltallige kader van de firma Alberts & Messchendorp (oktober 2007) een derde poging. Alberts & Messchendorp hadden de kubus ook daadwerkelijk als slaapplek ingericht, FF wist twee matrassen op de kop te tikken, pok pok, en reeds de eerste nacht hadden ze met een muggenplaag af te rekenen. Veel meer dan wat lappen stof - die desgewenst als matras kunnen dienen - vind ik niet. Oogje dicht is er niet bij en hoeft ook niet. Hier in het fabriekspand brengt de nacht vreemde, bizarre geluiden. Rond een uur of vier is het zover: geroffel, gerommel. Ik spring overeind, spits de oren, stel vast dat het geluid niet van het woonerf komt. In het duister stap ik om de display heen, dan de corridor. Het geluid komt van het dak. Stoeiende katten.
We bekijken de film van Sofie. Zou met de tapijten begonnen zijn, redeneert Kapitein. Beyls springt binnen. He, hallo. Zou met de tapijten begonnen zijn omdat je dan eerst niet weet wat het is, en later, als de tapijten weggehaald worden, zie je een voetpad, asfalt.
De eerste editie van de Gentse Matinee zorgt voor een kleine volkstoeloop.
De hoofdredacteur komt een kijkje nemen. Veel volk. Boris waant zich op het circuit van Zolder en pegelt op een kleine vierwieler door de grote zaal. Peter Morrens houdt zich met de verkoop van het tiende crox-boek bezig, een knoert van 160pp met maar liefst 20 covers en vier diagonale sneden in de voorzijde. In een mum van tijd zijn er, euh, twee exemplaren van verkocht. De auteur leest een fragment uit het boek voor, blz. 100-109, het ellenlange Ik zal eens goed lachen met: 'Met uw gedachten' Zo begint het. Stijn komt aan de toog zitten.
middernacht
Net als gisteren breng ik de nacht in de crox-ruimte door. Met die inbraakpoging - dat was tijdens de nacht van vrijdag op zaterdag - en omdat het materieel van Simon niet verzekerd is, lijkt het aangewezen om geen enkel risico te nemen. Eerst lees ik gedurende enige tijd in Handelingen en opvattingen van doctor Faustroll, patafysicus van Alfred Jarry. Bladzijde 19 (TWEEDE BOEK - ELEMENTAIRE PATAFYSICA - VIII DEFINITIE): 'Een epifenomeen is datgene, wat een fenomeen overvleugelt.' De crox-format is er een, en meer in het bijzonder croxhapox zelf, wat onder andere uit volgende toelichting afgeleid kan worden: 'Zij (de patafysica, nvdr) bestudeert de wetten die de uitzonderingen beheersen en zij zal het hieraan supplementaire universum verklaren; of minder ambitieus: zij beschrijft een universum dat men kan, en misschien ook moet zien in plaats van het traditionele. De wetten van het traditionele universum, die men gemeend heeft te ontdekken, zijn immers ook slechts correlaties van uitzonderingen die hoe dan ook, hoewel vaker voorkomend, toevallige feiten zijn, die zelfs niet de charme van het ongewone hebben omdat het bij weinig uitzonderlijke uitzonderingen blijft.' (op. cit. p.19) De lectuur vordert moeizaam, ik schuif het boek van me af, activeer de dataprojector en verdiep me in La Peau Douce van François Truffaut.
Overnachten in de kubus. Na Rob (juni 2007) en het voltallige kader van de firma Alberts & Messchendorp (oktober 2007) een derde poging. Alberts & Messchendorp hadden de kubus ook daadwerkelijk als slaapplek ingericht, FF wist twee matrassen op de kop te tikken, pok pok, en reeds de eerste nacht hadden ze met een muggenplaag af te rekenen. Veel meer dan wat lappen stof - die desgewenst als matras kunnen dienen - vind ik niet. Oogje dicht is er niet bij en hoeft ook niet. Hier in het fabriekspand brengt de nacht vreemde, bizarre geluiden. Rond een uur of vier is het zover: geroffel, gerommel. Ik spring overeind, spits de oren, stel vast dat het geluid niet van het woonerf komt. In het duister stap ik om de display heen, dan de corridor. Het geluid komt van het dak. Stoeiende katten.
zaterdag 28 juni 2008
zaterdag 28 juni
Vannacht is er een poging tot inbraak geweest; iemand ondernam een vruchteloze poging om het slot van de crox-poort met een scherp voorwerp te forceren. Het duurt een hele tijd voor ik de poort open krijg. En, merkwaardig feitus: de poster van de KASKweek werd van de poort gescheurd en in de brievenbus gedumpt, een met groene takjes op smaak gebrachte schelmenstreek. De takjes zijn van de taxushaag die het belendende gazon afboordt.
Younes en Anes spelen op het woonerf en zijn er als de kippen bij. Gisteren hebben ze een hele tijd naar de film van Simon staan kijken.
'Sofie ken ik,' zegt Younes. Hij zit voor de monitor in de kubusruimte en herkent Sofie. Rond een uur of drie is er een eerste golf van bezoekers. Berten springt binnen, Ann van Gynaika, de ouders van Sofie, Anes en Younes hollen door de grote zaal. Ik bel de flikken met de gsm van Berten, die van mij heb ik thuis laten liggen. De persoon die ik aan de lijn krijg, bevestigt dat poging tot inbraak als feitus voldoende ernstig is om er een pv van op te stellen. Iemand van de interventie-eenheid zal langskomen.
Nog bezoekers. Mieke Mels, Rolf, Jan Op De Beeck en bvb ook Jan Berckmans, iemand uit het Leuvense. Met Jan Op De Beeck komt het gesprek op Derrida (bijvoorbeeld hij las La Différance, 'eigenlijk een artikel over betekeniswerking, geen boek' en 'Sporen. Stemmen van Nietzsche'). Ook Barthes, Deleuze, noem maar op hij zit er middenin. En van Derrida gesproken: Frank Vande Veire komt een kijkje nemen, Derrida-kenner, minder op Barthes geënt denk ik, verwierf bij het grote publiek natuurlijk vooral bekendheid door een polemisch pamflet over het elitarisme van de actuele scene. En klopt abusievelijk aan bij de buren. Maar die zijn niet thuis.
Hou komt een kijkje nemen. Karel De Meester en Pascale Ghyssaert springen binnen. Pascale zit voorlopig nog altijd op dat terrein achter het Vissershuis en broedt op een tentoonstellingsei. Rene komt er bij zitten, ze kijken naar de tapijtfilm. In de film is het avond en geeft Jordi een felgesmaakte drumsolo ten beste. 'Die groene stoel klinkt niet slecht,' merkt Rene op.
Rond een uur of zeven springt Berten binnen. Uitgelaten. Hij, Lisa en iemand van animatiefilm hebben Horlait Dapsens gewonnen. Berten is er nog altijd niet goed van. De ouders van Berten zijn er ook. Ja, hij en Lisa en fantastisch natuurlijk dat ook Lisa de prijs gewonnen heeft. En iemand van animatie maar die naam kan hij zich niet herinneren. Jan Op De Beeck terug van even weggeweest. Had gezegd dat hij nog eens zou langskomen om een nummer van De Brakke Hond binnen te steken, nummer 92, een thema-editie over strips. Intrigerend werk van Andrea Bruno, Eddo Chieregato, Martin tom Dieck, David Shrigley en Gentiane Angeli van het collectief Mycose. Het woord vooraf is van Jan Op De Beeck. Hij zit op een stoel in de mediaruimte en neemt de meest recente crox-publicatie door. Ook Sanne en Michiel, vertelt Berten, zouden een prijs gewonnen hebben. (En wat de jury over de opstelling van Sanne zei, die op beide andere locaties, daar in de Offerlaan - waar ze zowaar letterlijk geofferd werd; en de tragiek van de witte ruimte, want zo kan je het wel noemen, ja.)
Younes en Anes spelen op het woonerf en zijn er als de kippen bij. Gisteren hebben ze een hele tijd naar de film van Simon staan kijken.
'Sofie ken ik,' zegt Younes. Hij zit voor de monitor in de kubusruimte en herkent Sofie. Rond een uur of drie is er een eerste golf van bezoekers. Berten springt binnen, Ann van Gynaika, de ouders van Sofie, Anes en Younes hollen door de grote zaal. Ik bel de flikken met de gsm van Berten, die van mij heb ik thuis laten liggen. De persoon die ik aan de lijn krijg, bevestigt dat poging tot inbraak als feitus voldoende ernstig is om er een pv van op te stellen. Iemand van de interventie-eenheid zal langskomen.
Nog bezoekers. Mieke Mels, Rolf, Jan Op De Beeck en bvb ook Jan Berckmans, iemand uit het Leuvense. Met Jan Op De Beeck komt het gesprek op Derrida (bijvoorbeeld hij las La Différance, 'eigenlijk een artikel over betekeniswerking, geen boek' en 'Sporen. Stemmen van Nietzsche'). Ook Barthes, Deleuze, noem maar op hij zit er middenin. En van Derrida gesproken: Frank Vande Veire komt een kijkje nemen, Derrida-kenner, minder op Barthes geënt denk ik, verwierf bij het grote publiek natuurlijk vooral bekendheid door een polemisch pamflet over het elitarisme van de actuele scene. En klopt abusievelijk aan bij de buren. Maar die zijn niet thuis.
Hou komt een kijkje nemen. Karel De Meester en Pascale Ghyssaert springen binnen. Pascale zit voorlopig nog altijd op dat terrein achter het Vissershuis en broedt op een tentoonstellingsei. Rene komt er bij zitten, ze kijken naar de tapijtfilm. In de film is het avond en geeft Jordi een felgesmaakte drumsolo ten beste. 'Die groene stoel klinkt niet slecht,' merkt Rene op.
Rond een uur of zeven springt Berten binnen. Uitgelaten. Hij, Lisa en iemand van animatiefilm hebben Horlait Dapsens gewonnen. Berten is er nog altijd niet goed van. De ouders van Berten zijn er ook. Ja, hij en Lisa en fantastisch natuurlijk dat ook Lisa de prijs gewonnen heeft. En iemand van animatie maar die naam kan hij zich niet herinneren. Jan Op De Beeck terug van even weggeweest. Had gezegd dat hij nog eens zou langskomen om een nummer van De Brakke Hond binnen te steken, nummer 92, een thema-editie over strips. Intrigerend werk van Andrea Bruno, Eddo Chieregato, Martin tom Dieck, David Shrigley en Gentiane Angeli van het collectief Mycose. Het woord vooraf is van Jan Op De Beeck. Hij zit op een stoel in de mediaruimte en neemt de meest recente crox-publicatie door. Ook Sanne en Michiel, vertelt Berten, zouden een prijs gewonnen hebben. (En wat de jury over de opstelling van Sanne zei, die op beide andere locaties, daar in de Offerlaan - waar ze zowaar letterlijk geofferd werd; en de tragiek van de witte ruimte, want zo kan je het wel noemen, ja.)
dinsdag 24 juni 2008
dinsdag 24 juni
Telefoon van Peggy van het Limburgse Bastart, van Elisabeth van de Cultuurdatabank, van Berten en tenslotte ook Ward die laat weten dat hij en Tilman al in crox zijn.
Tussen de Congobrug en de sluis, een eind verderop, is de kademuur in een waterkant veranderd met een loopbrug en zitplaatsen aan het water. Het ziet er heel erg goed uit. Zonlicht dartelt over de binnenstad.
'Michiel is een broodje gaan halen,' grapt Sofie, 'en is nooit meer terug gekomen.' Die zit intussen in Vladivostok.
Kinderstemmen spoelen over het woonerf. In de grote zaal, in dat deel waar Lucie haar project had, is de strakke volgorde van een reeks keurig naast elkaar opgehangen schilderijen, het oogt als een in slaap gevallen bataljon. Sofie en Berten zijn in de corridor bezig, halverwege de gang installeren ze een deur met huisnummer 27. Berten vraagt of we pluggen hebben voor vijzen van een halve duim. Ward Denys en Tilman springen binnen, later Carole met de affiche van het eindejaarsmoment van Sint-Lucas.
In de corridor is een vonkende regen van vuurdeeltjes, Berten slijpt een vijs doormidden en Carole zegt dat ze niet weet of ze volgend jaar Creatieve Therapie doet aan de Artevelde Hogeschool, dat idee heeft ze intussen eigenlijk al afgevoerd. Ze heeft geen zin in nog een jaar op schoolbanken.
Ik jaag de vuile glazen en de vieze kopjes door de spoelbak. Vuilnisbakvliegjes warrelen boven het barmeubel. Er is een dikke enveloppe met het resterende deel van de KUNSTENAAR TE KOOP/ARTISTE A VENDRE sticker van Ilse Ermen. Ze suggereert om de sticker her en der in het straatbeeld aan te brengen.
Tussen de Congobrug en de sluis, een eind verderop, is de kademuur in een waterkant veranderd met een loopbrug en zitplaatsen aan het water. Het ziet er heel erg goed uit. Zonlicht dartelt over de binnenstad.
'Michiel is een broodje gaan halen,' grapt Sofie, 'en is nooit meer terug gekomen.' Die zit intussen in Vladivostok.
Kinderstemmen spoelen over het woonerf. In de grote zaal, in dat deel waar Lucie haar project had, is de strakke volgorde van een reeks keurig naast elkaar opgehangen schilderijen, het oogt als een in slaap gevallen bataljon. Sofie en Berten zijn in de corridor bezig, halverwege de gang installeren ze een deur met huisnummer 27. Berten vraagt of we pluggen hebben voor vijzen van een halve duim. Ward Denys en Tilman springen binnen, later Carole met de affiche van het eindejaarsmoment van Sint-Lucas.
In de corridor is een vonkende regen van vuurdeeltjes, Berten slijpt een vijs doormidden en Carole zegt dat ze niet weet of ze volgend jaar Creatieve Therapie doet aan de Artevelde Hogeschool, dat idee heeft ze intussen eigenlijk al afgevoerd. Ze heeft geen zin in nog een jaar op schoolbanken.
Ik jaag de vuile glazen en de vieze kopjes door de spoelbak. Vuilnisbakvliegjes warrelen boven het barmeubel. Er is een dikke enveloppe met het resterende deel van de KUNSTENAAR TE KOOP/ARTISTE A VENDRE sticker van Ilse Ermen. Ze suggereert om de sticker her en der in het straatbeeld aan te brengen.
zaterdag 21 juni 2008
zaterdag 21 juni
14u De jury van concours Horlait Dapsens is rond een uur of elf in crox geweest voor de presentatie van Berten Jaekers. Om kwart na drie worden ze opnieuw verwacht, ook Lisa sleepte een nominatie in de wacht.
Lisa is druk in de weer. De modellen, langbenige meisjes, zitten in een wijde kring om een tafel waar broodjes en drank op uitgestald werden, in dat deel van de grote zaal waar normaal gesproken Michiel Ceulers zijn jury gedaan zou hebben. Een van de docenten zou naar verluidt geen zin hebben in jury en presentatie op externe locaties, waarmee ze na jaren werk om het educatieve cocon open te trekken en in een wijder perspectief te plaatsen weer alles dichtgooien, de zaak barricaderen en zich in hun ivoren toren aan de Offerlaan opsluiten, sleutel op de deur maar aan de binnenkant van die deur. Een spijtige evolutie.
Lisa heeft Ingrid gebeld, een buurvrouw uit de Kazemattenstraat, Ingrid doet grime en schminkt en Lisa kon Ingrid niet bereiken. '... ik ben een silhouet kwijt,' zegt ze. Ze kleppert door de corridor naar de witte ruimte achterin. Tegen de muur ter rechterzijde staan twee schminktafels opgesteld, schminkeuses zijn druk in de weer, brengen make-up aan of houden zich bezig met het kapsel van de meisjes. Hannes zit op het woonerf. Ik jakker de vuile bier- en wijnglazen door de pompbak.
Sanne is een van de modellen. Ze is ook zelf genomineerd voor de Horlais Dapsens prijs, had haar jury rond een uur of elf. Ze zit aan een schminktafel in de grote zaal, voorlopig zonder het film noire van de andere modellen. Het concept van Lisa: la femme fatale. Die femme fatale is een type. Bij Hitchcock bijvoorbeeld is het type doorgaans blond (Hedren in Birds en Marnie), in de films van Truffaut gaat het om brunettes. Het is niet zomaar een type. Ze is fataal omdat ze zonder emotie is.
De schminktafel. 'Zwart en met pottekes,' resumeert Sanne. Achter de houten wand staat een strijkplank. Op de strijkplank, waarvan de punt zo ongeveer samenvalt met de tegen de steunbeer aangeplakte tussenwand, kwam een Nikon terecht. Naast het fototoestel een rode handtas en een spiegeltje.
Hannes legt uit dat de collectie van Lisa met Alice in Wonderland te maken heeft. In another moment down went Alice after it, never once considering how in the world she was to get out again. Tegen een van de oksels van de tussenwand staat het rek, een bladzijde die bol staat van kledingstukken.
Lisa inspecteert de modellen. Ze hebben veertig minuten. Veertig minuten en een bekertje, handtassen, Lisa is met een kostuum bezig. Ze hebben veertig minuten. In de corridor komt Hannes aanstappen. Alles onder controle, zegt hij. In de grote zaal zijn drie schminkeuses aan het werk. Lhabize is met het kapsel van een van de meisjes bezig. Ingrid springt binnen. We zijn het erover eens, het is een schone collectie.
De juryleden: Renzo Martens, Guillaume Bijl, Inge Vrancken. En een chauffeur en iemand van het secretariaat. Wim is voorzitter van de jury. Ze betreden de witte ruimte. In die witte ruimte staat een van de modellen.
De andere jury treedt aan, een dertigtal, die van het eindejaarsdebat. Carole Vanderlinden maakt deel uit van de jury, Marina Yee is een van de docenten, er zijn journalisten van Knack en De Morgen.
De presentatie van Lisa is indrukwekkend.
Lisa is druk in de weer. De modellen, langbenige meisjes, zitten in een wijde kring om een tafel waar broodjes en drank op uitgestald werden, in dat deel van de grote zaal waar normaal gesproken Michiel Ceulers zijn jury gedaan zou hebben. Een van de docenten zou naar verluidt geen zin hebben in jury en presentatie op externe locaties, waarmee ze na jaren werk om het educatieve cocon open te trekken en in een wijder perspectief te plaatsen weer alles dichtgooien, de zaak barricaderen en zich in hun ivoren toren aan de Offerlaan opsluiten, sleutel op de deur maar aan de binnenkant van die deur. Een spijtige evolutie.
Lisa heeft Ingrid gebeld, een buurvrouw uit de Kazemattenstraat, Ingrid doet grime en schminkt en Lisa kon Ingrid niet bereiken. '... ik ben een silhouet kwijt,' zegt ze. Ze kleppert door de corridor naar de witte ruimte achterin. Tegen de muur ter rechterzijde staan twee schminktafels opgesteld, schminkeuses zijn druk in de weer, brengen make-up aan of houden zich bezig met het kapsel van de meisjes. Hannes zit op het woonerf. Ik jakker de vuile bier- en wijnglazen door de pompbak.
Sanne is een van de modellen. Ze is ook zelf genomineerd voor de Horlais Dapsens prijs, had haar jury rond een uur of elf. Ze zit aan een schminktafel in de grote zaal, voorlopig zonder het film noire van de andere modellen. Het concept van Lisa: la femme fatale. Die femme fatale is een type. Bij Hitchcock bijvoorbeeld is het type doorgaans blond (Hedren in Birds en Marnie), in de films van Truffaut gaat het om brunettes. Het is niet zomaar een type. Ze is fataal omdat ze zonder emotie is.
De schminktafel. 'Zwart en met pottekes,' resumeert Sanne. Achter de houten wand staat een strijkplank. Op de strijkplank, waarvan de punt zo ongeveer samenvalt met de tegen de steunbeer aangeplakte tussenwand, kwam een Nikon terecht. Naast het fototoestel een rode handtas en een spiegeltje.
Hannes legt uit dat de collectie van Lisa met Alice in Wonderland te maken heeft. In another moment down went Alice after it, never once considering how in the world she was to get out again. Tegen een van de oksels van de tussenwand staat het rek, een bladzijde die bol staat van kledingstukken.
Lisa inspecteert de modellen. Ze hebben veertig minuten. Veertig minuten en een bekertje, handtassen, Lisa is met een kostuum bezig. Ze hebben veertig minuten. In de corridor komt Hannes aanstappen. Alles onder controle, zegt hij. In de grote zaal zijn drie schminkeuses aan het werk. Lhabize is met het kapsel van een van de meisjes bezig. Ingrid springt binnen. We zijn het erover eens, het is een schone collectie.
De juryleden: Renzo Martens, Guillaume Bijl, Inge Vrancken. En een chauffeur en iemand van het secretariaat. Wim is voorzitter van de jury. Ze betreden de witte ruimte. In die witte ruimte staat een van de modellen.
De andere jury treedt aan, een dertigtal, die van het eindejaarsdebat. Carole Vanderlinden maakt deel uit van de jury, Marina Yee is een van de docenten, er zijn journalisten van Knack en De Morgen.
De presentatie van Lisa is indrukwekkend.
donderdag 19 juni 2008
donderdag 19 juni
Kwart na negen. Sporadisch want soms kwart voor, soms kwart na. Soms als het nog donker is, soms in de gietende regen, soms op een zucht van tropisch onweer, een andere keer vanuit het kikvorsperspectief van een vertrappelde of het jachttafereel van een 4x4 die zich op het circuit van Zolder waant. Zo is het tijdstip, onberekenbaar als een peuter die het ene moment dit, een ander moment dat en het moment daarop alweer wat anders van plan is. Rond deze tijd van het jaar is kwart na negen bij helder weer een verrukkelijk moment, na de daken en de wimpels en de schoorstenen en de ramen op het eerste heeft het zonlicht de bodem van het straatdek veroverd - maar vandaag is de vertoning in mineur. Boven het stadje hangt een grauw lappendeken.
In de grote zaal is Berten gisteravond al aan de voorbereiding van het betongieten begonnen. De centrale sculptuur is ontmanteld en toont een bodemvlak van 14x7 holtes. Onder dit met hout vervaardigde fundament heeft Berten een strook plastiek aangebracht.
In de videoruimte is de jury van Carole bezig. Er zijn vier juryleden. Ook Philippe Van Isacker is van de partij. Zwijgend aanschouwen ze de simultane presentatie van twee films, een ervan is op de houten zijwand geprojecteerd (een goot, stromend water, het rioolputje), de ander op een monitor die zich achterin de ruimte bevindt.
Hans De Pelsmacker, een van de docenten, betreedt de hall en stapt door naar de grote zaal. Boven het stadje troepen grauwe wolken samen, er hangt regen in de lucht.
De tweede etappe van de jury is in de kubus. In het tweede, achterste deel van de grote zaal is niets gebeurd. Michiel is er niet en schilderijen zijn er evenmin. Waarschijnlijk hebben ze in de Offerlaan beslist dat zijn jury daar plaatsvinden moest. De tafel waaraan vorige week de algemene ledenvergadering plaatsvond (een plank op schragen) staat er nog en kan onder andere morgen nog enig nut hebben. Op de plank ligt een lap zwarte gordijnstof en bovenop die lap een roeste schaar. Iemand steekt een witte enveloppe binnen, de enveloppe - die een drukwerk van Lokaal01 bevat (Bart Van de Vijvere en Laurent Rigaut hebben er een project) - blijft met een hoek in de metalen klem van de brievenbus zitten.
Het traject van de jury eindigt in de witte ruimte. Hier doet zich een klein, technisch probleem voor. Na de jury is er een korte briefing in de mediaruimte, Carole heeft voor koffie gezorgd en er worden wat vragen gesteld, onder andere welk werk ze zelf het beste vindt. Na de koffie - de juryleden en docenten zijn er al vandoor - springt Stefaan Dheedene binnen, mentor van Berten. Hij heeft een probleem met dat lelijke groen op de houten tussenwand, het tragikomische restant van een ingreep van Oliver Schulze.
Een betonmixer, ook wel agitator genoemd - mixter is de plaatselijke variant - draait het woonerf op. Berten heeft een en ander voorbereid - de kruiwagen (waar hij een dozijn keer mee heen en weer zeult), een stuk plastiek om eventuele schade aan het woonerf zelf te voorkomen, een loopplank en de schop (waar de mortelspecie mee uitgestreken wordt). Isa, een studente schilderkunst van Sint-Lucas, komt een kijkje nemen. Ze heeft net haar jury gehad. Carole had haar opgebeld, de videopresentatie blijft nog operationeel tot een uur of vier. Berten kiepert de mortel in de houten fundering en Stefaan steekt een handje toe. De vrachtwagenchauffeur komt er bij staan. Die mortel is het restje van een levering voor een trap.
En Berten, vertrouwd met die mannen van den bouw: 'Kunt ge die mens geen pintje geven?' Allez vooruit.
Het lege bierflesje - genadeloze perfectie - komt op een van de palletten terecht.
Halfvier. De hemel is opgeklaard. Carole doet de bar. Er zijn wat vrienden van haar, stamgasten van Fatima, een kroeg aan de zijgevel van Sint-Lucas. Berten is ervandoor. Rene en Sjoerd treden binnen en bekijken de opstelling van Berten in de grote zaal. De mortel, binnenin het uit kubussen bestaande fundament, werd plat gestreken en kwam onder een met een patroon van gaatjes doorboorde plank terecht. Boven dit fundament op tafelhoogte een tweede en identieke plank. Door de gaten steken betonijzers. Wat wel interessant is, meent Rene, is dat bij de huidige opstelling (het pas gegoten fundament werd uiteraard nog niet ontmanteld) onduidelijk blijft hoe de betonnen kubussen verkregen werden, je zou er bijvoorbeeld van uit kunnen gaan dat dat met een betonzaag gebeurde. In werkelijkheid zijn het tussenschotjes die er voor zorgen dat de laag gegoten beton niet uit één stuk maar uit 14 x 7 aparte kubussen bestaat.
Het loopt tegen vier uur. Carole is met de afbouw van de video-presentatie in de kubus begonnen. De stamgasten van café Fatima steken een handje toe. De kinderstemmen van de op het nabije plein spelende kinderen zijn tot achterin de grote zaal te horen. Het woonerf baadt in proper zonlicht.
In de grote zaal is Berten gisteravond al aan de voorbereiding van het betongieten begonnen. De centrale sculptuur is ontmanteld en toont een bodemvlak van 14x7 holtes. Onder dit met hout vervaardigde fundament heeft Berten een strook plastiek aangebracht.
In de videoruimte is de jury van Carole bezig. Er zijn vier juryleden. Ook Philippe Van Isacker is van de partij. Zwijgend aanschouwen ze de simultane presentatie van twee films, een ervan is op de houten zijwand geprojecteerd (een goot, stromend water, het rioolputje), de ander op een monitor die zich achterin de ruimte bevindt.
Hans De Pelsmacker, een van de docenten, betreedt de hall en stapt door naar de grote zaal. Boven het stadje troepen grauwe wolken samen, er hangt regen in de lucht.
De tweede etappe van de jury is in de kubus. In het tweede, achterste deel van de grote zaal is niets gebeurd. Michiel is er niet en schilderijen zijn er evenmin. Waarschijnlijk hebben ze in de Offerlaan beslist dat zijn jury daar plaatsvinden moest. De tafel waaraan vorige week de algemene ledenvergadering plaatsvond (een plank op schragen) staat er nog en kan onder andere morgen nog enig nut hebben. Op de plank ligt een lap zwarte gordijnstof en bovenop die lap een roeste schaar. Iemand steekt een witte enveloppe binnen, de enveloppe - die een drukwerk van Lokaal01 bevat (Bart Van de Vijvere en Laurent Rigaut hebben er een project) - blijft met een hoek in de metalen klem van de brievenbus zitten.
Het traject van de jury eindigt in de witte ruimte. Hier doet zich een klein, technisch probleem voor. Na de jury is er een korte briefing in de mediaruimte, Carole heeft voor koffie gezorgd en er worden wat vragen gesteld, onder andere welk werk ze zelf het beste vindt. Na de koffie - de juryleden en docenten zijn er al vandoor - springt Stefaan Dheedene binnen, mentor van Berten. Hij heeft een probleem met dat lelijke groen op de houten tussenwand, het tragikomische restant van een ingreep van Oliver Schulze.
Een betonmixer, ook wel agitator genoemd - mixter is de plaatselijke variant - draait het woonerf op. Berten heeft een en ander voorbereid - de kruiwagen (waar hij een dozijn keer mee heen en weer zeult), een stuk plastiek om eventuele schade aan het woonerf zelf te voorkomen, een loopplank en de schop (waar de mortelspecie mee uitgestreken wordt). Isa, een studente schilderkunst van Sint-Lucas, komt een kijkje nemen. Ze heeft net haar jury gehad. Carole had haar opgebeld, de videopresentatie blijft nog operationeel tot een uur of vier. Berten kiepert de mortel in de houten fundering en Stefaan steekt een handje toe. De vrachtwagenchauffeur komt er bij staan. Die mortel is het restje van een levering voor een trap.
En Berten, vertrouwd met die mannen van den bouw: 'Kunt ge die mens geen pintje geven?' Allez vooruit.
Het lege bierflesje - genadeloze perfectie - komt op een van de palletten terecht.
Halfvier. De hemel is opgeklaard. Carole doet de bar. Er zijn wat vrienden van haar, stamgasten van Fatima, een kroeg aan de zijgevel van Sint-Lucas. Berten is ervandoor. Rene en Sjoerd treden binnen en bekijken de opstelling van Berten in de grote zaal. De mortel, binnenin het uit kubussen bestaande fundament, werd plat gestreken en kwam onder een met een patroon van gaatjes doorboorde plank terecht. Boven dit fundament op tafelhoogte een tweede en identieke plank. Door de gaten steken betonijzers. Wat wel interessant is, meent Rene, is dat bij de huidige opstelling (het pas gegoten fundament werd uiteraard nog niet ontmanteld) onduidelijk blijft hoe de betonnen kubussen verkregen werden, je zou er bijvoorbeeld van uit kunnen gaan dat dat met een betonzaag gebeurde. In werkelijkheid zijn het tussenschotjes die er voor zorgen dat de laag gegoten beton niet uit één stuk maar uit 14 x 7 aparte kubussen bestaat.
Het loopt tegen vier uur. Carole is met de afbouw van de video-presentatie in de kubus begonnen. De stamgasten van café Fatima steken een handje toe. De kinderstemmen van de op het nabije plein spelende kinderen zijn tot achterin de grote zaal te horen. Het woonerf baadt in proper zonlicht.
le cauchemar (doorgestuurd bericht)
Wahoub Fayoumi, journaliste à la RTBF arrêtée début juin pour
«appartenance à une organisation terroriste », en compagnie notamment de
Bertrand Sassoye (ex-CCC), a fait parvenir au « Soir » le récit
impressionnant de son arrestation, des interrogatoires, de sa détention.
Le Cauchemar, lettre de prison
Rédaction en ligne
mardi 17 juin 2008, 07:08
Je suis journaliste. Mais ce n'est pas pour ça que j'écris aujourd'hui. Ce
texte est mon témoignage. Quelque chose d'immense et d'effrayant m'est
arrivé, il y a plus d'une semaine.
C'était jeudi. Le 5 juin, c'est l'anniversaire de mon compagnon. A 5h00 du
matin, on frappe à la porte. Je dormais encore, je m'habille vite, ça a
l'air important. Lorsque j'ouvre, je vois des policiers dans la cage
d'escalier. Il y en a beaucoup. Je pense à un cambriolage. On me dit que
c'est pour une perquisition. Chez moi ? « Vous venez chez moi ? » je dis.
Oui. Je leur demande pourquoi. « On ne sait pas. On a juste un mandat. »
Ils entrent. « Vous êtes seule ? Vous êtes sûres ? » Ils sont 6 ou 7. Ce
n'est pas normal. « Que ce passe-t-il ? » je dis. Sur le papier, il y a
écrit « terrorisme », « urgence ». « Vous êtes privée de liberté, madame.
» On ne réalise rien à ce moment-là. On ne comprend simplement pas les
mots. La tête tourne. Ils fouillent. Tout. La cuisine, la salle de bain,
mes vêtements, mes livres. Ils mettent des choses de côté, ils disent « on
saisit ». ça dure 3 heures. Ils prennent les ordinateurs, des affiches,
des livres, un bouquin en arabe. Je leur dit « je dois aller au travail. »
« Je ne pense pas que ce soit possible. » Je voudrais téléphoner, mon GSM
est déjà saisi. Mon équipe attendra à Reyers, mon compagnon aussi, je ne
verrai pas mon frère qui prépare un voyage de plus d'un an en Espagne et
au Mali. Personne ne saura où je suis aujourd'hui.
« Au bureau » comme ils disent, c'est l'interrogatoire. Des questions sur
mon nom, mon âge, mon loyer, mon numéro de carte de banque, mes opinions
politiques, mes amis. Des heures passent, je commence à trembler. Aux
questions auxquelles je réponds « je ne sais pas », ils insistent. Avant
de comprendre ce qu'ils veulent. Le choc se diffuse lentement, à chaque
question. C'est l'après-midi. J'aperçois des hommes cagoulés, armés. Ils
viendront me chercher. Il doit être 17 ou 18 heures. Je suis menottée,
attachée par une corde que tiennent deux hommes. Je suis masquée, je ne
peux rien voir. Trajet en voiture. Sirènes hurlantes, escorte. Arrivée au
Palais de Justice. Des couloirs, des ascenseurs, je ne vois rien. On
s'arrête. Un homme m'enlève les menottes, mains sur la tête ; un autre, le
masque. Je suis face à un mur gris. Une porte se ferme. Je n'ai vu
personne. Je n'ai rien vu à part cette porte grise qui s'est fermée, grise
comme les murs, comme le rebord en béton. Les murs lisses, affreusement
lisses. Il n'y a aucune ouverture. J'ai l'impression d'étouffer. Envie de
taper sur ces murs lisses. Je ne dois pas pleurer. Personne ne m'a dit un
mot. J'attends. Des heures. 20h ? 22h ? Interrogatoire chez la juge
d'instruction. « Vous n'avez pas tout dit ». Un cauchemar qui se poursuit.
Je ne sais pas où j'ai mal. Ça va s'arrêter, j'en suis sûre. Je pleure
quand elle parle de ma famille. C'en est trop.
A nouveau le cachot. Ma tête est raide. Je m'allonge sur le rebord en
béton. Quelle heure est-il ? Est-ce que le temps s'allonge ou se rétrécit?
On reviendra me chercher. Chez la juge, dans ce bureau allumé au fond
d'un couloir. « J'ai hésité » elle dit. Alors je sais. Sur mon mandat
d'arrêt, il est 2h30.
C'était il y a une semaine et quatre jours. Beaucoup de choses à dire sur
le mandat d'arrêt, sur l'inculpation, sur les méthodes.
Des méthodes de cowboys, des interrogatoires où on renverse la charge de
la preuve. On m'a épié, surveillée, mise sur écoute, analysé mes comptes
bancaires et mon écriture, depuis plus d'un an. Attendait-on de moi que je
conforte une hypothèse de départ ? Que je donne des noms qui
alimenteraient leur idée ? Leur enquête est restée désespérément vide.
Est-ce pour cela que je suis en prison ? Sommes-nous là parce qu'il DOIT y
avoir quelque chose ? Il suffirait alors de bien peu : d'affirmer des
solidarités, d'avoir des idées politiques. Je l'ai entendu à notre charge,
ces idées politiques ont été présentées comme en soi terroristes !
Je n'ai jamais caché mon engagement. Il est public, libre et réfléchi.
Défendre des étudiants, des sans-papiers, des prisonniers politiques, se
battre pour un monde plus juste, ce ne sont pas des engagements dont on
doit avoir honte. Si je n'avais pas été ici, j'aurais été devant ces
prisons, j'aurais écrit des communiqués, j'aurais contacté des
associations.
La souffrance de ma mère et de mes frères, la solitude de mon compagnon,
la tristesse de mes amis, l'incompréhension sur mon lieu de travail, la
privation de liberté de quatre militants, la criminalisation de la
solidarité, sont-ils des prix à payer ?
Wahoub
Prison de Berkendael
«appartenance à une organisation terroriste », en compagnie notamment de
Bertrand Sassoye (ex-CCC), a fait parvenir au « Soir » le récit
impressionnant de son arrestation, des interrogatoires, de sa détention.
Le Cauchemar, lettre de prison
Rédaction en ligne
mardi 17 juin 2008, 07:08
Je suis journaliste. Mais ce n'est pas pour ça que j'écris aujourd'hui. Ce
texte est mon témoignage. Quelque chose d'immense et d'effrayant m'est
arrivé, il y a plus d'une semaine.
C'était jeudi. Le 5 juin, c'est l'anniversaire de mon compagnon. A 5h00 du
matin, on frappe à la porte. Je dormais encore, je m'habille vite, ça a
l'air important. Lorsque j'ouvre, je vois des policiers dans la cage
d'escalier. Il y en a beaucoup. Je pense à un cambriolage. On me dit que
c'est pour une perquisition. Chez moi ? « Vous venez chez moi ? » je dis.
Oui. Je leur demande pourquoi. « On ne sait pas. On a juste un mandat. »
Ils entrent. « Vous êtes seule ? Vous êtes sûres ? » Ils sont 6 ou 7. Ce
n'est pas normal. « Que ce passe-t-il ? » je dis. Sur le papier, il y a
écrit « terrorisme », « urgence ». « Vous êtes privée de liberté, madame.
» On ne réalise rien à ce moment-là. On ne comprend simplement pas les
mots. La tête tourne. Ils fouillent. Tout. La cuisine, la salle de bain,
mes vêtements, mes livres. Ils mettent des choses de côté, ils disent « on
saisit ». ça dure 3 heures. Ils prennent les ordinateurs, des affiches,
des livres, un bouquin en arabe. Je leur dit « je dois aller au travail. »
« Je ne pense pas que ce soit possible. » Je voudrais téléphoner, mon GSM
est déjà saisi. Mon équipe attendra à Reyers, mon compagnon aussi, je ne
verrai pas mon frère qui prépare un voyage de plus d'un an en Espagne et
au Mali. Personne ne saura où je suis aujourd'hui.
« Au bureau » comme ils disent, c'est l'interrogatoire. Des questions sur
mon nom, mon âge, mon loyer, mon numéro de carte de banque, mes opinions
politiques, mes amis. Des heures passent, je commence à trembler. Aux
questions auxquelles je réponds « je ne sais pas », ils insistent. Avant
de comprendre ce qu'ils veulent. Le choc se diffuse lentement, à chaque
question. C'est l'après-midi. J'aperçois des hommes cagoulés, armés. Ils
viendront me chercher. Il doit être 17 ou 18 heures. Je suis menottée,
attachée par une corde que tiennent deux hommes. Je suis masquée, je ne
peux rien voir. Trajet en voiture. Sirènes hurlantes, escorte. Arrivée au
Palais de Justice. Des couloirs, des ascenseurs, je ne vois rien. On
s'arrête. Un homme m'enlève les menottes, mains sur la tête ; un autre, le
masque. Je suis face à un mur gris. Une porte se ferme. Je n'ai vu
personne. Je n'ai rien vu à part cette porte grise qui s'est fermée, grise
comme les murs, comme le rebord en béton. Les murs lisses, affreusement
lisses. Il n'y a aucune ouverture. J'ai l'impression d'étouffer. Envie de
taper sur ces murs lisses. Je ne dois pas pleurer. Personne ne m'a dit un
mot. J'attends. Des heures. 20h ? 22h ? Interrogatoire chez la juge
d'instruction. « Vous n'avez pas tout dit ». Un cauchemar qui se poursuit.
Je ne sais pas où j'ai mal. Ça va s'arrêter, j'en suis sûre. Je pleure
quand elle parle de ma famille. C'en est trop.
A nouveau le cachot. Ma tête est raide. Je m'allonge sur le rebord en
béton. Quelle heure est-il ? Est-ce que le temps s'allonge ou se rétrécit?
On reviendra me chercher. Chez la juge, dans ce bureau allumé au fond
d'un couloir. « J'ai hésité » elle dit. Alors je sais. Sur mon mandat
d'arrêt, il est 2h30.
C'était il y a une semaine et quatre jours. Beaucoup de choses à dire sur
le mandat d'arrêt, sur l'inculpation, sur les méthodes.
Des méthodes de cowboys, des interrogatoires où on renverse la charge de
la preuve. On m'a épié, surveillée, mise sur écoute, analysé mes comptes
bancaires et mon écriture, depuis plus d'un an. Attendait-on de moi que je
conforte une hypothèse de départ ? Que je donne des noms qui
alimenteraient leur idée ? Leur enquête est restée désespérément vide.
Est-ce pour cela que je suis en prison ? Sommes-nous là parce qu'il DOIT y
avoir quelque chose ? Il suffirait alors de bien peu : d'affirmer des
solidarités, d'avoir des idées politiques. Je l'ai entendu à notre charge,
ces idées politiques ont été présentées comme en soi terroristes !
Je n'ai jamais caché mon engagement. Il est public, libre et réfléchi.
Défendre des étudiants, des sans-papiers, des prisonniers politiques, se
battre pour un monde plus juste, ce ne sont pas des engagements dont on
doit avoir honte. Si je n'avais pas été ici, j'aurais été devant ces
prisons, j'aurais écrit des communiqués, j'aurais contacté des
associations.
La souffrance de ma mère et de mes frères, la solitude de mon compagnon,
la tristesse de mes amis, l'incompréhension sur mon lieu de travail, la
privation de liberté de quatre militants, la criminalisation de la
solidarité, sont-ils des prix à payer ?
Wahoub
Prison de Berkendael
woensdag 18 juni
Tel Berten op bij Preben, verveelvoudig met Catherine tot de zoveelste macht (Catherine daar, Catherine hier, Catherine overal) en deel door Björn.
Björn is aan de beterhand. Hij en Carole zijn in de witte ruimte bezig. Het loopt tegen een uur of drie en buiten op straat is 't een dag als een ander. Je ziet geen mensen die je niet had willen zien, je betreedt geen ruimtes die je niet betreden wil, van de gesprekken weet je alleen dat ze plaatsvonden, van het effect van de dingen die zich binnen je panoramische blik voordoen dat het efemere verschijnselen bleven, hoezeer een haarlok of een brilmontuur je ook opvielen - een haarlok waarvan de precieze kleur na enige ogenblikken tot algemeenheden vervaagt, kingewas dat te beknopt is en te vulgair om er meer dan een halve oogopslag voor over te hebben. De herhaling ontkennen door vandaag geen aandacht te hebben voor het vlietende water, door die ene dame in het straatbeeld, kortgerokt en dik als een os, niet op haar vleeswaren te taxeren - het dikke achterste, de als monoliet uit arduin gehouwen dijen, het domme voorhoofd en de onbehouwen blik, wat vaak een en hetzelfde is, en de geopende mond die met klinknagels in het vlees vastgespijkerd is. De dictatuur van dat enorme lijf, een vadsigheid die ondanks zichzelf over het voetpad struikelt en waar niemand maar dan ook werkelijk niemand een greintje sympathie voor had kunnen hebben - trouwens, sympathie, sympathie is onbetrouwbaar.
Aan de overzijde van het water zijn de werkzaamheden zo goed als afgerond.
Björn is aan de beterhand. Een wondermiddeltje, zegt hij, dat citroensap. (verkoelende werking, etcetera)
In de witte ruimte hebben ze de opstelling herleid tot drie projecties. Gaaf. Uit een en ander valt af te leiden dat Carole weet waar ze mee bezig is.
Verwissel begin en eind. Het eindproduct en de kiem zijn een en hetzelfde. Je kunt niet aan iets beginnen zonder te weten wat het is.
Björn is aan de beterhand. Hij en Carole zijn in de witte ruimte bezig. Het loopt tegen een uur of drie en buiten op straat is 't een dag als een ander. Je ziet geen mensen die je niet had willen zien, je betreedt geen ruimtes die je niet betreden wil, van de gesprekken weet je alleen dat ze plaatsvonden, van het effect van de dingen die zich binnen je panoramische blik voordoen dat het efemere verschijnselen bleven, hoezeer een haarlok of een brilmontuur je ook opvielen - een haarlok waarvan de precieze kleur na enige ogenblikken tot algemeenheden vervaagt, kingewas dat te beknopt is en te vulgair om er meer dan een halve oogopslag voor over te hebben. De herhaling ontkennen door vandaag geen aandacht te hebben voor het vlietende water, door die ene dame in het straatbeeld, kortgerokt en dik als een os, niet op haar vleeswaren te taxeren - het dikke achterste, de als monoliet uit arduin gehouwen dijen, het domme voorhoofd en de onbehouwen blik, wat vaak een en hetzelfde is, en de geopende mond die met klinknagels in het vlees vastgespijkerd is. De dictatuur van dat enorme lijf, een vadsigheid die ondanks zichzelf over het voetpad struikelt en waar niemand maar dan ook werkelijk niemand een greintje sympathie voor had kunnen hebben - trouwens, sympathie, sympathie is onbetrouwbaar.
Aan de overzijde van het water zijn de werkzaamheden zo goed als afgerond.
Björn is aan de beterhand. Een wondermiddeltje, zegt hij, dat citroensap. (verkoelende werking, etcetera)
In de witte ruimte hebben ze de opstelling herleid tot drie projecties. Gaaf. Uit een en ander valt af te leiden dat Carole weet waar ze mee bezig is.
Verwissel begin en eind. Het eindproduct en de kiem zijn een en hetzelfde. Je kunt niet aan iets beginnen zonder te weten wat het is.
dinsdag 17 juni 2008
dinsdag 17 juni
Björn springt binnen, ziek, 38° koorts, hij nam een overdosis aspirine en raaskalt.
De buren hebben reukerwten gezaaid. (de andere plantjes zijn nobele onbekenden)
De deur van de toiletruimte staat open.
'Ge gaat het niet geloven,' grapt Björn, 'maar de thermometer is van Predictor.'
Had het aan de apothekeres gezegd (ze kon er mee lachen): 'Als ge dit in de juiste opening steekt, kunt ge weten of ge al of niet zwanger zijt.'
Het staat in Het Nieuwsblad: ze is dood.
In de corridor hangen de foto's van Berten niet langer vijf in een rij maar voorin twee ter rechterzijde en achterin drie ter linkerzijde.
In de hall, vlakbij de doorgang naar de grote zaal, staat een KODAK EKTAPRO. (is via Stad Gent)
'Ja, weet ik,' zeg ik, 'Carole heeft me dat gezegd.'
Kinderstemmen fladderen over het woonerf.
Om een of andere reden komt het gesprek op Torhout-Werchter en dat de eerste editie in 1975 was. (ik herinner me een drassige wei en dat we niet eens onder het dranghekken door te kruipen hadden)
Rond een uur of zes springt Carole binnen, ze moest wachten tot de jury van de Bachelors afgelopen was.
Sarah van Masters Schilderkunst Sint-Lucas deelt mee dat ze hun jury op een andere locatie doen.
Sylvia de France laat weten dat haar film op zondag 29 juni in Sphinx in première gaat.
Vandaag hebben ze in De Lieve blinde vink op de dagkaart.
'Vers citroensap, dat zal u kalmeren,' zei ik, 'dat koelt uw systeem.'
Vorige week is Wu Wein Yu vlakbij de Dampoort van de sokken gereden.
Waelput was het er mee eens dat de kleur van de flyer van de Gentse Matinee een tegenvaller is, het felle banaangeel is uitgeloogd tot een suffe en identiteitsloze kleur.
Wu Wein Yu, de ex van Kamagurka.
De buren hebben reukerwten gezaaid. (de andere plantjes zijn nobele onbekenden)
De deur van de toiletruimte staat open.
'Ge gaat het niet geloven,' grapt Björn, 'maar de thermometer is van Predictor.'
Had het aan de apothekeres gezegd (ze kon er mee lachen): 'Als ge dit in de juiste opening steekt, kunt ge weten of ge al of niet zwanger zijt.'
Het staat in Het Nieuwsblad: ze is dood.
In de corridor hangen de foto's van Berten niet langer vijf in een rij maar voorin twee ter rechterzijde en achterin drie ter linkerzijde.
In de hall, vlakbij de doorgang naar de grote zaal, staat een KODAK EKTAPRO. (is via Stad Gent)
'Ja, weet ik,' zeg ik, 'Carole heeft me dat gezegd.'
Kinderstemmen fladderen over het woonerf.
Om een of andere reden komt het gesprek op Torhout-Werchter en dat de eerste editie in 1975 was. (ik herinner me een drassige wei en dat we niet eens onder het dranghekken door te kruipen hadden)
Rond een uur of zes springt Carole binnen, ze moest wachten tot de jury van de Bachelors afgelopen was.
Sarah van Masters Schilderkunst Sint-Lucas deelt mee dat ze hun jury op een andere locatie doen.
Sylvia de France laat weten dat haar film op zondag 29 juni in Sphinx in première gaat.
Vandaag hebben ze in De Lieve blinde vink op de dagkaart.
'Vers citroensap, dat zal u kalmeren,' zei ik, 'dat koelt uw systeem.'
Vorige week is Wu Wein Yu vlakbij de Dampoort van de sokken gereden.
Waelput was het er mee eens dat de kleur van de flyer van de Gentse Matinee een tegenvaller is, het felle banaangeel is uitgeloogd tot een suffe en identiteitsloze kleur.
Wu Wein Yu, de ex van Kamagurka.
Abonneren op:
Berichten (Atom)