we eten van het ribstuk, het vet druipt van de vingers van m'n linkerhand, Vrast zit mee aan, kwijlt, z'n pik prominent uitgestald in de gulp van een bargoense broek, mijnheer, zeg ik, in Parijs hebben ze, in Parijs heb ze niets niemendal, zegt ie, we drinken mezcal, neem nog een stukje, zegt ie, in Parijs, kakelt ie, ik bekijk het stukje vlees, er is een beroemd gedicht, zeg ik, van een niet zo bekend dichter, zeg ik, dat z’n faam dankt aan het feit dat in dat gedicht niet één werkwoord voorkomt, een half uur eerder had ik, kort na elkaar, drieëntwintig fruitvliegjes in een glas Chianti aangetroffen, we drinken, naïef, een half uur geleden natuurlijk is intussen eigenlijk bijna een zinloze mededeling, onnadenkend, vet druipt van de vingerstoppels, wat een prachtige avond, en je weet toch, zeg ik, maar het is Vrast die tatert, neusgaten, mondhoeken, openingen, weten, zegt ie, niets niemendal, stoot me aan, neem nog een stukje, zegt ie, ik moet naar achter, zeg ik, in de keuken zit een meisje boven een bak met aardappelen, ik steek m’n broek af, neem plaats op de latrine, de drol komt er in twee stukken uit, stukken die elk min of meer dezelfde lengte hebben, als ze daar klaar mee is, graait ze in de bak met aardappelschillen, waarom herinner ik me dat nu pas, een anekdote, een man van adel die net voor hij onthoofd zou worden van de beul te horen krijgt of hij nog iets wenst, Messire, een potlood en een vel papier, zou hij gezegd hebben, pour se mémoriser,
ik kruip aan tafel in het papier en kruip in het papier onder tafel door,
in 1921 zouden ze in Amerika de eerste Miss verkiezing gehouden hebben,
ik heb een roman gedroomd,
ga op m’n rug liggen in de flarden van het meesterwerk,
de waterspiegel tussen de bosjes, lees ik op bladzijde 236, had een vette, olieachtige glans,
scheur die bladzijde uit het boek,
een roman die ik uit heb en intussen ook weer vergeten ben,
ook Alba, een van de dames met wie ik verkering zou hebben, niets wijst op het tegendeel, is naakt,
L'Isola del bottone, de knop, het vaginale eiland, roeispanen schuiven door het zilte sop,
The Complete Novels van Joyce, James Joyce, dik, veel te dik, 139 tot en met 340 gaat er uit,
bovenaan bladzijde 139 Miss Furlong, what shall I send you? he asked, A wing or a slice of the breast,
alles in dunne plakken snijden tot het er als noedels uitziet,
koken van de bladzijden in een grote pan, 5 à 10 minuten, tot de tot prak herleide rotzooi niet langer leesbaar is,
in een van de vele honderden voetnoten, willekeurig, een willekeurig aangeduide voetnoot, net voor ik wakker word,
ik stap naar de oever van een traag stromende rivier,
stemmen spartelen in het kookvocht,
waarnemingsoefening in L’Isola delle Donne bladeren en er willekeurig 10 bladzijden weghalen,
een ogenblik later lig ik naar het gewoel van een graafmachine te luisteren,
ik draai me om, trek het donsdeken aan, hoor hoe een graafmachine grote stukken uit Dostojevski hapt,
snuif ik een lacherig gillen? stemmen glijden over de rivier,
net vandaag worden in de Football League de eerste zes wedstrijden afgewerkt, Drew vindt de Scotch kleefband uit, het is de geboortedag van Alfred Jarry en Peter Sellers
,
suf graaf ik m'n kop in het hoofdkussen,
wat onbeleefd om pal voor mijn deur om zeven uur 's ochtends naar de stoffelijke resten van Barnabooth te speuren,
aan de stemmen te horen hoogbejaarde Lacanalyse, Elio alsof hij voor de grap op een plein in Genua heel even in dat witte tropenpak poseert,
geen idee heeft van wat hij met het wapen dat hem door een grapjas toegestopt werd aanvangen moet,
ik ben niet in een achttiende eeuw wakker geworden, juffrouw Werdenfels zit naar me te kijken, net vandaag, de Krakatau komt pas eind volgende week tot ontploffing, de herrie is die van een postmoderne stad, de bladzijden uit het vrouweneiland die van Dante, alles van Dante, of niets, want waar is Dante, alles van Shakespeare en waar is Shakespeare, gaat het al wat beter met je, vraagt ze,
die lamme kop van Shakespeare, ik kruip naar de slaapkamerdeur, kruip overeind, help, waggel door een smalle gang, beneden in het salon steek ik een sigaret op, oef, kakken, de geslachtsdelen spoelen, eau de Cologne, aankleden, er is een mail van Verdegem die schrijft dat hij de hele dag met koppijn in bed lag, Otto, die in Bratislava woont als ik het goed heb, zou aan een verhandeling over parasieten werken,
in slow motion, stapvoets, door het erfgoed waden,
tussen de stoffelijke resten van wat ooit een boekwinkel was zoeken we naar de samenhang van wat met schrijfmachine bedoeld wordt,
koffie,
het dagbladbeginsel biedt een weinig overtuigende variatie op wat ik ook gisteren al wist,
Thelma loopt de tuin in, het is een prachtige ochtend,
dinsdag 8 september 2026
x
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten