Huidskleur en blote rug, erotisch. Het bleke licht evenwel van smartphone op neusbeen en wangen maakt haar een stuk minder aantrekkelijk.
Het heen en weer schommelen van het hoofd, een complicatie. Zit het los? Is dat nagekeken?
Een gebaar dat aan het offer voorafgaat -zit de stoel waarop je plaatsnam gemakkelijk of niet?
Het offer: de oogleden, het neusbeen, een haarstreng, de mond, de aanbidding van het samenvallen van vorm en schaduw, van de leestekens en het blote oog. Aan iets denken.
Er aan moeten denken. Zou je haar willen vragen of ze het ook in Viëtnam maken? Het einde van die zin. Van elke zin. De machines die je verzon. De schaduwen waar je aan vasthield. Die oogopslag voor ze de ander omarmt, iemand die naast haar plaatsnam, en tijdens die omarming: oogleden en armen die zich om dat andere sluiten, het afbakenen, ogen die die ander vloeibaar maken, stemmen met een onderhuids stroomgebied, samenvloeiingen telkens ze aangeraakt wordt.
zondag 22 maart 2026
x
foto
Ze maken een foto van de blote maaltijd, een steak au poivre, voor de steak poivre in het keelgat verdwijnt.
Koelbloedig een foto van het naakte vlees. Geen foto evenwel, later, van hoe datzelfde stukje vlees,
na het ingewikkelde proces van de verteringssappen, uit de aarsopening in een bijna exact op dat witte bord van hotelporselein gelijkende wc-pot terechtkomt,
een glibberige drol, en er, anale couscous, opnieuw bijzonder smakelijk uitziet, zo overheerlijk verrukkelijk lang en dik dat je er niet durft aan te beginnen.
zaterdag 21 maart 2026
i agree
YES
yes yes yes i agree
yes yes yes i am with you
i follow i follow
yes yes of course i got the message
this is special
yes yes yes very special
of course i agree
no no no please go away
yes yes yes of course it does
of course i agree on that too
yes yes yes of course
of course i totally agree
anyway it doesn't matter
please go away
zondag 15 maart 2026
alfabet
x
af Geen verhaallijn, geen ontknoping. Weggooien van alles wat doet alsof het betekenis is.
L'histoire n'a pas de souvenir. Jacques Roubaud
ander Het betekenisveld van de ander.
ego Om het groteske ego overeind te kunnen blijven houden stapelt hij leugen op leugen, farce op farce, gekonkel bovenop gekonkel, torenhoog, tot hij er gevangen in zit.
Chandler Yes, yes, Chandler. And if one is finished with Chandler, Cheever. Of course, Cheever. Yes, yes, Cheever. And Cheever finished, then one still has Carver to explore. Yes, yes, Carver. Of course, Carver. Yes.
god Brainbird. Oh, your god. That one considered to be yours, against the odds and ends of 8 milliard other gods. Meanwhile, as it became a rather common phrase, it seems to point a jelly conglomerate of personale deities, things one may trust, things that rule live and feed desire with hope and error.
hoeveelheid Elke dag is er één uit een reeks van honderd. Tot het er één teveel wordt.
Alle personen in gesprek. Vocale impro. Waarover ze praten kwijt in het geroezemoes. Het rent alle kanten op. (en dan vang je er enkele)
Ze is vast komen te zitten aan het gezicht van de ander.
Nog meer onachtzaamheden: trapt tegen stoel, laat deur open staan, grijpt naast titel, bezwijkt onder het toppunt.
ingewikkeld Op een extreem zichtbare manier klaarkomen op dingen waar ze niet uit is. Kletsnatte gelaatstrekken.
Mij lukt dat niet hoor, zegt de ander. Gij kunt dat beter verstoppen. Het enige, zegt ze, het enige is, Hand ondersteunt of hangt eraan vast. Het enige, zegt ze, als ze klaarkomt, dat hij dan. Het enige, zegt ze, het enige is. Maar dat ga ik niet vertellen. Dat is. Het is te vroeg.
De klerezooi van wat ik niet verwacht had moeten hebben in je armen dumpen. Kunnen we dit niet elke vrijdag doen? Ik zal de auto geven.
Istanbul Zo stappen ze over het voetpad, lekker gezellig, elk één oor aan een smartphone. Twee, drie straathoeken verderop een beslissing: naar Istanbul.
memory The movie won't get you anywhere. A lecture, worse. Shockwaves of things we can't remember. Nothing feeds like empty space.
Heb je nog ergens een dochter van twintig zitten? Of moet je er eentje huren. Niet alle ouders hebben kinderen.
naakt Als hij zich uitkleedt, alles gaat uit, blijkt hij ook onder z'n blote balg een maatpak aan te hebben.
ontdekking Ik moet eerlijk zijn, zei de paleontoloog op zowel bedachtzame als respectvolle wijze: hierover grapjes maken zint me niet. Ze hadden het skelet gevonden van een olifant die in een muis veranderd was.
paard Far in the dark wood of mortality a barn. And in that barn a horse, a black horse, black and beautiful. And a beautiful horse.
spiegel Stuffed in a shop-window, a man and his dog.
A portrait of the dog as a tourist. De cijfers kloppen, zegt ze, de cijfers kloppen. In Oostende is een kleine minderheid aan geile mensen, maar die kunt ge jammer genoeg niet inruilen voor toeristen. Hij, als ik dat op voorhand geweten had, zegt hij.
Any dog just as good, as it needs to get fed, any dog just as good.
twee Twee dozen op elkaar zijn twee dozen op elkaar. Als dit 200 kilometer overbrugt . . . Wat als iemand ontdekt dat wat ik schrijf helemaal niet zo onschuldig is als het eruitziet. Ben ik al niet ter dood veroordeeld? Heb ik iets gezegd? Dan zijn het twee dozen op elkaar.
woensdag 11 maart 2026
garlic
Where is the fridge. We don't have a fridge.
Where's the cooler. We don't have a cooler.
Where's the table. The table. We don't have a table.
Where's a mirror. We don't have a mirror.
Coffee. A cup of coffee. I want a cup of coffee.
Where's the kitchen. There's no coffee. We don't have a kitchen.
Where's the landlord. We don't have any.
Where's the president. We don't need one.
The Russian translator. We don't need one.
Where's your dignity. We don't have any.
Where's the philosopher. Your logic. Einstein. Who's Einstein.
Instable isotrophes. Isotrophe 235. We don't have Einstein.
Where's the grammar. A solution. Immediate.
We don't have immediate solutions. There's no grammar for that sort of thing.
Hope. We don't have any hopes. No need for that.
Knowledge. Limited is our knowledge of time and space.
Look out of the window, where's our landscapes.
A ballroom? No need for that. Where's the cook? Gone.
Garlic. I want garlic on my dressing. Oh Oh. Garlic. We don't have garlic.
Where's the garlic. Oh. Oh. Garlic. We don't have garlic.
I insist on garlic on my dressing. Oh. Oh. Garlic. We don't have garlic.
Great. Right. Where's the grocery store. There's no grocery store down here.
Sorry for that. We don't have anything.