woensdag 21 juni 2017

all you need is the lavatory

De buurvrouw is in grote mate behoeftig. Ze kan niets zelf. Ook wel de reden waarom ze een hond heeft en een al net zo behoeftige zoon, gemeen en strak als een leiband, om op de hond te passen.

Ik word vaker over het hoofd gezien. Ze vergeten de bestelling te noteren, de kelner komt niet opdagen of eerst hebben ze wat anders te doen. Een hooggeplaatste pief betreedt de kantine waardoor ze van het een op het andere moment alleen nog aandacht voor de hooggeplaatste pief en het entourage hebben. Soms zien ze me niet eens zitten. Toen ik onlangs voor het vuurpeloton stond, liep het lekker. Ik had Boze Geesten van Dostojewski bovengehaald. Uiting geven aan een of andere vorm van belezenheid, hoe goedkoop ook, is me vaker goed uitgekomen. Een van de soldaten had er geen zin in en zei: ik heb krampen in m'n gat. Ingerukt mars, Leboeuf! riep de kolonel. De kolonel was iemand van een jaar of twintig met een sik en een snorretje. Ik heb ook krampen in mijn gat, mijnheer, zei een van de soldaten. Ingerukt mars, Poot! riep de kolonel, en dat ik u niet meer zie! Wat scheelt er, Maréchal, hij richtte het woord tot nog een soldaat die er wat beteuterd bijstond. Voelt ge u ook al niet goed soms? Ik heb krampen in m'n gat, mijnheer. Gij ook al? Godverdomme. Krampen in uw gat godverdomme. Maakt dat ge wegkomt!

The shadows prepare for nothing.

Pol de bastaardpoedel kakt de eerste werelddrol, het totalitaire summum van stront, een schijtbol.

vrijdag 16 juni 2017

x

La guerre commence. On ne sait rien.
C'est fini la guerre. On ne sait rien.

In geen vijftig dagen een gazet gelezen:
La guerre commence. On ne sait rien.
C'est fini la guerre. On ne sait rien.

Gestorven? Niemand. Geboren? Niemand.
Op weg naar de eeuwige roem over een stofje gestruikeld.

Ecoute... Wait a moment. Geen tijd. Laat me gerust.
Bijverschijnselen? Niemand. Kleine lettertjes? Niets.

Aan de frontlijn over een stofje gestruikeld.
C'est fini la guerre. On ne sait rien.

donderdag 15 juni 2017

varia

Smirp le Petit. Gypsophila paniculata Smirp, 53 x 51 x 31cm. Snoeihout van bruidssluier en klimop, tape, koord. work in progress
Van de asbakken die ik recent kocht, is dit ongetwijfeld de meest opvallende, de duurste ook, al gaan zelfs de meest marcante sixties vintage asbakken, vaak van Franse of Italiaanse makelij, zelden meer dan 60 euro, op een enkele uitzondering na. UILTJE SIGAREN, keramisch, in een kleur die warm grijs van Oudt Hollandt benadert, is Hollands.
Hieronder het wellicht schattigste asbakje uit de kleine asbakkenverzameling. Glas, Franse makelij en afgaand op wat op Etsy te vinden is jaren vijftig of zestig. Uit de huisraad van iemand uit Moerzeke.
boven Tuinmobile en sound sculpture.
onder Ter linkerzijde het kleine ochtendterras, rechts de doorgang naar het tuintoilet.
boven Untitled. Ritueel object. Restvorm van Kausale Zusammenhange II, een crox-project van Thomas Karz, 2005. 22cm. Zit meestal veilig in het blikken omhulsel van een filmspoel opgeborgen.
onder XOX. Ritueel object. Snoeihout en koordjes.
Een verwilderd tuinpad achterin de tuin.

woensdag 14 juni 2017

the singing painters in hot club

Het gebruikelijke repertoire aangevuld met teksten uit de oude doos.
Eén nieuw nummer: Blessed. Blessed are the popes of Rome for their irreproachable innocence.
Geen idee wanneer ik het geschreven heb.
Mathias heeft z'n bugel bij. Is dat een bugel, vroeg ik. Het is een bugel. Gratis drank.
Een zonnige avond. De versterker kan niet op de fiets. Blootsvoets. Het concert begint om halftien.
Bart zat diezelfde ochtend in Bielefeld. Ze waren een kabel vergeten.
Het is bekend, we repeteren nooit. Daar is geen tijd voor. Het is alles uit, springen, Perec begin jaren zestig, gepubliceerd in LG, Seuil, hij zat ingekwartierd in de Pyreneeën en die dag zouden ze voor het eerst springen.
Tijdens het opruimen van het berghok vond ik een mapje met oude teksten. Hungry Fat Dog is er een van. Brain Dust. You like my woodenware, Mavis? Zonder na te gaan of er nog wat zinnigs bijzit, stop ik het bij het recentere werk. Lange avond, drie sets.

maandag 12 juni 2017

eerste zin

Het boek is recent. Het moet recent zijn. Niemand heeft het gelezen, er is geen recensie geschreven.
Iedereen zou de recensie gelezen hebben. Er is geen recensie geschreven.
De lezer is op het geluk aangewezen van een vergeten exemplaar zonder eerste en zonder laatste zin.
Ik heb het niet met die bedoeling geschreven, zou de auteur geantwoord hebben. Het is zo recent allemaal, ik herinner het me niet. Wie is de auteur? Hij is de naam vergeten.
Je weet toch dat je alleen de eerste zin lezen mag en dat je vooral de laatste niet over het hoofd mag zien. En dan heb ik dus inderdaad die eerste zin geschrapt en werd de tweede zin de eerste.
Dit exemplaar heb ik tweedehands gevonden, hoeveel vraagt u mijnheer, vroeg ik, 80 francs zei de boekhandelaar, kan het niet voor wat minder, vroeg ik.
Zeldzaam? Nee, zeldzaam is het niet. Duur? Nee, duur is het evenmin. Dik? Zo dik. Een mooi exemplaar. Op met de hand aan flarden gescheurd papier, mijnheer, de eerste zin ontbreekt.
Ontbreekt de eerste zin? Die ontbreekt altijd. Wist je, zei de verkoper, dat je in dit boek hoogstens één enkele zin lezen mag.
Welke maakt niet uit. De laatste, om te beginnen. Wie het boek openslaat zal beseffen dat hij of zij alleen die ene zin lezen mag. Wie de tijd niet had, is haar voor geweest. Is wie voor geweest?
Ik ken een ingenieur die vijf jaar over het boek deed. Maar is het recent,
waar wordt het aangeboden, wie heeft het gelezen, is er een recensie geschreven? Er is geen recensie geschreven. Iedereen zou de recensie gelezen hebben. Na vijf jaar was het boek natuurlijk niet langer zoals het, euh, bedoeld was. Het moet recent zijn, begrijpt u, niemand mag het gelezen hebben.
Heeft het een recensie gehad? Nee, nee, nee, weet ik 100% zeker, geen recensie, het heeft geen recensie gehad. Het boek is sowieso onvindbaar.
Na twaalf bladzijden had ik het door. Ik werd gestraft met de rest van het boek. Wat je een doktersroman had kunnen noemen. Het eindigt met een kokospalm. Niet één woord staat waar het thuishoort,
de eerste zin ontbreekt,
voer voor kenners, werd vervangen door een andere zin, en, briljant, aan het eind komt alles goed.
Maar ook de laatste zin ontbreekt.
Ook de laatste zin ontbreekt. In dit exemplaar twee keer. Briljant. Briljant. We begrepen elkaar.

maandag 5 juni 2017

snoeihout

Gypsophila Paniculata Smirp. Snoeihout, koordjes, papiertape, houtlijm, plankje. Work in progress zoals ze het noemen, recentste foto.
Met de kinderen in Oostende deed ik de driemensionele Pollock, met ijzerdraad, klei en papier maché, nadat ze eerst met verf hadden zitten knoeien. Het snoeihoutobject is afgeleid van die formule. De bruidsluier en de klimop voorin het tuintje konden sowieso een snoeibeurt gebruiken. Geen idee wat ik er mee aan moet. Ik heb geen zin om het met papier maché af te werken. Het blijft snoeihout en koordjes. Of misschien bedenk ik nog iets.

Het snoeien van de bruidssluier, die over de dakkoepel van het keukentje woekert, heeft voor een lapsus gezorgd in het van onder tot boven zuiveren van het woonareaal, waar ik van begin tot eind mei mee bezig was.
Het stoeltje hieronder geeft een beeld van de werkzaamheden. Vorige week besefte ik opeens dat ik tijdens die werkzaamheden op geen enkel moment elektrische spullen gebruikt had. Het begon met een roeste spijker, geloof ik. Ik had wat ruimte nodig, wou achter de computer vandaan en vond een roeste spijker. Weet je wat m'n vader met zo'n roeste spijker deed? Met zo'n roeste spijker moet ik altijd eerst aan m'n vader denken. Z'n grote talent sprak uit wat hij met die roeste spijker deed. Eerst nam hij de spijker apart. Hij bestudeerde de kromming. Soms ging het om spijkers die hij zelf voor het eerst gebruikt had. Omdat hij er niemand mee lastig wilde vallen en ook wel op wat privacy gesteld was, deed hij het in het tuinhok. In het tuinhok had hij een werkbank. Die werkbank was van zijn vader geweest. Hij had het tuinhok in z'n eentje gebouwd. Hoe hij dat voor mekaar gekregen had wist helemaal niemand. Het was zijn plek, het plekje waar hij zich vaak zonder dat ook maar iemand het merkte uit de herrie terugtrok en zich met de roeste en kromme spijker bezighield.
Het stoeltje is uit die époque. Ooit stond het ding vlak bij het tuinhok. Ik trof het achterin de tuin aan. Het zat onder een dikke roestlaag en het houtwerk was zo door en door rot dat het in brokken uiteenviel toen ik het vastnam.
In de tuin was nog een tuinstoel, een tuinstoel met half rotte plankjes en minder geschiedenis. Van die tuinstoel recupereerde ik het houtwerk. Ik reinigde het hout en wreef het in met olijfolie en bijenwas.
 Maar het was met de werktafel hieronder begonnen.
 En omdat ik er opeens zin in had, pakte ik de hele kamer aan.

En toen dat gebeurd was, verkende ik de tuin.
 In het tuinhok vond ik een oude schrijfmachine.
Het keukentje en de bibliotheek kregen een opfrisbeurt.

Guido kwam een kijkje nemen. We deden en partijtje. Hij won.
Kuk en Orp kwamen uit de lucht vallen. Kuk afgewerkt met rode, Orp met groene stylo.
En dan het helse snoeiwerk. Met die teef op 178 was ik in geen drie jaar in de tuin geweest.



vrijdag 26 mei 2017

plekken

Gaasbeek. Kasteel van Gaesbeek, bij Brussel. De gevangenis (Toren van Lennick). Toegankelijk op Zondag, Dinsdag en Donderdag. Het staat er ook in het Frans: Château de Gaesbeek, lez-Bruxelles, La prison (Tour de Lennick), Ouvert les dimanche, mardi et jeudi, Monopole du Château, Tous droits réservés. Reeksnummer 23. Een foto uit het interbellum. Geen postzegel. Niet verstuurd. (W. G. Sebald, Austerlitz blz. 29: En ik herinner me nu ook weer dat ik mij, toen ik verder de tunnel in liep) De betekenisoverdracht, klem in een vaginale accolade, ( ),
Marchienne. Bateau-chapelle. [Kapelboot] Edition De Mario, Yvoir. Photo véritable, printed in Belgium. Geadresseerde: Eerwaarde zuster Hildegonda, Klooster Kindsheide Jezus [met e], Oostacker (Lourdes). Genegen groeten, Liesbeth. Verstuurd op 5 september 1965. / Enige ogenblikken later:
Marchienne. L'Ecluse. De editeur is Librairie Moderne à Marchienne. Geen andere bijzonderheden.
Burg Vogelsang. Verlag Foto Mertens-Saurbier, Gemünd/Eifel, Ruf 265 - Nr. 8. De foto deed me denken aan de cover van de Nederlandse vertaling van Luftkrieg und Literatur, vertaald als De natuurlijke historie van de verwoesting (W. G. Sebald, De Bezige Bij 2008), waarvan de eerste zin, nu ik het boek open heb kan ik net zo goed nog eens die eerste zin lezen, waarvan de eerste zin luidt, Het is moeilijk om ons nu de omvang van de verwoesting van de Duitse steden in de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog ook maar bij benadering voor te stellen, en nog moeilijker is het om na te denken over de verschrikkingen die met deze verwoesting gepaard gingen. De gelijkenis is frappant. De ijzingwekkende omvang van Burg Vogelsang doet me om een of andere reden ook aan Borges denken, aan de Borgesbibliotheek waarvan het een schaalmodel had kunnen zijn. (Het onmetelijke heeft genoeg aan een luciferdoosje, aan de blinde muren van een schijthok, het eindeloze aan een millimeter. De eeuwigheid is een moment.) Links voorin: de voetstappen van Robert Walser.
Blankenberge. 7. La Gare - De Statie. Afgestempeld op 8 september 1948. Geen postzegel.
Merksem. Moederhuis en Kliniek Sint-Bartholomeus. De geadresseerden wonen in de Onteigeningstraat te Zelzate. De Dubbeleagendalaan, Omgehakteboomstraat, het Achterpoortje, Vernietigd landschap, weg.
Merksem, 14 mei (postzegel en jaartal ontbreken). Beste Familie, Zoals afgesproken was waren wij dus zinnens de sinxendagen U te komen bezoeken. Maar wij hadden er niet aan gedacht dat Stella dan naar de communiefeest moest gaan van Lizette. Dus zullen wij ons bezoek tot later moeten uitstellen. Hoe is het nog met U allen en met U, E. Frieda. Wij hopen het allerbeste. Met ons en mijn ouders is alles goddank goed. Vele kussen voor u allemaal, Uwe nicht, Jeanne.
St-Georges-de-Rennes (Rhône). Vue générale aérienne - Cité ASTRA. Een groene postzegel van 1,00 franc met een beeltenis in zijaanzicht, rechtsop kijkend, van het Franse schoonheidsideaal. Afgestempeld te St-Georges-de-Rennes op 22 september 1979 en geadresseerd (tegemoetkomend aan) Mejuffrouw K. Dolfijn, die op dat moment in Antwerpen woont, in de Koningstraat op huisummer 19. De gebruikelijke portie eeuwigheid met vervaldatum; na gebruik het dopje goed aanschroeven. Lieve Zus, We zitten volop in de wijnstreek. Ik denk aan de "Moulin au vent" van de Monroe. [hanenpoten, er zou bijvoorbeeld ook iets als Moemoe kunnen staan] Het weder was heerlijk, 32°. [zonder komma in het origineel] Maar vandaag is bar koud (de gebruikelijke wending, waarop Perec in Deux cent quarante-trois cartes postales en couleurs véritables met zijn al net zo gebruikelijke panache tot in absurdum varieert: J'ai pris un de ces coups de soleils, On est rouges commes des coqs mais c'est quand même chouette, On est tout un tas de potes à lézarder sur le sable, On pense à vos coups de soleil!!!); spijtig [echt jammer] voor onze pick-nick. [en het is nog niet gedaan] Het slapen gaat niet al te best - dat komt wel. Tot binnen een 12-tal dagen! Dikke kussen. De vervaldatum zit in de bijsluiter.
Puurs. St.-Pieterskerk [17 eeuw). Echte foto. Gedrukt in België. Geen andere bijzonderheden.

zondag 14 mei 2017

The Legend of Urk Piw

In The Beginning

1. Urk observes a wheel.

2. On my first day out in the world I met Orp, the giant buckaroo.
I asked him for the wheel.
There's no wheels here, Orp said.

There's no forks neither, someone named Willy Shortcut The Oyster said.

There's no forks, said Zim Kukukukukuku.

3. A wheel is a nose.

Wheels.
Forks.
No wheels. No forks.

[reckless conclusion]

In too much as many a dosis, head goes as well as the nosis.

vrijdag 5 mei 2017

landschap

De muur is van goud, ik heb de muur recht voor me, goud, alles is goud, goud van verf of papier, van behangpapier of verf, en geen overschotje.
De muur is van goud, goud van papier of van verf, en geen overschotje, maar niet de hele muur, alleen het bovenste deel, alleen alles tegen het plafond aan, links van het terracottabeeldje, rechts van het terracottabeeldje, ook boven het terracottabeeldje, een beeldje dat ongeveer net zo groot is als een hamster en op de brede rand van de lambrisering geplaatst werd. Het goud reikt tot aan het venster, ter linkerzijde tot aan de deur, en voorbij het venster, en voorbij de hoek waar als ik m'n hoofd een kwartslag die kant op draai een klokje te zien is. Halfelf.
Ik ben net niet helemaal naakt, de geslachtsdelen zijn bedekt, en lig op m'n rug. M'n tenen wijzen het goud aan dat zich dus daar bevindt, voorbij het voeteind, boven het voeteind, tussen de deur ter rechter- en het venster, tussen de deur ter linkerzijde en het venster; en tussen venster en deur zo ver de blik reikt. Het landschap had, als het een schilderij van het landschap was, een werk van Rothko kunnen zijn of een Soutine uit een of andere onbekende periode van Soutine toen hij om een voorlopig door historici niet onder de loep genomen reden alleen okers, meer in het algemeen aardekleuren gebruikte om zich ten slotte tot goud te beperken. Goud zal goedkoop geweest zijn. Ze smolten het tot het uit de aars van bakkersvrouwen droop. Het is ook wel voor het eerst dat de verwantschap tussen Rothko en Soutine zo duidelijk opvalt. En me niet stoort trouwens. Alles is drek. Voeg van de ene drek een geut bij de andere drek en alleen een kenner merkt het verschil. Drek is goud. Ook het terracottabeeldje, dat een boeddha voorstelt in de bij die soort gebruikelijke houding. Niets gaat boven een vlotte ontlasting.
Het gaat uiteraard niet op om het over een beter werk van Soutine te hebben, het is hoogstens een wat bizarre Soutine, een rariteit, een met dikke klodders goud gekonterfeite aquarel, een werkje dat om die reden overigens net zo goed aan Turner toegeschreven zou kunnen worden. Soutine, Turner, wie merkt het verschil. Trouwens, alleen Corot had het geschilderd kunnen hebben, die zanderige landweg, vooraan bijna net zo breed als de kamer breed is. Over een afstand van ruim honderd meter, in een met hooguit enkele borstelstreken aangebracht perspectief, gaat het met een kromming rechtsop; hoger, boven het houtwerk van het venster, is een oblong meertje; en hier, in die kromming, net als met la promenade de Poussin, zit zijn talent, één veeg, één ogenschijnlijk niet eens als zodanig waargenomen correctie, en het zich voorbij een heuvelend bosje met nog een verbuiging in een verte voorbij het blikveld verliezend wegje voegt alles samen als een makkelijk te verwaarlozen, bijna onzichtbare naad. [ ]

plekken

Oostende. Pension restaurant Catford, Promenade Albert 7. Pension complète. Vue sur mer. Chaufage central. Eau chaude. Geen andere bijzonderheden. [Wikipedia: Catford is a district of south east London, within the London Borough of Lewisham. Karl Marx sprong wel eens in de Black Horse and Harrow binnen, een keet die er ook halverwege achttiende eeuw al was.]
Eksaarde. St. Teresiacollege, speelplaats. Reeksnummer 20. Geen andere bijzonderheden.
Warneton. Le pont et la douane. Mexichrome. Een uitgave van Librairie Lambin.
Florac (FR). Le village de vacances, vue aérienne. Alt. 545 m. Reeksnummer 28.
Florac. Le village de vacances. Close-up. Alt. 545 m. Reeksnummer 26.
Alger. A/4. Vue d'ensemble. Afgestempeld in Boumerdas op 20 juli 1963. Geen postzegel. Een uitgave van Ed. Jefal. Geadresseerd aan Mejuffrouw L. Drowart, wonende in de Sint-Annalaan te Aalst. Onze hartelijkste groeten uit het machtig-mooie, sneeuwwitte Algiers. Nicole. Zou het oxymoron als zodanig bedoeld zijn?
Guatemala. Mercado e indigenas de Chichicastenango. Market with Indians of Chichicastenango. Reeksnummer 61. Afgestempeld op 28 december 1974. Geadresseerd aan Mejuffrouw Robeyns in Zandhoven. Guatemala, 30 XII. Zalig Nieuwjaar met 'n hartelijke groet van bij onze Luc. Heerlijke dagen. Mooi land. Ontzettend arm volk. 't Beste. Luk [& twee onontcijferbare handtekeningen]. Karmijnrode stempel, diagonaal onder de bloedrode stempels in de rechterbovenhoek (waar op Guetamala na geen plaatsnaam vermeld staat): Correo Aéreo.
Montargis (Loiret). Canal de Briare. Reeksnummer 366. Bromocolor. Couleur photo véritable, procédé brevete. 29 - 10 - '63. Chers Amis, C'est dimanche après-midi que nous avons fait cette belle promenade à côté du canal. Recevez nos sincères amitiés. Elza - Charles - Lizy. Geen geadresseerde.

donderdag 27 april 2017

MC04170417-6 [2]

Six pages from the sixth volume.
The first volume disappeared. The second one, MC06990701-2, from the same period, summer 2001, was first exhibited during a short weekend event at Nicolas Leus' place, late summer 2009. Again some years later someone wrote a short essay on it. The essay was on artists books and the lady who wrote it took MC06990701-2 as sample.
Three unfinished specimen followed, most of it during 2013.
Getting daily on it takes about a month. The circular pattern begins at the front page, but the tough work starts with page four, as from that page on with each new page two up to twelve pages or more need to be controlled over and over again and this for each singular cutting.
The basic idea, simple as it is, is to reduce the magazine as a whole to an almost endless series of coloured holes.
From page four on each hole has a left- and a rightwing colour.
Mistakes are treasured with utmost care.
Part of the features of each page disappear and with the formula, strictly restricted to circular units, a hidden and largely unexpected, new pattern emerges.
Busying myself on it I always thought of these patterns as being there, immanent as you may call it, and it didn't take sophisticated techniques, far less sophisticated anyway than those necessary to make what one may call a homesick bourgeois life style magazine, oversized in its stylish and slightly perverted approach of fashion and bourgeois life style; a sharp pincer and a set of circular iron tools, transparant tape to restore some of the damage and a pencil to mark a note every once in a while, that's all.
Now, writing on it, I remember an essay that I had to write, just out of teenage with no more damage than a cold and a headache, and the naive but strong intention to ignore art history and its headpimping amount of incurable imagery, especially when it came to what to think of it. Unable of even thinking about what I could have written on art practice in general, or, if needed, more elusive or even strictly personal, I took one of these nude magazines I used to get at the newsagent around the corner, a sharp knife and a ruler, and cut the whole thing to a chessboard pattern, restoring each page using dice-patterns; for each part of the achieved puzzle one made one turn right [or left], two made a double turn, three turned the square-sized fragment upside down, with five it made a turnover towards the backside of the page, six I can't remember. I added a more or less lenghty, typewritten note to each page finished, failed to restore the zine in its unique entirety, and handed it to the counsellor, who took a look at it with a bizarre, nerve-wrecked twist of one of her most generous and brilliant smiles and never said a word on it.


dinsdag 18 april 2017

les twee

LES TWEE, OPGELOPEN TIJDENS MIDDAGDUTJE

1

Leonid, kijk eens, wat is dat.
- Koe.
Heel erg goed. Dat is een koe. Ja he. Koe. En wat is dat?
- [...]
Wolk. Een wolk. Dat is een wolk.
- [...]
Wolk.
- [...]
Zeg eens wolk.
- Wulk.
Wolk. Zeg eens wolk.
- [...]
Zeg eens wolk.
- Wulk.
Neeh. Wolk. De wulk is een schaaldier.
- Wulk.
[...]
- Wulk.
Leonid, luister. Dat is geen wulk. Het is een wolk. Wulken hebben ze hier niet. Zeg eens wolk.
- [...]
[...] [...] [...]
- Wulk.

2

De mens is een huisdier.

3

Beste Els,

We hebben geweend, we hebben veel geweend, we hebben ons in slaap geweend. En Bes en Leonid konden niet slapen.
Leonid heeft z'n eerste woordjes geleerd. Heel erg flink. Omdat hij er het de hele tijd over had en we toch aan zee waren, hebben we wulken gekocht, maar dat bleek hij niet te lusten. Ik weet het niet, ik weet het niet. En Bes weet het ook niet. Toen we hem kochten zag hij er natuurlijk al heel erg zwart uit. 't Is een neger, zei Bes, maar op het certificaat stond dat hij Breznjev heette, toch echt wel een Russische naam. Familie van, vroeg ik nog. We hebben het uit Angola, zei de verkoper, en daar zijn ze zwart. Dus toch een neger, zei Bes. Nee, zei de verkoper, die hebben we tegenwoordig niet meer. Deze is zwart omdat hij onder de modder zit, vers binnen, we hebben nog geen tijd gehad om 'm een beurt te geven, maar spoel 'm, driemaals daags, en 't is zo geflikt. En dan is 't ie wit! Precies. En je zal er geen wittere gezien hebben. Kijk, die Breznjevs, dat komt uit steenkoolgebied, zwarter dan een Breznjev hebben ze niet op de markt.
Ik weet het niet, Els, en Bes weet het ook niet. En dat is geen verwijt he, Bes. Maar er is dus geen enkele reden om jaloers te zijn.
Leonid is natuurlijk heel erg schattig.
- Wulk.
Kop dicht.
- Huuh huuh huuh. [stikt van het lachen]