maandag 18 mei 2026

18.5

Het tafelblad. De muur. De gordijnen. Het ronde zitvlak van een langpootstoel. De merknaam op het bierviltje. Een stoel. De worsten. Zeven. Zeven worsten. Een achterin het lokaal aan de muur geprikte tekening. Het schijnsel. De sticker op het deurpaneel en het idee dat het verboden is om de plek die zich achter dat deurpaneel bevindt te betreden. De bakstenen. Het met een punaise aan een plank vastzittend papiertje. De glimlach van het naaktmodel. Het brandblusapparaat. De vloer. Een zakje chips. De betaalmodule. Het logo. Een werelddeel. De onderbroek. Een aperol. De reflectie. Het profiel. Als het tot een lineaire weergave van haar gezicht beperkt gebleven was. De oorschelp. Een wang. De lippen. Het ruitmotief. De kaars is uit. Het plafond. Het zitvlak. De Z van Zabrinski Point. Labia Minorca. Gloeiende wangen. De lippen. Het dipje. De vingertoppen. Het schijnen. De verzinsels. Het piano spelen op een tafelrand. Captain Beefheart. Een doosje. Zomaar wat met je handen in het haar voor je uit zitten staren. Dat je ook, ook, die ene keer, dat je ook als jongen zwanger was, toen. Er hoefde niets te gebeuren om je met het verversen van stuifmeelkorrels aan het werk te hebben. De oorschelp. Op het bierviltje je prioriteiten uitstippelen. De kippen. Het huis. Wat schrijf je, vraagt iemand. Ritme. Ik fantaseer maar wat. Wat in me opkomt. Het veelvoud. Meer dan dat wat ik zie, minder dan dat wat ik gezien had kunnen hebben.

Geen opmerkingen: