HAARSPELD het zachte geluid van het scheuren van bladzijden uit Elias Canetti. Kijken tussen de handelingen en wat op het schermpje van de vleeskleurige cell-phone gebeurt. Zal ik je haar brushen? vraagt juffrouw Werdenfels. Ze vraagt het nogmaals. Zal ik je haar brushen? vraagt ze. vraagt het nog een keer Zal ik je haar brushen, vraagt ze.
Oh my god Die jongen met dat achterlijke brommertje, fezelt Hermeline. Hermeline die zich steeds bijzonder nuttig maakt, zich als gebruikelijk nuttig, zich nuttig maakt met het scheuren van bladzijden uit uit, Twee opties. Gertrude Stein lag op haar te wachten. Waar ze geen zin in had. uit Crows and Powder dan maar.
Koi lijkt niet door te hebben dat hij met FaceTime op Hermeline en Thelma zit. Juffrouw Werdenfels vraagt het nog een keer, Zal ik je haar brushen? vraagt ze. Die jongen met dat achterlijke brommertje, fezelt, met dat langwerpige Uit wat zit ie te scheuren? oh my god uit, fezelt Hermeline, uit die malle geit, fezelt ze. Die jongen met dat langwerpige Het inktblauwe jasje, de witte motorhelm. Thelma buigt zich over de cell-phone van juffrouw Snik, bestudeert het liederlijke tafereel, glimlacht, lacht, zegt uit niets niemendal, die Koi scheurt niets niemendal, zit met soldaatjes te spelen, zegt ze. zal ik je haar brushen? ze vraagt Zal ik je haar brushen?
Duizendtweeëntwintig bladzijden hardlopende tekst, ook nog wat commentaar, een voorwoord, de voetnoten, het blanco achterin. Laat juffrouw Snik zich leiden door het door BEEF & BURGESS beoogde totaalbeeld. of Door het door BEEF & BURGESS beoogde totaalbeeld. Koi is andere troep. Had zich ziek gemeld. Heeft niet door dus dat hij met Snik en Werdenfels op FaceTime zit. Scheurt Nee! Nee! dat niet. Klakgeluid laarsjes, het blauwe jasje, hagelwitte tanden, tok tok. Op die manier, mevrouw. Pauze inlassen. Buiging. Hoffelijk, voortreffelijk. en dan Nasaal stemgeluid. de ka.pi.tein Even de snorharen aanraken. Controleren of het jasje goed zit. Door dorpsfilosoof geborsteld landschap. Rotspartijtjes. Een hert op een van de rotshoogtes. Hoi Hoi Hoi. Strepen op het kontje. Hert of Jasmijnse tapir. Het tafelbierhert. En U komt hier dus zomaar binnenvallen, zomaar binnenvallen, vaandrig. Een greep uit wat zich voordoet, blaffende hond, twee mannen duiken op uit de mouw van het voetpad, aan een van de straathoeken een keelmotorige bromfiets, de stemmen hoorbaar blijven hoorbaar, gemotoriseerde verplaatsing van lichamen en goederen, een rammelende fiets, iemand vraagt wil je binnen, spuitbuskleurige haardos, vers, of buiten, een nog niet gebruikte vuilsnizak, de winkelier van een bloemenwinkel krijgt een pakje besteld, proviand voor de cactus. Svevo, mevrouw, buiging, buiging, controleren of het jasje goed zit, tok, tik, de strepen op het kontje. Amirali Svevo, mevrouw, zegt ie. Grotesk perspectief. Naaldbomen, kale rotshoogte, hert of Jasmijnse tapir. Svevo met één oog dat uit de oogkas bungelt. De bodem van het landschap eenzijdig groen alsof het gras er over uitgegoten is. Drie vingers grijpen Amirali Svevo bij het kontje. Witte motorhelm, pardon, het inktblauwe jasje, en geven het soldaatje een kwartslag richting dame, de dame die gilt en een sprongetje maakt, ze slaakt binnenkeels een aan darmdwang verwant geluid, puf paf. De kapitein, mevrouw, zegt het soldaatje, de kapitein is dood. Met de laarzen een gelijkbenige driehoek, tik tak - Dood. Vier keer drie gouden knopen aan het blauwe jasje. Salueert. Wat is er gebeurd, snikt ze. Snikt ze? Het dienstmeisje komt aangelopen. Sasha tolt op gezwollen pootjes in het rond, oot, oot, oot. Scheelt er wat? De poot is die van Koi, Koi die in z’n blootje aan het landschap zit, zonder z’n vorsende blik van het tafereel af te wenden, en met tussentijdse aandacht aan z’n pleuris rukt, waar op de vleeskleurige cell-phone van juffrouw Snik weinig tot niets van te merken is, hoogstens een wat rare trekbeweging van de linkerpoot. Dood, mompelt de gravin, die zich tot het dienstmeisje wendt en zegt, de kapitein is dood, het dienstmeisje met de handen in het haar, tot de hond, de kapitein is dood, die doet alsof hij niet weet wat ze met die woorden bedoeld had kunnen hebben. YVONNE, roept de gravin. Ze kijken besluiteloos om zich heen, naar de sansevaria in het kale trapportaal, naar de trap waar ze gefilmd hebben. Het jonge, gladde voorhoofd van de soldaat bevalt haar eigenlijk wel. Yvonne daagt niet op. O ja, excuseert u me, zegt ze ten slotte, hoe maakt de kapitein het.
Niet zo best, mevrouw, zegt het soldaatje.
We hebben de hele dag naar een haarspeld zitten zoeken, zegt ze. Ze was niet van plan geweest om het hierover te hebben. Ze heeft geen idee waarom ze de in het gladde uniform van cavalerist uitgedoste paljas met die informatie lastigvalt. Yvonne had ze omstreeks het middaguur voor het laatst gezien.
Waar die haarspeld gebleven is, vindt ze opeens zo belangrijk dat zij zich niet voorstellen kan dat er zonder die haarspeld nog wat anders mogelijk is. Het soldaatje salueert, tak tik, rotspartijen, koud, dik en rustig stroomt de rivier, ondiep, zonder beweging, vlekken als boomschors drijven stalwaarts, even de snorharen bijwerken, controleren of de penis goed zit, het zwaar bungelt als wat van een diepzeeolifat aan ribben rest, de hevig geëmotioneerde gelaatstrekken, het tijdstip, de sanseveria in het kale trapportaal, waarbij vermeden vooral worden moet om over de haarspeld strikt gesproken meer te zeggen dan nodig is. De trein zou een half uur vertraging hebben. De vingers natuurlijk zijn niet die van kapitein, maar het ritme, eigenlijk, is vrijwel identiek. Dat van een nog te nemen beslissing. Wat spelen jullie, roept juffrouw Snik.
Yvonne die uit het hondenhok waarin ze opgesloten zit bevrijd moet worden, roept ie.
donderdag 24 september 2026
haarspeld
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten