vrijdag 10 september 2021

nigger

I am a nigger.
You are a nigger.
He is a nigger.
She is a nigger.
It is a nigger.

We are niggers.
You are niggers.
They are niggers.

donderdag 26 augustus 2021

donderdag

iemand met z'n handen in de zakken van z'n loopbroek
iemand op een fiets
iemand op een rode scooter
twee personen stappen op
iemand op een fiets
een auto
iemand raadpleegt het schermpje van een smartphone
iemand op een fiets met een voorraad kartonnen dozen op het bagagerekje
iemand van wie het hoofd een sterke verkleuring vertoont
iemand met een lange baard
iemand prikt een kaasje aan een eetstokje brengt het eetstokje tot mondhoogte en slokt het kaasje op
iemand op een fiets
twee personen stappen op
twee personen nemen de vrijgekomen plaats in
de nacht
wolkenparade
een auto
personen reppen zich naar een dichtbijgelegen kruispunt
in de kromme straat
in de rechte straat
een persoon met een persoon zonder
hond
een auto
drie personen buigen zich over het schermpje van een smartphone
fietsers
wolkentroep
het polkadotpatroon op een snelle fiets blote benen
twee personen en een pet
een auto
een koptelefoon
iemand met een kale kop
iemand parkeert een fiets neemt het zebrapad
iemand met een zwarte jas
met een zwarte jas en een zwart handtasje
iemand op een fiets
een auto
nog een auto
nog een auto
nog een auto
iemand fietst zonder handen
het meisje
een witte poes
de mytholoog

woensdag 11 augustus 2021

wat aan het gebeuren was

Hij liep niet met een game. Hij liep met een. Met een. En het is geen toeval dat. Dat. Dat het allemaal net nu gebeurt. Ook lijnbus 55. Het meest correcte beeld van die namiddag. Ze komen rond het beeld staan. Ze kijken. Ze uiten bewonderende kreetjes. Onvoldoende gewicht gaf het idee dat ze ooit op een dag een gat in de wereld maken. De zebra in Zelzate. Het beeld kantelt. Cocaïneblauw. Is het dan eindelijk zo'n avond. Het vochtige grijs van die eerste zin. Van die eerste zin. Komen rond het beeld staan. Kijken. Die eerste zin. In 1939 door een ambtenaar uit de omgeving van Leipzig in duidelijk van elkaar te onderscheiden voetstappen uit elkaar gehaalde zebra. De vrouwen die. De mannen. De kinderen. Het penumbra. Het praten over. De stemmen die tegen elkaar aanleunen. Een werk van Otto Dix. Het kijken in een eindeloos verre diepte. Dobberen. Het heen en weer deinen van de stemmen. Soms een woord dat als een dikke vis. En dan met de plons van een staartbeen weg in het geschommel. De vrouwen die. De kinderen, het praten over. Voor iemand met mijn achtergrond. Hoe uiterlijk. Hoe tijdelijk. Hoe stompzinnig we waren. Hoe alles wat nog gebeuren moet vijftig jaar geleden is intussen. En hoe geïnformeerd we zijn nu. Ook de pasgeborene. De kennissen die mee aanzitten. Als we het daar zo'n twintig jaar geleden over hadden gehad. Dan was er niet eens een debat geweest.



dinsdag 13 juli 2021

rookgordijn

 . . . om die reden . . . net om die reden kan je haar bezwaarlijk onintelligent noemen, wel uitgesproken imbeciel.

Die met zichzelf een loopje nemen. Je hebt vooral veel joggers.

Of soms, herhaal ik, zeg ik, & steeds, altijd, zonder achter, zonder vooruitgang, het rookgordijn. En ogenschijnlijk alleen omdat ik het woord rookgordijn uitspreek, dat woord, het woord dat ze niet willen horen, dus gaan ze rechtop zitten, snauwen, grommen, ze willen niet horen van een rookgordijn. Maar, zeg ik, soms, de autoriteiten hebben dat ding al duizend jaar hangen. Dat zint ze ook al helemaal niet, dat ik dat zeg, dat dat ding er al minstens duizend jaar hangt. Zo lang al, en overal, dat iedereen vergat dat het er ook toen al hing. Ze worden kwaad. Ze willen een ander gespreksonderwerp.

Obacco. De tabak is op. De t op de flapzijde van het luifel is zwart geworden.

Wat verkopen ze? Des ouvenirs. Openingen. Gaatjes op een toekomst zonder. O, dàt. (teleurgesteld) Wandtapijten, kussens, decoratie- en geschenkartikelen, exclusieve handtassen. Achter de geelbruine ruitjes van een venster op het eerste van een van de belendende woningen een hand die snel de bladzijde omslaat van het vleesetende gordijn.

Iemand zegt, later, iemand zegt: zij hadden hun mondmasker zo, wij hadden het zo, we stonden anderhalve meter van elkaar.
Ze tastten naar het gedachtenstreepje en zakten een ogenblik later, akelig getroffen stortten ze in elkaar.

Onweerstaanbaar aangetrokken door kleinigheden . . . is niet helemaal hetzelfde als onweerstaanbaar aangetrokken door futiliteiten. Zij had beide.

Ik heb weer mijn maandstormen gehad, zei. Hoe heet ie ook weer.

woensdag 7 juli 2021

schets

Komt aanstappen met een stoel. Hoog boven het blonde kapsel. Jeans. Mondain handtasje.

Plaatst de stoel. Waarmee ze een ogenblik eerder. De stoel waarmee ze naar het straatterras vertrokken was. Op het plekje. Plaatst de stoel. Waarmee ze een ogenblik eerder. Het plekje waar ze de stoel aangetroffen had. Zat op die stoel. Nu een tafel met vier stoelen. Niemand. Tafel waaraan niemand zit. De lege wijnglazen, stoelen kriskras.

Ik heb nog in de horeca gewerkt, had de dame opgemerkt toen iemand aan een van de andere tafels een glas had laten vallen. Valt en breekt. Zat aan een tafel vlak bij de deur. Met. Daar. Die mijnheer. Darger. Die nu en leest U boeken? aan de dame vraagt. Wat? Waarop ze met. Leest u boeken? Waarop ze met en leest u boeken antwoordt. Romans. Of nee. Toch maar liever niet. Ze praten. Darger lacht.

De tafel is afgeruimd. Van de stoelen één stoel, pardon, die in de verste hoek, één stoel die kriskras bleef, niet mee in de maat van de tafel, niet mee in de maat van de andere stoelen. Op het tafelblad een fles Diplomatico met een kaars in de kale teut.

Twee personen van vrouwelijke oorsprong buigen zich over A. een megafoon, B. de beerput, C. een dasspeld van Maggy Tatcher.

En dan, opeens, ben ik het observatiepunt.

Aan het tafeltje onder de foto met Cruijf zit niemand.

Aan het andere tafeltje, dat onder de foto met Pele, twee vrouwen. Ze praten. Een wandelaar beent diagonaal over het kruispunt. Met een vodje schichtig tegen het neusbeen snelt iemand naar de dichtstbijzijnde toiletruimte. Het geluid van glas tegen, van schuivende stoelpoten, het geroezemoes, de stemmen. Darger rolt een sigaret.

maandag 28 juni 2021

putain

Links dan maar, zegt Pogba.
Rechts dan maar, zegt Pogba.

Met een kolenschop een hoekschop eruit gehaald. De underdog. Menstruaties. In de lucht.

Zenuwachtigheid op de bank, beneden.
Zenuwachtigheid in de tribunes.

donderdag 17 juni 2021

plekken


Jerusalem. Mt Zion. View of the old city.
Aden. View of Steamer Point. Bromcolor. Procédé breveté. Real photograph. Afgestempeld op 3 May 1960. Send to a location in my neighbourhood. Alles OK! We zijn in Aden. Punt. Het schoon. Is. Maar te heet. Weer te heet. Oei. Ai.
Wenduine. Postzegel van 1F met afbeelding van het stadhuis te Leuven. Datumstempel onduidelijk. Nog een stempel. Die tweede stempel brengt de handelsbeurs van mei 1969 onder de aandacht van het ansichtkaarten ontvangende publiek.Van Tante Trui. Freaky. Ook Godelieve. Brrrrrrrrr. En Rik. He hallo. Duimen maar.
Luchtschip van Portuguese Airways. Geen data.
Sassari. Giardini Pubblici. Mostra permanente artigianato sardo. Waaraan toegevoegd werd Donderdag 28/4 69. Balpenblauw. En het publieke geheim van de plek: hoofdplaats van Sardinië! Honderdtienduizend inwoners. En die zijn intussen zo goed als allemaal dood. Hoera.
Boven en onder : Jordanië. Berg onderin het uitspansel. Van Tante. En veel groeten van de dode zee. Afgestempeld en postzegel verwijderd. Weg. Het adres, Kerkstraat 10, is zonder postcode.
Ottawa. Elgin Street with its lawn boulevard. Stempel met afbeelding van Rocky Mountains in monotint. En een goeden dag uit de Québec. Dat zou dan in Canada zijn. Ook het afgestempeld zijn in 1971, PM. Op een tijdstip na de middag. Spontaan ijzingwekkend interessante toestand.
Mallorca. Puerto de Alcudia. Kaart 7.101 uit een reeks van meer dan een miljoen. Alles ok! Postzegel met hagedis. Datumstempel grotendeels naast de ansichtkaart terechtgekomen. Van Godelieve, Maurits en Hans.
Onder : Madrid. Dat zou in Spanje zijn.
Beograd. Hotel "Jugoslavia". Alle hens aan dek. Een uitgave van Turistkomerc. Verbeelding aangevoerd in surrogatorische pijplijn. Alles in beton. Geen comfort. Wat alleen bereikt kon worden door in het stadspark onder een struikje in slaap te vallen. Jammer.
Hier, ook hier ben ik geweest, zei ze, zij, de dame. Korinthe, zei ze. Dit is Korinthe. Ze was ook op andere plaatsen geweest en telkens als ze weer heel even thuis was had ze grondig haar kleding gewassen. Liefste jongen! Vandaag is het 1 oktober 2002 en Dit, lieve jongen, dit is het beroemde kanaal, en het beroemde kanaal, lieve jongen, het beroemde kanaal zullen we, zullen we spijtig genoeg niet zien. Straks het ultieme orgasme als we opscheppen over Korinthe. Want ja. Ja, ja, ja, nu is oktober begonnen, oktober. En niettegenstaande dit grondig duidelijk generische plusfeit is het hier dus nog redelijk warm, hier in Korinthe. En toen het warm was, is het nog warmer geworden! De mensen hier zeggen dat het niet te geloven is hoe warm het hier worden kan. En dat kan hier dus inderdaad zomaar. Maar ze hebben hier dus ook nooit op andere plekken ingeblikte zomers meegemaakt. Vooruit dan maar, tot een volgende keer. Veel liefs. Papa en mama.
Napels. De onschuld van een zomerse dag aan de Belgische kust.
Cartagena. De onschuld van
Jesolo. van een zomerse dag aan de Belgische kust.
Venetië. De onschuld van
München. BMW-Hochhaus. Kaart nummer 924.505.

woensdag 16 juni 2021

bedoeling

Mijn bedoeling is om de schaduw van die mijnheer daar tegen te houden.
Oei.
Jammer.
Mislukt.

Mijn bedoeling nu is om vooral niet in haar schaduw te trappen.
Ai. Ai. Wat jammer. Oma . . . ! Kijk eens!
Mislukt.

Het is zijn bedoeling om niet in haar schaduw te trappen.
Er niet in te trappen. Jap jap jap.
Oei.
Mislukt.

dinsdag 15 juni 2021

wind

Snelle receptie bij Spanje. Twee drie. Wat heeft die wind gemotiveerd, voor de Spanjaarden, in het slotkwartier. En wie weet: ook voor de Zweden. Daar! Moreno! Weggewerkt. Die wind die je liet toen we met z'n allen in de kamer stonden. Krampen bij Larssen! Iedereen, iedereen. Want in principe is hij niet de enige die. Die keihard tegen Moreno. Lopen. Keihard tegen Moreno aanlopen. Boem. Een wind die zo luid was dat je het ook bij de bovenburen. En het zijn niet dat soort ballen. Dat je het ook daar horen kon. Blijven duwen! Larssen! 36! Zarabia is niet bereikbaar. Hoed af voor arbeid en discipline! Likken. Tikken. Snuffelen. Blaffen. En wat een droevige wind.

zaterdag 12 juni 2021

schoenveter

. . . halverwege een zebrapad halt houden . . . hurkzit . . . de schoenveters kwamen los te zitten . . . net op dat moment een . . . hurken de schoenveters dichtknopen . . . een auto . . . nietwaar – jawel . . . alles . . . een kleine auto met . . . kijk maar kijk maar dan zie je het zelf . . . met een piepkleine dame aan het stuur . . . he he . . . een piepkleine dame aan het stuur van een piepkleine auto die net voor het zebrapad tot stilstand komt

Spanje

Wat ga jij doen?
Ik ga naar Spanje.
Ja, Spanje.
En wat ga jij doen?
Spanje.
Dus jij ook al.
Ja. Spanje.
Ook naar Spanje.
Wie.
Ik.
Jij?
Wat. Nee.
O, ga jij niet naar Spanje?
Ik?
Ja jij.
Ik naar Spanje.

zaterdag

En dat is wat ze doen. Praten. Ze praten. Ze praten over. Niet over het kind. Ze praten niet over het kind. Dat het gegroeid. Dat het dik. Dat het gegroeid en dik geworden is. Dat het dik geworden is. Het object. Dat is wat ze doen. Ze praten over het object. Dat het gegroeid. Dat het dik. Niet het kind. Ze praten niet over het kind. Ze praten over het object, dat het verouderd, dat het groot, dat het dik en oud geworden is. Nooit praten ze over het kind. Altijd praten ze over het object. Dat het oud, dat het dik, dat het dood geworden is.

woensdag 2 juni 2021

[ ]

Nu ook de rozen, die van de rozenstruik, die een felrode kleur hebben, een kleur die ik magenta genoemd had kunnen hebben als al niet bij voorbaat vaststond dat ik wist, dat ik wel weten moest dat de kleur van die rozen, de rozen van de rozenstruik, dat die kleur, magenta, geen magenta is, want dat is het niet, magenta, het is geen magenta, het is, natuurlijk is het, het is een, inderdaad een felrode kleur, en magenta is, maar het is geen magenta. Natuurlijk is het geen geen geen, jongen, zei de moeder van het meisje. De jongen die niet wist dat de dame die wist dat het rood van de rozen van de rozenstruik geen geen, geen magenta, in elk geval niet die kleur was, maar wel de, de moeder, van het meisje, de moeder van het meisje was, van het meisje de moeder was waar hij een ogenblik eerder naar omgekeken had. Deze zin zal ooit wel ophouden. Daar hoef je je niet druk over te maken. In Brussel werd ze hoe dan ook al een keertje onderbroken. Alles staat ter discussie, ook Brussel. Wat niet wegneemt dat ik de rozen, die van de rozenstruik, die een dieprode kleur hebben, en je kan ze intussen dus inderdaad ook onderin de rozenstruik zien, waar je het rood aanraken kan, wat niet wegneemt dus dat ik eerst, toen, in dat jaar, vijfhonderd miljoen bladzijden terug, en de tijd vliegt, dat iemand dus ooit gezegd moet hebben dat het magenta was. Die dieprode kleur. En de tiet van het meisje tradt de spreker bij, de spreker die dus gezegd had dat het inderdaad magenta was, wat de tiet bevestigde. Inderdaad, dus inderdaad, zei de tiet, onderin de rozenstruik. Dat ook Brueghel het magenta genoemd zou hebben. Maar dat zou Brueghel toch helemaal nooit gezegd hebben, jongen. De  Brueghel van de magentaroze tepel. Zijn naam is Matisse. O, O, O, Hebben we het over Matisse? Matisse godverdomme. Dat ook Matisse, mijnheer de mevrouw. Scharlaken. Die kleur is het. Het magenta van de rode rozen. Dat ook Matisse het scharlaken genoemd zou hebben.

Ik vond het wel fijn dat het vandaag zo heel erg warm was, zei het biefstuk.

dinsdag 1 juni 2021

[ ]

Iemand heeft me Olga Ravn aangeraden. Ik ken haar niet.

Maar ik wil wel graag een andere keer springhoogte van haar

nemen.
Nemen.