woensdag 22 juli 2026

29 februari

19 FEBRUARI een donderdag. Eerder die dag een irritante vergadering. Juffrouw Werdenfels uit de kleren. Als zij zich uitkleedt, alles gaat uit, blijkt ze onder het blote lichaam een maatpak aan te hebben. Gênant. Verdegem verlaat het lokaal. Geen bijzonderheden.



In het kantoor is het heen & weer van een dozijn lichamen, van de handen en van de schaduwen die aan die handen vastzitten, van de nekwervels en kniegewrichten, het bedaarde heen & weer van deuren, mobieltjes en meubilair, een archiefkast die geopend, de bureaulade waar ’s ochtends vroeg een debutante plaatsnam die door Van Massenhove afgesloten en meteen daarna toch weer geopend wordt, van de namen, Verdegem, Werdenfels, Snik, en van woorden, grammatica, metonymie, leestekens, zinsconstructies, het ritselen van bladzijden, bladzijden die uit boeken gescheurd worden, kledingstukken die uit-, andere die aangetrokken, instructies die uitgevoerd, andere die over het hoofd gezien werden, van wat aangeraakt, van wat vergeten, van wat tijdens een later moment opeens niet langer belangrijk is. Daar had je Thelma weer en die rare manier van kijken van Thelma. Niet alleen haar rare manier van kijken. Eloquent, flirterig, la bella figura, zelfs als het stormt en ze met alleen dat tasje en wat ringen en juwelen om het lokaal betreedt.

Eind vorige week, een vrijdag. Dat rare gesprek met Hermeline. Geen idee hoe lang ze al voor onze organisatie werkt. Kwam in op telefonie. Een van de telefonistes, correct. Leek talent voor peuteren en snuisteren te hebben, promoveerde. Is gek op socials. Verlies haar even uit het oog en ze is met een cell-phone bezig. Ik aarzel om me hierover uit te spreken. Tijdens het opveren en wegstappen van tafel op het summum van een door een of andere hindernis veroorzaakte heupbeweging het maken van die heupbeweging met je cell-phone aanraken. Delicaat. Heb het niet zo voor dat nekwervelbelastende getik. Hermeline heeft er permanent een verblijf. Wat me om een of andere reden aan een grafsteen doet denken, Maar, wat ik zeggen wou. Hoofdpijn van dat getouwtrek met Murakami, 50 eurocent in de scheurautomaat en dan kijken hoeveel bladzijden je te pakken krijgt, schrappen, schrappen, snijden, scheuren, van alle Murakami’s, vijfenzeventig volumes als ik het goed heb, 1 volume, had Van Massenhove gezegd, daar 1 volume van maken, vijfhonderdduizend bladzijden reduceren tot 1 volume, kortom 1 katerne, tot 1 bladzijde desnoods, ik moest er even tussenuit, kop koffie, de benen strekken. We troffen elkaar aan het koffie-apparaat, vlak bij de doorgang naar het kleinste hoekje,





Hermeline met het blikje frisdrank en een broodje ham kaas, smeerboter kaas of is het hazelnootpasta, eventualiter ook een hoeveelheid met curry op smaak gebracht kippenvlees, broodje waarvan de inhoud zich intussen diep in haar spijsverteringskanaal bevindt, en met die enorme hoeveelheid voedingswaren ook nog een cell-phone, ik een kopje dat zodra het zonder inhoud komt te zitten toch opnieuw bruikbaar is, en het potlood

Ze zegt het op fluistertoon, er is geen papier, zegt ze. Piert naar het schermpje van haar cell-phone. Wat? zeg ik. Zou ze ook oortjes hebben? een haardroger? Er is geen papier, het papier is op, zegt ze.



het potlood dat ik aantrof op een met vetvlekken bevingerd vel papier waarop Thelma DAG LIEVE VRIENDEN KOMEN TERUG! LAAT ALLES NOG EVEN STAAN TOT WE ER ZIJN, DAN KUNNEN WE ER SAMEN OVER PRATEN schreef, KUSJES,



We nemen plaats aan het tafeltje aan de doorgang naar het kleinste hoekje, een potlood naast het kladje, twee kopjes, een kopje met en het kopje zonder plastic koffielepel,

Iemand opent de toiletdeur van binnenuit en daar staat Verdegem, zit nog aan de rits van z’n pantalon te friemelen, Verdegem die zich met zorgvuldige, intussen legendarische aanraking over de vele honderden bladzijden van Joyce ontfermt,

geen verhaallijn, geen ontknoping, Fons, weg met die rommel, weggooien alles wat doet alsof het betekenis is,



recent ook Compromissen aangereikt kreeg,

met Edward Beckett het gebruikelijke drama,

zodat ie uiteindelijk toch eerst wat anders doet,



Er is een doel gesteld, Verdegem, 70 bladzijden, Verdegem, en dat heeft consequenties. Maar, mijnheer Van Massenhove, wat als het een bladzijde meer is . . .

oei oei

ls ’t een bladzijde meer, Verdegem, A.U.B., dan contacteert U eerst en vooral juffrouw Werdenfels. (applaus)

oei oei



Een week of twee terug in de tijd, tijdens het ochtendbulletin, ook weer een vrijdag als ik het goed heb, vernamen we dat het record snelschrijven op naam stond van een Texaanse typiste, Mevr. Pajunas. In het tijdsverloop van 60 seconden had Stella Pajunas op een IBM electric typewriter foutloos 216 toetsen aangetikt.

Thelma nam plaats voor de mechanische schrijfmachine die we hier nog hebben, een Olympia als ik het goed heb, schoof een blanco vel in de machine, wachtte tot de secondewijzer het hoogste punt bereikt had en kopieerde in razendsnel tempo een tekst die Tuytens voorlas, een uit Korrektur van Thomas Bernhard gescheurde bladzijde, hield tegelijk de secondewijzer in de gaten, klokte af op exact 60 seconden, we bestudeerden het resultaat, wat foutloos bleek, telden het aantal toetseenheden, 380. Zeer in haar nopjes met dit wereldrecord, opende juffrouw Werdenfels de fles orange die Erroll zich voor later die dag had aangeschaft, dronk een glaasje, dan nog eentje, nog eentje, en nog eentje, tot ze de fles in wat ook een wereldrecord was tot de bodem geledigd had, en in die hachelijke roes puur voor de lol besloot ze een aanval te wagen op het nieuwe, het weliswaar niet gehomologeerde maar desalniettemin nieuwe wereldrecord. In een toestand van relatief ernstige beschonkenheid nam ze voor de mechanische schrijfmachine plaats, wachtte tot de secondewijzer op twaalf stond en deed nogmaals de tekst waarop ze eerder die dag een score van 380 behaald had, iets van Perec dus of een uit Borges, U excuseert me, die uit Bernhard gescheurde bladzijde, hield de secondewijzer in de gaten, probeerde geen fouten te maken en klokte af, nadat we voor elke fout 10 punten aftrokken, op 310 toetseenheden, een resultaat dat ik om een of andere reden pas echt indrukwekkend vond.



Wat als iemand ontdekt dat juffrouw Werdenfels helemaal niet zo onschuldig is als ze eruitziet? Als die stunt een miljoen bladzijden overbrugt . . . 

Is ze al niet ter dood veroordeeld? wat heet scheuren in het Duits



en als ik vervolgens kijk naar wat vergeten werd, Heb ik iets gezegd? naar wat zich niet langer op het bureaublad bevindt, naar de vele honderden bladzijden in het haardvuur, begint het waden door een nieuwe stroom van dingen,


Chandler Yes, yes, Chandler. Hoeveel bladzijden kan het hebben? 70 bladzijden, juffrouw Snik.

finished with Chandler, Afgelopen à point Afgehandeld. Cheever, juffrouw Snik, u ziet Cheever over het hoofd. Of course, Cheever. Yes, yes, Cheever. Wat doen we met Cheever, mijnheer. 70 bladzijden, juffrouw Snik.

Cheever finished, Then one still has Carver to explore. Carver, Carver, Yes, yes, Carver. Of course, Carver. Yes. Hoeveel bladzijden Carver, mijnheer. 70. 70 bladzijden Carver, juffrouw Snik.



Kletsnatte gelaatstrekken. Hand ondersteunt boek of zit eraan vast. Het enige, zegt ze, als ze klaarkomt, dat hij dan. Het enige, zegt ze, het enige is. Maar dat ga ik niet vertellen. Dat is. Het is te vroeg. Tasten naar het riempje in de vrije val van het andere. Tasten, voelen, loslaten. Voor het aantasten begint.



De chef die in een ternauwernood zichtbare cirkel om zichzelf heen stapt, ergens met een nagel aan de buitenkant van zichzelf vastzit, tegen zichzelf aanplakt. Aan de buitenkant aan zichzelf vastgenageld. Omhulsel. Rups. Stapelt voorschrift op voorschrift, farce op farce, op correctie volgt zo goed als ogenblikkelijk nog een correctie, gekonkel bovenop gekonkel, torenhoog, tot ook Snik en Tuytens er gevangen in zitten. Om te huilen is het.



De klerezooi van wat ik niet verwacht had moeten hebben in je armen dumpen. Kunnen we dit niet elke vrijdag doen?

Hermeline, Dit A.U.B. op een andere manier formuleren. Dat de persoon die zich alles toeëigent,
Moet er nog iets zijn, lieverd, toevallig? daar niets voor in de plaats kreeg.



Ze is vast komen te zitten aan het gezicht van de ander. De blote rug, naakte handen, een gelijkbenige driehoek, haar marble print cell-phone, Waarover hadden we het. Ze bestudeert me alsof ze er van uitgaat dat ik er haar aan herinneren moet dat er geen papier Wat, geen wat? Papier. Het papier is op. De nek maakt de intussen gebruikelijke knikbeweging,



het begint met de cell-phone, met die knikbeweging, de handschoenen, met een zwarte muts,
Alle personen in gesprek. Vocale impro. Waarover ze praten kwijt in het geroezemoes. Het rent alle kanten op. (en dan vang je er enkele) Hoeveel bladzijden, mijnheer. 70, juffrouw Werdenfels, 70 bladzijden.



Een van de stagiaires, na een tussenkomst van de auteur van 3968, die na nodeloos lang nadenken hierover de verkeerde beslissing neemt, dattie 70 bladzijden, om het woord schande niet in de mond te nemen, vandepotgerukt volstrekt totaal onaanvaardbaar vindt.


nog meer onachtzaamheden: trapt tegen stoel, laat deur open staan, grijpt naast titel, bezwijkt onder het hoogtepunt.

Een andere en toch weer dezelfde stroom van dingen, Elke dag is er één uit een reeks van honderd. Tot het er één teveel wordt.

Ze gluurt naar me met dat donkere, vrolijke is-er-wat-lachje, zonder, principieel, het is het principe, zonder van de cell-phone op te kijken. O, wat vervelend, zeg ik. zij Het papier is op. Zou ze me met dat perfide kippenstronttronie aankijken, glimlach tikje hier, tikje daar, als ik voor de grap in m’n nieuwe bermuda naast haar opgedoken was of gekscherend he schatje wat is dat voor troep op je gezicht zeg? of, lieverd, alles goed, ben je een nekwervel kwijt? Geen bermuda. Geen troep. Ronny please, empty your head before thinking. Ik tast in wat toch die bermuda is en reik haar een muntje aan, zij focust op het kopje koffie en terwijl ze daarmee bezig is, op de cell-phone, met haar rug naar me toe, stel ik vast, valt me op, zoals ik al zo vaak had opgemerkt, dat ze dat microgolfoventje waarin ze vandaag rondjekkert toch wel heel erg kort heeft. Anderhalve kilometer boven de knieën.

Er is geen wat? vraag ik. Speculatief. Iets pimpelmeesachtigs plakt aan de vensterruit. Zon. Dikke wolken als beddenlakens in het vaagblauwe uitspansel. Vermijden dat ze met een briljante bedenking op de proppen komt. scheuren in het Duits . . . Reissenspitzengefühl. Bernhard slopen en met de bladzijden die er volgens Van Massenhove nog mee door kunnen een nieuwe bouwen, het druipt van dat perfide cell-phonelachje, Ze verveelt zich. het komt haar kippenstrot uit. Dat ze daar van moeten al minstens meer dan een half uur mee bezig is. Anderhalve kilometer boven haar knieën kon je een sleutel zo omdraaien, maar meestal draaide het de verkeerde kant op. En wat heeft ze geantwoord? Weet ik niet. Er is geen wat, juffrouw Snik. Geen papier? zij (ik zag er werkelijk het nut niet van in om het daar met wie ook over te hebben)

Is de voorraad op? Wat kon ik daaraan doen. Gebruik ik toch niet, zei ik. WAT een gelaatsuitdrukking met detergent van hier tot Vladivostok. Dat smerige lachje, onveranderd, op de cell-phone tikje hier, tikje daar, broedplaats van nalatigheden, niet als zodanig bedoelde of net wel als desgewenst zodanig bedoelde ontbloting van hagelwitte tanden. Schat ik dit fout in? het lachje iets breder dan wat het een ogenblik eerder gaf.



met de cell-phone begint het, met handschoenen, met een zwarte muts, met het schaartje, het kerkhof van uit Murakami gescheurde bladzijden, het Japanse beertje met één oog aan een flinterdun koordje,

De onzichtbare hond. Memel in het foto-album. Iemand die er met zichzelf vandoor gaat. Een met het oplossen hiervan bedreigde verschijningsvorm. Op een zucht van ingeslikt worden. De onder het gordijn vandaan kruipende hond. Zoekt iets. Ze zoekt iets, zegt de zich over de hond ontfermende.

en de muts, een zwarte muts, en
een potlood, en van het schaartje het rode handvat

en op het ruitpapier een bierglas met paarsroze tulpen van Bloemen Yolande omdat het net vandaag juffrouw Werdenfels’ verjaardag is.



Thelma zegt dat ze geen dure dingen koopt. Neerwaartse blik. Slash. De gordijnen dicht.



Wat ze koopt, raakt ze toch kwijt, zegt ze, na verloop van tijd, of laat ze vallen.



Naast een blauwe aansteker kwam de opgerolde gebruiksaanwijzing van een medicament, Temesta/Temesta Expidet,

met als meest opvallende mededeling, 2. Quelles sont les informations à connaître avant de prendre Temesta/Temesta Expidet?

Ne prenez jamais Temesta/Temesta Expedit, In een bokaal ook nog twee potloden, een snijmes & een marker,

en op het scherm van een laptop van het merk Inspiron de titel van een vraagstuk: Is 80 procent van de hedendaagse kunst over 20 jaar onverkoopbaar?



In het zich in een onduidelijke fase van renovatie bevindende bureel is opeens een schaduw voor een van de venstergaten.



Waarom ik nooit papier gebruik, interessant, een goeie vraag,' zeg ik. Snik glimlacht niet, geen antwoord, staart naar het schermpje van de cell-phone, lijkt er ook niet meer over te willen horen, dus we laten het erbij, net zo goeie vrienden, finaliseren het kopje koffie.


Van Massenhove buigt zich over juffrouw Werdenfels, vraagt, waaruit scheur je, vraagt hij. Thelma gaat gedetailleerd in op wat het boek voor haar betekent. Nooit raken ze het eens over wie haar favoriete actrice is.



Ik sluit het hok af, tsjak, een geluid, gluur door het oude ruitje naar de straatgeul en het pas geasfalteerde wegdek, waar het geluid vandaan komt, en zie een hond op de stoep, zwart, groot, harig, en midden het kruispunt een door autobanden platgewalst plastic colaflesje. Ik steek m’n broek af, neem plaats op het kakmeubel, voel de specie zitten, drukken drukken, oempf, het gaat niet in 1 keer, lees iets grappigs in de krant die iemand in het hokje liet, techniek aanpassen, roef, daar gaat ie, lekker, ik veer overeind, tast naar het houdertje en besef dat Hermeline het bij het rechte eind had, het papier is op.



En daar sta ja da,n du,s aan de wegran,d boo.m

zaterdag 18 juli 2026

vraag antwoord

V. Wie is Nikifor Poljotkin.

AI-overzicht

Nikifor Poljotkin is het pseudoniem van een Russischtalige auteur die vooral bekend is van het korte, absurde verhaal De hand die hand werd. Volgens overlevering verscheen het in de vroege twintigste eeuw in een lokaal blaadje in Odessa, een krantje waar de bekende schrijver Konstantin Paustovski redacteur zou zijn geweest.

Het werk is in het Nederlands vertaald onder de titel De hand die hand werd (oorspronkelijk de hond die hond werd in de Odessa-publicatie), en werd ondermeer in 2014 opgenomen in het literair tijdschrift of de publicatie-reeks Blakte.

De schrijver wordt in literaire kringen vaak in één adem genoemd met andere modernistisch-absurdistische of dadaïstische schrijvers uit die periode, al blijft de ware identiteit achter het pseudoniem gehuld in anekdoten en mysterie.

Wil je meer weten over specifieke publicaties waarin dit werk is verschenen, of ben je op zoek naar vergelijkbare absurdistische en avant-gardistische schrijvers uit het vroege 20e-eeuwe Rusland? Laat het me gerust weten!

V. Is de Russische dissident Nirlov Tuba in werkelijkheid een hond.

AI-overzicht

Je zoekbewerking -Is de Russische dissident Nirlov Tuba in werkelijkheid een hond- heeft geen overeenkomstige documenten opgeleverd.

Suggesties:

. Zorg ervoor dat alle woorden goed gespeld zijn.
. Probeer andere zoektermen.

donderdag 16 juli 2026

de verzameling

Hij luistert buitengewoon aandachtig naar me. Dat ik niets te vertellen heb, geen dingen waar een boekenverzamelaar wat aan gehad had kunnen hebben, weerhoudt hem er niet van om op een bijna kinderlijke manier te informeren naar m’n kwaaltjes, maar trek dan toch je mantel uit en ik als de mantel uit heb ‘je stinkt’ te zeggen, daar absoluut zonder zich te gêneren ‘grapje’ aan toevoegt, grapje grapje, om vervolgens de situatie nog erger te maken door vriendelijk op te merken je gulp staat open, oei, zeg ik, ik kijk geschrokken naar het kruis van m’n broek, daar staat natuurlijk niets niemandal open, bijna triomfeer ik maar hij is me voor, merkt op dat ik stink, en niet zo’n beetje, hij zegt het vriendelijk alsof het hem geen donder uitmaakt of het een geur van tabak, zaad, urine of koeiendrek is. Ik kijk naar het plafond, verman me, zeg dat ik net uit bad kom. Nee het zijn je kleren die stinken zegt hij. Wanneer heb je die mantel voor het laatst laten stomen. Jongen, je ziet er niet uit. Geen boeken aanraken A.U.B. Zal ik een kop thee voor je? Wat heb je gegeten vandaag. Straks zakt dat rotding tot je knieën. Waarbij hij over het hoofd ziet dat de gretigheid die hij aan de dag legt me ergert, en wel op zo’n manier dat ik overweeg om exact zoals zijn etiquette het voorschrijft op het vloerkleed te kotsen of op te stappen, bruusk, zonder uit te leggen waarom ik opeens wat anders te doen heb.
Het irriteert me bovendien dat hij over het hoofd ziet om me te vragen hoe het met Oek zit. Dat hij alles slikt wat ik zeg en daarboven ook nog eens m’n sentimentele praatjes interessant lijkt te vinden, gêneert me.



Een bijkomend gegeven, waarvan ik niet weet of het lachwekkend of om te kotsen is, is dat hij, mijn altijd net zo erudiete als betweterige gespreksbolide, maar liefst vijf edities van Les choses van Georges Perec heeft, wat ongeacht het geciviliseerde kader en of dat kader een reukje heeft of niet, sentimenteel is. Alsof het hem voorts eigenlijk geen zak uitmaakt, geeft hij bovendien toe, als ik hem vraag wat hij zo al van Perec gelezen heeft, dat hij van Perec niets maar dus werkelijk niets las, nada, geen bladzijde, effectief, nul de botten, niet eens een eerste zin.

Niet eens de eerste bladzijde van Espèces d’espaces? vraag ik onthutst. Dat had hij zich in geen driehonderdvijftigduizend jaar kunnen herinneren.

Vijf edities van Les choses van Geoges Perec heeft hij, hij kan zo uit het blote hoofd opnoemen welke. De eerste editie uit 1965, die van Julliard, wat hij benadrukt, zowel van La vie mode d’emploi als van Les choses heb ik een eerste editie. Van Les choses ook nog een herdruk uit 1977, een herdruk uit 1984, en naar zijn altijd veel te bescheiden oordeel bovendien een uitzonderlijk fraai exemplaar uitgebracht in de reeks dix dixhuit, een halve eeuwigheid zit hij over het jaartal van deze editie te disselen tot hij vertwijfeld om zich heen kijkt en alleen maar concluderen kan, terwijl hij een tweede fles Douro aanboort, godverdomme, dat hij ’t vergeten is. En die vijfde dan, vraag ik. Ach, daar is niets bijzonder mee, een vertaling, het jaartal zou hij niet weten, wel, wat me intussen geenszins verbaast, dat het boek een schilderij van Nicolas de Staël op de cover heeft. En dit exemplaar wel, zeg ik. Neeeeeeh, zegt ie, alsof het er wat hem betreft al niet meer toe doet.



Goed. Het zij zo. Ik weet ook alleen maar dat het begin van alles in een klein hoekje zit, dat het adres en de naam van de geadresseerde al genegeerd kunnen worden voor het handschrift zich als pertinent potsierlijk voordoet en dat hij wellicht om die reden modern en gevoelloos is. Zelfkritiek, had mijn gesprekspartner ongetwijfeld opgemerkt kunnen hebben, is voor slappelingen. Da’s evident.

Een dichter en edelman, zeg ik, omdat het me opeens te binnen schiet, terwijl hij strak voor zich uit naar het etiket van de Douro zit te staren en wat ik zeg om een onverklaarbare reden negeert, zei ooit dat sentiment zonder rede is. Ik bedoel, zeg ik, het is onvollediger dan energie is gelijk aan snelheid zwaartekracht parkeermeter peer, onvollediger dan de wetten van een rotte appel. En dan gebeurt het. Hij veert overeind, extatisch. 1989! roept hij. Het jaartal. Dolkomische triomf! Het jaartal! Hij herinnert zich het jaartal. De dix dixhuit van Les choses, glundert hij, overigens zonder het minste spoor van zelfingenomenheid, werd legaal gedeponeerd in 1985 en wat hij heeft is een herdruk daarvan.



Leopold, merkt de aardappelschillende onderbuur op, Leopold, die van het bureau, is van Wetteren. Van Wetteren, zeg ik verbaasd. Van Wetteren, zegt ze. Ik neem plaats aan de kleine, houten tafel in het souterrain. Ze heeft vette wangen, Hermeline, die als ik het goed haar hele leven lang bij Septuaginta is blijven werken, en mondhoeken die bijna tot haar kin reiken. Van Wetteren, mekkert ze. Maar, zeg ik, in Congo geboren toch, zeg ik. Ze bekijkt me, probeert uit te zoeken hoe het komt dat ik dingen weet. In Congo, bevestigt ze. Ze plukt een aardappel uit de pieperkorf en schilt de patat zonder er naar om te kijken. In Kinshasa, zeg ik. Regen zeikt over de ruit tussen het souterrain en het zich onder straatniveau bevindende hoekje waar tot gisteravond een dode duif waargenomen kon worden. Als het maar stinkt, zegt ze. Wat ze hiermee zou bedoelen weet ik niet. Lange aardappelschillen rollen uit het mesje en ik herinner me hoe het me plezierde om een aardappel inderdaad zo te schillen dat het één schil bleef. Leopold, zegt ze, houdt van rotte appels. Van rotte appels, zeg ik verbaasd. Ze bekijkt me. De manier waarop ze telkens weer met het mesje, dat er duizenden en nog eens duizenden geschild moet hebben, over de meteen daarna naakte huid van de aardappel schuift, fascineert me. In het kamertje zijn geen boeken, alleen een streekjournaal dat zich onder de schillen bevindt.


Het begon toen ik na het gesprek met de benedenbuur, die twee honden heeft en een bedlegerige tante die in een hok achterin het huis opgebaard ligt in een stank van lijfgeur en drek, een graatmager, benig oudje, de trap naar de zolderkamer nam, vastbesloten om niet te bezwijken voor ik de bovenste trede bereikt had, en halverwege de trap uitgeput op een van de treden plaatsnam, verpulverd door de hitte, niet eens in staat om te bedenken hoe ik de schoenveters losknopen moest. Hijgend en met een lamme rug zat ik tussen de spijlen van de trapleuning naar een vlek te kijken. Een waanvoorstelling deed zich voor. In het trappenhuis had ik een muts aangetroffen. Ik bekeek de muts. De herinnerde muts werd grappig, alsof Barthes erover uitgegleden was. De muts had weinig tot niets seksueels, hoogstens het idee dat Barthes er over uitgegleden was en z’n nek gebroken had, helemaal in de stijl van enkele van de relaties die hij had gehad. Was de muts het onderwerp van iemand die een muts zonder die muts nooit als zodanig geformuleerd zou hebben? Alleen het omgekeerde beviel me, dat ik in staat bleek om zonder ander aandachtspunt naar de muts te kijken. Terwijl ik uitgeput en hijgend naar de vlek zat te kijken, die een contour had die op die van Banaba leek, hoorde ik een gebeuk dat uit het souterrain kwam, een gestamp dat niet luider werd dan het geluid van een zak die tegen een muur onderin het huis kwakte. Als een mot kwam juffrouw Werdenfels aangefladderd, scenes uit High Window, een fragment uit Echenoz, die effectief naast me was komen zitten en me op enkele markante bijzonderheden in het traphuislandschap wees. Eerst en vooral was er natuurlijk het stripverhaal. Hij vroeg of ik het hiermee eens was. Het stripverhaal en het kruiswoordraadsel, zag ik, vaag naar de vlek kijkend die ik eigenlijk al vergeten was, hadden Hermeline en Echenoz tot een zich naast de latrine bevindende sudoku-puzzel herleid. Het gebeuk in het souterrain, met een blauwdrukje van andere, minder hoorbare stemmen, van geluid, besefte ik, dat een radio maar ook het gillende geblaf van een dame of het gesnorkel van een laatavondprogramma kon zijn, waar ik me nu eenmaal niet druk over te maken had.

Ik kroop naar de tussenverdieping, stak m'n broek af en ontlastte me. Drek de facto is een product waar geen mens zich druk om maakt. Net Leopold had gezegd dat een op wat anders dan drek gebaseerde samenleving onmogelijk is.

Als hij me maar niet lastig viel met praatjes over de boeken die hij jatte, over de absurditeit van een zo omvangrijke bibliotheek dat niemand al die werken een voor een gelezen had kunnen hebben.


Pessoa merkte op dat we ons hoogstens aanpassen aan iets wat er al is. In het onmogelijke bedrijven we het ontbreken van geluk en het absurde genot van het zich aanpassen aan dat gebrek.

woensdag 15 juli 2026

aanpak

Open het boek op de laatste bladzijde van de met aantallen gecodeerde paginering.

Het boek telt 1079 bladzijden. Met de blanco achterkant van bladzijde 1079 extra 1080 bladzijden.
 Scheur de laatste bladzijde in geen geval uit het boek.

Open het boek op de eerste bladzijde van de met aantallen gecodeerde paginering. Wat staat er? Bladzijde 3.

Scheur de eerste bladzijde in geen geval uit het boek.

Ga als volgt te werk. 1080 minus 2 voorin geeft 1078 bladzijden. De helft daarvan is 539 bladzijden.
 Open het boek op bladzijde 539 en scheur het in twee gelijke stukken.



Hermeline tilt het volumineuze werk, een herdruk van Infinite Jest, Abacus 2026, zeven betekenisloze vellen voorin, vijf betekenisloze vellen achterin, tilt het op het blote achterwerk van juffrouw Werdenfels, de bilnaad van juffrouw Werdenfels min of meer equaliter aan de kneep van het forse volume, 1080 bladzijden, 5cm, raakt heel even, 10cm onder de kneep van het boek, de aarsopening, 10cm daaronder, onbedoeld meen ik maar niet zonder gevolg, het die ochtend met shampoo van ezelmelk gefloste rosse schaamhaar van juffrouw Werdenfels aan, traag, ogenschijnlijk zonder aandacht voor het zich onder de openliggende bladzijden van Infinite Jest net door die aanraking verblijdende geslacht, herseninhoud plusminus 80cm van de getroffen regio verwijderd, juffrouw Werdenfels die overigens meteen al wat speeksel weg te slikken heeft terwijl Hermeline zich met zorgvuldig afgewogen achteloosheid over het op juffrouw Werdenfels uitgestalde boek ontfermt, hyperacuut, een hachelijke onderneming aangezien alles wat bij juffrouw Werdenfels los zit, of hangt, met voorlopig nog temende expressie in beweging komt,

het slachtrijpe volume opent op bladzijde 538, bovenaan die bladzijde, raakt ze met onbedachte symmetrie van dualis wijsvinger duim aan wat ze op haar neus aantreft, leest, say? Why not take the suggestion to say No? Why come in here? Did I come, bovenaan bladzijde 539, and an engine so bored-out for heavy-breathing speed it’s a, denkt hier heel even over na, a what? leest, nogmaals, a small miracle, tilt haar blik boven het boek en het blote lichaam van juffrouw Werdenfels, besluiteloos, alsof ze niet langer weet wat ze met het boek aanvangen moet, is wat de retina registreert inkt, blote huid, papier, marges, paginering, beharing, boven en onder van hetzelfde object, zich half bewust van het feit dat ze praktisch gesproken geen tijd verspillen moet aan dit soort overwegingen, geen verdachte beweging, het volstaat om de bouwplannen van haar broodheer nogmaals zorgvuldig door te nemen voor andere deskundigen zich over de geplande verbouwing ontfermen, Scheur de eerste bladzijde in geen geval uit het boek, Scheur de laatste bladzijde in geen geval uit het boek, ruk het uiteen in twee gelijke stukken, Om te beginnen. Met een zich in haar blik uitstrekkende traagheid, juffrouw Werdenfels ronkt, het rosse haar gonst, licht als goud op onder de kneep van het vermaledijde boek, waardoor het registreren van de noodzakelijke handelingen automatisch afremt, er doen zich samenvloeiingen voor, genotzuchtig buigt Hermeline zich over het openliggende boek, say? Why not take the suggestion to say, Why not take that suggestion, haalt het boek, onderaan voelt het glad en vochtig aan, naar zich toe en rukt het in twee gelijke stukken. Kijken naar het rosse haar en de curves van juffrouw Werdenfels, tot toch weer een net iets dikkere golf over haar heen tuimelt, dikker, onstuimiger dan de veronderstelde golf, net iets gretiger dan die eerste golf, net een tik wijder spoelt het over de blanke huid van juffrouw Werdenfels, Nu Hermeline eindelijk beide helften van het boek voor zich heeft, vasthoudt, met beide handen vasthoudt, en met het gehavende exemplaar meer dan wat Infinite Jest te bieden had.



op de achterflap om te beginnen

zaterdag 11 juli 2026

the thing

He had been staring at that idiot dog for a couple of hours, its genitals and socials right in front of him. The whole thing stank as folly from a refugee squad. Fed up with that vacuum cleaner in his head. Couldn’t remember Rock Hill. Had been there. It had a dog and it had grandchildren, the dog familiar with names such as Ron and/or Leopold. Some said Rudi. Swift a character. Different from Barky. He felt it had something, to be that dog. Scotty, Barky, or whatever name it went. Whatever it was, he couldn’t resist the urge to make it happen. What did she want from him anyway. I’ve always been that dog, Daisy. As old and stupid as that dog too. Barky. Some said Rudi. Are you aware of that, honey? The wife often spent days on the coastside, near San Diego. Took the vacuum cleaner with her. Why exactly. No use for a vacuum cleaner around there. Barky used to have a lot of hair. Much too hairy, Harry, she joked. What you want from me. You say Herb is hairy and he ain’t. He’s much too old for that. Daisy Daisy Daisy. Herb touched his penis with the screen of a cell-phone, then back to socials, making it sort of a vacuum cleaner experience, haw haw haw. Reached for one of the bottles. Couldn’t reach it. From the very beginning all the booz had to be right there, on that stupid table. He couldn’t figure out why it wasn’t. Exactly as it had been with Daisy, from the very beginning. Of course she knew. Couldn’t pretend she didn’t. Of course. Sure. She knew. Give her one of those doggish grins, Barky. Rudi. Whatever urge it is, go, go for it. Done it on the carpet! Barky done it again! Done it on the carpet! Met her face on his socials and said, This feels very comfortable, he said, adding some soft smile. He made a somehow vacant gesture and reached for the bottle, found it empty. For a second or seven he stared at the bottle. Tried to get to his feet. Then found the thing. Next to the dresser it was. Now watch me climb that window, he thought. He kneeled next to the precious thing, redirected his cell-phone, took a picture, as Daisy had done with fairly any of her dishes. And ate it. No allowance to forget whodunit. The whole damn house made for it. And so he did, his feet firmly rooted upside down.



For more than eight hours he had been sitting in front of that stupid dog, his penis left-, his socials right-hand. The corpse hadn’t made a single sound. Apart from the smell not much of anything else could be noticed.

The vacuum in which he sat had first reached to Rock Hill, it had touched Beatty Park, where only a few days earlier a dog had been killed. Rudi. Leopold. Or Barky. Or whatever other character it may have been. Sure enough Leopold, Scotty or Barky, had been a dog soon after his longing to become one.

He's always been that dog, Daisy, you know about that. Daisy had been living near San Diego for a couple of years. Took the vacuum cleaner with her. Never came back. So Herb told her,
He’s always been that dog, Daisy.

He touched the screen of his cell-phone and reached for one the bottles on a table nearby, couldn’t reach the half emptied thing. Exactly how it first had felt with Daisy.

He saw Daisy knew something, and she wouldn't tell it even if they knocked on the frontdoor and asked her for it. Rudi had done it on the carpet, as he had done so often before, Rudi had done it on the carpet, and Daisy knew about that.

Herb sat looking at his socials with just some few inches more of a doggish, sardonic smile. Rock Hill.
The vacuum cleaner in his head had reached as far as Rock Hill, ten miles south, but, then, gradually, it may have lost that vibrance to be out there.

Soon enough the complete house had been filled with it. The smell it had.

No more talk on Rudi, please.

Herb made a large gesture, tried to reach the bottle. He finally got it. For a second or seven he stared at the bottle. Empty it was. Rudi, goddammit.

After that he again stared at the black hole in front of him. He tried to get up. Something like a pair of stockings lay on the floor. It lay next to the dresser. Couldn’t remember what use a pair of white stockings could have had. He expected rain to ring at the window. The whole goddamn house had to be cleaned and he knew he wasn't able to do it. Sat down again. Stared at the ceiling.



The idiot had more than just your slim posture, or penis, Barky, he had your socials, your background, your bankaccount, and a vacuum cleaner inside your head. Anything stolen won’t rot and it doesn’t stink. His whereabouts have Rock Hill and Beatty Park, sweat nice little daisies, and the dogs are good. Oldschool. Leonid von Barky, Boxtrot.

Rudi had different shapes. Always into something. The classic issues. Daisy sent to San Diego for a couple of years. Did you hear that? Daisy, did you hear that? All of it nicely put together with a string and fabrics. Didn’t see much of anything. Rudi is a case, I said. The case, Herb joked. And such a great dog. When he brought me that bottle. Such a great dog. But it was bit of a challenge for us, was it. Such a great dog. Drank half of the bottle. Daisy, you listen. Such a great dog. Bullfighter, eh Rudi, bullfighter, that’s something too, bullfighter. I didn’t buy that bottle, Daisy, to have only half of it in front of me. Make it two pieces and a half.
 I knew the thing she knew. She didn’t. There’s no cure for that. Rudi, such a great dog.

Quite hairy too. Eh, Rudi.

Don’t care too much about that socials, Rudi. Meet sarcasm with a doggish grin. Thirty seven, remember. The material. A million sod of copies. My opinion. Lost. History. Herb tea. No more guilty as dog when he bought his case. Half a minute of sewing and all of it finished, a bouquet of thousands of empty pages. Hey, Rudi, damn fool, This dark brown juice, what kind of thing is it, guess. Don’t drink all of it. And what’s the hat for, I ask. And imagine what Rudi says, I knew I never had to see that thing. he says. It only had influence on what never was.

maandag 22 juni 2026

mailart expo cafe contraire

Café Contraire, Baudelostraat 3.
SP-van, mailart, Red Series. Nog tot 31 augustus 2026.

zaterdag 20 juni 2026

zondag 7 juni 2026

conversations

boven : kevin vergult
onder : nava as

boven . onder : spencer bogaert
belgacomgebouw, brutalistische architectuur uit 1976, staat bekend als het lelijkste en was meer dan waarschijnlijk een van de mooiste en meest interessante architecturale constructies in de Gentse binnenstad, gefilmd 1 dag voor het afgebroken werd

boven : kevin vergult
onder : filthybrunette93

dinsdag 2 juni 2026

donderdag 28 mei 2026

x

krr krr krr ik ga de laatste geven krr krr krr
krr krr krr ik ga de laatste geven krr krr krr
krr krr krr ik ga de laatste geven krr krr krr
krr krr krr ik ga de laatste geven krr krr krr
krr krr krr ik ga de laatste geven krr krr krr
krr krr krr ik ga de laatste geven krr krr krr
krr krr krr ik ga de laatste geven krr krr krr
krr krr krr ik ga de laatste geven krr krr krr
krr krr krr ik ga de laatste geven krr krr krr
krr krr krr ik ga de laatste geven krr krr krr
krr krr krr ik ga de laatste geven krr krr krr
krr krr krr ik ga de laatste geven krr krr krr
krr krr krr ik ga de laatste geven krr krr krr
krr krr krr ik ga de laatste geven krr krr krr

woensdag 27 mei 2026

after

After you left the table for a considerable length of time.
Actually, she never came back.
You hit the table with a fierce blow of her head. Bizar
Bizar. She never mentioned any such incident.
Most of the landscape had been thrown away. After that
But they built another one, fairly identical to Wednesday forehead.
Yeah. But only after her name had been spelled Wex or something.
That disgusting habit of looking up your cell phone every few seconds.
Oh, sorry, sorry.
After that once more, for a considerable length of time.


dinsdag 26 mei 2026

27.5

A book that does only one thing, one thing at a time. Sheila Heti. Alphabetical Diaries, page 9.

Een schoorsteen. Een smartphone. Kaarters. Een hond. Het dakvenster. Een avondhemel. Een regenpijp. Een stem. De plankenvloer. Een struik met witte bloemen.
Het tafelkleed.

Ik open Perec, Espèces d'espaces van Georges Perec, bladzijde 99, ik ben op bladzijde 99 aanbeland, en lees het volgende, assis dans un café, ou marchant dans la rue, un carnet et un stylo à la main, je m'efforce de décrire les maisons, les magasins, les gens que je rencontre, les affiches, et, d'une manière générale, tous les détails qui attirent mon regard. Een smartphone.
Neus, een neus, een neus.

Het avondlicht. Witte bloemen. Een regenpijp.

Muur, een muur. Vogel. De muurbeklimming. Het bierglas. Een gebeurtenis. Hond. Zonnebril. Duif. Dak. Er valt iets op het dak, een duif. De hond kruipt overeind en gaat zich lekker luizig zitten krabben.
Het ronde brilletje van de papa van Rumi maakt deel uit van het assortiment, waar voorts ook twee worsten en een samosa deel van uitmaken. Een schreeuw. De toenaderingspogingen van een stadsduif. Geen materie om een roman aan op te hangen. Firaz neemt het zebrapad. Het Poolse huis staat in de steigers. Het autootje van Cirque circulaire. Ook koeien zijn katholiek opgevoed.

26.5

Blootsvoets over het voetpad stappen. Een scooter schiet voorbij.
Long before looking smart was invented.

Een jonge, slanke, niet zo grote zwarte vrouw, wit topje, gefriseerd kapsel, tot de kuiten hangende, ruige jeansrok, smartphone. Zo over het zebrapad van A naar B evoluerend, zonder met wat anders dan het beeldscherm van de smartphone bezig te zijn.
Long before the evolution from A to B had been invented.

Omdat hij nu eenmaal niet luistert Zegt het twee huizen verwijderd op het zich daar bevindende terras zittende, luidruchtige meisje. Naar onze woorden Zegt ze. Naakte armen

indigoblauwe avondhemel
en een in de touwen hangende maan

Long before the Duux Whisper Flex 2 had been created.

Zou het luidruchtige meisje ook een luidruchtig gezicht hebben? Hebt ge al een dag in uw leven meegemaakt Roept ze. Dat ge . . . Maar Anna zei

En dan blijk jij weer gelijk te hebben met jouw neem-me-zoals-ik-ben. Is wat Anna zei. Brieven aan Anna, Robert Musil, bladzijde 9.

het perfecte decor voor een tongkus Maan schuift over de dakpannen van het Poolse huis.

De pwiet, raffelt het luidruchtige meisje, die de jury's regelt, die is tot volgende week op congé. uitroepteken

Achter het gordijn zou zich om te beginnen een stoel kunnen bevinden,

En die piwi moet dus fucking net nu op congé Roept ze.

en iemand die op die stoel plaatsnam.

Een kliederbocht over het kruispunt maken, remmen, afstappen, fiets parkeren, fiets op slot zetten, en dan traag over het voetpad onder de met Magritte geïnjecteerde sierperelaar naar het meest dichtbije terras stappen.
Een pilsje. Om af te koelen.

en ik kon me niet voorstellen Roept ze dat ik met zo iemand te maken zou hebben. En opeens zaten we
samen in de klas
samen in de klas
samen in de klas

Karmozijnrode rozen in dikke, geurloze trossen. Op het eerste van het Poolse huis een raam open. Het witte, semi-transparante gordijn houdt de muggen tegen. Je ligt op bed in die kamer, in dat gele licht waar Edison een patent op nam. Misschien lig je suf naar het plafond te kijken. Je masturbeert of vlooit door een smartphone. Wat ongeveer op hetzelfde neerkomt. Buiten het geroezemoes van honderd stemmen. Vlak bij van muggen die de kamer binnendringen. En hier je mooiste droom,

Long before a first artifice had been created.

x