zaterdag 10 december 2016

plekken #9


N°29 [612] Michelstadt (DE). Das Herz des Odenwaldes - Odenwaldhälle mit Bürgerhaus. 940 K 69 Farbphotokarte nach Agfacolor-Aufnahme RE. Geadresseerd: Fam. Eeckhout J., Moerkerke stwg 93, St Kruis (Brugge), Belgïen. Vele groeten v Anita & Romain, Sylvelin, haar ma & kozijn. Afgestempeld op 5 mei 1964 in Michelstadt.
N°31 Eindhoven. Station. Geadresseerd: Mej. Maria Vaeysen, Forcitstraat, 1, Balen-Wezel (Mol). Groeten uit Nederland. Postzegel van 12 cent. Postdatum onleesbaar. Stempel met de bemoedigende mededeling: goed geschreven, vlug gelezen, vlot bezorgd.
N°23 Torhout. Station. [Mexichrome] Niet verstuurd, onbeschreven. Vroegste verwijzing: 1846. In dat jaar werd vanuit Brugge een spoorlijn tot Torhout getrokken, wat gedurende korte tijd het eindstation was. Bouw van een nieuw station en heraanleg stationsplein in 1963 [zie foto]. Heraanleg suggereert meer dan de aanblik die het sindsdien bood, een wijd en open, geasfalteerd terrein en verder niets, wat van de stationsbuurt een desolate plek maakte. Tot 1972 was er rechtsop een smal, grazig wegje, op ongeveer 100m van het station, een doorgang die in de buurt Het Wegeltje genoemd werd, aan één zijde een metershoge, schuin oplopende, met wilde grassen begroeide berm, aan de andere zijde een sloot met kikkers en libellen, met hagen en muren afgesloten tuinen en in één van die tuinen een hoog boven het areaal uittorende wilg waaruit aan het eind van de zomer smalle, grijsgroene bladeren pirouetterend over het terrein warrelden. Gewapend met stokken bekampten we de gesloten slagorde van de aan beide zijden van het wegje oprukkende brandneteltroep. Het was ook langs dit smalle pad dat Joris elke ochtend naar het station stapte. Vlak bij de spooroverweg was een oude houtzagerij en op de andere oever, waar wij woonden, een spoorweghuisje, hagen, hooiland en een beek. In 1972, het jaar van Frenzy, werd de beek dichtgegooid. De hoge spoorberm en de wegel ruimden plaats voor een geasfalteerde weg. Ook de spoorwegovergang verdween.

Wat zich niet binnenskamers afspeelde, werd in grote mate door de spoorweg bepaald waar tot midden jaren zestig elke dag door steenkool aangedreven locomotieven reden die enorme rookpluimen spuwden. [ ]

vrijdag 9 december 2016

plekken #8

N°34 Wenduine. Spioenkop. Geadresseerd: Mr & Mw Van Compenla[ ], St naar Bergen, 1600 Sint-Pieters-Leeuw (Brabant). Van: Yvonne, Joseph, Myriam, Claude. Postzegel ter waarde van 1,5 BF met Koningin Boudewijn in grijswaarden, afgestempeld te Wenduine begin juli 1974. Günter Spitzing [Leica 1971/5, blz. 203]: Die ältesten Filme waren für Farben längerer Wellenlänge nicht empfindlich. Sie reagierten nur auf blaue, violette und ultraviolette Strahlen. Wir sind heute dankbar dafür, dass unser fotografisches Schwarzweiss-Standardmaterial für die gesamte Farbskala von Violett über Blau, Grün, Gelb, Orange bis zum Rot empfindlich ist und darüber hinaus noch für Ultraviolett./ ROOD b : gebrande oker, m : plooi van roze flanel, v : roze kwarts - GROEN p : onrijpe appel [Vladimir Nabokov, Geheugen spreek]/ ORANJE [een kind] Oranje is ook wit./ Frank O'Hara [Why I Am Not A Painter; American Postmodern Poetry, p.129-130]: But me? One day I am thinking of/ a color: orange. I write a line/ about orange. Pretty soon it is a/ whole page of words, not lines./ Then another page. There should be/ so much more, not of orange, of/ words, of how terrible orange is/ and life. I am a real poet. My poem/ is finished and I haven't mentioned/ orange yet. It's twelve poems, I call/ it ORANGES. And one day in a gallery/ I see Mike's painting, called SARDINES. == De garnaal: quelques élues, grâce à une élévation artificielle de la temperature de leur milieu, connaissent une mort révélatrice, la mort en rose. [Francis Ponge, Pièces, p. 17: La crevette dix fois (pour une) sommée]/ je krijgt de indruk dat er geen veranderingen meer worden verwacht: wachten bij rood, doorlopen bij groen. [Max Frisch, Montauk blz. 41]
N°30 Westende. "La Rotonde" en Villawijk. "La Rotonde" et Quartier Residentiel. Geadresseerd: Mej. Vaeysen Maria, Forcitstraat, 1, Balen-Wezel, Antwerpen. Rode postzegel ter waarde van 1 BF afgestempeld te Westende op 3 augustus 1967. De beste groeten van Henriette en Chantal. == Speelgoednieuwbouw. [a] Begin jaren tachtig in Nieuwpoort geboren,(1) waar ze tevens haar jeugd doorbracht, meent de schrijfster dat het gekke, ronde gebouw, niet ver van de tramhalte die plaatselijk als De Krokodil bekend staat, er altijd al stond. Met altijd bedoelt ze sinds begin twintigste eeuw. Ze herinnert zich dat het recent niet afgebroken maar gerestaureerd werd. In de villa met het strakke beatnikkapsel zou ook nu nog een tankstation zijn. [b] De auteur van graphic novels die zijn jeugd aan de kust sleet, herinnert zich het hotel vlak bij het open stukje duin, op de grens van Westende en Middelkerke. Zijn moeder had er een klerenwinkel voor dames. Het hotel dat als De Rotonde bekend kwam te staan, staat er sinds begin vorige eeuw(2) en werd recent schoon gerestaureerd, wat in het kader van een televisieshow gebeurd zou zijn.
(1) Of in Oostende.
(2) [wikipedia] Het gebouw is een ontwerp van Van Rysselberghe, broer van. De werken begonnen in 1909. De stijl is een mix van neo-palladianisme en cottage.

N°15 Koksijde. Golfminiature du Petit Bois. [Printed in Spain] Geadresseerd: Mme Wattenberghe, Spiegelhofstraat 23, Gent 9000: Liefste Adolfine en Omer, Wij hopen van harte dat U reeds veel aan het herstellen zijt. Wij zijn aan zee gans de maand mei. Wij zullen U komen bezoeken (indien het goed is) in Juni en hopen dan U te zien volledig genezen. Het weder zou hier ook beter kunnen, maar de weerberichten zijn nu toch al beter; in afwachting dan. Vele groeten van ons beiden, [ ] & Henriette. Postzegel ter waarde van 6,5 BF. Een minigolf verdwijnt niet zomaar, ondanks de blijvende nood aan terrein voor nieuwe, grootschalig opgevatte, luxueuze vastgoedprojecten, dat is in Koksijde evenmin gebeurd.
Opmerkelijk is dat helemaal niemand de fotograaf in de smiezen heeft. Op de foto nochtans zijn, net voor een fotograaf die onopgemerkt wil blijven, onwezenlijk veel hindernissen te nemen. Doch hier speelt dan weer het voordeel van de ernst waarmede de op het golfterrein aanbelanden zich toeleggen op het potten van de bal, kinderen alsook volwassenen die vaak reeds een halve dag naar het verrukkelijk onzinnige vertier uitgekeken hebben en niet aan het ijsje willen beginnen alvorens het parcours met steeds ingewikkelder en lastiger wordende hindernissen tot aan de laatste hindernis toe genomen te hebben. Verwarring doet zich voor zodra men aan de poses en handelingen opeens niet langer de gebruikelijke betekenis zou weten toe te kennen.
N°33 De Panne. Strand en dijk. Plage et digue. Beach and promenade. Strand und Promenade. Geadresseerd: Familie Van Campenhout, Bergensesteenweg 776, 1600 St-Pieters-Leeuw. Van: Micheline en Hendrik. Oranje postzegel ter waarde van 9 BF afgestempeld te De Panne op 15 juli 1985.
'Ben je goed in het formuleren van eerste indrukken?', vroeg ik aan de tentoonstellingsbezoekster.
Ja, zei ze.
Ik toonde haar het kaartje. 'Wat is je eerste indruk,' vroeg ik.
Benidorm, 15 jaar geleden, zei ze.

plekken #7

N°20 Marchienne. La Sambre et panorama industriel. [Een met blauwe balpen toegevoegde precisering, links bovenaan: Charleroi.] Geadresseerd: aan de familie De Wilde en Meter en Monique, Eendrachtstraat, 7, Gentbrugge (chez Gand): de beste en vriendelijke groeten vanwege walter Tante en Nonkel. Postzegel van 1 BF afgestempeld november 1965. Henri Michaux à Robert Bréchon, 15.11.1965: Cher Robert Bréchon, C'est encore une fois NON. La lumière de Lisbonne est belle, mais c'est non. Je cherche une secrétaire qui sache pour moi de quarante à cinquante façons écrire non. [Henri Michaux, Donc c'est non, Gallimard nrf 2016, p.93.] Pierre, ik heb hier nog een zak met eieren voor u. Germaine is gevallen met haar velo. Trekt de achterdeur stillekens achter u toe he als ge nog eens langskomt en zet de pick-up niet te luid. In de bakkerij heb ik vandaag 38 muizen geteld. In een van de rozijnenbroden alleen al zaten er drie.

[onder] N°27 Oostende. Albert I Wandeling en "Kursaal". Geadresseerd: Madame Van Ostende, Résidence du Sud, Boulevard Frère Orban n 69, Gand. Maria, Marguerite. Postzegel ter waarde van 1 BF met een afbeelding van het Château de Spontin, afgestempeld te Oostende. Postdatum onduidelijk. Gok: 1970. De postzegel met de afbeelding van het feodaal kasteel te Spontin is uit 1967. Bijkomende stempel met mercantiele aanbeveling: ZEEVIS ENIG NATUURPRODUCT. == Een wemeling van sociale klassen. De bogen van de gaanderij weggeplukt uit een schilderij van de Chirico. Tussen de gaanderijen en het casino staan alleen nog neofeodale flatgebouwen. Striptease à l'Ostendaise. Verkavelingen, waar ook in de zuidelijke Nederlanden, zijn altijd en dit zonder ook maar één enkele uitzonderig, het resultaat van een politieke bemoeienis geweest. In Oostende is geen bel époque pand verdwenen zonder dat het stadsbestuur daar weet van had. Eind jaren zestig zaten ze in Oostende in principe al terminaal: de Albert I Wandeling, ooit bekend om zijn fraaie art nouveau en bel époque architectuur, is niet eens een decennium na het begin van de kaalslag in een afgrijselijke betonconstructie veranderd. Jacques Tati, Playtime: 1967. Middenplan rechts: een beatnik. De bewoners van het Lagosarchipel worden naar Port Louis gedeporteerd. Aan een universiteit in Californië lopen alarmerende berichten binnen over de vogelpopulatie op Guam. In Oostende is er in het casino een jaarlijkse happening waar plaatselijk reikhalzend naar uitgekeken wordt, de Biënnale, een wedstrijdje in de slibstroom van de mondiale conceptualisering van wat toen hedendaagse kunst genoemd kon worden, wat amper het amateuristisch niveau overstijgt. Zandkastelen bouwen op het groot strand. In 1965 publiceert Denoël Les choses van Georges Perec.
N°20 Turnhout. Kazerne Majoor Blairon, voorgevel. Geadresseerd: M en Mevr Verbist-Machiels, Broekstraat 5, 2490 Balen Wezel: Mol Gindenbuiten Beste allemaal, hier ben ik dan toch noch eens om u te vragen of u mij aanstaande donderdag 11 noch eens wilt komen halen ik hoop op uw komst tante net. Heldergroene postzegel ter waarde van 3 BF met afbeelding Koning Boudewijn, afgestempeld op 9 februari 1971.

donderdag 8 december 2016

plekken #6

N°23 Breendonk. FORT van Breendonk. Luchtopname. Uitg.: Stalpaert A BE.999.00.0.6388. Combier Imprimeur Macon (71. S.-&-L.) "CIM". [Imprimé en France] W. G. Sebald: de brede rug, zo dacht ik bij mezelf, van een monster dat hier uit de Vlaamse grond was opgerezen als een walvis uit de golven [Austerlitz, blz. 25], Hier en daar bedekt met open zweren waaruit het ruwe steengruis tevoorschijn kwam, en verkorst door druppelsporen als van guano en kalkachtige vegen, was de vesting één groot monolitisch gedrocht van lelijkheid en blinde macht. Ook toen ik later de symmetrische plattegrond van het fort bestudeerde, met zijn woekeringen van ledematen en scharen, met zijn halfronde bolwerken die als ogen uit de kop van het centrale complex puilden en met het stompje dat uit zijn achterlichaam stak, kon ik er ondanks de nu goed zichtbare rationele structuur niet een creatie van het menselijk verstand in zien, hoogstens het stramien van een of ander kreeftachtig wezen. Het pad rondom de vesting liep langs de zwartgeteerde palen van de executieplaats en langs het werkterrein waar de gevangenen [op. cit. blz. 25-26]. Begin augustus 1974 passeerde ik veeleer toevallig aan het Fort van Breendonk. Het was een brandendhete dag. Eerder die dag had ik de fiets van stal gehaald en aan mijn moeder, die in de benedenkeuken bezig was, meegedeeld, zonder woorden te verspillen aan wat ik werkelijk van plan was, dat ik er voor een ritje met de fiets op uittrok. Ik had rijstwafels en muëslikoeken bij, herinner ik me, fietste over Lichtervelde naar Tielt en zo naar Nevele, waar de ouders van Joris woonden, in een huisje aan het Schipdonkkanaal, net op tijd om mee aan te schuiven voor het middagmaal. Na het sobere middagmaal begon ik richting Antwerpen te fietsen. Ik had geen kaart bij. In Willebroek, waar ik vermoedelijk rond halfvier de Dr. Persoonslaan insloeg en voorbij het pand passeerde waar ze toen nog het Gemeentelijke zwembad hadden, richtingwijzers volgend die Rupelmonde aanwezen (de kortste weg naar het bovenrupelse walhalla, naar Mortsel, naar de Floralaan in Mortsel en het meisje waar ik smoorverliefd op was, liep over Klein Willebroek, wat me ongetwijfeld niet ontgaan zou zijn als ik wel een kaart had bijgehad), en zo trof ik opeens het fort ter linkerzijde, Breendonk zoals het kortweg genoemd werd, een plek die me niet onbekend was en al bij de eerste aanblik, toen het strafkamp in het open veld voor me opdoemde, zeven jaar nadat Sebald er geweest was, dezelfde sombere impressie bood die hij in Austerlitz schetst. In de familiekronieken stond het oord geboekstaafd als het kortstondige, penitaire verblijf van een voorvader, Theophile van Heirseele, die wereldoorlog twee niet overleven zou, naar verluidt in 1942 rechtstreeks van z'n laatste borrel in een keet in Torhout naar Breendonk getransporteerd.
N°37 Groeten uit de Belgische Noordzee-kust (Maalboot Oostende-Dover). Souvenir de la Côte-Belge (La Malle Ostende-Dover). Greetings from the Belgian Northern-shore (The Mailboat Ostend-Dover). Grüsse aus der Belgischen Nordsee-Küste (Fährboot Oste[onleesbaar]). Geadresseerd: Z. Eerw. Pastoor Machiels, Klein Langeveld, 34, Holsbeek (bij Leuven): Groeten uit Mariakerke. Jules, Marie-José, Daniëlle, Chris, M-Claire, Guy, Peter. Postzegel ter waarde van 1 BF afgestempeld te Oostende op 28 augustus 1963.
N°28 Leukerbad (CH). Hotel Walliserhof 3954 Leukerbad. vis-à-vis Thermalbad Rheumaklinik und Freiluft-Thermalbäder. Tel. 027/61 14 24 Fam. Justus Loretan. Geadresseerd: M' en M° J. Eekhoudt, Moerkerkesteenweg 20, 8310 Brugge 3, België. Postzegel ter waarde van 50: HELVETIA, met de semi-abstracte weergave van een bergdorp. Afgestempeld te Leukerbad op 6 augustus 1977.

dinsdag 6 december 2016

plekken #5

N°6 Deftinge. Centrum van de gemeente. Uitg. Pastorij, Deftinge. N°6. Er is iets met de dorpskern van Deftinge en het viel me niet meteen te binnen wat het was, tot ik merkte dat ik in het blauwe uitspansel lijnen zag, lijnen die het blauw doorkruisen alsof iemand er met een snijmes bezig is geweest. Op Google Maps ziet het panoramisch in beeld gebrachte hoekje - een kerkstraat overigens, terwijl ze net in Deftinge kerkstraten op overschot hebben, dezelfde vermoed ik die zich in hoeken en bochten om het kleine kerkplein wringt - er opvallend kaler uit dan de jaren zeventig foto, terwijl het huidige straatbeeld, waarin je dankzij Google Maps als een loopse hond van hot naar her over het wegdek hollen kan, een niet in één oogopslag te consumeren hoeveelheid toevoegingen en mutaties toont die het allemaal nog eens zo ingewikkeld maken. Maar hoe had ik die bedrading over het hoofd kunnen zien! Ze was er bij mijn weten altijd geweest en geen dorpsgek had bedacht kunnen hebben dat zonder die bedrading te leven viel. Toch was haar alomtegenwoordigheid me pas echt opgevallen telkens ik over vaak honderden kilometers lange provinciale wegen naar het zuiden reed, waar haar aanwezigheid onontkoombaar werd. Ik herinner me een reisnotitie van Nooteboom. Hij reed naar het zuiden, dat moet midden jaren zestig geweest zijn, en beschreef het landschap als de bladzijden van een Middeleeuws manuscript die een na een openvielen, terwijl ze ook toen al genummerd waren en hoofdstukken hadden. Rechts van de weg stond de mededeling dat Picardië er aan kwam en dan reed je Picardië binnen, of er stond dat je je in de vallei van de Somme bevond, en inderdaad, een ogenblik later passeerde je een waterloop waar ze, hoewel Fransen naar verluidt niet zo'n keurige mensen zijn, voor alle duidelijkheid op een goed waar te nemen bord het woord SOMME aangebracht hadden. Zonder dat bord had je 't misschien niet eens gemerkt of had je gedacht kunnen hebben dat het de Seine was, een 10 voor aardrijkskunde is niet iedereen gegeven. En zo reden we dus inderdaad bladerend naar het zuiden, in een enorme encyclopedie bladerend reden we naar het zuiden, we passeerden de veldslag bij Poitiers, het stadje waar een zekere Clovis een heldendaad verricht had, kastelen en burchten die tot het sprakeloos makende patrimonium van Frankrijk behoorden, niet het stulpje in een of ander gehucht vlak bij de autoroute waar een zekere Dupont, sinds enige tijd weduwnaar, zich met het verzamelen van oude munten bezighield, en het nam geen week voor ik die kastelen en torens als een vergissing begon in te schatten. Tenzij je een eind omreed, kreeg je zo'n kasteel ook meestal lekker niet te zien. De bedrading wel. En het was pas in Frankrijk, geloof ik, dat ik voor het eerst het nut van die overal in het landschap aanwezige bedrading inzag, vooral omdat het allemaal op een drafje georganiseerd leek. Ze hadden haast gemaakt. Ze hadden natuurlijk ook enorme gebieden van telefonie te voorzien. Er was geen plek te bedenken, hoe afgelegen ook, waar ze geen radio, waar ze geen ijskast, waar ze geen televisietoestel, waar ze geen haardroger hadden, waar eind jaren zestig niet in allerijl de artikelen van de voortsnellende beschaving bijgebeend hoorden te worden. Ik herinner me nog zo de dag waarop een keurig in maatpak uitgedost heerschap bij ons aanbelde, in de Tuinstraat in Torhout, en op alles voorbereid er in een handomdraai in slaagde om ons een elektrische fruitpers aan te smeren waar pa, of hij er zin in had of niet, zo een banana shake mee maken kon. Om je een breuk te lachen. Waar de vooruitgang niet allemaal goed voor was.
De overal aanwezige bedrading, wat me in Torhout eigenlijk zelden als zodanig opgevallen was, kreeg in Frankrijk een extra dimensie. De houten palen stonden vaak half in of naast een greppel op korte afstand van elkaar, de bedrading hing door in lange bogen, de palen zelf hielden het niet, zakten weg in het hinterland, heesters, klimop en vreemdsoortige parasieten hadden de naakte stammen veroverd, wat aan het landschap een geruststellende nonchalance gaf. Het gaf ook aan dat die Fransen best wel wat anders te doen hadden dan de hele tijd door toezicht houden op het Euclidische principe van de toen nog bovengrondse bekabeling bedoeld voor telefonie, genoegen namen met het idee dat het zaakje geregeld was, bij voorkeur niet morsten zodra de vin de pays op tafel kwam, hoeveel ze er ook van dronken, dat begon geloof ik reeds voor de eerste gang, en zich evenmin druk maakten over de onvolkomenheden van het cartesiaanse vlak, waar het na verloop van tijd nu eenmaal toch altijd weer op uitdraait. Ik herinner me bedrading gezien te hebben die over een afstand van tientallen kilometers hoog boven de wegrand hing en alleen voor een afgelegen boerderij bedoeld was.
Hiermee zie ik over het hoofd waarover ik het eigenlijk had willen hebben. De foto. De onheilspellende rust van een dorpsstraat die er zo keurig uitziet dat het wel lijkt alsof ze niet alleen de stoep maar ook het wegdek gestofzuigd hebben. Het plankier [wat houten vloer betekent en net zo goed van toepassing was, voor zover ik mij herinner, als voetpad bedoeld werd], de kortgeschoren haag rechts voorin, het dorre gras en de slagschaduwen die een middaguur, witheet zonlicht en een dag aan het begin van de zomervakantie suggereren. In het huis met het rode dak heeft iemand net, in het salon, in de zithoek vlak bij het raam, de telefoonhoorn neergelegd. Draden doorkruisen het azuurblauwe zwerk. Aan de bushalte staat niemand. Op zondag passeert de lijnbus naar Geraardsbergen om het uur. Op de fotograaf na, die wellicht met een technische camera aan de slag ging, is er geen spoor van menselijke bedrijvigheid. Mussen evenmin. Een groepje misschien dat zich op het voetpad en op de parkeerstrook om de fotograaf verzamelde en vriendelijk verzocht werd om uit beeld te blijven. Het rode huis in het epicentrum van de foto, dat door zijn bouwstijl aan de heren van het dorp herinnert, aan een verleden toen het dorp nog niet door stadsbewoners gekoloniseerd werd, met dames in tot de enkels reikende, zwarte jurken, een hond, meisjes in witte jurken en het dorpshoofd in een op maat gemaakt kostuum met hoed en knevel en stropdas. De parochiale blik van het pluimvee, huishoudens die met gesteven boord en vaste hand overeind gehouden werden alsof helemaal nergens in het dorp ook maar het begin van een scheurtje waar te nemen viel.
N°16 Libramont. Grand rue. Editions SMETZ, Bouge-Namur. Imprimerie-Papeterie-Librairie Jacquet. 40, grand rue, Libramont.
N°18 Leuven. Sint-Jozef Heiligdom. Sanctuaire de Saint-Joseph. Geadresseerd: Eerw. H. Pastoor Ghijs G., Desteldonk dorp 26, 9020 Gent Desteldonk. Een postzegel ter waarde van 13 niet nader omschreven eenheden met het curieuze opschrift [midden onderaan] OPERATION ATHENA. Op wat het voorstelt, zit een foutmarge die meerdere volumes van de Encyclopeadia Brittanica vergt. De poststempel is dun aangebracht en suggereert 1977. Alleen de tweede 7, die net naast de gekartelde rechterzijde van de hellend aangebrachte postzegel terecht kwam, is duidelijk zichtbaar. [Zowel de rechts van het trapportaal op het voetpad geparkeerde als de grijsblauwe auto rechts voorin geven aan dat de foto midden of eind jaren zeventig gemaakt werd.] Een tweede stempel, waarbij de postbeambte ongetwijfeld hetzelfde schaars met inkt bevloeide stempelkussen gebruikte, fêteert de paasperiode wat in Leuven in 1977 in het teken stond van internationale folklore.

plekken #4

N° 17 Laviot. Camping de la Vallée, 6839 Laviot - Rochehaut S/S. Propr. Mme Marie Lagneau. Tél 061/466244. 'Hors saison 061/466416). [Reproduction interdite] Editions SMETZ, Bouge-Namur.
De camping zou zich vlak bij Bouillon bevinden. Laviot is kennelijk ook weinig meer dan een kleine nederzetting aan een van de vele lussen van de rivier, een plekje zonder dorpskern. De kampeerterreinen, Sagittaire en het meer zuidelijk gelegen Le Ban de Laviot, bevinden zich op het alluviale gebied tussen bosrand en oever. Demografisch bekeken, hoewel het al bij al een flink eind rijden is naar Rochehaut en Frahan, hoort de plek, niet eens een gehucht vermoed ik, tot het grondgebied van Rochehaut dat op zijn beurt van Bouillon deel uitmaakt. Marie Lagneau levert geen zoekresultaat op, behalve een naamgenote die in Saint-Jean-de-Luz woont. Op Delcampe.be wordt de ansicht aangeboden voor 1,30 euro. Ik heb weinig tot geen ervaring met hoe het er op zo'n camping aan toegaat.
N°7 Bredene. [boven] Brug naar het strand. Pont vers la plage. Bridge to the beach. Brücke zum Strand. Juli 1975. Een postzegel van 5 BF met het profiel van Koning Boudewijn. Geadresseerd: Mr & Mevr Baetens, Peperstraat nr 13, 9000 Gent: Vele groeten, Pee - Mee, Gino - Brigitte, Kurtje - Gina.
N°24 Bohan. [onder] Centre de Vacances "Mont-les-Champs". 6868 - B.O.H.A.N. Tél.: 061/50188. Gérant: Mr. Davister-François. 4 augustus 1972. Geadresseerd: Mme Vve A. Meganck, Institut St. Raphaël, 1170 Liedekerke. Beste mama, Vandaag vrijdag goed weer, de zon is vriendelijk op bezoek. Ik hoop dat alles goed gaat voor u. Louis en ik stellen het opperbest. We profiteren zoveel we kunnen van de goede lucht. Tot binnen kort, Louis & Jeanne.
N°26 Westende. Vakantiecentrum - Centre de Vacances. ZON EN ZEE. Tel. (058) 234.90. 11 mei 1964. Begin april 1965 kwam een donkergrijze Opel Capitain het asfalt van vakantiekolonie Zon en Zee opgereden. Wie aan het stuur zat, herinner ik me niet. We hadden uit te stappen en de verschrikking begon. Kennissen hadden het strafkamp aanbevolen. Om een reden die naderhand nooit helemaal verhelderd kon worden, werd blij uitgekeken naar de opmonterde invloed die de frisse zeelucht op ons hebben zou, waarbij een van de meest fundamentele principes van het ouderschap flagrant met de voeten getreden werd, dat je je kroost onder geen beding ooit aan een bende psychotische onverlaten toevertrouwen moet. Ze hadden op z'n minst gezegd kunnen hebben dat het een internaat betrof waar nonnen het voor het zeggen hadden en dat we het gestoorde gedrag van die arme donders er maar bij te nemen hadden. Toen de ouderlijke macht er alweer vandoor was, aan het stuur van de donkergrijze Opel Capitain die tien jaar later tijdens een ritje tussen Torhout en Lichtervelde doormidden breken zou, betraden we de eerste hellecirkel, een eetzaal die mij ook toen reeds afgrijselijk voorkwam, met borden en soepkommen die aan de buitenzijde een groene, een roze of een vaalblauwe kleur hadden en tot de rand volgegoten werden met gortepap. Hoewel zij naar verluidt godvrezend waren en in zwarte, brede, tot de vloer reikende gewaden minzaam door de kale gangen en zalen dwaalden, voerden ze een meedogenloos schrikbewind dat maar één enkel motief leek te hebben: straf. Voor de meest onhebbelijke futiliteiten kon je gestraft worden, iets wat me heel erg aangreep en waar ik tot vandaag de educatieve meerwaarde niet van heb weten te doorgronden.
N°4 Klemskerke."TORENHOF" Nouveaux appartements. Nieuwe appartementen. Geadresseerde: M & M Schellinck L., B. P. 3307 E. Ville [Elisabethville, tegenwoordig Lumumbashi], Katanga, Congo: Marie en Armand. Wij laten u weten als dat wij nog alle in volle gezondheid zijn en nog hopen van u hetzelfde. onze groeten uit het Rust hoort De Bleek[niet te ontcijferen] Vele complimenten van ons alle Marie Armand. Twee postzegels van 2 BF met de donkergroene versie van een portret van Koning Boudewijn en een blauw vignet met PER VLIEGTUIG PAR AVION.

maandag 5 december 2016

plekken #3

N°1 Warneton. Komen-Waasten. Place de la gare. Librairie Lambin, 14 rue de Lille, 7790 Warneton. Tél. 056/56090. N°11.
N°2 Warneton. Rue de Lille et Hôtel de Ville. Librairie Lambin. N°10.
N°3 Menen - Menin. Douane Rijselstraat.

zondag 4 december 2016

plekken #2

N°25. Willebroek, Dr. Persoonslaan. Uitg. Vertongen, Aug. Van Landeghemstraat, 71, Willebroek.(1) NELSCOLOR.
Messieurs et Mesdames, voyez donc içi l' avenue Docteur Persoons à Willebroek. Donc içi l'ancienne avenue Docteur Persoons à Willebroek.

De Dr. Persoonslaan situeert zich op 51° 03' 29" N en 004° 21' 35" O, loopt parallel aan de evenaar en heeft met de evenaar ook nog gemeen dat ik er nooit geweest ben.(2) Voor de plaatselijke bevolking, van wie tegenwoordig lang niet iedereen inboorling genoemd zou kunnen worden, bevindt de Dr. Persoonslaan zich tussen twee makkelijk te situeren herkenningpunten, een brug en een watertoren. Op de foto hierboven ziet u de watertoren. Aan het andere eind van de Dr. Persoonslaan bevindt zich wat een beweegbare oeververbinding genoemd wordt. Beide herkenningspunten zijn er ook nu nog, de in 1947 gebouwde bakstenen watertoren in de Kapitein Trippestraat en de brug over het kanaal Vilvoorde-Boom.
Van 27 februari 1969 tot 27 september 1975 documenteert Georges Perec la rue Vilin, een straat in Parijs vlak bij de oostelijke curve van de périférique, die met nog wat andere straten plaats te ruimen had voor een bouwproject. [L'infra-ordinaire, p. 15-31; Editions du Seuil, 1989] Jeudi 27 février 1969, vers 16 heures La rue Vilin commence à la hauteur du n°29 de la rue des Couronnes, en face d'immeubles neufs, des HLM récentes qui ont déjà quelque chose de vieux. [ ] Afbraak, renovatie, grondwerken, het werd het immo-moto van de tweede helft van de 20ste eeuw. De tweede wereldoorlog had uiteraard een en ander grondig voorbereid. Van Sint-Idesbald tot Maasmechelen, overal waren hele stadswijken met hallucinante efficiëntie van de kaart geveegd. Vastgoedmakelaars hadden het zich niet beter gedroomd kunnen hebben. Tot midden jaren zeventig was er bovendien geen decreet, dat kwam er pas in 1976, dat toezag op de bescherming en instandhouding van stads- en dorpsgezichten. Het waren de wilde jaren van de vastgoedsector. Niet alleen aan de Belgische kust zorgde het voor een ravage waar de verwoestingen van Wereldoorlog Twee kansloos voor onder deden. Grote delen van de beruchte Atlantic Wall werden net in de jaren zestig gerealiseerd, maar hoe grondig ze het ook deden, het bleek slechts het begin van een niet te stillen vastgoedhonger waarbij alles wat niet onder het decreet van 3 maart 1976 viel in aanmerking kwam om afgebroken of, en hiermee kwam het landelijke erfgoed niet beter weg, gerenoveerd te worden.
De foto van de Dr. Persoonslaan werd eind jaren zestig genomen, vermoed ik, of halverwege jaren zeventig, niet vroeger in elk geval, wat die ene auto rechts voorin aangeeft. Het is de époque waarin aan de Belgische kust zowat alle art nouveau en art deco huizen tegen de grond gaan en op toonaangevende manier door weinig smaakvolle flats vervangen worden. Een vergelijkbaar scenario deed zich voor in de Dr. Persoonslaan, al is het sloopwerk ongetwijfeld van latere datum. De architecturale en stedebouwkundige vernieuwing toont vooral postmoderne ingrepen van recente datum, het wegdek is beduidend smaller, aan weerszijden kwamen fietspaden en tot karakterloze units verbouwde woningen met middenstandersactiviteit op het gelijkvloers. Het uit donkerrode baksteen opgetrokken pand links voorin, wat een postkantoor zou kunnen zijn(3), heeft nu een in een zorgwekkend gebrek aan finesse opgetrokken mikmakkerig gelijkvloers waar een filiaal van De Voorzorg gevestigd is. Het belendende pand, een winkel zo op het eerste zicht, is met de grond gelijk gemaakt, maar niet alleen het belendende pand werd met de grond gelijk gemaakt, van de archaïsche huizenrij die het decorum van midden vorige eeuw ademt, rest weinig. Auto's domineren het straatbeeld.
(1) De postcode, in voege sinds 1969, ontbreekt. De foto kortom is voor die datum, meer dan waarschijnlijk tweede helft jaren zestig.

(2) Waar ik wel geweest ben. In 1974.
(3) Iemand ontcijfert het opschrift aan de gevel van het bakstenen gebouw: in de jaren zestig hadden ze hier het Gemeentelijk zwembad.

N°10 Izegem. Centrale brug over kanaal Roeselare-Leie. Printed in Spain.
N°38. Warszawa. Most Gdanski. Foto: J. Justrzebski. Biuro Wydawnicze Ruch. Op de plek waar de postzegel aangebracht hoort te worden, rechts bovenaan, staat volgende informatie, meer dan wat je van ansicht verwachten zou: 34-141/II/61. 30.000 egz. ZGMK 1835/61. E-7. Cena zl 1,20 + 20 gr. na SFOS. Van de ansichts die ik de voorbije weken verzamelde, is het de enige die het jaartal vermeldt: 1961, de oplage, dertigduizend exemplaren, en wat binnen de reeks het volgnummer is, 1835. Geadresseerd aan Mr. Emile Vandevelde, 801 Chaussée de Mons, St. Pieters-Leeuw, België. Een goeden dag uit Warschau. Jef Massard. = = Zomers blauw en asfaltkathedraal.
N°22 Rupelstreek. 5 - EEN KLEIPUT. Uitg. PUBLI-HEVADI, kerkstr. 61 Boom. "Toutes les pierres sont taillées pour l'édifice de la liberté, disait Saint-Just; vous lui pouvez bâtir un temple ou un tombeau des mêmes pierres." [Albert Camus, L'homme révolté; Essais, Bibliothèque de la Pléiade, Gallimard 1965, p. 538]

zaterdag 3 december 2016

plekken #1

N°11 Consdorf. Hôtel de la Gare. Prop: PIEK-RADERMACHER. Cuisine renommée - Crus sélectionnés. Parking. Au centre de la Petite Suisse Luxembourgeoise. Tél.: 790.05. Grand Duché de Luxembourg. [Reproduction interdite] Postdatum: 21-7-1972. Geadresseerde: Mr & Mme Wattenberge, Emil Mysonlaan, N°9, Gent, België. Vele groeten uit Consdorf. Het weer is hier goed en wij hebben al veel moois gezien. Hier op dit kaartje is ons Hotel. Een dikke zoen van Dre Jeanine Monique en Luc. == Het Hôtel de la Gare bevindt zich in Rue De Luxembourg, die ook wel als de GR 137 bekend staat, aan de zuidelijke rand van het dorp. Wie een kamer aan de voorzijde van het hotel heeft, een gebouw dat sinds 1972 nagenoeg intact bleef, kijkt uit op een plantsoen waar zich een oorlogsmonument bevindt, een op een overmaatse komkommer lijkende obus geflankeerd door drie vlaggenstokken. Het plantsoen beperkt zich tot liguster en kortgeschoren gras. Tegenwoordig heeft het hotel een vaalbleke kleur. Het pand is ooit opgelapt hoewel het geen grote ingrepen onderging. Het gebeitste houtwerk bijvoorbeeld is net zoals het in 1972 was. Onder invloed van wisselende weersomstandigheden kreeg het donkergele pleisterwerk een veel blekere teint. Het terras op het smalle voetpad, waar op vaste tijdstippen een lijnbus van de firma Schmit passeert, werd vervangen door potplanten.

N°21 Couillet. La Sambre et complexe industriel. Editions de Mario, Yvoir s. Meuse. [Reproduction interdite] Geen postzegel, geen stempel, geen adres. == Liefste papa en mama, ik logeer bij Freddy. We hebben lange wandelingen gemaakt op de rechteroever van de Samber en tevergeefs gezocht naar de prachtige, innovatieve industrieterreinen waar Monsieur Adolphe het altijd over had, maar die zijn er niet meer, geloof ik. In een winkeltje in Charleroi, vlak bij het Fotomuseum, trof ik wel een heel erg mooie ansicht aan, wat een idee gaf van hoe het er ooit was. We drongen door in het braakliggende, met verwilderde bosjes begroeide gebied op de rechteroever en konden vanaf de oever die enorme steenkoolberg zien, die we graag beklommen hadden, maar het donkerde al en tijdens de weg terug hebben we een pitta gegeten.

N°35 Blankenberge. Souvenir de la plage de Blankenberge. Herinnering aan het strand van Blankenberge. Souvenir from the strand of Blankenberge. Postzegel verwijderd. Poststempel: IDEAL SEASIDE RESORT FOR FAMILIES. Geadresseerde: Mr. & Mevr. Michiels Jan, Populierenstraat 8, Balen-Wezel, Prov. Antwerpen. Liefste ouders, Alles gaat hier best behalve het weer kon beter zijn. U moogt ons donderdag verwachten waarschijnlijk om 9 uur. Nog vele groeten van je dochters, Rita. ==
Ik probeer mij de persoon voor te stellen die op het briljante idee kwam om Souvenir de le plage te vertalen als from the strand of. Opgelucht besef ik dat mijn vader toen reeds voor het Brugse Outboard Marine werkte. Zijn vader stond bekend als de metser van Nevele. In Dachau aan Zee kwamen we helemaal nooit, mijn familie had het voor Oostende. Het afgrijselijke beeld van tot de horizon reikende, overbevolkte stranden echter heb ik duidelijk nooit helemaal weten te verwerken.
In het Engels heeft strand meerdere betekenissen. To strand, het werkwoord, betekent aan de grond lopen, stranden, vastlopen. Als zelfstandig naamwoord teert het op vestibulaire gebruikelijkheden die de mollige secretaresse, die al wel eens in Londen geweest was, zich toen op geen enkele manier had weten voor te stellen. = = Er had dus net zo goed kunnen staan: Gestrand te Blankenberge.

vrijdag 2 december 2016

dog

The dog has seen, has witnessed, has witnessed, has experienced,
has done enough to get bored of it. First the smell it had. Then the sound it made.
Then that thing on four pats called table. From that thing on four pats
comes a delightfull flavour. I tell you, he is familiar with that too.
It is so goddamn familiar that he really got tired with all of it. He won't feel upset.
He's far too bored with the goddam situation to feel upset. He gets on his belly,
gets down, and as usual no one takes notice of him. He really can't take it.
It's too much that part of the game where no consideration at all, gentle or not, fingers.
Hey, you there, I'm sick of it. Look at me, I'm sick of it. Hey, you there, can't you see,
I'm sick of it. The rusted head, terribly sad, gets down on his front legs.
Don't you see I'm sick of it. And there's still that terrible smell right in front of him.
Can't you see, it's all over the place goddammit. Then he gets up, all of a sudden.
Right, that's what I do, enough is enough. Again that thing on four pats.
Mam, it gets me mad. Hey, hey, look at me. I'm not asking anything, did I.

woensdag 30 november 2016

The Pursuit #10 [30-11]

[30-11] UNPREDICTABLE

Here is a word, the word I'd been looking for: unpredictable. Taken from the fading light of a cephalopodic light fixture a philosopher's trade on shampoo and mayonnaise is as genuine a dramatic gesture, I think, as it is grotesque, but seen within the line-up of the play it is far from unpredictable.
The unpredictability of the dramatic features doesn't depend on the ravishing spell of its number of magic tricks, even if one would feel inclined to see The Gentlemen's Gentlemen as the tragic set of an illusionist unable to control the outcome of all its playful imagery.

The unpredicted comes from the end and its beginning. As noticed it blameslessly began with A Prelude [page 9], starring the Janitor in his natural habitat, introducing a wild boar fed on endive [page 9], The Actress [page 9] and a dirted corridor with seemingly only the pig to blame for that. Soon after it ends.
No one actually would have noticed this twist if it wasn't for the script, gently pointing the chronology of the dramatic gestures:

I. PRELUDE (The End.) Page 9 - 12.
II. ACT I (Earlier That Spring) Page 13 - 28
III. ACT II (Opening Night of a Small Town Musical) Page 29 - 42
IV. ACT III (An Introduction) Page 44 - 45

I remember that I often used this inversion as well, switching from beginning to end to from end to beginning, or anything similar, introducing the idea of a circular move, or that I rewrote, practically in a rather formal way, a given text, most likely something that I hadn't written myself, from its end to the beginning, restyling the whole thing with no other words and images than those I traced.
The authors of The Gentlemen's Gentlemen may have come to a fairly identical structure from a complete different point of view. At first sight their strategem seems to have a slightly less formal tension: The Prelude is the end, the final act an introduction and first and second act make a flashback. This makes a series of desorientated chronologic moves: the introduction logically preceeds Act I and II, and Act I (Earlier that Spring) logically would preceed the introduction if we take if from a strictlty chronological point of view. It would not if Act I (Earlier that Spring) had been the second act,

ACT I (Opening Night of a Small Town Musical)
ACT II (Earlier that Spring),

but it isn't. Actors, crew and audience get killed (Earlier that spring) in what is mentioned to be a fire: The names they were born with, the names that spoiled marriages, were forgotten, amnesia set in, ghosts possessed them. The actors were all but eaten; tied to the stage and the fire [page 28]; at least one member of the Unrehearsed Audience or [UA] is rather precise about all that: We will swarm the stage, at once grab the actors by the arms, legs, hair, costumes, and bite them! Leave the major arteries alone, concentrate on the hands; tear off skin, the lips and ears. Then tear off clothes, use brooches and hatpins to tear into the stomach and pull. [page 26] From the first edition, directed by Noe and Brian, April 2008, with Frank&Robbert & Robbert&Frank as leading figures, Frank the Janitor, Robbert both Actor and wild boar, I actually didn't really get the impression that the intended killing was anything but a rough sketch, as the play went on with both Actor and Actress singing. Something unpredictable happened and at once had been flattened by the impression that not really anything had happened. The case went on. [ ]