woensdag 22 maart 2017

maandag 20 maart 2017

buitenwereld

Doodlopen. Doelloos slenteren.
Blindlopen. Als je verliefd bent en een bloemetje koopt.
Dat had hij zelf bedacht, zei Pieter.
Mathias en Neel waren aan het bouwen.
Momenteel..., zei hij.
Mijn ouders zijn momenteel dood, zei ik.
Weet je..., zei hij.
Nee, zei ik.
Wanneer begint buitenwereld. Weet ik niet. Waar begint het. Geen idee. Begint het als binnenwereld stopt. Geen flauw benul. Als ik aan het bloemetje ruik, heb ik dan binnenwereld. Buitenwereld als ik over mezelf struikel.
Je zou..., zei Pieter. Je stapt met de bloemen naar het meisje, zei hij.
Maar je kijkt niet waar ik m'n voeten plaats en dan struikel je.
En dan kom je bij het meisje en het bloemetje is kapot.
Inderdaad. Dan kom ik bij het meisje. Het bloemetje is kapot. Hier is je bloemetje.

zaterdag 18 maart 2017

zaterdag 18 maart

In de klankbrij zijn geen afzonderlijke stemmen. Ik weet dat ik mij zou kunnen bezighouden met de stemmen van een groep van zes mensen die aan een tafel vlakbij plaatsnamen. Af en toe is er ongetwijfeld een helder geformuleerde zin. Iemand vertelde me dat hij er van hield om in een kroeg, als hij voorts helemaal niets om handen had en geen zin om te lezen in het boek dat hij bij had, flarden noteerde van een gesprek. Kenneth Goldsmith zei dat hij het deed en ik heb het ook zelf vaak genoeg gedaan. Het volstaat om er één stem uit te pikken, om de aandacht op die ene stem te brengen, om in het geroezemoes alleen nog aandacht voor die ene stem te hebben. Aan een tafel helemaal aan het verre hoekpunt van de diagonaal, in een zaak waar ik vaker kom, hadden ze het over het interieur, over het houtwerk en, specifiek, de kleur van het houtwerk, en een al wat oudere dame zei dat ze het bij haar thuis allemaal wit had, waarop een van de tafelgenoten zei, bijna alsof het hem in de lessen meetkunde of fysica zo geleerd was, als je voor het eerst hoort dat 1 en 1 altijd 2 is, wit, zei hij, daar kan je alles op dragen wat je maar wil. Ik probeerde mij een wit interieur voor te stellen, twee portretten in een witte, ovalen frame, potplanten die alleen dit of dat plekje gehad hadden kunnen hebben en niet uit de toon vielen in de eentonige kamer waar, of ik er in rondkeek of niet, geen boekenrek, geen ontbijt, geen tot de rand gevulde asbak te bespeuren viel. Het geroezemoes is niet alleen zonder afzonderlijke stemmen, sommige klinken hoger of lager dan de andere stemmen, dat wel, gezichten heeft het evenmin. Tot ik een van de gezichten bekijk. Het is het gezicht van een dame en aan het pappige gezicht zit een pappig lichaam, maar ik bekijk alleen het gezicht en op gegeven ogenblik merkt ze dat ik haar bekijk, wat we negeren. Ik stel me een film voor, een Italiaanse-Franse productie, waarin zij en de man die aan dezelfde tafel zit, hij zit met z'n rug naar me toe, een rolletje hebben. Film van de week. De huidskleur boven de daken is ingedikt tot sinister indigo, de hangwangen hebben het portret van een oude foto, een stukje kaas verdwijnt in de mondholte, ze kauwt, heel even zwellen de lippen dik van vet en sap en dan verdwijnt alles weer in het geroezemoes, de woorden die ze wakker gemaakt had. Ik trek de deur achter me dicht en de gelagzaal verdwijnt met een zucht in de aardbodem.

Tomas






zaterdag 11 maart 2017

the singing painters @de koer

In Order Of Appearance @De Koer. The Singing Painters Meet Carver & Horn, dit keer zonder Carver. Tijdstip: ±23u. Locatie: de zaal achterin die ooit een theater- en filmzaal was.
setlist: Elephants [recente lyric, eerste keer; de song had eerst Gun als titel en het wordt misschien wel opnieuw Gun, voorlopig is het Elephants]; The Food Supplement featuring George & Steve, wat later een al net zo stevige versie van Ocean [beide songs staan op The Food Supplement, de vinyl release uitgebracht door El Negocito Records]; Table [recente lyric met een hond in de hoofdrol], loads of impro en tenslotte ook nog The Dog Keep Bleeding, een krankzinnige impro-versie van Texas Shopping, een song uit 2004.
Na het concert kwam iemand naar me toe en zei dat ze het verbazingwekkend vond dat ik zingen kon, terwijl ik, euhm, niet meteen de indruk had dat ik gezongen had. Al ging het wel hevig tijdens The Dog Keep Bleeding. Kijk, we repeteren helemaal nooit. Daar hebben Bart en Peter geen tijd voor. Dus on stage is het meegaan in de flow van de sound. Elephants hadden we nooit eerder gedaan, ik heb het ding vorige week of zo geschreven toen ik vlak bij het station in een wasserette zat en ik had er m'n stembanden niet op uitgeprobeerd, geen tijd voor gehad. Bart was net terug van een concert in Bordeaux. Ik weet niet hoe hij het doet. Met een parachute van het ene concert naar het andere. Ik weet ook al helemaal niet waarom ik net voor het concert zei we doen Elephants als eerste, nieuwe lyric, eerst de vocals. De setting was prima. Lekker zaaltje, dat van De Koer. Mathias hield zich bezig met waar iedereen zou staan, en de drum stond er al. Iemand verwoordde het anders. Hij zei dat het werk van McCarthy, om een of andere reden begon hij over McCarthy, als een prefab ingevuld pakket in je strot geramd wordt, hij ervaart geen ruimte voor verbeelding, en met de Painter songs net wel. Wat me aan een quote van Clarice Lispector deed denken, wacht even, ik zoek het op... Het staat in de ontdekking van de wereld, op bladzijde 187: ALS JE DAN TOCH MOET SCHRIJVEN Als je dan toch moet schrijven, laat dan tenminste de woorden tussen de regels niet vermorzeld worden. En het is natuurlijk net dit wat gebeurt in The Food Supplement, met Ocean, Table, in The Dog Keep Bleeding, de tussenruimtes hebben braakliggend gebied, ik vang het beeldmateriaal op, speel er wat mee, prop de leegte tussen de woorden niet vol, integendeel, peuter er liever wat los, gooi weg wat me overbodig voorkomt, heb niet de neiging om het naald en draad uitgelegd te hebben. The Dog Keep Bleeding is een los samenraapsel van woorden waar het tijdens de vocale performance elke kant mee op kan. Ik schreef het ding in 2004 toen Bush net herverkozen was en het werd eigenlijk helemaal nooit een lyric waar we wat mee aankonden. Tot vandaag. Vandaag zat het opeens wel goed.


vrijdag 10 maart 2017

insert reflection #1

 Thomas Karz, Insert Reflection #1. [2017]


vrijdag 3 maart 2017

vrijdag 3 maart

Een buur had het welwillend, sussend bijna, over het parkje. Ik zie geen parkje. Zo is het in Frome begonnen, vermoed ik, met een opmerking over het parkje. Zelf hebben we het intussen natuurlijk ook al over de parkzijde, die zijde van het gebouw die op het park uitgeeft, de waterkant, het brugje, de andere oever waar tussen de gebruikelijke tragiek aan nieuwbouw een rode, statige patriciërswoning overeind bleef, de standbeelden die zelfs in dit seizoen zwermen toeristen lokken van wie er slechts heel af en toe een enkeling de moeite neemt om het bord, dat omverwaait zodra een windstoot de hoek om beukt, van dichtbij te bekijken. Mosachtigen hebben de spleten veroverd. Hoewel er dus een parkje zou zijn en de plek ook als zodanig benoemd wordt, zie ik geen parkje, hoogstens als ik eerst de ogen sluit, en ook dan geen ceders en oleanders zie, geen stokrozen en lavandelstruiken, en daarna naar de in een geometrisch patroon aangelegde, kortgeschoren haagjes staar, het parkje kortom, de oude, kromgetrokken muren van belendende bebouwing die vooral bovenaan de steunberen een laagje mos hebben en zonder naambekendheid tussen stenen uitstekende plukjes groen, geen herderstasje in wording, geen paardenbloemen, plukjes die het hele seizoen nog voor zich hebben, voldoende hebben aan een kleinigheid om te ontkiemen en tot ontwikkeling te komen en dat volhouden tot iemand op het idee komt om te strooien. Aan één seizoen hebben ze net niet gehad wat het nodig had; dat ze het hier toch volhielden heeft hen jaren gekost.
In Quiet Days in Clichy heeft Henry Miller het al meteen op bladzijde 1 over Payne's gray, I was aware of the singular absence of what is known as Payne's gray..., I mention it because, in the realm of watercolor, American painters use this made-to-order gray excessively and obsessively; hier is het blauwe grijs, een donkere, obscure blauwte, door de aanhoudende regen in de straatkeien getrokken, niet overal, vooral daar waar vocht de keien heeft aangetast. Een meeuw. Dat noteer ik. Meeuw. Naast het houten bankje, met één poot aan een paaltje vastgeklonken, een groene en volledig transparante fles. Horizontaal, leeg, niet langer met het liquide gevuld tenminste en daar terechtgekomen waar een hand nog net bij het gras had gekund. De bakstenen bogen doen me aan een schilderij van Corot denken, een Romeinse studie, jeugdwerk. Grijze, dicht opeengepakte wolken en het melkwitte uiterwaard achter de wolken. Meeuw. Eentje. Trage curve boven de als een wal boven het parkje uittorende muren. Iemand met een hond aan de leiband staart met holle, introverte blik naar het gazon. De hond ontlast zich op het gras. Gras. Er is gras. De positie van de wijnfles, op een halve meter van het bankje, toont een vergeten, nachtelijk tijdstip, ontkent en bevestigt het tijdstip. Geen zin in nog een kop koffie. Een manspersoon, goed ingepakt, passeert in de richting van het brugje, het hoofd strak op de doorgang gericht en een boek in de linkerhand. Het dunne gelepel van een klokje. Vlieg inspecteert wijnfles. Op het water komt een bootje langszij, een duif maakt zich los van de bakstenen muur, vliegt, een baksteen vliegt, gaat diep over de geometrische aanplant. Als een baksteen vleugels had gehad zou het er ongeveer net zo uitzien, bedenk ik. Het plotse opstijgen is zonder sier, wekt veeleer de indruk dat ze het niet haalt, dat ze in de coulissen belandt, tegen de houten bank, tegen het paaltje aanvliegt. De man die daarnet in de richting van het brugje liep, stapt zonder boek de andere kant op en komt een ogenblik later opnieuw met boek tevoorschijn zich met strakke, introverte tred in de richting van het brugje begevend. Een net zo simpel als doeltreffend organigram: [A] met boek = brugje, [B] geen boek = de andere kant op. Dat wil zeggen, nu gaat hij eerst een boek halen, waar is niet bekend, doet er overigens ook niet meteen toe vind ik, met het boek als een baksteen, opnieuw baksteen, klem tussen de vingers van z'n lange, lamme linkerarm stapt hij naar het brugje... Om enkele minuten later zonder boek, maar in zekere zin nog altijd alsof hij een boek bij heeft, de lange, lamme linkerarm niet opvallend zwieriger of minder zwierig, dwars door het parkje tussen de kortgeschoren haagjes en het houten bankje door de andere kant uit te stappen, met stevige tred, introvert, niet om zich heen kijkend, alsof wat hij zich voorgenomen heeft werkelijk niet wachten kan. Kijk... [A]... mét boek, en, wat later... [B]... zonder. Dus sla ik maar weer Quiet Days in Clichy open, van Henry Miller. Bladzijde 2. Waar zat ik.

zondag 26 februari 2017

patat

We hadden het over Da Vinci en over Leonardo, die zijn grote voorbeelden waren, niet bij te benen, tot bleek dat hij een en dezelfde persoon bedoelde.
Op een of andere manier begreep ik dat het een geanimeerd gesprek zou worden.
Wat we ook heel erg bijzonder vonden, was het werk van de meneer die zijn oor afgesneden had.
We begrepen elkaar.
En die Patat is ook heel erg goed, zei hij. Bedoelde hij... Nee, over Van Gogh hadden we het al gehad.
Je bedoelt een kunstenaar die... die Patat heet..., zei ik. Ja, dat was de bedoeling.
Ik ken er niet eentje, zei ik. Marat... probeerde ik. Patat, Patat, zo heet ie toch, zei hij, Patat.
Maar die was op een andere manier aan z'n eind gekomen.
En het zat niet fris wie het geschilderd had.
He, wacht even, zei ik... Nee. Nee, toch niet. Picasso? Ik kon niet zo meteen op een andere naam komen.
Ja, Picasso, dat is 'm.
Hij had Patat gezegd en Picasso bedoeld. Patat van Panamarenko en Beuyspatat. En hij had Picasso bedoeld.

zaterdag 25 februari 2017

zaterdag 25 februari










crox 538. Tomas Kajanek, The last step for the consecration of the union between a man and a firearm. Eerste project op locatie Zilverhof 34.

donderdag 23 februari 2017

donderdag 23 februari

Een van de machines gaat ratelend tekeer. Vonkend geratel, viriel. Er is geen soundtrack, alleen wat je een ultieme beslissing van de machine zou kunnen noemen. Ratatatatatatatata. Op straat passeren een aantal auto's, misschien wel net dezelfde auto's die er gisteren passeerden, rond dit tijdstip, eergisteren, altijd in een net iets andere volgorde, en forenzen die zich naar het stationsplein reppen, anderen die er vandaan komen, alles rept zich, rept zich over de tramsporen tussen stilstaande, tussen rijdende voertuigen. Er is ook altijd iemand die geen reet uit te voeren heeft, tot hij pal voor de vitrine tot stilstand komt en naar de machines kijkt. Twee heren hadden naast me plaats genomen, vlak bij de ruit waar je makkelijk de tramsporen kan zien, vlak bij de ruit maar zonder om te kijken naar wat op straat gebeurt, wat rond dit tijdstip ook gisteren gebeurde, eergisteren ook, altijd hetzelfde in een net iets andere volgorde. Ik heb Sexus van Henry Miller bovengehaald. Praten en eten hou je best apart. Dat is onbekend terrein voor de jongste van beide heren, hij die het verst van de ruit verwijderd zit, een jongen met ouderwets kingewas en een slappe broek. Pa en ma in hetzelfde bed is ze ook geen eeuwigheid gelukt. Er gaat een radeloze, bijna wanhopige kracht uit van de machines. Misschien heb je ook denken en eten gescheiden te houden. Je hebt 50% zekerheid dat het gebeurt, 50 dat het niet gebeurt, 50% dat het zo, 50 dat het niet zo is. Dat de sufkop die naast je zit alleen maar doet alsof hij het met je eens is, het niet met je eens is, je kletspraatjes aanhoort en op basis daarvan met pertinente stelligheid rot op had kunnen zeggen, hou je kop jongen, zwijg, eet. En nu is de machine stilgevallen. Ik sla Miller open, lees een halve bladzijde. Weet je wat ze over Sexus en Nexus en Plexus zeiden? Maar dat weet ik. Ik herinner me een voorval. Als ik de situatie naar m'n hand had kunnen zetten, maar dat kon niet, had de slomo in z'n vuige, zwarte broek het in z'n broek gedaan. Met een gifpijl in z'n pleuris. Een matroos was hij al helemaal niet maar mijn verwekker was er toch maar in geslaagd, zonder kennis van zaken in feite, om een boot tot zinken te brengen, één boot en het was een grote boot, en hoewel het hem niet in één keer gelukt was, hij had er wat tijd voor nodig gehad, was de boot pierefluit gezonken net zo hard en diep alsof de verwekker aan één enkele pennentrek genoeg had gehad om het vonnis te voltrekken. Hij werd prompt bedankt voor bewezen diensten, vond meteen ander werk, kon in een winkel terecht waar ze Singer naaimachines sleten waar hij het één week uithield.
Intussen is er weer zo'n ratelende machine. Verlost van de dagelijkse portie drek stappen forenzen over het voetpad. Een broodje, plastiekzakken met melk en hondenvoer, schooltassen die als in een klucht volgepropt met geen idee jongen, voddige schimmen, van A naar B gesleurd worden. En dan de avond, het licht gaat uit, onschuldig, mensen op het zitje van een paardenmolen, iemand aan het stuur, iemand in het autobusje. Het stuitende gebrek aan betekenis is verbluffend. Vlekken die je er met geen wondermiddel weg krijgt. Er gaat een rustige, een rust brengende bedrijvigheid uit van de machines. Een aantal van de machines is stil gevallen, merk ik, andere kauwen op beddenlakens en ondergoed.
De avond viel. Schuimbekkend. Het toernooi als in een koeienmaag. Handje de hoogte in.

elephants

we don't need a gun. do we. we have the gun. what we need. let me tell you what we need. elephants, that's what we need. so you first. you there. you take gun. mister you take gun. shoot elephant. that's the gun for. so please, shoot elephant. then after you shot elephant we measure the thing. right. elephant dead. as dead as any elephant would be. now you take that gun mister and shoot another one. there's no limit shooting at anything. there's no limit on shooting elephants, right. so finally, what we need. let me tell you what we need, mister. what we really need. it won't be the gun. would it. we have the gun. in the end it would be the elephant, right. in the end it would be elephants, right.

this

this i like. like this. this like me. this meal. the phenomenon. this nother and nalways. this nutter and nottom and nupper. this every nevery. me like this me like that. the phenomenon. this meal... this meal likes me. like this. me this and me that and both mom and dad as handsome as a dead cow. as clever as a dead rat. as othersome as not really dead but pretty much stone-dead-drunk. a punk with fork and knife. with the fork in his arse. that clean-shaven something. well, that's the meal i guess. the phenomenon. not anything else. no no no. oh no. not anything else. nelse or nother. and this. or this. or this. or this. this like me. this i like. or this. [laundry-writing, 6 pm]