zondag 3 mei 2026

x

1. Zullen we eens kijken hoe hij gestorven is?
2. Wie?
1. Wel, eh, de persoon die hier zonet uit de lucht viel.
2. Ah. Juist. Oké. Wie begint.

1. Hij begint in herhaling te vallen.
2. Wie?
1. Wel, eh, de persoon die hier zonet uit de lucht viel. Hij begint zichzelf te herhalen.
2. En wat heb je daarna gezegd?

zaterdag 2 mei 2026

2.5

En dan gaat het dus toch regenen, hoewel de autoriteiten het verboden hebben.

Wat de waterhoenen, grootgrondbezitters van het stroomgebied, niet beheren, waar ze evenmin aandacht voor hebben, is de reflecties op het water. Die zijn van niemand. Iets op de grens van het is er en het is er niet. Geen volume. Niets moleculair.

Iemand die uren aan een stuk, dagen naeen, wekenlang, alleen maar over zichzelf praat, is daar een woord voor?

De waterhoenen hebben, meen ik, een gezellig optrekje verworven. Spotgoedkoop.
Hoog boven het gesteente vliegt een meeuw dwars door de huisraad.

Toerisme, een bootje herleid tot een schuit propvol bezienswaardigheid. Ze zitten inderdaad ook de hele tijd door zichzelf te fotograferen.

Stel je het volgende voor: een vrouw van wie alleen de tieten echt zijn, al het overige fake. Zoals de dodo die ze in het Afrikamuseum hadden.

'Ik heb wel een geschiedenis met haar,' geeft de veelprater toe, na vijf dagen aan een stuk door alleen maar over zichzelf gepraat te hebben.
Later, diezelfde avond, begon hij toch weer over zichzelf, zonder te weten waarover hij het had.

En dan gaat het dus toch regenen.

donderdag 30 april 2026

1115.2

Your Product My Priority
olieverf potlood 58 x 71 (2026)

dinsdag 28 april 2026

28.4

Nee nee nee, niet van mijn nagels, zegt ze.
Een hamer.
Vijf tellen. Een tot vijf. Dan een korte pauze en daarna nog twee tellen, zachter.
Het geluid van een boormachine.
Van een auto.
Opnieuw die boormachine. Een hamer, zachter. Het aantal slagen varieert. Soms tien dozijn na elkaar. Tempo. Strak. Loeiharde muur. Stemmen, ver, in een Dante-achtige diepte.
Weer die boormachine. Gehamer. Het houdt niet op. De stemmen. Het fluiten van één of van meerdere vogels.
En die boormachine. Het geloei van een combi. Dan, bijna alsof het hier aan tafel gebeurt, iets als het geluid van een schaar. Weer die stemmen en het gebrom van een motor. Iemand verplaatst een stoel
Het fluiten van één of van meerdere vogels.
Die boormachine weer. Luid. Dichtbij. En nog een boormachine, verweg maar net zo luid, als een echo van de boormachine dichtbij.
Iemand tast in een doosje waarin zich spijkers zouden bevinden. Of pluggen misschien. Wrijft met de blote hand over een voorwerp. Vogels. De duiven op het dak. Gefluit van één of van meerdere vogels.
Dan weer dat elektrische gezeur. Wind.

zondag 26 april 2026

kamer

In de kamer op het eerste, overkant straat, is licht, gelig licht. Vlak bij de ruit schaduwen van voorwerpen die zich op het raamkozijn bevinden. maar in de kamer, partieel zichtbaar, niemand. Geen andere schaduwen. Geen beweging.

De jongen zegt, Ik ben gebaseerd op Caravaggio.
Dit geeft nieuwe inzichten. Probeer je iemand voor te stellen die in gedachten verzonken naar z'n smartphone zit te staren.
Naar schaduwen van voorwerpen op het raamkozijn.

Aan de tafel in die andere kamer, die in essentie niet afwijkt van de tafel waaraan ik zit, komt het gesprek op Caravaggio. De jongens werken aan een script. Vragen zich af of ze iemand in een auto of iemand op een brommer willen.

Moet er iets gezegd worden, vragen ze zich af.

x

Probeer het eens.
- Wat . . . ?
Ik ben je product.
- (lacht)
Is dat te verdedigen?
Serieus.
Na x aantal immateriële affecties val je door de mand.
Ik . . . 
Dan kom je naast me zitten en je trekt aan het touwtje.
- Ik heb geen zin om dat te doen.
Hoe krijgen we 't voor elkaar dat je het wel ziet zitten. Gewoon dit,
punt
dat je het wel ziet zitten. Is er een methode om . . .
- Luister je nou even?
Hoe is het met ons kind.
- Ik heb het niet standaard.
Ga je tegen de werkelijkheid in? Jammer. Jammer. Vind ik jammer.
- Ze zijn heel erg moeilijk te maken.
Dat is helemaal niet . . .  O . . . Kijk eens . . .
Daar is die persoon die in het landschap liep.

zaterdag 25 april 2026

big man

Big man puts a cup of coffee on the table.
Very careful.
Not to spoil any of it on the table.
Very very careful.
Big man has a smartphone.
As most people do.
Careful. Careful.
Studies the screen of the thing he got in his big leftfoot.
Enlightment.
He gets to the cup of coffee.
Takes it with his big left hand. As big as the other. Touches the screen of the thing.
Takes it with swift, delicate touches.
A woman enters the room.
Apart from her skin and hair she's entirely black.
The big guy gets up. They touch and kiss each other, walk out.

A young man, the man without a name, reads a book.
Some time ago, a couple of days ago, I watched him in a local art house telling stories to people in front of one of the paintings.

A black man in slick trousers enters, white socks, heavy shoes, his smart as a gun righthanded, and orders a beer.
Later he sits in front of a silver-topped laptop.

The girl with nice little red shoes shifts her mouth to a more or less identical color. Unknown, nameless people walk on both sides of the abyss.
Somewhere halfway the intersection nothing happens. Two people look at each other and keep on walking.
At the bottom of an uncertain moment.

One more laptop poops up.

I take to the newspaper. The blue fades. A street in delicate nightware.

zaterdag 18 april 2026

x

Vraag. Moet ge nog iets hebben?
Antwoord. Een oorvijg, papa.
Antwoord. Oké. Goed. (zucht) Ik zal u een oorvijg geven.

Niet aanraken! Opeten. Alles opeten. Moment moment. Eerst groepsfoto. Niets aanraken. Alles opeten. 
Er geen zin in hebben en het toch doen. Lach, schelvis, lach. Niet zo behoedzaam, jongen. Iets bedenken, bijvoorbeeld : iets waar ge aan twijfelt, maar niet preciseren wat het is. Doen alsof het niet bestaat. Niet met zekerheid kunnen zeggen wat het is.

Vraag. Maar ge zijt gij toch gedoctoreerd.
Antwoord. Op drek, papa.
Vraag. Op wat?
Antwoord. Op drek, papa.

Ze zijn met z'n tweeën, de persoon zichtbaar en de persoon niet gezien.
Met z'n tweeën zijn ze, de persoon onaantastbaar en de persoon kapot.
Zo alomtegenwoordig zichtbaar en samen dat niemand het ziet.

woensdag 15 april 2026

i can't remember

I often couldn't remember the name of the Frenchman who ate an airplane.
Now I can't forget it. 

dinsdag 14 april 2026

14 april

'I must make myself correct Gibbon & send today,' noteert Woolf in haar dagboek op 14 april 1937.
Het staat in het vijfde volume (The Diary of Virginia Woolf, Volume 5, Penguin Books, 1984) op bladzijde 79.
'But after those months of correction, correction almost makes me cry out in agony,' schrijft ze. Als ik niet wist waar ik me bevind, had ik me in Valencia of Brussel kunnen bevinden, in een restaurant waar ik nooit eerder voet aan de grond zette.
Vijf dagen na het plaatsen van de bestelling komt een sympathieke jongedame vragen of ik het biertje al heb gehad.

maandag 13 april 2026

i can't remember

I can't remember the first word I heard.
I can't remember the first word I said.
I can't remember the first word I wrote.
I can't remember the first phrase I deleted.
I don't remember the words that I for one or other reason can't remember.
I can't remember what I did at half past two in the afternoon on February 2nd last year.
I don't remember when I saw a seagull for the very first time.
When I first saw Birds, I can't remember when.
I do remember that it was my first Hitchcock experience.
I must have read some phrases of Je me souviens twice or thrice. I can't remember which ones.
I don't remember the longest, but I do remember the shortest poem I wrote.
'Ah!' said Oshin, when I told her about it.
I don't remember if André Brasseur performed in La Palma.
I don't remember the first vinyl I bought.
I do remember the first I can't remember I wrote, a decade ago, which is
I can't remember how I got out of my mother.

zondag 12 april 2026

kachel

Wat doen die mensen op straat? Zouden ze niet beter thuis voor de kachel zitten.
Wat doet die kachel op straat?
Wat moet die auto met een kachel?
Wat doet die schaduw midden het kruispunt?
Waant het voorval zich in een film van Orson Welles misschien.
Midden het kruispunt, een schaduw, wat moet dat daar!
Een auto met een kachel? Wat doet die kachel op straat!
En die mensen, dat ze thuis voor de kachel zitten!
Maar dan krijgen ze kinderen.
Verdwaald in een Rorschachtest.
En die kinderen hakken ze aan stukken, tot ze de uitgang vinden.

vrijdag 10 april 2026

i can't remember

I can't remember when I bought I remember, the Terry & Bellos translation of Je me souviens, or where I bought it, but I do remember that I read I remember Lumumba, just a couple of minutes ago. It's on page 83 of above-mentioned edition.

10 april

Zo. Daar zit je dan. Arsehole. Zei ik. De blauwe stylo had zich in een pot yoghurt verstopt, die helemaal achterin de koelkast stond. Wat me te binnen schoot
Ik had ook Elsschot in de koelkast zitten. Kijk maar. En had van alle aanwezigen om te beginnen die met een smartphone in de oven geplaatst.
He! lekker! jongens en meisjes! brulden ze van het lachen, Mama Kaka heeft gekookt! Ze brulden het huis omver, dat boven Krajcirstvo uiteenspatte.
Fietsers aan het stuur van een auto. Een basketteam, als je ons zo allemaal samen zag zitten. Piet had het rioolputje nog op z'n kale kop.
De muziek suggereerde een circustent met zebra's, clowns en olifanten. Aan een naburige tafel trok het schaakbord aan de noodrem.