Het tafelblad. De muur. De gordijnen. Het ronde zitvlak van een langpootstoel. De merknaam op het bierviltje. Een stoel. De worsten. Zeven. Zeven worsten. Een achterin het lokaal aan de muur geprikte tekening. Het schijnsel. De sticker op het deurpaneel en het idee dat het verboden is om de plek die zich achter dat deurpaneel bevindt te betreden. De bakstenen. Het met een punaise aan een plank vastzittend papiertje. De glimlach van het naaktmodel. Het brandblusapparaat. De vloer. Een zakje chips. De betaalmodule. Het logo. Een werelddeel. De onderbroek. Een aperol. De reflectie. Het profiel. Als het tot een lineaire weergave van haar gezicht beperkt gebleven was. De oorschelp. Een wang. De lippen. Het ruitmotief. De kaars is uit. Het plafond. Het zitvlak. De Z van Zabrinski Point. Labia Minorca. Gloeiende wangen. De lippen. Het dipje. De vingertoppen. Het schijnen. De verzinsels. Het piano spelen op een tafelrand. Captain Beefheart. Een doosje. Zomaar wat met je handen in het haar voor je uit zitten staren. Dat je ook, ook, die ene keer, dat je ook als jongen zwanger was, toen. Er hoefde niets te gebeuren om je met het verversen van stuifmeelkorrels aan het werk te hebben. De oorschelp. Op het bierviltje je prioriteiten uitstippelen. De kippen. Het huis. Wat schrijf je, vraagt iemand. Ritme. Ik fantaseer maar wat. Wat in me opkomt. Het veelvoud. Meer dan dat wat ik zie, minder dan dat wat ik gezien had kunnen hebben.
maandag 18 mei 2026
zondag 17 mei 2026
zondag
Hoeveel Griekse goden zijn er? Ik wil het exacte aantal. Tel ze.
Hoeveel, in wat ooit het democratische Athene was, fruitvliegjes. Ik wil het exacte aantal. Beslis.
Hoeveel fresco's in Griekse restaurants waarop alleen Kavafis het antwoord wist.
Met een zwart gat getrouwd zijn.
Een lookalike van Berlusconi in de familie hebben.
Trump ligt lekker gezellig onder een van de langpootstoelen, dik en harig als een schaap dat dringend naar de kapper moet.
Een jonge brunette is met haar kapsel bezig, wat het inerte bloot van schouders en armen etaleert.
Snel ypsilonetisch door haar schouders bladeren. Tatoeages op alle bladzijden. Iemand met een mening over hoe het met deze waarneming zit? Stompjes waar ze vleugels had.
vrijdag 15 mei 2026
ochtend
Grijze stadsduif heen&weer sloffend over dak.
Het dak. Drieëneenhalve meter van schedelpan verwijderd dak. Op het grondvlak, vlak bij de plek waar ik in slaap gevallen ben, een boek, Espèces d'espaces. Ik kruip overeind.
Ben ik soms naakt of ben ik altijd naakt? Het tijdstip. Naakt heen&weer door de kamer sloffen. Inspectie keuken. Niemand.
De badkamer. Met een policier beginnen? Maigret voyage. Geen lijk in de badkuip. Naakt heen&weer door de kamer sloffen.
Inspectie keuken. Nogmaals. De bialetti openschroeven. Spoelen van alle bestanddelen van de bialetti. Ik jaag het koffiegruis door het gat onderin de gootsteen, vul de bialetti tot net onder het tussenstuk met warm water, trommel de elektrische koffiemolen op, bzzzz, vers gemalen koffie, hop, daar gaat ie. Checken waar ik zat. In Georges Perec op bladzijde 89, Il est, en principe, toujours possible de passer d'un côté de la rue à l'autre,
Geroekoekoe. Die malloot op het dak. Roekoekoe roekoekoe, x4, roe. Het naar fruitvliegjesneukende ambtenarij stinkende discours van de stadsduif. Koffie klaar!
Weer dat hersenloze geroekoekoe. Het heen&weer sloffen van de grijze stadsduif. Optillen en verplaatsen van een schrijfmachine. Inspectie van schilderij 1123. Voor mama. Een stilleven met een bizar, door OP gekonterfeit vaasje, takken, dorre bloemen, een tekening van Jockum Nordström, en zo nog wat dingen. De bric-à-brac op het tafelblad. Een rol keukenpapier, bovenvermelde schrijfmachine, The Complete Works of Lewis Carroll open op bladzijde 912, ook 913, Espèces d'espaces van Perec bladzijde 97, de dobbelsteen op 5, een blauwe stylo, een rooie, een groene, het vergrootglas, documenten, papier, schriftjes. Het openen van de laptop, maar dan toch eerst focus op het papier maché object. Jan belt me. Plakvingers. Ik spring naar de badkamer, spoel de plakpoten, net op tijd om de stem van Jan te hebben. Jan herinnert me aan een afspraak. Dankuwel, merci, alsof ik het vergeten was. Was ik vergeten, maar dat zeg ik niet. Was ik niet vergeten, zeg ik evenmin. Om te voorkomen dat ik het nogmaals vergeet.
Dan, en dan pas, het kopje koffie. Halftien. Ik werk het restje van een gisteren gekonterfeite maaltijd naar binnen, een met dadelsap op smaak gebracht stoofpotje, seitan, wat groenten, kikkerwten, krielpatat, zeewier, rijst. Dan die duif weer. Spoelen van de geslachtsdelen, huid invetten met olie, aankleden, tanden poetsen en het et cetera van de ochtendgymnastiek. Regen ratelt over het dak.
Wat ik nodig heb om het eiland te overleven, het schriftje, een balpen, gaat mee in de handtas.
Aanraken van een boek waarin ik gisteren enkele bladzijden las, Ponge, Le Savon, een gallimard, bladzijde 11 : Le Savon, Mesdames et Messieurs, die Seife, die Seifenkugel, vous savez, bien certainement, ce que c'est. Vous vous en servez chaque jour.
dinsdag 12 mei 2026
9u56
ypsiloneticon
zitvlak Mag ik naast je plaatsnemen? Ze glimlacht. Ja natuurlijk, zegt ze. Ik heb nood aan een tafelblad, zeg ik. Zij veert overeind. Ik schuif in. Zij gaat zitten. Ik ga zitten.
zakken De ouwe zit slap voor zich uit te staren. Deed grondvlakken. Is nu zelf het grondvlak. Handelde af wat af te handelen was, kneep af en toe een oogje dicht. Heeft het tot de bodem geledigde glas binnen oog- en handbereik.
vlakweg Schaduwen kruipen niet waar ze willen. Ze kruipen onder de dingen, ook als daar geen plaats voor ze is. Onder het locomotiefpetje.
Atheïsme is enkel de negatie van iets dat nooit een substantieel, steeds alleen maar een verbaal bestaan heeft gehad. Hermann Hesse
haastfeest Maak dat het gedaan is. Over de speech tijdens het homohuwelijk : het duurde vijf minuutjes en dan was het gedaan. Fantastisch.
narca favoris Narcisten zijn het krijt nooit helemaal ontgroeid. Daar is de partner vet mee. Onsympathieke mensen die het met nog minder sympathieke mensen doen. Het onderschijt zit dun. Altijd alleen maar daarmee bezig omdat er niet onder uit te komen is. Rond de pot draaien van de vinger in de pot. Ingeblikt zit ze opeens dof voor zich uit te staren. Drie knoppen: On, Out, Delete. Op haar hoede maar waarvoor precies. Weet ze waar ze bang voor is?
Een verlangen dat alles overstijgt, het verlangen naar de ander. Het andere verlangen. Iets anders en verder niets.
grondvlak Telex, herinner ik me, zou van Portugal per vergissing 1 punt, one point, one, gekregen hebben. Die ene keer dat ze meededen aan het festival.
Regen klettert over het asfalt. Een lijnbus duwt traag door de natte duisternis. Fietsers in een Atlantische picknick.
Kaarslicht.
geen vlak As nothing happened, there's a whole story to tell about nothing.
687
opening donderdag 14 mei19u14/5 tot 24/5
vrij zat zon van 14u - 18u
maandag 11 mei 2026
lost in translation
Japanse toeristen. Twee stuks. Man met langwerpig hoofd. Vrouw die schichtig wegkijkt als het haar kant uitgaat. Inspecteren wat het huis biedt, gewapend met looptelefoon. Engels spreken ze niet. Dus Chinezen misschien. Na aanslepend onderzoek komen ze tot volgende conclusie: First. Meta-pauze. Het hoofddeksel-mea-culpa implodeert. One. De ober kijkt haar onderzoekend aan. One? Alleen onder microscoop waar te nemen lachje. First. Herhaalt ze. One. Wat ze niet doorhebben, ze zitten in een waterverf van Spilliaert. Ronde lampen in een eindeloze carambole van om elkaar heen draaiende weerspiegelingen. De dame komt voorzichtig overeind, zoekt een toiletruimte en belandt op straat. Chinezen kakken op straat. De ander, het langwerpige hoofd waar een adamsappel en een bril aan vastzitten, slurpt een portie snot in of naar z'n buis van Eustachius. Doet dit ook met een sliert spaghetti, andere kant op, het keelgat. Beiden hebben in extremis een bord spaghetti besteld, van wat nog op de menukaart stond, misschien, begrepen ze geen snars, en nemen de tussen hun lippen vandaan hangende slierten slurpend tot zich. Het langwerpige hoofd gaat lekker wat tolofenen en doet dat sierlijk, met sympathiek op en neer wippende vingertoppen, terwijl de dame in wat zij voorgeschoteld kreeg zit te roeren. Begint de saus uit te smeren over z'n kin. Zuigt min of meer tegelijk nog wat snot met zuinige, beleefde trekjes tot helemaal bovenin z'n buis van Eustachius. Weet natuurlijk dat hij desgewenst het papieren servet als zakdoek gebruiken kan. Of zou dat niet weten? Heeft in de smiezen dat hij bestudeerd wordt. Zakt kauwend weg in iets wat op een meditatieve houding lijkt. Nette mensen. Niets op aan te merken. O my god, wat heb ik gezegd. Hij herpakt zich, begint nu ook zelf in de spaghetti te roeren, snuit z'n neus in het papieren servet en veegt er nogmaals z'n mond mee af. Drinkt een slokje thee. Veert overeind. Ook hij heeft behoeften. Zij is het nieuwe wereldbeeld, tolofeent. Op elk moment alles wat je niet nodig had binnen handbereik. Na afloop krijgen ze elk een snoepje.
donderdag 7 mei 2026
instructions for a visit
Boven : Simon. Grotendeels in situ getekend verslag van de barruimte.
Onder : Instructies.
Boven : Jules aan de slag. Ziba Poseert.
Onder : Ziba.Onder : Jules aan de slag. Ziba poseert.
woensdag 6 mei 2026
dinsdag 5 mei 2026
5.5
l'heure : sept heures du soir
la date : 15 mai 1973
le temps : beau fixe
Noter ce que l'on voit. Ce qui se passe de notable. Sait-on voir ce qui est notable? Y a-t-il quelque chose qui nous frappe?
Rien ne nous frappe. Nous ne savons pas voir.
Georges Perec, Espèces d'espaces
Geen tram. Schrappen van, de olifant, het resusaapje, wolkenkrabbers, blauwe hemel, Georges Perec. Geen antilopes. Een grappig busje. Babbelende meisjes. Weinig animo in en aan het met graffiti bekladde frietkot. Een stadsduif waagt zich tot vlak bij het terras. Voorbijgangers van en naar het station. Een fietser. Met valhelm. Naakte benen. Bomen. Wat zijn ze groot geworden, die benen. Besluiteloosheid. Er zijn best wat bejaarden in omloop. Ik vergat de locatie mee te delen, een terras op wandelafstand van het Sint-Pietersstation, en het tijdstip, namiddag, halfdrie. Bewolkt. En wat zijn ze groen intussen, die bomen. Een passante met een koffertje op wielen. Smartfoont. Nog meer van dat ik doe maar iets gedoe. Eén van de meisjes (zitten naast me, belendend tafeltje ter linkerzijde), één van de meisjes zegt: Dit is echt traumatizing, zegt ze. 'Doe met deze informatie wat je wil, maar, Een feestelijk uitgedoste dame, vogue-type, bijna looppas, in een hurry, smartfoont. Iemand met een loopneus zit achter haar aan. Fietsers. 'Iets,' zegt een van de meisjes, 'iets wat er niet was . . ., en het gebeurt.' Man met wandelstok, blauwe regenjas, stapvoets, kijkt om naar de vitrines van een boekhandel, een fluwelen pantalon kleur donker notenhout. Personen zonder haast te maken op weg naar het station. Een groepje bejaarden. Van fiets stappende blondine met witte headphone. Een half opengemaakte banaan. Koffie. Jonge vrouw met bekertje. De dame die een banaan oppeuzelde, kijkt heel even naar me om. Iemand neemt in een hurry plaats op de stoel ter rechterzijde, en haalt meteen een smartphone boven. Aan de overzijde van het wegdek een fietser met een gitaar op z'n rug. Iemand in een rolstoel. Stadwaarts een geelgroene paraplu. Tot achterwerk reikende dreadlocks, massief als een stronk. Doorstappen omdat je met een tijdstip zit. Een koelwagen. Een zwaarlijvige dame, stevige fiets, rode, bolle wangen, valhelm. Of zonder tijdstip. Op automatische piloot. Een autocar met het opschrift: Reizen met liefde voor uw wereld. Blijf dan thuis. Godverdomme. De hand van je partner aanraken. Je met een schommelende doos uit de voeten maken. Gearmd richting stationsplein over het voetpad stappen. Het gepuf van een lijnbus. De meisjes hebben het over vrouwonvriendelijke uitspraken. Drie zwarten. Bewolkte hemel. Headphones. Een ietwat breed uitgevallen manspersoon, blauwe pet, korte mantel, rode kop, luidkeels: 'Hallo -! Hallo -! Comment ça va, les petits enculés, enculés de merde -!' Staat met z'n armen te zwaaien. Geen reactie. Richt zich tot iedereen op en naast het terras, herhaalt wat hij te zeggen had, iedereen en tegelijk niemand in het bijzonder, en dan nog een keer, tot hij zich opeens midden een groep scholieren bevindt. Een sliert scholieren. Ze vinden het voorval best amusant. Nog meer scholieren, meisjes, tieners in uniform. Zakdoekje leggen, niemand zeggen. Dames van ontwikkelde leeftijd in beige kostuums. Drie jongens en daarvan twee, bloedserieus, met een donkerrode roos in een speciaal voor die donkerrode roos ontworpen verpakking. Iemand met een bokaal appelmoes. Vlakbij het raam van een kamer op de derde verdieping van een gebouw aan de verste overzijde van het wegdek een fluogele regenjekker.
maandag 4 mei 2026
4.5
Travaux pratiques.
Observer la rue, de temps en temps, peut-être avec un souci un peu systématique.
S'appliquer. Prendre son temps.
Noter le lieu : la terrasse ( )
Georges Perec, Espèces d'espaces
het terras van een café vlakbij de sint-michielshelling
het tijdstip : halfzeven, avond
Dame met hoedje (Jamaica? Congo? Mozambique? Brooklyn? Ghana?) een rieten zomerhoedje, rond rond rond.
Valhelm op scooter. Valhelm met personeel. Een blasfemisch blauwe auto met random nietsnut aan het stuur. Zwarte hand- en schoudertassen, smartphones.
Over straat wandelen (lopen? stappen? stromen?) zonder aandacht voor wat anders dan die smartphone.
Je rechterhand op anderhalve decimeter onder het verchroomde handvat van een paraplu. Schommelen.
De zwarte bolleboos op een zwarte fiets. Reistassen op wieltjes.
Twee uitgemergelde jappen, naar adem happend, gedisciplineerd, met smartphone, half tussen staan en zitten over het voetpad strompelend. strom. pe. len.
Geen onderbroeken.
2 trams, de tram links- en de tram rechtsop.
Iemand met een stadsplannetje waarop, vanop afstand waargenomen, helemaal niets te zien is. Het blanco. De eerste en laatste van alle beschikbare ruimtes.
Toeristen in een, ik tel, in een lang uitgerokken, zich sleepvoetend voortbewegende karavaan. Met z'n achtentwintig zijn ze.
De formule-1-fiets. Een vergissing van die Martinelli. Snelheid is voor booswichten. De traag uitgevoerde is vaak een meer aangename verplaatsing.
Twee jonge zwarten, een vrolijke in sportieve en eigentijdse feestdis uitgedoste jongen, en een corpulent, sleepvoetend meisje.
Met bedrading: een catwalkdame. Oortjes. Robotica. Nog zo iemand. Een bekertje met koffie, cola of thee, een smartphone, de rugzak.
Wat een boek had kunnen zijn, een boek godverdomme, is de reisgids.
Koptelefoongeneratie. Op beide oortjes in een parallelle wereld. Als ik om me heen kijk, en waar ik ook kijk: parallelle werelden.
Een lange, magere (uitgemergelde?) punk. Zestiger. Witte haardos, zwarte kleding, stevig doorstappend.
Iemand met een bekertje gif van McDonalds. Uiteenvallen.
Drie jankende honden stormen in razende vaart over de Sint-Michielshelling richting Poel.
Een camionette draait de Sint-Michielshelling op. Pierino houdt het voor bekeken. De auto heeft een rosharige jongedame aan het stuur.
Smartphone-aapjes. Vier poten, een pet, soms een beetje een domme kop, geen staart, hersenloos. Wat de smartphone verklaart, die ze dus echt wel nodig hebben.
Smartphone altijd bij de hand? Ja mijnheer. Goed zo, meisje. Je zou wat kunnen missen. Het heertje dalend dat bijna tegen je aanbotst.
Rode hakken, blote enkels, elegante slowmotion catwalk.
uiteenvallen. Het is niet duidelijk of de hemel bewolkt is of gewoon simpelweg grijs. Een tik tegen de hersenpan en hop, blauwe hemel.
12b gaat naar Oostakker Dorp.
Iemand, een man in sportief modieuze outfit, vijftiger, kleurrijk schoeisel, neemt een foto. Een foto van, Van de bushalte. Het terras, een uithoek, de fietsen die zich aan de achterkant van de bushalte bevinden, een kerk, een fastfoodkeet.
Iemand met een roodpaarse hoofddoek. Egyptian violet.
Mobiele straatvegerij.
Lijnbus 11 in oostelijke, 10 in westelijke richting. Het hondje. 2 witte, 2 zwarte pootjes.
Lijnbus 10 in oostelijke, 11 in westelijke richting.
Wandelen. Halt houden. Om je heen kijken. De smartphone niet uit het oog verliezen. Over een steile stoeprand stappen.






















