One should consider, in terms of the category of unemployment, 'those massive populations around the world who have, as it were "dropped out of history", who have been deliberately excluded from the modernizing projects of First World capitalism and written off as hopeless or terminal cases: so-called 'failed states' (Congo, Somalia), victims of famine or ecological disasters, caught in pseudo-archaic 'ethnic hatreds', objects of philantropy and NGO's or (often the same people) of the 'war on terror'. The category of unemployed should thus be expanded to encompass the wide span of population from the temporarily unemployed, through the no-longer-employable and permanently unemployed, up to people living in slums and other types of ghettos (all those often dismissed by Marx himself as 'lumpen-proletarians') and, finally, entire areas, populations or states excluded from the global capitalist process, like the blank spaces in ancient maps. SLAVOY ZIZEK
Charleroi. Les fosses Sacré-Madame et Sainte-Barbe et Panorama de la Ville Haute. Plek waar zich tegenwoordig het Terril des Piges bevindt, een heuvelachtige opeenhoping van keien, steenkool en zand.
Het moment van de foto, x-aantal personen zitten voor een schotel met gehaktballen in tomatensaus, bladeren in Lui et Elle, werden aangereden door een fietser, ontlasten zich, faecalieën die zich als soepel glijdend of hardnekkig ontpoppen, slachten een kip, omringen, doen het op z’n hondjes, steken een sigaret op, zijn hoogzwanger, zijn werkloos, ontvangen een oorvijg, maken zich klaar voor een groepsfoto, heten Jeanne, zijn van Duitse afkomst, uiten provocerende taal, schrijven een brief, is een staatsman met ambitieuze plannen, hebben zich in een visgraat verslikt, kwamen net op het idee dat ze eigenlijk best wel zin hebben in appelcompôte, in braadworst, in nog een kop koffie, zeggen je t' aime, ik hou van je, ik heb een bloemetje voor je meegebracht, hebben een onderhoud met de ploegbaas, roken, is net in het straatbeeld opgedoken, stapt met soepele tred over Place Verte, met hoeveel we zijn weten ze niet, schrijven Chère Jeanne, wat met Proust, wat met een citaat begint, Il faut que l’herbe pousse et que les enfants meurent, leggen een kaartje, hier is je bloemetje, voelt zich volstrekt overbodig, plukt een dikke streng tabak uit het zonder haast aangeboden pakje en rolt een sigaret, zouden het antwoord schuldig blijven als hen gevraagd werd wat eerst kwam, de kip of het ei, hier is vaak en lang over geredetwist, denken dat ze het antwoord weten, plannen een moordaanslag, voeren die moord uit of hebben de moord net uitgevoerd, staan voor een spiegel, plenst over het wegdek, hebben er geen zin in, zitten voor een spiegel, wijzen iets aan, huilen, staan voor een gesloten deur, zit naakt aan een SINGER naaimachine, knippen, Gombrowicz weggeblazen in het decor, overwegen om ontslag te nemen, hebben een beekforel gevangen, werden net ontslagen, menstrueren, zitten aan het stuur van een auto, dragen een geruite pet, witte sokken, geen onderbroek, blazen hun laatste adem uit, lezen een brief, slikt z’n laatste adem in, is kunstenaar, blaft, zullen zich op gegeven ogenblik aanmelden bij het vreemdelingenlegioen, in het salon is een geur van versgemalen koffie, een glas valt, breekt, zonlicht bladert in het keukengordijn, werken in het postkantoor, zitten opgesloten in, scheurt eerste en laatste bladzijde uit Voyage au Congo, wijzen iets aan, zeggen que'est ce que c’est, overwegen om de afdelingschef om opslag te vragen, zeggen je n'en sais rien, kijken naar een kameel, zeggen merde alors, hebben griep, is makelaar in koffie, bezit een Rheinmetall-Borsig schrijfmachine met querty-klavier, stappen naar een auto die wat straten verderop geparkeerd staat, zijn iets kwijt of raken iets kwijt, tasten in een broek- of vestzak naar de huissleutel, die ze niet vinden, wat zijn ze nog meer kwijt, het horloge, een eerbaarheid, de echtgenote, een portefeuille, dissen een leugen op, zijn naakt, schrijft: c’est très fatiguant d’aimer, leest een policier, kijken naar de rookpluimen boven les fosses Sacré-Madame, worden bedoeld, is die meneer van huisnummer 150, is ontoegankelijk, hebben een kat en een kanarie, kaarten, een kater die ze René genoemd hebben, kippen, zwijnen in kostuum, een vleesetende schildpad, illegaal, zijn bedlegerig, luistert met een blik scheel van wodka naar het gestommel in een belendende kamer, blaft, beslist om te verhuizen, liegt, valt, lachen zich dood, ontvoert Parmenides, is wijkagent, zegt dat het uit is met Ronny, luistert naar het volle gewicht van een druppel in een net tot voorbij de rand met water gevulde kom, hoe oud ze is weet helemaal niemand, snipperen een ui, kruiswoordraadselt, maakt rechtsomkeert, is Georges Simenon, hebben een leesbril of zijn die net kwijtgeraakt, verwijdert een postzegel van een briefomslag, dragen een uniform, is een slet, is twee honden, toute l’histoire de l’humanité en cinq secondes, wordt weggebracht, is een nicht, zit op Proust, is door koolstofvergifitiging om het leven gekomen, plaatst haar handtekening onder een notarieel document, opent een boek, is over het paard getild, struikelen, is doofstom, hebben niet van Marcus Aurelius, hebben wel van Marcus Aurelius gehoord, zit bijna ademloos naar het blote achterwerk van het naaktmodel te kijken, schrijft een cheque van 1.500 francs belges uit, plooien voor chantage, sluit de staldeur, is dood, horen of luisteren naar het stappen van de bovenbuur, negermuziek, een tune van Bix Beiderbecke, het borrelhapje, iemand speelt de 3de etude van Chopin, zit vastgebonden op een stoel, is net terug uit Firenze, is in Indonesië geweest, trappen in een hondendrol, wringen een dweil uit, heeft z’n oefeningen gemaakt, telefoneren, leest het Bulletin du Syndicat des producteurs de rhum des Antilles, staat in een tuin met een groot aantal sierplanten, een tuin zo mooi dat de gedachte aan kunst verbleekt, zij die twijfelen aan het bestaan van god, zij die over een vuurwapen beschikken, anderen zijn dronken, beetje dronken, maken zich uit de voeten, genibelungd, ondersteboven boven een kookpot hangend, heel erg dronken, weten niet van wie de in het rond kruipende ledematen zijn, zit voor een steak au poivre, tast in een doosje, schilt een aardappel, dromen van een cruise, verplaatst een stoel, hebben hun plaatsen weer ingenomen, vraagt mais qui êtes vous, wonen niet in Charleroi, is getrouwd met iemand die Yolande heet, snuffelt, zit goed in het vlees, is negentwintig jaar oud, oefent de chaconne uit de tweede partita van Johann Sebastian Bach, woont in La Louvière, zegt j’en ai marre, nemen de ene verkeerde beslissing na de andere, het culinaire hoogstandje, zijn ongelukkig, tikt op een slaapkamerdeur, klautert uit een put, zoeken een plek om te overnachten, zonder eten naar bed, of iemand, zijn teleurgesteld, onheilspellende tristesse, niemand wil weten wat zij weet, lijdt aan geheugenverlies, lunchen, een onvergetelijke vis, hebben de villa van Napoleon bezocht, geult in één keer een glas Olympic Ale door z’n keelgat, gebruikt een achterpoortje, morst koffie, veroordeeld tot het eten van enorme hoeveelheden hutsepot, stellen vast dat een bladzijde ontbreekt, wordt vermenigvuldigd, voetbalt, is student, schrijft, is klaar voor een nieuwe fase in haar ontwikkeling, maakt deel uit van een assortiment, zijn ontstemd, kan je er ook weer uit als je een wandelingetje maken wil? blaft, druppelt, schrikt op, stort in, ontruimen een winkelpand, blote benen, is vermist, kakt, leeft in uitwerpselen, Jack zit verveeld naar Place Verte te kijken, het openslaan van het plein op net die bladzijde, het faillissement, werken als typiste voor een overheidsbedrijf, bedrijven de liefde, in de grijsblauwe branding hoog boven het justitiepaleis pootjebadende hemellichamen, boomstronken die zonder de bedoeling die later aan elektriciteitspalen toegekend zou worden op de vrolijk met pubishaar overwoekerde prothese van een weliswaar fortuinlijk geschapen maar slappe penis lijken, vijfhonderd semi-dinosaurische penissen, stel je voor, zegt ze, je gaat slapen en wordt wakker in een kamer in Krakau, bladert in een volume met poëzie van Konstantinos Kavafis, botst op het vers altijd stormt Metaneira uit de vertrekken van de koning, met verwarde haren en in grote angst, klommen in New York tot helemaal bovenin het vrijheidsbeeld, staat te huur, leest Madame Bovary, concentreert zich met uiterste inspanning op het tegen elkaar plaatsen van twee bierviltjes, is uitgestorven, schuift aan bij Bury voor een kilo boudin blanc, staart naar het als aardappelsoep aangeboden landschap, over een andere eeuw gebogen, heeft de datum over het hoofd gezien, maakt zich nuttig, waait open, zit voorin, zou niet bestaan hebben, is bang van spinnen, heeft nooit van Léautaud gehoord, lijdt aan grootheidswaan, steekt z’n broek af, wiedt het plankier, is naaktzadig, stinkt naar kaas, cadmium geel dat zich in talloos veel variaties voordoet, kan niet benoemd worden, het mosterdgasgele ypsoloïde bovenvlak van een kopje thee, probeert uit te zoeken hoe en waar het foutliep met de maatpakrepubliek, elke seconde telt, zal zich blijven voordoen, vindt dat bedrijven geen fiscaal nadeel mogen ondervinden, komen tot een principieel besluit, is in de Samber gesprongen, neemt de menukaart door, heeft handboeien om, wordt gevraagd om de inhoud van een glas melk te schatten, stelt vast dat alles van Plato verdween, is hen onbekend, rekent er niet op dat de afdelingschef haar werk ernstig neemt, deponeert het potlood na een korte overweging voorzichtig exact op het plekje waar hij het aantrof, formuleert een eerste indruk, een nietig tikje op de eindeloze rondheid van de witte bal, het klotsen van water, het manuscript van een briljante en misschien wel net om die reden ongepubliceerd gebleven cyclus eenlettergrepige gedichten wordt in het haardvuur geworpen, houdt zich overeind aan het handvat van een kinderwagen, gaat in het struikgewas naar achter, plukt een cigarillo uit het gele doosje met een damesportret, wordt over het hoofd gezien, zullen ooit in een plaatselijke bioskoop La Strada van Federico Fellini zien, zal zich later op de dag in Brussel bevinden, is pasgeboren, weten niet waarom, zit aan het bureel, zegt ne me fais pas dire ce que je n’ai pas dit, lacht, c’est Bourvil qui l’interprête d’une manière ravissante, bladert in Nouveau Manuel de la Flore de Belgique et des Régions limitrophes, staat in het Cirque Bovyn tegenover Pierre Charles, zit in een isolatiecel, zullen nooit het woord Iputitupi uitspreken, Adolphine, het meisje dat om redenen van een hogere orde niet naar je omkijkt, vindt wat hij leest in La Meuse over de taalkwestie een idiote discussie, één dag na de feiten, wat Julius Meier-Graeffe das Punkt im Chaos noemde, herstelt een platte band, s’appelle Van Nypelseer, staat voor een werk van Giacomotti, een koket genre-tafereel, hoest, brult de buurt wakker, wonen met twee families in dezelfde kamer, zijn vrijmetselaar, is een kopie van het urinoir van Marcel Duchamp, academische parfumkitsch, inspecteren het gazon, drek op wielen, globaal gesproken, ziet geen oplossing, schrijft een feuilleton, herleest wat hij een half uur eerder schreef, vult een houtkachel bij, peuzelen, hebben ros schaamhaar, een damesfiets, worden met een gaslek geconfronteerd, met een muizenplaag, staan aan een raam op het tweede van een rijhuis te kijken naar wat er op straat gebeurt, vlees eten ze niet, zijn nooit eerder in Dachau geweest, de politie staat aan de deur, weet niet dat ze in Charleroi is aanbeland, heeft genoeg gespaard om voor een langere periode op reis te kunnen, zegt je veux dire, lang uitgerokken, dikke, nijlpaardachtige wolken vullen wat eerder op de dag blauwe hemel was, voor ze stiekem van de foto in de foto een foto maakt, verveelt zich, is onuitstaanbaar, ontdekt, heeft geen weet van Cimabue, van Giorgione, is in paniek, stappen met een spiegel over straat, pist in een kookpot, is niet langer in staat om zich als beweging voort te planten, zegt dis-moi s’il te plait que ce n’est pas vrai, zegt c’est la nouvelle situation politique de l’homme, roepen maman je veux un éléphanteau, hebben in Van Gogh geïnvesteerd, what a waste of money, staat aan het hoofd van een firma, heeft altijd dikke portefeuilles in de schuiflade van z’n bureel, masturberen, zijn te klein om zonder van een stoel gebruik te maken op tafel te klimmen, staan bovenaan de ladder, is een migrant, hebben een goed salaris, wordt aan natuurwetten toegeschreven, voelen zich gekwetst, ruien, zitten in een kamer zonder meubilair, in zak en as, se trompe, vergist zich, heeft het lege soepbord op tafel, een broodhomp en verder niets, hebben geen familie,
begint Een grijze dag. Alles is grijs. Twee dames. Dik ingeduffeld, vederlichte handtassen. Bevrijd van doodsoorzaak. Linkerhand waakt over rechterhand. Hoofddeksels, vluchtige inhoud, koekoekhyperbool. Linnen aan een wasdraad. Veel groeten hier vanuit de Dubbeleagendalaan, de Omgehakteboomstraat, het achterpoortje. Vernietigd landschap, Bouwoverschot, Alles Weg, Eindbestemming bekend, stenigen van het archipel. Beste Familie, Zoals afgesproken dus waren wij zinnens om het weekend bij U door te brengen, maar we hadden er niet aan gedacht dat ons Stella nog moet kalven. Zegt ik ben 70 kilo vermagerd. Nu ben jij de knapste van de familie, zegt ze. Plek met een weefwerk van tijdstippen, De gebruikelijke portie eeuwigheid. Met vervaldatum. Vastgenaaid aan het tijdstip. De vervaldatum zit in de bijsluiter. Om het uur komt het knaapje heel even uit Burg Vogelsang tevoorschijn. Je weet toch dat Zwitsers van chocolade houden. Wat ook van sprookjes gezegd zou kunnen worden. Een dorpje. Over elk detail is nagedacht. Granen, steenkoolmijnen. Het industriële drukt zich uit in hoeveelheden. Een koe : x aantal porties van 20 kilo, het stuwmeer : 25 miljoen kubiek, een genocide : 150.000 doden, het apparaat : x aantal verkozenen.
De ijzingwekkende omvang van Burg Vogelsang die aan Borges doet denken, aan de Borgesbibliotheek waarvan het een schaalmodel had kunnen zijn. Buenos Aires zal nooit meer betekenen dan die bijna vluchtig gefilmde publieke zitplaats in Suspicious. Na gebruik het dopje goed aanschroeven.
Het onmetelijke heeft genoeg aan een luciferdoosje, aan de blinde muren van een schijthok, bevindt zich in gangen die steeds smaller worden tot hij in een gang terechtkomt die zo smal is dat het op z’n adem neemt, het eindeloze van een millimeter. Elk moment is een eeuwigheid. In de foto verdwijnen, tot ik het verste punt van de foto bereik. Links voorin de voetstappen van Robert Walser.