zaterdag 16 oktober 2010

zaterdag 16 oktober

's Ochtends is er een loodgrijze wand boven de daken aan de overzijde van de straat. In de tuin komt een witte poes met grijze en rosse vlekken op de trede naar de woonkamer zitten.
Boven de zoldering, waar geen buitenwereld is, zolang ik maar aan tafel bleef zitten, was het geluid van een bunzenbrander. Het oogwit in de brandende takken.
Ik liep over de brug, voorbij het Italiaanse restaurant, er zaten mensen aan tafel. Buiten op straat passeerden we elkaar op fluistertoon.
Meeuwen doken. Ze scheren op snavelafstand over het water. Er ligt een boot. De weg over het voetpad is onveranderd, ik kijk naar het dek, waar niemand is, en de wapperende vlaggen. Of iets de moeite is om op te rapen, besef ik vaak pas vier vijf stappen verderop. Soms neemt het een straatlengte.
Rond het middaguur is de loodgrijze wand in een strakblauwe hemel veranderd. In de tuin was een warrelende wemeling van blaadjes.
Ik neem de auto en rij naar het woonerf. Het oktoberblauw is ongenuanceerd, ver boven het grijze wegdek. Aan de bocht vlak voor Heirnis gaat het strak over de flatgebouwen. Ik speel het spel met de nummerplaten. HRF is een moeilijke.
Het spel met de Belgische nummerplaten gaat als volgt: Ik bedenk een woord dat samenvalt met de volgorde van de lettertekens. Het begint met het eerste teken, logisch, eindigt met het laatste teken, net zo logisch, en ook het letterteken tussen beide in hoort deel uit te maken van het woord. HRF is een moeilijke. BED gaat vanzelf. Het bedenken van woorden als braadgelegenheid en haarschijf levert extra punten. Het gaat vooral om het bedenken van dit soort woorden, besef ik.

Reinhard is in de kubus bezig. Op één lamp na, en de foto's, die moet hij nog uitstallen, is alles afgewerkt. Jean en Florin hangen aan de toog, Marc is met het opruimen van de zaal begonnen. Ik steek een handje toe. Merlyn springt binnen en zegt dat Zeger z'n vliegtuig gemist heeft. De set wordt een trio met Matthias op gitaar en Roe on bass. Er zou al een bezoeker geweest zijn. Dat was rond een uur of vier.

vrijdag 15 oktober 2010

vrijdag 15 oktober

Voetstappen op het dak. Iemand stapt tussen de dakramen door. Op het dak zijn plassen, obstakels, glibberige stroken.
Je kan moeilijk verhinderen dat de buren uit de Kazemattenstraat er een kijkje nemen en op het dak spullen laten die tijdelijk geen andere bestemming hebben.

Op het barmeubel is een stilleven met balpen, kiwi, bierkroontje, enveloppe. Dat noteer ik: de balpen, een kiwi, het bierkroontje, een enveloppe.
Het bierkroontje hoort tot een categorie van dingen waar ik geen woord voor heb. Het volume van het persoonlijke zakwoordenboek is niet dikker dan een schriftje en het merendeel van de woorden die er in horen te staan, staan er niet in als ik ze om wat voor reden ook nodig heb. Het is een volume met vluchtige woorden. Het bierkroontje is daar een van. Een balpen, de kiwi, een enveloppe en het bierkroontje. Veelzijdig.

Er is een suizend gezoem, makkelijk thuis te brengen als het geluid van een machine. Dat noteer ik: suizend gezoem, duizendvoud, machine, ijskast.
Verkeershinder ook, vooral. Op de ring, tussen de museumsite en de afslag naar de autosnelweg, was een ongeval gebeurd. Drie auto's in een deuk.

Alleen in handleidingen wordt alles op zo'n manier benoemd dat je van elk onderdeel weet wat het is.
Je hoeft niets te onthouden, je hoort niets te kennen, de handleiding heeft alles wat je weten moet en het ontcijferen duurt geen eeuwigheid. Eén leven is genoeg.

Kelly heeft twee doosjes gekocht. In het eerste doosje, het is het eerste doosje dat ze open maakt, zitten spijkers met een dikke kop.
Voor ik het zelf had kunnen zeggen, merkt ze op dat we er weinig mee kunnen aanvangen, de kop van de spijker is te dik. We bekijken de inhoud van het doosje. Het andere doosje, van hetzelfde merk, biedt een voorraad stalen nagels, niet de dunste maar wel wat we nodig hebben. We vervangen de nagels en alles blijft hangen zoals het hing.
Reinhard is in de kubus bezig, Sjoerd springt binnen.

in de kubusruimte

Plankje aanbrengen onder de eerste van twee klapdeuren.
Nagaan of het werkt.
Een reep kunstgras is net zo goed of beter misschien. Doubrawa heeft vaker met dit soort materialen gewerkt. Hij is bezig met een plooimeter.

Shit.

Hij zegt het alsof het weinig uitmaakt.

- Oh...! That's too small for you. Last time...

Oh. That's too big for you. (shouts) FIVE.

Six.

Hij is niet langer met de plooimeter bezig.

Six, grient hij. That's unexceptable. Five...! Four...! Yes. Okay, that's no problem. Should we say five? Can't say five.

Zo blijven we bezig.

Onder de stofpluimen ritselen vijzen en spijkers. Het geluid heeft een geur van goud.

donderdag 14 oktober 2010

donderdag 14 oktober


Pal tegenover de oprit naar het terrein van Akzonobel staan twee huizen. Andere huizen zijn er niet. Rechtsop gaat het richting Brussel. Het is vroege namiddag. Over het voetpad sjokt een dame. Ze trekt een winkelkarretje achter zich aan en heeft een zwarte sluier om.
Linksop is Vilvoorde, de dorpskern, straten zonder identiteit, een rondpunt. Aan de Brusselse rand valt weinig meer dan dit soort indrukken toe te voegen. Straten, wijken, lintbebouwing, kruispunten, stoplichten, snelwegen, zones met overwegend industriële activiteit, akkers en weiden en van Vilvoorde tot Aalst huizen die vlak naast de wegrand staan. Vlaanderen. Het landschap is beschadigd met nutteloze bedrijvigheid.

woensdag 6 oktober 2010

woensdag 6 oktober

In het belendende huis, van beide het meest belendende huis, het is zo belendend dat ik er elke dag weer blind mee aan tafel zit, plaatsen ze borden en bestek op tafel. Er is geen radio. Iemand holt door de kamer. Ik trek het donsdeken omlaag en staar naar de wekker, kruip overeind. Voor het raam hangt de wilde haardos van een treurberk.
Als ik het hoofd een kwartslag linksop draai, zie ik iets wat op een torenspits lijkt. Het is een werk van Carole Vanderlinden. Een tekening. De uitkijkpost reikt hoog boven het dennenwoud.
Op weg naar de bakker om de hoek ontmoet ik Jan Stock en in de wasserette vlakbij is een dame die problemen heeft met de automaat die haar het pasmuntje leveren moet. Ik tafel bij Inge, neem De Morgen door, op page 3 hebben ze De Wever in 3 gesplitst. Een andere oplossing was er niet. In Het Gouden Hoofd hebben ze minestrone en een kipschotel met basmatirijst, broccoli en bonen.
Op het woonerf staan kinderen voor de deur van het Aikido centrum. Jelle en Marc springen binnen. Ik rij naar Winkelstraat 108 en ga op het Kask langs waar Gilbert en George naar een performance van Gwendolyne en Maarten zitten te kijken, terwijl het net zo goed andersom had kunnen zijn.

Waar je theorie aan kwijt kan, bedenk ik later, daar is niet zo heel erg veel aan verloren.

La poétique de l'espace van Gaston Bachelard en The God Delusion van Richard Dawkins had ik een tijd geleden besteld. 'This book is a work of non-fiction', staat er halfweg het colofon van The God Delusion. De derde aankoop is De mens is een grote fazant van Herta Müller. Dat ze in 2009 de Nobelprijs literatuur won, was me ontgaan. Ik koop niet van Nobelprijswinnaars. Zoiets gris je mee zonder dat iemand het merkt. Ik ken lui met boekenkasten van onder tot boven vol met werk van Nobelprijswinnaars. Dit boek, het begint met het hoofdstukje De kuil, bladzijde 9 begint het, het is bijzonder, en ik denk ook wel dat ik hoofdstukje zeggen mag, bladzijde 10 is het al weer afgelopen:

Rondom het oorlogsmonument staan rozen. Het is een wildernis. De rozen woekeren zo dat ze het gras verstikken. Ze hebben witte bloemblaadjes, fijn opgerold als papier. Ze ritselen. Het schemert. De dag breekt aan.
Elke ochtend, als hij helemaal alleen door de straat naar de molen fietst, telt Windisch de dag. Bij het oorlogsmonument telt hij de jaren. Bij de eerste populier daarachter, waar zijn fiets door dezelfde kuil rijdt, telt hij de dagen. En 's avonds, als Windisch de molen afsluit, telt hij de jaren en de dagen nog een keer.

Dat is een zin die ik drie keer lees en dan nog een keer. Ik had de nieuwe roman van Houellebecq kunnen kopen, die hadden ze ook, en Jeff Koons en Damien Hirst die meteen al op bladzijde 9 een biertje drinken. Dat de roman van Houellebecq hiermee begint, leek me niet zo'n onaardig vooruitzicht. Met Windisch loopt het anders. Hij fietst zo vaak voorbij het oorlogsmonument, Müller schrijft hoeveel keer hij er voorbij fietst, tweehonderdeenentwintig keer, telkens weer door die kuil vlakbij de populier, dat hij er op een dag genoeg van heeft. Hij stapt af, plaatst z'n fiets tegen de populier, stapt naar kerkje, de kerkdeur is op slot. En dan is er weer zo'n zin:

Daar aan het eind loopt een man. De man is een zwarte draad die de planten in loopt. Het binnendringende gras tilt hem boven de aarde.

dinsdag 5 oktober 2010

dinsdag 5 oktober

Twee dagen ziekenboeg.
Maandagochtend: ik lig in brokstukken op de plankenvloer in de slaapkamer. Onder het bamboegordijn is een streep grijs en romig ochtendlicht. Het bladerdak van een treurberk.
Op het doosje staat een bloem met neerhangende, roze bloemblaadjes, de zonnehoed, en in gele letters ECHINACEA FORTE. Het verhoogt de weerstand. Ik zet een kop Ayurvedische specerijenthee, drink een slok water en kruip in bed.
In het schemerduister onder de oogleden blader ik door een dik boekwerk, of meerdere boekwerken, dat is onduidelijk, van schilderijen waarvan ik later besef dat alleen ik ze gemaakt had kunnen hebben en dat ik ze nog maken moet. Het zangerige geruis van de treurberk gaat gebukt onder het roterende en reutelende geluid van een machine.
De takken van de druivelaar hangen tot halverwege de treurberk. Overal hangen druiventrossen. Aan één zijde van het belendende tuintje gaapt een gat in de wildgroei van de druivelaar. Er is gesnoeid. Ik lees in een boek en trek uiteindelijk toch maar het donsdeken over me heen. Bergbeekjes meanderen over de schedel.
Halfzes. Dat is het tijdstip waarop ik beslis om toch gauw nog maar wat boodschappen te doen. Dat gaat moeizaam.
Dinsdag ben ik de hele dag bedlegerig. Ik zweet als een rund. Op allerlei onvermoede plekken doet zich spierpijn voor. Allopatisch medicijn is uit den boze, daar word je na verloop van tijd alleen nog zieker van. Thee, hete soep, een boterham met geitenkaas, echinacea, zweten, de koorts optimaal houden.
Onder de oogleden blader ik in het boek met meesterwerken.
Dinsdag. Rond de middag ga ik toch heel even naar het woonerf. Geen idee waarom eigenlijk. Het gaat moeizaam. In Het Gouden Hoofd bestel ik een kom soep. Het spijsverteringsstelsel weigert mee te werken. Wilders, lees ik in De Morgen, wordt beschuldigd van Islamofobie en komt voor de rechtbank. Als het dat en alleen dat is waar ze Wilders van beschuldigen, dan sta ik naast Wilders in de beklaagdenbank. Gelovig ben ik niet, vrijzinnig evenmin. Niet elke westerling is christen, dat is het mooie van de 20ste eeuw, dat dat opeens zo onomstootbaar duidelijk werd, en van minstens een half dozijn Arabieren, lui die ik persoonlijk ken, weet ik dat ze de afgodendienst, meer is het niet dat misbaksel dat ze religie noemen, niet genegen zijn, integendeel. Als ook anderen dat onderscheid zouden weten te maken, stonden we een stap verder.
Dat is, bedenk ik, terwijl ik weer onder het donsdeken kruip, wat ze met het woord afgod bedoelen: we moeten van die god af. Sport is met andere dieren, waar je bovendien ook nog wat aan hebt.

zondag 3 oktober 2010

zondag 3 oktober

Brian Green is today's first guest. British, zegt hij terwijl hij op een van de barkrukken plaatsneemt. From London. Sculptor and poet, a mixture of both. Vrijdag was hij er ook. Hij drinkt Martens pils.
Er zijn nog gasten, minder dan tijdens de voorstelling op vrijdag. Marc Cloet heeft een fles bij, een Chateau Peychaud, Cotes-de-Bourg 1995, 't is een cadeau voor Laura.

De voorstelling gaat trager dan de eerste editie. Voor de voorstelling begon had Van Swaef drie Orvals gedronken. Eerst had hij er zelf eentje besteld, dan was er iemand die trakteerde, dan nog iemand. Dat ging vanzelf.
Het tempo zit niet goed, maar voor iemand die het stuk voor het eerst ziet, valt het niet op.

zaterdag 2 oktober 2010

zaterdag 2 oktober


Mensen die nooit eerder in croxhapox geweest zijn en van wie niet duidelijk is of ze hier nog eens over de vloer gaan komen.

Annemie is gaan stappen, zegt Petja. Petja deed de voormiddag. Beatrijs Lauwaert en Marc Cloet, die gisteren in Parijs was, staan in het voor het advies.
Amateur kunstenaars komen van heinde en ver voor een woordje uitleg. Er is iemand uit Tienen die vinyl verzamelt en het werk van Michaël Borremans bewondert. Er is iemand uit Moscou die aan de Canvascollectie meedeed. De krijtlijnen van Bart Lodewijks, verneem ik, zouden nog altijd in de buurt aanwezig zijn. Hij heeft er een huis gekocht. Jacques, een vrolijke kwast, komt uit Rwanda en woont in Antwerpen. Bert begint over de Roemeense kunstenaar Adriaan Ghenie.

Op een van de tafels kwam een boek over Brancusi, L'oeuvre au blanc, een SKIRA editie van The Solomon R. Guggenheim Foundation.

Chantal doet de namiddag. Het loopt uit tot halfzeven.

vrijdag 1 oktober 2010

vrijdag 1 oktober

Een doorloop à l'Italienne, dat betekent, legt Rik uit, een doorloop zonder dat ge het stuk speelt. Dat is wat ze deden, een doorloop à l'Italienne.

Als ik vraag hoe ze heet, zegt ze dat ze Tineke heet. Dat staat zo op haar identiteitskaart, Tineke.

Ik plaats online een bestelling bij Pizza Roma, een pizza met spinazie, ei en room. 30 minuten staat er, lees ik. Binnen 30 minuten komt een scooter van Pizza Roma het woonerf opgereden. Hij zal eerst doorrijden, voorbij huisnummer 72, tot helemaal achterin.

Het mooiste televisiemoment: Portrait d'une jeune fille de la fin des années 60 à Bruxelles, een film van Chantal Akerman.
Elsie, Hendrik en Erwin komen van Leaping Rabbit, of hoe heet het ook weer, het nieuwe initiatief van Lieven Cateau waar vandaag de vernissage was van een project van Karel De Meester. Sinds vandaag, zegt Hendrik, hebben ze een televisie-aansluiting. Dat zijn ze vandaag komen plaatsen, een digibox, internet. Het is een eeuwigheid geleden dat hij vanuit z'n luie zetel nog eens naar die troep heeft kunnen kijken. Hendrik verheugt zich. Elsie, zij studeert fotografie, legt uit wat ze van het project van Karel vindt.

Wat zou dat betekenen: een pythomaan.

De eerste bezoeker is Jan van De Wolven van La Mancha. Tijdens de Gentse Feesten hadden ze Van Swaef geprogrammeerd in Los Perros Calientes in de Goudstraat.

Oostende. Jan van De Wolven van La Mancha is van Oostende. Hij is er geboren, heeft er z'n jeugd doorgebracht. Zijn favoriete plek in Oostende, verneem ik, is De Crayon. Het gesprek komt op Gainsbourg en Portishead.

Astrid heeft een sexy kapsel. Ze lacht, zegt dat ze helemaal niets deed om het zo te hebben, ze is niet naar de kapper geweest, het is vanzelf gebeurd. Het staat prachtig.

Hendrik Braet, zo heet hij, introduceert www.apache.be, een site van Georges Temmerman. Georges Temmerman heeft ooit nog voor De Morgen gewerkt. Onderzoeksjournalistiek, bij Van Thillo reikt het schaamhaar tot de neusgaten als ge daarover begint.
Tim Vandermensbrugge schrijft nu voor www.apache.be en De Standaard.

Over Harelbeke zegt Elsie dat het de meest linkse stad van West-Vlaanderen is en van Atari Teenage Riot dat het de meest extreem linkse band is.

donderdag 30 september 2010

donderdag 30 september

Richting Antwerpen is er een file van Haasdonk tot Antwerpen Oost. Ik graai in m'n toverhoed. Twee berichtjes:
(1) Er staat een ezel te kakken midden de openbare weg. Een kamion met blote dames uit Poznan is tegen de ezel aangereden. Onder de kamion, die omver gekanteld was, troffen ze het stoffelijk overschot van Christiaan Van Thillo.
(2) De Oezbeken, daar, in die zwarte Mazda, zijn op weg naar Hannover.

Ypsilonisme. Ik ben op weg naar Schoten. Alles ging goed. Tot Haasdonk is er geen vuiltje aan de lucht.

De Horstebaan in Schoten is een rijke buurt, een buurt met peperdure villa's. Ik ben op hakken, wijde broek, jasje, vraag de weg aan een dame - geen tomtom, zeg ik, zo heb je nog eens een gesprek. De dame, een oma, ze laat het kindje uit van zoon of dochter, lacht. Ze leunt over de bovenrand van de ruit ter rechterzijde. We hebben alle tijd. De kinderwagen blijft midden het fietspad. Ze heeft weet van de Hortsebaan maar zo precies weet ze het nu ook weer niet. Ik kijk naar de onderarm, in een wikkel van roze wol, die op de bovenrand van het ruitje leunt. Zon hangt boven het tafereel.

Ik had de keuze tussen Ring 2 en Ring 1. Op 2 stond een file tot Antwerpen Oost. Dat ze daar bij klaarlichte dag werken uitvoeren, is discutabel.
Ring 1 is een tolweg. Voorbij Melsele kom je in een industrieel gebied. Beton, fabrieken, tunnels die onder het havengebied doorgaan. Het is weerzinwekkend.

In Schoten, ik heb de aanwijzingen van de bejaarde dame keurig opgevolgd, parkeer ik op het terrein van een tankstation. In het kantoortje zit een zwaarlijvige man die in zittende houding in slaap gevallen is. Ik open de deur van het kantoortje. Hij schrikt op uit het dutje.

woensdag 29 september 2010

woensdag 29 september

'Wij,' zegt Sjoerd, 'wij hebben Finbow naar Mont Alban gehaald.'
Sjoerd: Ik heb hem naar Mont Alban gebracht. Ik kende hem niet maar ik wist dat ze daar een herder nodig hadden. Ik denk dat Finbow in Gent geweest is het jaar voor we een tweede keer naar Frankrijk reden.
Gwen: Het was na de geboorte van Merlyn. En mijn eerste reis was naar Godelieve en Antoon. Tussen vierkante vloertegels in een volkswagen. Achterin.
- En met wie was dat nu weer?
'Met Willy, de vader van Renzo,' zegt ze. 'Achterin, zeiden ze, want jij bent de kleinste.'
Sjoerd: En ze had een zwart lak regenjasje aan, Siel, toen we haar in Amsterdam tegenkwamen.

maandag 27 september 2010

zondag 26 september 2010

zondag 26 september

foto: Maarten leest voor uit de aantekeningen die hij bijhield

Joris Vermassen hangt aan de toog. Het gesprek komt op de foto's die Ingrid vond.
Willy Dee weet waar de naam Fritz Van Den Heuvel vandaan komt. Vermassen heeft nog in de Ottogracht gewoond, waar Frits Van den Berghe woonde, vlakbij de plek waar croxhapox begon.
Het is de laatste dag van het project van RE: Yana zorgt voor de muziek, Dirk Braeckman valt binnen.
Over kunsttheorie: Het actuele probleem is dat kunstwerken een verklaring geworden zijn van de theorie die ze er over hebben. Het wordt kapot geanalyseerd, open gesmeten, op tafel gegooid, uit elkaar gehaald, een waanzinnige vernietigingsdrang waar ze alles bij elkaar geen centimeter mee opschieten. Nieuwe kunstenaars staan op en tonen aan dat het weinig zin heeft om te theoretiseren over het werk dat ze maken.

Egon neemt het woord.
Joachim neemt het woord.
Maarten neemt het woord. Hij leest voor uit de aantekeningen die hij bijhield.
Egon stelt Lieven en Boris voor. (op de foto staat Boris in de doorgang naar de kubusruimte)
Boris plooit de kaft van de RE:publicatie open en Lieven neemt het woord. Na verloop van tijd, als Lieven uitgesproken is, neemt Boris het woord.
Egon introduceert soep, film en brood. Kelly Schacht springt binnen.

Ik rij naar In Den Bouw in Kalken. Johan De Wilde heeft er een project. De presentatie is onweerstaanbaar prachtig. In het café zitten oude bekenden en ook Steve Michiels, die ooit nog voor De Morgen werkte, en Myriam, zijn vriendin. Met De Morgen is het afgelopen.

zaterdag 25 september 2010

zaterdag 25 september

Ik neem de Brusselse steenweg richting Aalst. Aan de verkeerslichten vlak voor de spoorviaduct van Kwatrecht gaat het linksaf. Regen zeikt over het asfalt. Opmerkelijk imposante opeenstapelingen van wolkopeenstapelingen, reusachtige formaties, een circustent waarvan de wanden overal tot ver voorbij de rand van het landschap reiken. Aan de rand van de weg ligt een dooie kat.
Ik zit met een songline. The importance of being stupid. Dat is de songline. Aan een koe waarheid uitleggen. Dat deed me aan Borremans denken. Koeien doen me aan Michaël Borremans en CarianaCarianne denken om een reden die zo vergankelijk is dat ik het net zo goed over wat anders had kunnen hebben. Maar zo werkt het niet.
Michaël zei dat hij goed gewerkt had. Dat was aan de telefoon. We hadden het over vreemde dingen en toen zei hij opeens dat hij goed had gewerkt. Dat beviel me. Alsof hij midden het gesprek 'ik heb een schone koe gezien' gezegd had. Dat is hetzelfde. Midden een gesprek over. Over politiek, bijvoorbeeld. Ik geef een voorbeeld. Net voor het dorpseigen van Melle reed ik over een brug die enkele jaren eerder ingestort was. Dat stond in de kranten, ze schreven er over, de brug over het kanaal was ingestort, het was nieuws, het was vreselijk, de brug was doormidden gekraakt, een truck was het diep in gedonderd en had in de scheur ook wat personenauto's meegesleurd. Ze maakten een nieuwe brug. Telkens ik over die nieuwe brug rij besef ik het kanaal en de diepte onder de nieuwe brug. De nieuwe brug over een oude diepte.
Ik rij richting Wetteren. Na drie kilometer gaat het richting Overbeke. Overbeke is rechtsop.
Ik passeer een kruispunt, passeer het kerkje. Loods 12 is in de Koophandelstraat, een meniebruine poort.

dinsdag 21 september 2010

dinsdag 21 september

foto: het atelier van Ineke Wertheim

Gent 's ochtends, Amsterdam rond het middaguur, Haarlem bij valavond. Het vertrouwde parcours: in Kruibeke een koffie en twee croissants, tot aan de grens met Nederland is het landschap in een dunne mistlaag, dan de bruggen over Maas en Rijn, geen files, ik rij Amsterdam binnen rond het middaguur en parkeer aan de Nassaukade, een halve kilometer voorbij het Museumplein. Ik neem wat aantekeningen door en ontdek dat Ineke Wertheim in de Willemstraat woont. Geen idee waar dat is. De Willemstraat. Ik bel Ineke.
De Nassaukade, verneem ik later, volgt de zuidwestelijke buitenrand van het stadscentrum. Voorbij het Museumplein gaat het in een kilometerlange boog om de grachten. De Willemstraat is in de Jordaan, er liggen wat straten open, het is zoeken. Ik beland in de Elandsgracht, een winkelstraat. Hier hebben ze het over 20 minuten stappen. 'Dat klopt ook wel,' zegt Ineke, later, we zitten op dat moment aan een tafel op huisnummer 28A, 'wat die meneer zei.' Van de Elandsgracht naar de Willemstraat is het een half uur stappen. Ik neem de auto.
Ze hadden me zien langsrijden toen ik door de Willemstraat naar een nabijgelegen gracht reed, waar ik vlak aan het water een parkeerplaats vind. In Amsterdam is 't volop nazomer. Wolken rijden door het blauw.

Van de Jordaan gaat het naar het Ij, waar Adam Colton z'n atelier heeft, vlakbij de graansilo. Hier zijn alle leuke plekken weg, zegt Frans. De noordelijke rand van Amsterdam is gerenoveerd. Tot midden jaren negentig had je er plekken waar kunstenaars en zwervers hokten en waar kippen liepen. Dat is verdwenen. Op die magische plekken verrezen modieuze lofts. Louise ontvangt ons in het atelier van haar echtgenoot. Zij is fotografe. Het werk van Adam doet me aan dat van Robin denken. De studies en tekeningen zijn adembenemend.
Van de graansilo rijden we via de Ruyterkade naar de ateliers van Koen en Ge-Karel, voorbij het Scheepvaartmuseum en de Ij-brouwerij. Dat is vlakbij de molen. Dan gaat het naar het atelier van Frans. We drinken koffie in Koffiehuis An-Cor en als dat gebeurd is, rijden we richting Haarlem. Het is een prachtige dag. We rijden via Halfweg. In Haarlem, een rustig stadje, is er eerst Margreet Bouman, later het atelier van Ronald Ruseler. We dineren in De Ark.

bijzonderheden

1. Een non valt dood neer. Omstaanders scharen zich om het voorval. Een dokter komt ter plaatse. Het mens is dood, de problemen opgelost.
2. Applaus. Iemand met veel meer dan alleen maar goede bedoeling heeft het religiocide uitgevonden. Ze vallen bij bosjes.
3. In De Ark gaan we voor de kabeljauwfilet met spinazie, boontjes en friet. De Ark is in het centrum van het oerhollandse stadseigen van Haarlem, in Nieuwheiligland op huisnummer 3.
4. Als je het maken van een meesterwerk voor ogen had en niet verder komt dan ellende en mislukking, dan heb je goed gewerkt.
De lat is zo hoog dat je er ook op stelten over struikelt. issue Zonder valhelm onder de lat doorstappen.
5. Op 8 november 1999 veroverde De Ark de oorkonde van Lekkerste Nacht, 'cultuur met mes en vork'.
6. Ik ben blij dat ik thuis ben. Het is altijd weer best vervelend om te verongelukken.