dinsdag 5 mei 2026

5.5

l'heure : sept heures du soir
la date : 15 mai 1973
le temps : beau fixe
Noter ce que l'on voit. Ce qui se passe de notable. Sait-on voir ce qui est notable? Y a-t-il quelque chose qui nous frappe?
Rien ne nous frappe. Nous ne savons pas voir.

Georges Perec, Espèces d'espaces

Geen tram. Schrappen van, de olifant, het resusaapje, wolkenkrabbers, blauwe hemel, Georges Perec. Geen antilopes. Een grappig busje. Babbelende meisjes. Weinig animo in en aan het met graffiti bekladde frietkot. Een stadsduif waagt zich tot vlak bij het terras. Voorbijgangers van en naar het station. Een fietser. Met valhelm. Naakte benen. Bomen. Wat zijn ze groot geworden, die benen. Besluiteloosheid. Er zijn best wat bejaarden in omloop. Ik vergat de locatie mee te delen, een terras op wandelafstand van het Sint-Pietersstation, en het tijdstip, namiddag, halfdrie. Bewolkt. En wat zijn ze groen intussen, die bomen. Een passante met een koffertje op wielen. Smartfoont. Nog meer van dat ik doe maar iets gedoe. Eén van de meisjes (zitten naast me, belendend tafeltje ter linkerzijde), één van de meisjes zegt: Dit is echt traumatizing, zegt ze. 'Doe met deze informatie wat je wil, maar, Een feestelijk uitgedoste dame, vogue-type, bijna looppas, in een hurry, smartfoont. Iemand met een loopneus zit achter haar aan. Fietsers. 'Iets,' zegt een van de meisjes, 'iets wat er niet was . . ., en het gebeurt.' Man met wandelstok, blauwe regenjas, stapvoets, kijkt om naar de vitrines van een boekhandel, een fluwelen pantalon kleur donker notenhout. Personen zonder haast te maken op weg naar het station. Een groepje bejaarden. Van fiets stappende blondine met witte headphone. Een half opengemaakte banaan. Koffie. Jonge vrouw met bekertje. De dame die een banaan oppeuzelde, kijkt heel even naar me om. Iemand neemt in een hurry plaats op de stoel ter rechterzijde, en haalt meteen een smartphone boven. Aan de overzijde van het wegdek een fietser met een gitaar op z'n rug. Iemand in een rolstoel. Stadwaarts een geelgroene paraplu. Tot achterwerk reikende dreadlocks, massief als een stronk. Doorstappen omdat je met een tijdstip zit. Een koelwagen. Een zwaarlijvige dame, stevige fiets, rode, bolle wangen, valhelm. Of zonder tijdstip. Op automatische piloot. Een autocar met het opschrift: Reizen met liefde voor uw wereld. Blijf dan thuis godverdomme. De hand van je partner aanraken. Je met een schommelende doos uit de voeten maken. Gearmd richting stationsplein over het voetpad stappen. Het gepuf van een lijnbus. De meisjes hebben het over vrouwonvriendelijke uitspraken. Drie zwarten. Bewolkte hemel. Headphones. Een ietwat breed uitgevallen manspersoon, blauwe pet, korte mantel, rode kop, luidkeels: 'Hallo -! Hallo -! Comment ça va, les petits enculés, enculés de merde -!' Staat met z'n armen te zwaaien. Geen reactie. Richt zich tot iedereen op en naast het terras, herhaalt wat hij te zeggen had, iedereen en tegelijk niemand in het bijzonder, en dan nog een keer, tot hij zich opeens midden een groep scholieren bevindt. Zakdoekje leggen, niemand zeggen. Een sliert scholieren. Ze vinden het voorval best amusant. Nog meer scholieren, meisjes, tieners in uniform. Dames van ontwikkelde leeftijd in beige kostuums. Drie jongens en daarvan twee, bloedserieus, met een donkerrode roos in een speciaal voor die donkerrode roos ontworpen verpakking. Iemand met een bokaal appelmoes. Vlakbij het raam van een kamer op de derde verdieping van een gebouw aan de verste overzijde van het wegdek een fluogele regenjekker.

Geen opmerkingen: