zaterdag 5 september 2026

waar boeken uit bladzijden gescheurd worden

                      1
achter een struikje, op zolder, in het kolenhok, na het verwijderen van de geschenkverpakking, in je handtas, net voor het recital begint, aan de keukentafel, tijdens het gesprek aan tafel, in een file, op een bank in Central Park, vroege namiddag, in bad, op een boomstronk, ’s ochtends, net voor het slapengaan, op een naaktstrand, in het trapportaal, halverwege de trap, aan een tramhalte, voor het vuurpeloton, in de wachtkamer van een tandartspraktijk, in de kantine tijdens het draaien van Salo, een rechtopstaande pose tussen de ruggen van medepassagiers, in de loopgraven, het driesterrenhotel, aan een straathoek, in de taxi, een lijnbus, tijdens de rookpauze, je lunch, aan het andere eind van de draadloze verbinding, op een stoel in het Museo del Arte Contemporaneo, daar, in een bootje, in de zithoek, aan een parachute, ooit begonnen als zakdoek, tussen twee gangen door, alles van Altamira tot heden, naast iemand die verveeld voor zich uit zit te staren, op het terras van een café vlak bij het kruispunt rue du Bac-boulevard Saint-Germain, au bord de la mer, met koorts in bed, tijdens het recital, aan tafel met fijne vleeswaren, de avondspits, een debat, scheuren aan het stuur van de auto zou nog net kunnen, lezen niet, omdat je niet hoeft te weten wat je schrijft of wat je scheurt, aan tafel met je Italiaanse vriend, in het restaurant, tot de kelner je eindelijk opmerkt, en dan nog enkele bladzijden, na er mooi egaal een laagje boter over uitgesmeerd te hebben, have you read Infinite Jest? foutief uit de bladzijde gescheurd, tijdens een wandeling, rechtopstaand, zo kakt pluimvee, de ideale leeshouding, als we moe zijn van het paardrijden, ga zitten, strek je uit tussen Broodthaers en Beuys, ga liggen, ga liggen op je rug, op een treinspoor, in die geur van lariks, op je buik, in het wassalon NEEM EEN KOFFIE TERWIJL U WACHT in de vitrine, op een schommelstoel, 340m onder zeeniveau, vijf miljoen bladzijden terug, een hangmat, au ciné qua non, onder een stoel, op het gazon, in de cafetaria van Edinburgh Centraal waar iemand voor een schrijfmachine zit, driemaals daags, Almodovar heeft je opgeleid, aan een straathoek vlak bij Blvd. du Montparnasse, drijvend, op een bank in het metrostation, in een niet bemeubelde kamer, BUREAUX A LOUER, op een rotshoogte boven Nelson, in een kooi, zonder je daar druk over te maken, aan het kampvuur, op het noordzeestrand, dans le 13 vers Chatillon, naakt op een stoel in het klaslokaal, tussen het puin, in rijen onder en boven elkaar, aan tafel met Laplace-Gauss, waar je de bladzijde inruilen kan voor een tekening van Henri Beyle, aan de oever van een bergstroompje, onder de rozelaar, scheuren van levend model, in een lift, op het dak, onder een treurwilg, in het openvallen van regendruppels op blanco papier, aan de oever van de Donau, tijdens een rock concert, in de kajuit van een onderzeeër, in het laboratorium, terwijl naast je geleerden zich over een bord spaghetti buigen, je schrikt wakker uit een koortsdroom, in het redactielokaal, voor of na de koffiepauze, in een luchtballon, in een boekwinkel, het boek weggooien zonder ook maar iets aan te raken, bij benadering, veraf, in zee, tot Brussel, une foule de gens, aan de leiband, verboden te lezen, in de leeszaal van het college, waar je ook kijkt, nu, op tafel, in de foto na het bloedbad, voor de kachel, voor een spiegel, in de kachel, zonder het boek aan te raken, in een spiegel, na het ontdekken van de beerput, een nooduitgang, tijdens het wegzakken in de gier DEZE IS GRATIS een zwart rechthoekje kleeft aan je geslachtsdelen, je laatste wens, tijdens de pauze net voor het eindexamen, alles uit Musil scheuren, met je rug naar het vuurpeloton alle bladzijden uit Der Mann Ohne Eigensschaften, in de Negentiende eeuw is niemand, terwijl je je uitkleedt, alles staat ter discussie, tussen je blote benen, allemaal boeken van dezelfde bladzijde, iets met Kafka, op het tapijt in de bestekamer, een bushokje, op een van de terrassen van La Brasileira, kont, kijk naar me, wat is je favoriete bladzijde, onscherpe wolken benadrukken het moment, aan de rand van een uit twee boeken gescheurde bladzijde, na die mededeling, dans le bureau de votre chef de service, merk op dat het in New York gebeurd is, in elk geval niet hier, dat je je die bladzijde niet herinnert, net die bladzijde, je biograaf is je te vlug af geweest, ruzie maken over welke bladzijde, in het hotel waar Marcel Proust verbleef, een bladzijde uit Le droit à la paresse, wat stond er? in je socials, ta ta, serieus blijven, asocials, en het boek niet zomaar, it’s her way to get rid of it, in de hall van dat hotel, alleen in Steenokkerzeel, voor je het openscheurt, op een veldje achter een tankstation met het opschrift La Fantasma, in het rooksalon, in een stadsbibliotheek, aan de salontafel, vrouwen die elkaar vertellen hoe prachtig het is, boek 27 geeft nog een bladzijde, waaruit je Karamazov scheurt, je proberen voor te stellen of te herinneren wat met walgelijke dingen bedoeld wordt, wat zij die pasgeboren zijn ermee bedoelen, staande ovatie als Gravity’s Rainbow lukt, aan de piano in het restaurant, met de moeder van je vriendin, dat het geen leestekens gaf, tijdens de beklimming, of iemand zonder hoofddeksel een ander boek uit je bladzijden scheurt dan iemand met, in een schuiflade, hangend, halverwege het traject, aan een koord, tussen de op een na laatste en op een na eerste bladzijde, languit op een gazon in Central Park, in het boek, of je dan een ander boek leest, of zitten, staan, hurken, liggen invloed heeft op hoe je bladzijden uit boeken scheurt, in China, overal, of je onder invloed van socials andere boeken uit bladzijde 735 van The Making of Americans scheurt, onderaan de bladzijde, ben je iemand die uit verveling alleen dat soort boeken uit die bladzijde scheurt, wat is je score op Alte Meister, je favoriete bladzijde,

vrijdag 4 september 2026

Smulz' heldendaad

Het gaf een zonnige herfstdag toen ze in koetsen naar het concertgebouw reden waar die avond de première van de vijfde symfonie van Schubert zou plaatsvinden. Wij wilden het over Stollo Smulz hebben. We bevonden ons in het rooksalon, met glaasjes Ararat, Georgische cognac en een fles druivenwodka binnen handbereik. Istvan en Lavon hadden aan het schaaktafeltje plaatsgenomen.

Neemt U me niet kwalijk, mompelde Lavrenty Konstantinovich Vrazdovshchinsky, neemt U me niet kwalijk, Ierostislav Isjtsjvanovitsj, maar ik moet kakken, mompelde Lavon Vrazd, die moeizaam, verdrietig, drietenig om zich heen tastte, door Maxim overeind geholpen werd en rochelend de gang op slofte.

De ouwe Grafinja Aleksandrina Pantelejmonovna Tsjernysjova-Bezoobrazova was er bij komen zitten.

- Dag, Sasja! sprak Ierostislav vriendelijk.

- En emmeget over de Smulz g’ad, informeerde ze.

. . . over wie anders, gravin, over wie anders hadden we het gehad kunnen hebben, mompelde ingenieur Nocnik.

Een ongelukkig voorval woog op de gemoederen.

Maxim, de jongen had z’n gulp weer eens ondersteboven dichtgeknoopt, bij wijze van spreken ondersteboven, stak een gloedvol betoog af over de vis die hij drie dagen eerder gevangen had, buitenkeels, alsof Guillo, die net de kamer binnenkwam, op de slof gevolgd door Vrazd, met een door Wells bedachte afstandsbediening in z’n kielzog visfilet exploiteerde. Niet iedereen luisterde even aandachtig. De ouwe Grafinja Sprotokova, of Shprot, zoals ze plagerig genoemd werd, zat er intussen al wat slaperig bij.

- Ai . . . Ai . . . Als ’t ie maar niet weer over Odessa begint, merkte Guillo op, die even voordien uit de kelderverdieping opgedoken was. Guillo kwam half struikelend aanstappen met een dienbord en daarop schaaltjes gerookte vis, kaviaar, met kalfsvlees op smaak gebrachte pasteitjes, gekonfijte bessen, petit-fours en de papierpuree waar Aleksandrina Pantelejmonovna zo dol op was.

Iedereen hield z’n adem in, zat te wachten tot iemand de moed opbrengen zou om het over Smulz te hebben, Stodilo Smulz, Stollie voor de vrienden, die Protvod met een tot de verbeelding sprekende schijtexercitie tot overgave gedwongen had. Aan de schaaktafel antwoordde Ierostislav Isjtsjvanovitsj met de Berlijnse verdediging op het manoeuvre van vaandrig buiten dienst Lavon Vrazd.

- Stollo . . . Stollo . . . begon ik Maar een bediende verscheen, fluisterde iets in het oor van de Grafinja.
Ingenieur Nocnik keek op uit The Works of Plato, het vierde deel, waarin hij ook tijdens de lunch had zitten bladeren. 
We hoorden geritsel. Een helder, scherp en snel geluid. Weer verscheen een lakei, dit keer met een schoteltje melk. 
Ik merkte een algehele verademing, een verheldering van het in het salon heersende klimaat, Nocnik die met een guitig lachje een sigaar plukte uit het schuifdoosje, wat hem door Vasili aangeboden werd, j’adoube, zei Lavrenty Konstantinovich Vrazdovshchinsky, die de kleine rokade overwogen had en het schaakpartijtje onverrichterzake onderbrak, ook een sigaartje nam.

Ik bedacht dat het ongetwijfeld verstandiger was om te doen alsof ik werkelijk nergens maar dan ook helemaal nergens van wist. Overwoog om aan de piano plaats te nemen.

Natuurlijk hoorde je niet te weten dat Vasili in de nauwe uurtjes met Guillo aangesproken werd en ook dan als een knipmes boog. Dat zelfs de gravin op de hoogte was van het delict en alleen maar deed alsof ze niet doorhad dat iedereen het wist.

Op de trap naar de tuin streken twee kauwen neer. Een van de bedienden drentelde over het grind. De knaap verdween kruipend achter een struikje, deed z'n gevoeg. Dat het personeel zich dit soort vrijheden permitteerde, verontrustte me.

- Stollo . . . ik stotterde, kwam niet uit m’n woorden, Stol . . . Stollo zou . . . zei ik Ze hadden geen munitie, zei ik.

Wat ik gehoord heb, zei ingenieur Nocnik, . . . Maak je niet druk, zei hij. De ouwe heeft zich tijdens een of andere bergwandeling bovenaan de trap ontlast, bravo hiep hiep hoera Bij Warwara Petrovna thuis. Zonder dat ie z'n broek af te steken had. Iemand een vuurtje? Heeft iemand een vuurtje, vroeg Nocnik. Hij boog zich naar Aleksandrina Pantelejmonovna Tsjernysjova-Bezobravazova, die het volume waarin ze niet had zitten lezen, iets van Jean-Jacques Rousseau als ik het goed heb, zedig van zich afschoof.

- Maar die Mademoiselle Petrovna . . . zei ik, waar u het over heeft, dat is . . .
De gravin keek op van het schoteltje met melk dat haar door een van de bedienden aangeboden was.

- . . . een kleuter, zei ik.
Ingenieur Nocnik ontblootte z’n tanden, wat aangaf dat hij niet van plan was om prijs te geven wat hij van het voorval wist.

Aleksandrina Pantelejmonovna Tsjernysjova-Bezozobrazova deed alsof ze niets gehoord had.
Nocnik scheurde snel nog twee bladzijden uit het vierde deel van Plato, sopte het papier in rauwe melk.
De gravin keek naar het schoteltje. Misschien had ze idd. ook helemaal niets gehoord, was ze uit een muizenslaapje wakker geschrokken, het schoteltje met melk net daar waar het zich bevinden moest. Ze stak een van de bladzijden in haar mond.

- Stollo, zei ik, nogmaals, Stollo . . .

Aleksandrina Pantelejmonovna die op Plato zat te kauwen! Ik slaagde er niet in om te doen alsof ik, o! wat vervelend, alsof ik nergens van afwist. De gravin die op Plato kauwde, smikkelde, ingenieur Nocnik die nog een bladzijde uit Phaedo scheurde, Op welke bladzijde hij Plato open had? bladzijde 123, zag ik, voorin het vierde deel, negen tegen een gaf het Phaedo. De ingenieur scheurde snel nog twee bladzijden uit het boek, vingervlug, geoefend, en ik disselde, overwoog, was er niet uit, keek om me heen, de gravin die op Plato kauwde, ingenieur Nocnik die zich over een schaaltje met petit-fours ontfermde, en besloot om met alles wat tegenzat toch dieper in te gaan op hoe het met Stollo zat. Dus zo meteen, begreep ik, zou ik uitleggen hoe het zat met die oude Smulz, terwijl ik helemaal nergens van afwist. Tot tien tellen had me kunnen redden . . . Een retorische kunstgreep. Het dissimulatio. Wat ik gehoord had wegstoppen . . . Achter, Nu begon ik ook zelf te praten alsof ik, Achter de kont van. Maar dat zei ik niet, ik zei, Wat is er met Aleksandrina Pantelejmonovna, zei ik.

Met Sasja? Nocnik keek geamuseerd op uit het vierde deel van Plato, sloeg een bladzijde om, waar hij z’n volle aandacht voor nodig had. Maxim vulde de glaasjes bij. Smulz, zei de ingenieur, had het bevel over een bataljon dat vlak bij Protvod gelegerd was, en ze hadden geen munitie meer. Een pijnlijke zaak, zonder munitie kan je geen veldslag winnen.

De gravin spoelde haar gebit in het schoteltje met melk.

- Nu ja, zei ik, Stollo . . .

Je had iets over Smulz willen zeggen, zei Vasili. Ook de gravin zat me opeens scherp aan te kijken.

- ’t Is hier percies vol mè volk da’k van hoer noch puut en ken, zei ze.

- Stollo . . . zei ik, Stolido, verbeterde ik, Stollo Smulz, herhaalde ik, Smulz, zonder acht te slaan op wat Aleksandrina Pantelejmonovna gezegd had,

Nocnik kwam tussenbeide. Nam een fles Ararat en schonk enkele glaasjes, gretig, genereus, eentje waar Lavrenty mee aan de haal ging, Istvan ontfermde zich over het andere. Smulz had het bevel over een troep van honderd man, begon de ingenieur uit te leggen. Ingenieur in wat, vroeg ik me af. Ze belegerden het achterlijke Protvod, vernam ik. Het regende en hierdoor hadden ze opeens geen munitie op overschot.

- En het was Smulz, zei ik, ja toch, zei ik . . .
- Smulz die naar verluidt niet eens tot vijf tellen kan, merkte ingenieur Nocnik droogjes op. Hij veerde overeind, overhandigde de uit Plato gescheurde bladzijden aan de gravin, die zonder hierover na te denken een van de bladzijden tot zich nam. Nocnik schonk ook voor Maxim, die driftig met z’n hoofd zat te schudden, en voor zichzelf een glaasje druivenlikeur, bleef heel even staan kijken naar het schaakbord.

- Tot Vransk reden ze, zei ik –––Vransk dat daar toch zo'n 40 werst vandaan ligt, gaf ingenieur Nocnik mee. Precies. Ik had de draad te pakken. Vransk Tot Vransk reden ze, zei ik, 40 werst, inderdaad, 40 werst zo ongeveer, tot ze van alle paarden die ze vonden, en van nog eens zoveel koeien, varkens, schapen en geiten alle stront verzameld hadden. Vijftig ton. Met die karren reden ze naar het front. Het konvooi kwam in een noodweer terecht, van de karren tuimelde er wel meer dan eentje omver in een gracht. Intussen, zoals algemeen bekend, was de slag om Protvod begonnen. Het konvooi bleef weg. Smulz stak z'n broek af, kakte. De manschappen volgden zijn voorbeeld, staken hun broek af, kakten. In allerijl kneedden ze de drek tot geschut. Dat was munitie! Van Protvod bleef geen morzel. Smulz werd tot majoor bevorderd.

Dat verhaal, zei ingenieur Nocnik, die nog een sigaartje opstak, zonder me aan te kijken, heb je als ik me niet vergis ook gisteren al verteld. Hij plukte het vierde deel van Plato uit de plooien van de jurk die de schoot van Gravin Sprotokova bedekte.

Ik bloosde. Wat vervelend. Aleksandrina nam nog een bladzijde. Istvan en Lavon staarden in het haardvuur. Je weet toch . . . zei ik, Het was Lavon die me onderbrak. Ook dat wisten ze, dat Smulz aan de belegering van Protvod niet alleen het eremetaal te danken had.
 Maxim maakte van de gelegenheid gebruik om z'n pantalon op het rechte spoor te hebben, nam een pasteitje, nam er twee. Sasja slikte wat ze uit Plato toegestopt kreeg, waar ingenieur Nocnik zich hoogst persoonlijk over ontfermde. Had Lavon op z'n donder gekregen of was hij het die Istvan er van langs gegeven had. Istvan die op een potloodstompje kauwde. Ook de gravin hield maar niet op met kauwen.
- Jij, jochie, riep Lavon, jij bent een uit Dostojevski gescheurde bladzijde!
- Ik . . . een wat? stamelde ik.
- Een uit Dostojevski gescheurde bladzijde!
- Wie of wat is Dostojevski . . .
- Fjodor Dostojevski, auteur van . . . zei Lavon. Waarover hij na te denken had. Een uit Fjodor Dostojevski gescheurde bladzijde!
Ik kroop overeind, verontschuldigde me, Vasili boog voorbeeldig. In de binnentuin was een lichte bries. Midden het pad hing een wolk van muggen. Ik stapte om de muggen en het struikgewas heen, stak m'n broek af, hurkte. Potverdraaid, wat ik ook probeerde, het wilde er niet uit.

dinsdag 1 september 2026

4

                   4
alleen nog tijdstippen, plekken, uren, een moment, nieuwe dingen, oude dingen en de schaduw van die dingen

slaat het boek open ––, voelt aan het papier, hmm, hmm, en het voelt lekker, fluwelig, hmm, voelt als zijdepapier, lekker, hmm, zo voelt het aan, iets gladder zou ik zeggen, goh, bedenkt ie, het zijdepapier, hmm, lekker, zijdepapier voor het hazenpootje, exact, het hazenpootje, hmm, hmm, exact wat ie voor het hazenpootje nodig had, betast het, ooh, ooh, lekker, dit voelt lekker, grijpt een volume, hop, 300 bladzijden, zo ongeveer, 300 bladzijden, 1 centimeter dik, niet eens een vijfde van het boek, laten we ervan uitgaan idd. 300 bladzijden, zo ongeveer, niet eens een vijfde van het boek, neemt het volume tussen duim, wijs-, wijs- en middenvinger, middenvinger, middenvinger, 300 bladzijden, 1 centimeter, 1, 1, 1, 1, zit minstens een halve minuut, 30 seconden, 30 seconden, met een hondsdolbrede lach om de lippen naar vraag hem niet, niet doen, naar wat te staren, niet doen, tilt het 300 bladzijdendikke volume duimslags op, slaat het overhoeks, hmm, hmm, de wijsvinger van z’n linkerpoot linksop, laat het meteen daarop zakken tot net onder het epicentrum van die lekker dikke centimeter, aah, ho ho ho, wauw, zonder het volume los te laten, epifanische contractie, 100% zuiver, katharsis, orgelpunt van middenvinger duim, 300 bladzijden Plato tussen middenvinger duim, en herhaalt die handeling, herhaalt ze tien keer, die handeling, twintig keer, die handeling, waarbij telkens een portie van wat bladzijde 182 is zichtbaar wordt, en telkens dezelfde bladzijde, hmm, hmm, bladzijde 182, en tussen duim en wijsvinger, hmm, ooh, wat hij tussen duim en wijsvinger knelt, ooh, ooh, dik als een homp spek, en ook telkens hetzelfde hoekje links onderin ––, bepotelt het papier, zonder –– of liever –– tast om zich heen, vindt geen binoculair hulpmiddel, gegorgel van regenpijp, bandoneongeluid Niemand op het terras. Beneden, straatniveau, de stem van een jonge vrouw. Je ne sais pas à quoi je m’attendais hoort ie. Zegt ze. parce que Wacht tot ze uitgesproken is. Accelerando van het Atlantisch aperitief. heeft ie niets mee Zichtbaar hoogstens consequent af of toe, hier&daar, cylindrisch, Monseigneur, ik heb U verteld over het verweerde hout, de planken, een loopbrug, het had natuurlijk ook het dek van een sloep, een muur van karton, de potplanten Hij buigt zich over het boek, snuffelt aan de bladzijde die hij nu idd. pal onder zich heeft, het gerikketik in een plasje. Pluimgrassen, varens, citroengeel. Gaapt wijdkeels, buigt zich voorzichtig over het weerloos op tafel liggende boeket, snuffelt, inhaleert het flinterdunne aroma, een toets lariks, het object kleine a, een toef vanille, eucalyptus –– Zonder de leesbril is wat hij op de als tafel fungerende ton voor zich heeft herleid tot een rechthoekig grisaille. Z’n toeter jeukt. Krabt zich. Wat hij zoekt zakt diagonaal over z’n voorhoofd, hapert, glijdt omlaag over het neusbeen. de leesbril Met leesbril kan hij zonder inspanning het paginanummer en de titel bovenaan de bladzijde ontcijferen, heeft met één oogopslag beide bladzijden voor zich,


    490     PLATO : COLLECTED DIALOGUES                       PHAEDRUS                       491 


en wat zichtbaar wordt van bladzijde 182 telkens hij die 300 bladzijden, grof gemeten 1 centimeter, optilt ––, And now what kind of service ––, telkens alleen die handeling, omslaan van het volume, en alleen die handeling, what kind of service, en ook telkens hetzelfde volume, 300 bladzijden, 1 centimeter, what kind of service is the kind that slaves give ––, asfaltgrijze wolk

Achter een haag met varens en pluimgrassen schiet een electroped over het wegdek. Twee, drie huizen verderop, aan de overkant van het wegdek, het fezelende geluid van een werfradio. Ondanks het schemerduister, het knusse plekje en het aroma van vers papier (houdt niet, heb ik het daarover gehad? houdt niet van wat zich onaangekondigd voordoet, dus Verplaatst zich. hij verplaatst zich Met boek en stoel, tilt alles op, boek, stoel, en neemt, bedenkt zich, laat het zitmeubel in de steek, en neemt de trap die hem in een smalle koker van baksteen naar het parterre brengt. Hier het ovaloïde geluid van een Atlantische hoestbui die, luider intussen, schuin over de golfplaten rochelt, een waterslinger tuimelt over de rand van het afdak, de klassieke partituur,  ––, hurkt, het boek, zonder leesbril, het boek dat nu open ligt op de vloer midden de doorgang naar het zuinig verlichte parterre van wat ooit een danszaal was, herleid tot een grijze rechthoek, voor– of nagerecht, toetje, maar zonder de huishoudfolie waarmee juffrouw Snik het beschermd zou hebben, het blote papier dat opkrult telkens een dikke, lompe regendruppel er in wegkruipt Een met grote voorzichtigheid, zo komt me voor, tot rechthoek [laminaat, tegel, grijssteen, vorm– het heeft onmiskenbaar duidelijk de vorm van –een rechthoek –een compact tot grijstoon samengeperste hoeveelheid lettertekens,


zonder leesbril
    SOCRATES : It was foolish, and somewhat blasphemous, and what could be more terrible than that?


met leesbril
    SOCRATES : It was foolish, and somewhat blasphemous, and what could be more terrible than that?


étude Hier, in het schemerduister van een flauw verlichte corridor, Het licht half wel half niet aanwezig, diffuus. Zonder leesbril een zompige brij, alsof alles onder een dunne laag paraffine zit. Heeft de oefening gemaakt, De kans is reëel idd. dat intussen het hele boek onder dat laagje paraffine zit,

Sumerisch? een schrift zonder specifieke identiteit ––door de atmosferische omstandigheden herleid tot een verrassend interessante monochromie, Maar er is nog een probleem,

Hij lijkt niet in staat om te ontdekken waar en wanneer de dialoog eindigt, overstemd door de bladzijden die hij het boek rukt, Mijn hoofd voelt als de Syrische crisis, zei hij vorige week. Delen van mijn hersenen vluchten. Andere delen raken totaal in paniek. het werd even snel verscheurd als een ( ) Hij ziet het boek niet als een probleem, Plato is alles, beseft ie, werk, vreten, een goed salaris. Bed, bad, brood en bladzijden, (diepe zucht) bladzijden, bladzijden, bladzijden. ls dat juffrouw Snik die de kamer binnenkomt? houdt ie zich van de domme, Daarna kan ‘t ie weer een poos verder. Je kunt werkelijk alles lezen, als je maar weet hoe het moet. Alleen hadden ze nog niet uitgeklaard, daar, bij Beef & Burgess, hoe ze het aan te pakken hadden. Alsof hij zich ooit voor wreedheden tegen een boek te verantwoorden zou hebben. Trekt, scheurt, sleurt, krauwt, krabt, hapt, knabbelt, kauwt, investeert in sappen en gewicht, slikt alles wat het boek te bieden heeft.



Dus momenteel ligt er niet echt nog een boek op mijn nachtkastje, geeft hij toe. Ik weet wel, poneert Ron, dat iedereen zegt



Zat ik bij mezelf te denken, he Ron, wat the fuck ga je doen.



Vertel me asjeblieft dat het niet waar is, reageerde juffrouw Werdenfels geschokt.

incognitomodus

3

                      3
In het bijzijn van twee personen, een hond, kamerplanten, waarvan hij er enkele kent, andere niet, een zangvogel, het boek.

Wat zij theater noemt, geeft a. Ron duwt de slaapkamerdeur op een kier, is een hondachtige, kruipt, wat hij vaker doet, duwt de slaapkamerdeur open, betreedt de slaapkamer, heeft iets tussen z'n tanden, dan b. ik lig in bed, (spreektoon) Johnny out there? dan opnieuw a. snuffelt aan de slaapkamerdeur, (hees) Murphy in here?, dan b. in Gravity’s Rainbow heb ik onderaan bladzijde 207, In our polythene home in the sky . . . dan opnieuw a. had zich uitgekleed, is naakt, heeft wel nog een witte motorhelm op, het blote geslacht ongeveer net zo groot als een in boter gebakken sprot, waarop b volgt, b. bovenaan bladzijde 207, The pantomime Roger took them all to see this afternoon, dan a. laat PLATO The Collected Dialogues, wat hij tussen z’n tanden geklemd hield, op het donsdeken vallen, OEI zeg ik, laat zich naast het boek vallen, een halve meter van me vandaan, kruipt over het bed, op a volgt b. ben je echt al klaar, vraag ik, op b volgt a. gromt, waarop b volgt, b. m’n blik glijdt uit over bladzijde 207, dan de blote onderbuik van a. there’s Something, als over een stuk zeep, I’ll bet you can’t see - (hees) nog vijf bladzijden, zeg ik, om dit uit te hebben, zeg ik, waarop a. dat is jouw probleem, juffrouw, en op a volgt b, b. . . . it’s big and it’s nasty and it’s right over there, en dan a. scheuren, juffrouw, scheuren is kunst, zegt ie, schuift met z’n onderpoten Plato in één keer van het bed, komt op z’n buik naast me liggen, tast blind naar het pakje sigaretten dat zich ergens op het vloertapijt in de duisternis voorbij het hoofdeind bevindt, knipt het nachtlicht uit, als a uitgehongerd is, volgt b. ik plooi me half over het behaarde torso, boor het puntje van m’n tong tussen het haar op z’n tanden, dan a. schudt me af na amper vijf seconden, ontwijkt, heeft het schijt aan kussen, tast tussen m’n dijen, diep tussen de bladzijden, en dan ik, zijn we dus naar mijn bed gegaan, zeg ik, met a. beter theater hebben we niet. B volgt op a en a volgt op b. Vraag, antwoord, Ron struikelt over Edison, Edison over Ron.

objecten kleine b


Het slechte theater van Il Porcile. Midden negentiende eeuw betaalden ze vijf dollar voor een buidelwolf en vijf voor een Tasmaan. Als ze dood waren tenminste. Twaalf voor een zwangere Tasmaanse. In Hobart hielden ze de bedragen bij en het op een na laatste skelet.



Dat wat tijdens het tellen gebeurt. We weten niet wat het is en geven er de voorkeur aan om dat niet toe te geven.

Toch staat het in het woordenboek.


Omdat ze (a) twee van bovenvermelde boeken bijna uit had, De koffer en Gravity’s Rainbow (b) zich niet herinneren kon, (c) eerst nog een douche wilde nemen, (d) er niet uit was of ze, (e) in het achterhuis is opeens een vreselijke herrie, (f) Koi merkt op dat er geen geld voor is, schuift een van de boeken die hij in de slaapkamer onder de nachttafel aantrof tussen Perros en Ponge –– het wordt (g) omdat hij er niet uit is, of –– herrie, –– (d) zij is er niet uit of ze aan Wallace, Kraus, Burgess of Murakami beginnen wil. Ze had zich nog niet aangekleed. Maakt melding van het feit dat ze eerst nog een bad neemt.



Met theater opgegroeid, met dit soort theater. Le plat du jour, eerst a, dan b. Eerst het voor-&  hoofd- dan het na, en als dat gebeurd is, verwarring, spraakkunst, en in die verwarring opnieuw a en b, gebruikelijke volgorde en ♺ manieren om van elk van die standaardvolgorde afwijkende geplogenheden toch weer de gebruikelijke te maken.