vrijdag 13 februari 2026

13.2

De zich in een ivoorkleurige regenjas gemurwd hebbende,
De tijdens het gesprek naast haar aan tafel zittende,
De tijdens het gesprek over elk woord uitglijdende,
onder tafel over elk woord
De loens voor zich uit starende,
De met beide handen in het haar zittende,
De met vier handen tegelijk sprekenden,
De zich niet geschoren hebbende,
De in een foto veranderde,
het anoniem
De na een papiertje opengevouwd te hebben het papiertje naar zijn neus brengende,
Een altijd tekortschietende,
schaamteloos smartphonegevinger
De handen die meer vertellen dan een foto,
Het blonde haar van de ongeoorloofde,
Het nooit eerder waargenomen onderscheid, Portable Joe had het zich anders voorgesteld.
De neergekogelde,
In blote onschuld tegen iemand aanbotsen.
De in volle ernst tegen leegte aanbotsende blik van,
Het atmosferische kluwen van handen en stemmen, de handen van, de stemmen van,
Het uitgeteld zitten,
De bedenkingen. Gaten in het zwarte continent.
Alles naar wens, inboorling?
We gaan het niet blijven doen, voor je neus de deur intrappen.
Je onder voorwaarden zoekgeraakte identiteit,
Immobiliteit van verwarring,
Een zich uit de voeten makende,
het drekoverschot onder borsalino
Het aldus gezegd zijnde,
super relatief
Wat je niet te verliezen had, Je had niets te verliezen.
Schaamteloze oplichterij.
De hoeveel eeuwen al voor het schermpje over het schermpje gebogen zittende,
De met al z'n poten op de vloer geplaatste,
Is de Myceense beschaving al tot hier doorgedrongen?
De ontbrekende kledingstukken,

Geen opmerkingen: