986-1. Stilleven & variaties 20 n°7 ]gouache
vrijdag 2 maart 2018
986_1-2
986-1. Stilleven & variaties 20 n°7 ]gouache
woensdag 28 februari 2018
woensdag 28 februari
Transcriptie van Tuesday 28 February, The Diary of Virginia Woolf, Volume 5, blz. 205-206; FEBRUARY 1939
They'll consider him a victim of high culture, like those victims in detective stories who prefer to enter their houses through the window. iemand had me het boek gegeven. onfortuinlijk is het, na amper twaalf bladzijden hield het op; na iets over huisdieren en filosofie hield het op; zo had x iets om naar uit te kijken. Hij zat aan een lange tafel achterin het restaurant en de zittende houding had dubbel profijt Er was niet alleen het Boek, Foucault, seventy pages _ my notion of it ––– Appelcompote, stoemp, braadworst [ik zoek compote op. Vruchtenmoes staat er] en onderaan bladzijde 10: La Mandragore. Dus tot hier ongeveer. x was er van uitgegaan dat ik iets aan het boek hebben zou, of, dat ik net als Verdegem het deed genoeg aan 70 bladzijden hebben zou – maar! Verdegem werd betaald om het te doen. Deed het sinds 1991. En hoe jammer het ook was. Latijn-Griekse. Afgestudeerd cum laude in Germaanse filologie. Het eerste baantje, MUTE & SCISSORS, overheden bevloeiden het concept: meer dan 70 bladzijden moet het niet hebben, zeiden ze. Lezen, tellen, het mes erin, scheuren. Met de generatie vijftig zestig had Verdegem noemenswaard geen probleem gehad. Je was al blij als het 70 bladzijden had. De administrateur-generaal kon geen kritiek hebben. Neem een voorbeeld aan Lindon, zei hij. Het dak ratelde. Rukwind. Hoe je het ook draait of keert, zou Verdegem hierover gezegd hebben, na 70 bladzijden had ik er telkens genoeg van. Claus, De verwondering, hiermee was het begonnen. Aan zich herinneren hoe het begonnen was had hij zich een broek gescheurd. Negeer de kritieken. Wat niet in het groene boekje staat, gaat er uit; maar; personeelstekort. Zo'n stagiaire gaat geen eeuwigheid mee. De overheid bovendien had iets met eerste zinnen. Met elke repliek op zo'n eerste zin begon de ellende. Vaak had het hoofdstukken die je zo dumpen kon. Het kapitaal zat in de eerste zin; of: die ene bladzijde die er uitsprong. Kabaal, kabaal, groot kabaal: na zestig kon je alles dumpen. Maar Verdegem zag je zelden in de kantine. Hij zat lijkbleek op Joyce.
They'll consider him a victim of high culture, like those victims in detective stories who prefer to enter their houses through the window. iemand had me het boek gegeven. onfortuinlijk is het, na amper twaalf bladzijden hield het op; na iets over huisdieren en filosofie hield het op; zo had x iets om naar uit te kijken. Hij zat aan een lange tafel achterin het restaurant en de zittende houding had dubbel profijt Er was niet alleen het Boek, Foucault, seventy pages _ my notion of it ––– Appelcompote, stoemp, braadworst [ik zoek compote op. Vruchtenmoes staat er] en onderaan bladzijde 10: La Mandragore. Dus tot hier ongeveer. x was er van uitgegaan dat ik iets aan het boek hebben zou, of, dat ik net als Verdegem het deed genoeg aan 70 bladzijden hebben zou – maar! Verdegem werd betaald om het te doen. Deed het sinds 1991. En hoe jammer het ook was. Latijn-Griekse. Afgestudeerd cum laude in Germaanse filologie. Het eerste baantje, MUTE & SCISSORS, overheden bevloeiden het concept: meer dan 70 bladzijden moet het niet hebben, zeiden ze. Lezen, tellen, het mes erin, scheuren. Met de generatie vijftig zestig had Verdegem noemenswaard geen probleem gehad. Je was al blij als het 70 bladzijden had. De administrateur-generaal kon geen kritiek hebben. Neem een voorbeeld aan Lindon, zei hij. Het dak ratelde. Rukwind. Hoe je het ook draait of keert, zou Verdegem hierover gezegd hebben, na 70 bladzijden had ik er telkens genoeg van. Claus, De verwondering, hiermee was het begonnen. Aan zich herinneren hoe het begonnen was had hij zich een broek gescheurd. Negeer de kritieken. Wat niet in het groene boekje staat, gaat er uit; maar; personeelstekort. Zo'n stagiaire gaat geen eeuwigheid mee. De overheid bovendien had iets met eerste zinnen. Met elke repliek op zo'n eerste zin begon de ellende. Vaak had het hoofdstukken die je zo dumpen kon. Het kapitaal zat in de eerste zin; of: die ene bladzijde die er uitsprong. Kabaal, kabaal, groot kabaal: na zestig kon je alles dumpen. Maar Verdegem zag je zelden in de kantine. Hij zat lijkbleek op Joyce.
dinsdag 27 februari 2018
dinsdag 27 februari
Transcriptie van Wednesday 27 February, The Virginia Woolf Diary, Volume 4, blz. 282-283; FEBRUARY 1935
En En En één Een bladzijde BL BL BL de eerste bladzijde haw haw haw éé éé éé éé EERste blad bladzijde En dan nog een bladzijde Nog een bladzijde Nog een bladzijde Nog een bladzijde Nog een bladzijde zes Zes bladzijden BL BL BL bladzijden [] bladzijde in bladzijde [] uit en op bladzijde 9 onderaan bladzijde 9 ik herinner me _ tegenwoordige tijd van verleden tijd _ lectuur : aardappelschillen punt Alles opnieuw De eerste aardappel deed het niet. De kunst was om de schil dun te hebben. Dikke schillen was geen kunst. en De kunst was om de schil breed te houden. soms zaten we met z'n drieën aardappelen te schillen Hij. Jij. Zij. de kunst was om een zo lang mogelijke schil te hebben om & om & om De aardappel in één keer schillen _ waar je een grote aardappel voor nodig had _ en elke aardappel kon je één keer schillen [1] garde à vous : geen tweede keer _ O – en zo is het dus ook met _ bl _ bl _ bl _ BLAD bladzijden. een bladzijde kan je kan je één keer gebruiken. dus eerst voorzichtig in de aaimachine. voorzichtig in de aaimachine. met het inktblauwe carbonpapier had je onvermijdelijk vingerafdrukken. BOITE A GANTS DIABOLIQUE. van de stapel die ik ter beschikking had kende ik alle bladzijden uit het blote hoofd. he. he. he. met deze moet het lukken, zei ik. De vingers kenden dingen die ik niet voor mogelijk hield. bijvoorbeeld Ze wisten hoe je het papier bijna zonder het aan te raken toch in de machine krijgen kon. zelf had ik het niet gekund Herkomst : onbekend. de blote aardappelen zouden gespoeld worden & het papier met de aardappelschillen was voor de afvalemmer. Met de bladzijden liep het anders. Eenmaal geschild waren ze niet langer bloot. Onbevreesd had hij naar het blote papier zitten kijken. ––– "plots 10 andere genres", zei ik weet niet wie je bedoelt _ je mag je vooral niet laten ontmoedigen/onbevreesd aanschouw ik, De slagorde. één formule die niet helemaal zuiver zat fataliter was het papier uit de schrijfmachine rukken & de bladzijde op_op_op_op_op /opnieuw/ doen_ opnieuw doen tien keer twintig keer Tot het goed zat. honderd keer jerk-y adj -ier -iest .(fig.) I enjoyed the concert, although the playing was rather jerky (=uneven) at times. Het spreekt voor zich dat iemand anders misschien wel hetzelfde deed [exact hetzelfde] maar niet hetzelfde zag. of Exact hetzelfde gezien had en iets anders deed. of Zag niets en toch [exact] deed ie wat de ander die het wel gezien had niet deed. [] Eerst weet ze niet hoe het moet. Ik leer hoe het moet. Je weet hoe het moet. Hij vergat hoe het moet. Mensjes stuiteren over het plein dik rond als knikkers. (iemand schilt een schol in de schol zit geen schol maar het graatmotief van wat misschien een schol is maar ook iets anders had kunnen zijn) Olifant. [ ] Donkere bedekkingsverschijnselen ik kleed me uit en spoel aan op het koeienvel _ angst voor het nog niet bedachte voor het vermeende teveel voor Aziatische keuken en vreemde geuren. Voorpaginanieuws [had iemand op tafel laten liggen drek van papier] ZAKENDOEN MET HET CHINA VAN XI ga toch maar naar die receptie waar je eigenlijk niet naartoe wil. dieptepunt Iets willen zijn wat je niet bent vb. Tramconducteur schierkunstenaar hocus pocus Kopstand circusolifant [] Er zijn boeken die je moet (moet moet) kopen. moet moet moet Maar. moet is niet voor iedereen dezelfde moet. één moet geen twee moet. jouw gemoet hoewel we geloof ik hetzelfde bedoelen is voor mij voor jou is mijn gemoet een ander moet [ ] Voorbeeld. moespuin Klassieke poëzie is niet aan mij besteed.
En En En één Een bladzijde BL BL BL de eerste bladzijde haw haw haw éé éé éé éé EERste blad bladzijde En dan nog een bladzijde Nog een bladzijde Nog een bladzijde Nog een bladzijde Nog een bladzijde zes Zes bladzijden BL BL BL bladzijden [] bladzijde in bladzijde [] uit en op bladzijde 9 onderaan bladzijde 9 ik herinner me _ tegenwoordige tijd van verleden tijd _ lectuur : aardappelschillen punt Alles opnieuw De eerste aardappel deed het niet. De kunst was om de schil dun te hebben. Dikke schillen was geen kunst. en De kunst was om de schil breed te houden. soms zaten we met z'n drieën aardappelen te schillen Hij. Jij. Zij. de kunst was om een zo lang mogelijke schil te hebben om & om & om De aardappel in één keer schillen _ waar je een grote aardappel voor nodig had _ en elke aardappel kon je één keer schillen [1] garde à vous : geen tweede keer _ O – en zo is het dus ook met _ bl _ bl _ bl _ BLAD bladzijden. een bladzijde kan je kan je één keer gebruiken. dus eerst voorzichtig in de aaimachine. voorzichtig in de aaimachine. met het inktblauwe carbonpapier had je onvermijdelijk vingerafdrukken. BOITE A GANTS DIABOLIQUE. van de stapel die ik ter beschikking had kende ik alle bladzijden uit het blote hoofd. he. he. he. met deze moet het lukken, zei ik. De vingers kenden dingen die ik niet voor mogelijk hield. bijvoorbeeld Ze wisten hoe je het papier bijna zonder het aan te raken toch in de machine krijgen kon. zelf had ik het niet gekund Herkomst : onbekend. de blote aardappelen zouden gespoeld worden & het papier met de aardappelschillen was voor de afvalemmer. Met de bladzijden liep het anders. Eenmaal geschild waren ze niet langer bloot. Onbevreesd had hij naar het blote papier zitten kijken. ––– "plots 10 andere genres", zei ik weet niet wie je bedoelt _ je mag je vooral niet laten ontmoedigen/
maandag 26 februari 2018
maandag 26 februari
Transcriptie van Wednesday 26 February, The Diary of Virginia Woolf, Volume 5, p. 356-357; FEBRUARY 1941
Vandaag beperkt mijn notie van hogere wiskunde zich tot het eerste geluid 's ochtends en het tijdstip, halfnegen. Maar, alles is hogere wiskunde. Het is de meest hooghartige betekenis van dit onbepaald voornaamwoord, alles is en het is wiskunde. Zonder wiskunde geen wekker 's ochtends. [ ] Vier acteurs betreden de slaapkamer. Ze hebben zich van tijdperk en van deur vergist. Bedoeling was een tekstkritische doorloop van Hamlet. Ik kruip uit bed, tast blind naar wat zich op het krakkemikkige nachttafeltje bevindt en reik hen de folder aan: Magisch Samothraki. A. Groepsreis. B. Eenzame reis. C. Rijsttaart (ontbijt met of zonder rijsttaart) of Kaapverdische hostess. D. Als A, nostalgie inbegrepen. Het Amos Egg moment. Mijn notie van hogere wiskunde? Een dolk, uit de wol geverfde tegenspeler, landschap met waterloop, kromme boomstammen, de wandelstok van een sluwe schaduw, Elizabethaanse volzinnen. Aan het hoofdeind: Scenes from the life of a faun en nog eens vijftig boeken. Guo en Zambra uit. Schmidt bladzijde 15: He gazed at my right hand for a while (which constantly twirled my pencil while I rapidly read through the mail: improve your circulation, Serenissime?, next page: turn it over. Een dozijn berichtjes waarvan ik er enkele beantwoord, andere niet. Bodemtemperatuur & dan, later, buiten, aan het stuur van een auto, uitgestrekte verstening van het archipel, ijskoude lucht, windstil. In het wassalon een magere, uitgehongerde jongen, holle, gretige blik, hinkt. Iemand bij het verlaten van het koffiehuis: ik ben m'n website vergeten...; je werkt hier graag he, zegt de kroegbaas; niet wenen! niet wenen! Wat zijn je plannen met de Kaapverdische eilanden. Heb je een bedoeling met de Kaapverdische eilanden, vraagt de uitbater. En hij, troebel, zonder verpinken: ik leef er met een nachtmerrie. Het scrotum van de kutdealer; gereutel van machine; forenzen kwamen aan het plaveisel vast te zitten; iemand met een pikhouweel en de ouwe die het karretje stapsvoets voor zich uitduwt. DEBA MEUBELEN loeit een advertentie.
Vandaag beperkt mijn notie van hogere wiskunde zich tot het eerste geluid 's ochtends en het tijdstip, halfnegen. Maar, alles is hogere wiskunde. Het is de meest hooghartige betekenis van dit onbepaald voornaamwoord, alles is en het is wiskunde. Zonder wiskunde geen wekker 's ochtends. [ ] Vier acteurs betreden de slaapkamer. Ze hebben zich van tijdperk en van deur vergist. Bedoeling was een tekstkritische doorloop van Hamlet. Ik kruip uit bed, tast blind naar wat zich op het krakkemikkige nachttafeltje bevindt en reik hen de folder aan: Magisch Samothraki. A. Groepsreis. B. Eenzame reis. C. Rijsttaart (ontbijt met of zonder rijsttaart) of Kaapverdische hostess. D. Als A, nostalgie inbegrepen. Het Amos Egg moment. Mijn notie van hogere wiskunde? Een dolk, uit de wol geverfde tegenspeler, landschap met waterloop, kromme boomstammen, de wandelstok van een sluwe schaduw, Elizabethaanse volzinnen. Aan het hoofdeind: Scenes from the life of a faun en nog eens vijftig boeken. Guo en Zambra uit. Schmidt bladzijde 15: He gazed at my right hand for a while (which constantly twirled my pencil while I rapidly read through the mail: improve your circulation, Serenissime?, next page: turn it over. Een dozijn berichtjes waarvan ik er enkele beantwoord, andere niet. Bodemtemperatuur & dan, later, buiten, aan het stuur van een auto, uitgestrekte verstening van het archipel, ijskoude lucht, windstil. In het wassalon een magere, uitgehongerde jongen, holle, gretige blik, hinkt. Iemand bij het verlaten van het koffiehuis: ik ben m'n website vergeten...; je werkt hier graag he, zegt de kroegbaas; niet wenen! niet wenen! Wat zijn je plannen met de Kaapverdische eilanden. Heb je een bedoeling met de Kaapverdische eilanden, vraagt de uitbater. En hij, troebel, zonder verpinken: ik leef er met een nachtmerrie. Het scrotum van de kutdealer; gereutel van machine; forenzen kwamen aan het plaveisel vast te zitten; iemand met een pikhouweel en de ouwe die het karretje stapsvoets voor zich uitduwt. DEBA MEUBELEN loeit een advertentie.
zondag 25 februari 2018
zaterdag 24 februari 2018
zaterdag 24 februari
Transcriptie van [Wednesday 24 February], The Diary of Virginia Woolf, Volume 5, p. 61-62; FEBRUARY 1937
Absoluut, absoluut. Gaaf, uitzinnig. Maar. Helemaal nergens voor nodig. Het kaartje was onder tafel beland. Verfspatten, opgekruld aan de hoeken, alsof er gaten in zitten. Bewolkte hemel. Houtworm. Ondanks het laaghangende wolkendek is het hele bergmassief helder uitgelicht. Puntgaaf. Je zou denken, een studio-opname met kabelbaan en een werk van Thierry de Cordier op de achtergrond. Het kabelliftje heeft nummer 8. In het kabelliftje een man, stijgend of dalend. Man met hoed. Eindredactie Zonnestraal. We mosselden en hij vertelde dat hij vanop het terras naar dat kabelliftje had zitten kijken. Téléférique Crans Bella-Lui, geen data. Hij had zitten kijken naar het kabelliftje en besefte dat hij een uurtje later ongeveer zelf boven het ravijn zou hangen. Drie kilometer loodrechte wand, nergens het behangpapier waar hij naar uitgekeken had. ravijn (het; -en) 1 diepe, steile insnijding in een terrein, syn. bergkloof, afgrond Aquarel van heirnu- tot namaals & holle maag, Hitchcock for dinner. En het was ook logisch natuurlijk dat er alleen dat ene zinnetje stond. Stevig aandrukken en met de duim een kwartslag. De prop door het luchtruim keilen en vlug met dezelfde hand weer opvangen. Maar, geen meesterlijke zet. Uitgeteld. In de diepte, die hem vanaf de eerste aanblik totaal in beslag nam, geen spoor van kleine mensjes. Alles verpletterd door peilloze leegte. Geen moment om aan de mémoires te beginnen waarin op de leugen van het ik na alles bijkomstig is. Het dieplood waarmee iemand nog een laatste zin noteerde. Ruwe materie.
Absoluut, absoluut. Gaaf, uitzinnig. Maar. Helemaal nergens voor nodig. Het kaartje was onder tafel beland. Verfspatten, opgekruld aan de hoeken, alsof er gaten in zitten. Bewolkte hemel. Houtworm. Ondanks het laaghangende wolkendek is het hele bergmassief helder uitgelicht. Puntgaaf. Je zou denken, een studio-opname met kabelbaan en een werk van Thierry de Cordier op de achtergrond. Het kabelliftje heeft nummer 8. In het kabelliftje een man, stijgend of dalend. Man met hoed. Eindredactie Zonnestraal. We mosselden en hij vertelde dat hij vanop het terras naar dat kabelliftje had zitten kijken. Téléférique Crans Bella-Lui, geen data. Hij had zitten kijken naar het kabelliftje en besefte dat hij een uurtje later ongeveer zelf boven het ravijn zou hangen. Drie kilometer loodrechte wand, nergens het behangpapier waar hij naar uitgekeken had. ravijn (het; -en) 1 diepe, steile insnijding in een terrein, syn. bergkloof, afgrond Aquarel van heirnu- tot namaals & holle maag, Hitchcock for dinner. En het was ook logisch natuurlijk dat er alleen dat ene zinnetje stond. Stevig aandrukken en met de duim een kwartslag. De prop door het luchtruim keilen en vlug met dezelfde hand weer opvangen. Maar, geen meesterlijke zet. Uitgeteld. In de diepte, die hem vanaf de eerste aanblik totaal in beslag nam, geen spoor van kleine mensjes. Alles verpletterd door peilloze leegte. Geen moment om aan de mémoires te beginnen waarin op de leugen van het ik na alles bijkomstig is. Het dieplood waarmee iemand nog een laatste zin noteerde. Ruwe materie.
vrijdag 23 februari 2018
alfabet
fatsoen In the end it's always the skunks who end up on top, to wit: executives, managers, directors, presidents, generals, ministers, chancellors. A decent human being is ashamed of being somebody's boss! [Arno Schmidt, Scenes from the life of a faun; Marion Boyars 1983, p.15] staat (de (m.)) 1 stand, toestand waarin iem. of iets zich bevindt; Onafhankelijkheidsverklaring van het ik. Ik verwijs naar de onafhankelijkheidsverklaring van [ ] uit [ ]. Het apparaat bevond zich in een staat van permanente razernij. Mijn burgerlijke staat? Nihil. Ik ben een dier. Documenten, verplichtingen, bepalingen, gepaperas, parasitaire cycli van kleefstroken en bemoeienis in doorgeefluikjes. De vlooien. Government of/ by/ for? Op de radio had een of andere sukkel, las ik [een spierverrekking: berichtgeving gereduceerd tot het conditio sine qua non van een memografie], had een of andere sukkel het met groot vertoon van imbeciliteit over de beslissing van een of andere regering: wij zijn de verkozenen [meer- vs minderheid], iets in die trant zou hij gezegd hebben, dus wij bepalen hoe het hoort = autonomie van staatsapparatuur; wat een regering beslist, daar heeft niemand zaken mee; behalve: wie zaakjes heeft [grondwettelijke bepalingen: zaakjes (imperiaal, forfaitair)]. Wat hij in werkelijkheid zei, zonder het ijskoude woord uit te spreken: de genomen beslissing is dictatoriaal. Meer- of minderheid heeft in dit verband geen spoor van betekenis.
gino En An. Gino en An. Ik heb een biljarttafel thuis, zegt Gino. Gino heeft een biljarttafel. Een drieband? informeer ik. Nee, zegt Gino, een met gaten, een Amerikaanse. Zo eentje als de tafel waarop x aan het pegelen is. Eerst liep het niet lekker, zag ik. X was uitgehongerd, wou bikken. Tot hij er opeens twee zuiver had, hard en glad als een nekschot. Jeetje, die zat lekker. En toen ging hij dus met de keu bovenop de bal, helemaal bovenop de bal, nu ja, inflictie, snap je, anderhalve centimeter om het de bedenking van half een draaibeweging te geven; en jawel; tja, kijk, deed ie; en de bal ging er in zonder ook maar een schaduwtik aan de tafelrand en de witte gaaf terug. Tja, ja, kijk, als 't dan toch lekker loopt, zag je 'm denken, kan ik net zo gaaf dit proberen, dacht ie. Snap je. Dit hier. Zie je. Of zo. He, waarom doe ik het zo niet, zag je 'm denken. Ja, zo kan het ook, zeiden we. Dus dat deed ie. Overhoeks. De bal ging er ademloos in, diep, in één keer. Tja, zag je 'm denken, tuitte de lippen, tja tja, kraste aan z'n reet. Maar het mag natuurlijk ook niet te nonchalant worden he, jongen; al herinner ik me nu ook nog Lispector, het staat ergens achterin De ontdekking van de wereld, dat je misschien net zo schrijven moet, verstrooid, alsof 't geen zak uitmaakt. Ha ha. Ja, ja. Maar wat voor de een iets van goudwaarde is, tja, ach, ja ja, voor een ander is het stront. Zoals hoe heet ie weer het gezegd zou hebben.
iemand Over iemand zeggen: zelfs als ze 'm in vijfduizend stukken snijden en gesauteerd in roomsaus serveren, lust ik 't niet./ Ik ken iemand die zich de hele tijd door, met de beste bedoelingen overigens zoals hij maar wat graag beweert, met andermans zaken bemoeit en op een dag tot de verontrustende vaststelling kwam dat hij na verloop van enige tijd, eerst hier, dan daar, voor een deur stond die gesloten was. Hij belde aan. Niets gaf thuis. Drong aan. Niemand. Goeie bedoelingen, contradictio in terminis.
koloni Een nomadische structuur in Göteborg. Organiseren events zonder over een vaste locatie te beschikken.
mail art E = MCrap (we temporarily moved). [2620: 17 februari, 22 februari] see mailart sp-van.blogspot
nico Nico en Vera wonen op het platteland waar op af en toe een slachtpartij na weinig te beleven is. Hij is naaktmodel in een stadje waar ze naar verluidt geen kunstacademie hebben; voor het kunstzinnige bovenvlak alleen dat ene klasje waar hij naakt poseert. Wat we nog gemeen hebben is dat ook hij een naaktloper is.
plein Het plein en ik. Ik en het plein. Het plein in mij en het oliebollenkraam. Het oliebollenkraam op een van de hoeken van mijn plein. Wie wil oliebol, wie lust oliebol. Alles verboden hoor, ook het plein, 'n verboden plekje loepzuiver in het winkelcentrum van pak-me-vast. En op het plein staat een man. Is ook al verboden, als ik het goed heb. Lekker los hangende, prehistorische jekker, kaalhoofdig, kale kop en ragebol, likkebaardend, z'n dikke, vlezige tong als een naaktslak plomp uit z'n bek en een dikke, volle, levertraanachtige druppel snot die als hars aan een van de neusgaten hangt. Hij kijkt niet naar het plein. Heeft ie geen zak mee, met het plein; negeert me. Ik ben het plein, he godverdomme! had ik willen roepen, ha ha! pas maar op! maar aangezien hij ook al het overige negeert, de bomen en het oliebollenkraam, en nadenkt, diep, wegzakt in de liftkoker van een onzinnige gedachte, van ( ), naar ( ), de stappen die ( ), omdat ( ), naar ( ), van, naar ( ), hou ik al geen rekening meer met hem; snuffelaar aan luchtstroom; slepend gestapvoet. Van de verre overkant van het plein komt een hinkstap naderbij; man zeult tafel; zeult met tafel en er zijn geen dichters en er zijn geen dichters meer. De enige die we nog hadden, werd door een gat vervangen. Experiment met vegetatie?
soep Lekker romige pastinaaksoep, vloeibaar goud.
sparagnos In een roes, bedoelt ze: het ritueel uiteenrijten van dieren, van mensen, van bladzijden.
taal Het concentratiekamp van Taal en Letterkunde. Twee voorbeeldjes. Je hoort seks te schrijven terwijl iedereen sex heeft. Je hoort oké te schrijven terwijl iedereen ok zegt. Oké is niet ok; het is een lelijk woord. Mijn taal is van nature zonder smetvrees, het is polyglot. let op! let op! letopletopletop Elk taalgevoel is besmet. Alles wat taal is, is van nature polyglot. Beeldtaal ook. Zuiver het Nederlands van elke anderstalige spat en je eindigt met niet eens 70 bladzijden woordenboeks. Naast het taaleigen is er ook nog iets wat je het teksteigen zou kunnen noemen. Verwijder je naast de gebruikelijke taalfouten, wat een computer net zo goed kan, uit een tekst ook die elementen die er volgens het groene boekje en het et cetera van de strafkamplogica niet thuishoren, dan gaat kreupelen wat lekker las. Taalpreutsheid; de kantjes er af vijlen tot het mee in het stadsmagazine kan.
waterspin Bij de meeste spinnen, verneem ik, is het vrouwtje groter dan het mannetje. Niet bij de waterspin, die een duikerklok maakt [spint/ weeft] en 80% van z'n bovenbewustzijn onderwater doorbrengt. Is ook een van de weinige spinnen waarbij het mannetje na de introïtus door het vrouwtje met rust gelaten wordt.
gino En An. Gino en An. Ik heb een biljarttafel thuis, zegt Gino. Gino heeft een biljarttafel. Een drieband? informeer ik. Nee, zegt Gino, een met gaten, een Amerikaanse. Zo eentje als de tafel waarop x aan het pegelen is. Eerst liep het niet lekker, zag ik. X was uitgehongerd, wou bikken. Tot hij er opeens twee zuiver had, hard en glad als een nekschot. Jeetje, die zat lekker. En toen ging hij dus met de keu bovenop de bal, helemaal bovenop de bal, nu ja, inflictie, snap je, anderhalve centimeter om het de bedenking van half een draaibeweging te geven; en jawel; tja, kijk, deed ie; en de bal ging er in zonder ook maar een schaduwtik aan de tafelrand en de witte gaaf terug. Tja, ja, kijk, als 't dan toch lekker loopt, zag je 'm denken, kan ik net zo gaaf dit proberen, dacht ie. Snap je. Dit hier. Zie je. Of zo. He, waarom doe ik het zo niet, zag je 'm denken. Ja, zo kan het ook, zeiden we. Dus dat deed ie. Overhoeks. De bal ging er ademloos in, diep, in één keer. Tja, zag je 'm denken, tuitte de lippen, tja tja, kraste aan z'n reet. Maar het mag natuurlijk ook niet te nonchalant worden he, jongen; al herinner ik me nu ook nog Lispector, het staat ergens achterin De ontdekking van de wereld, dat je misschien net zo schrijven moet, verstrooid, alsof 't geen zak uitmaakt. Ha ha. Ja, ja. Maar wat voor de een iets van goudwaarde is, tja, ach, ja ja, voor een ander is het stront. Zoals hoe heet ie weer het gezegd zou hebben.
iemand Over iemand zeggen: zelfs als ze 'm in vijfduizend stukken snijden en gesauteerd in roomsaus serveren, lust ik 't niet./ Ik ken iemand die zich de hele tijd door, met de beste bedoelingen overigens zoals hij maar wat graag beweert, met andermans zaken bemoeit en op een dag tot de verontrustende vaststelling kwam dat hij na verloop van enige tijd, eerst hier, dan daar, voor een deur stond die gesloten was. Hij belde aan. Niets gaf thuis. Drong aan. Niemand. Goeie bedoelingen, contradictio in terminis.
koloni Een nomadische structuur in Göteborg. Organiseren events zonder over een vaste locatie te beschikken.
mail art E = MCrap (we temporarily moved). [2620: 17 februari, 22 februari] see mailart sp-van.blogspot
nico Nico en Vera wonen op het platteland waar op af en toe een slachtpartij na weinig te beleven is. Hij is naaktmodel in een stadje waar ze naar verluidt geen kunstacademie hebben; voor het kunstzinnige bovenvlak alleen dat ene klasje waar hij naakt poseert. Wat we nog gemeen hebben is dat ook hij een naaktloper is.
plein Het plein en ik. Ik en het plein. Het plein in mij en het oliebollenkraam. Het oliebollenkraam op een van de hoeken van mijn plein. Wie wil oliebol, wie lust oliebol. Alles verboden hoor, ook het plein, 'n verboden plekje loepzuiver in het winkelcentrum van pak-me-vast. En op het plein staat een man. Is ook al verboden, als ik het goed heb. Lekker los hangende, prehistorische jekker, kaalhoofdig, kale kop en ragebol, likkebaardend, z'n dikke, vlezige tong als een naaktslak plomp uit z'n bek en een dikke, volle, levertraanachtige druppel snot die als hars aan een van de neusgaten hangt. Hij kijkt niet naar het plein. Heeft ie geen zak mee, met het plein; negeert me. Ik ben het plein, he godverdomme! had ik willen roepen, ha ha! pas maar op! maar aangezien hij ook al het overige negeert, de bomen en het oliebollenkraam, en nadenkt, diep, wegzakt in de liftkoker van een onzinnige gedachte, van ( ), naar ( ), de stappen die ( ), omdat ( ), naar ( ), van, naar ( ), hou ik al geen rekening meer met hem; snuffelaar aan luchtstroom; slepend gestapvoet. Van de verre overkant van het plein komt een hinkstap naderbij; man zeult tafel; zeult met tafel en er zijn geen dichters en er zijn geen dichters meer. De enige die we nog hadden, werd door een gat vervangen. Experiment met vegetatie?
soep Lekker romige pastinaaksoep, vloeibaar goud.
sparagnos In een roes, bedoelt ze: het ritueel uiteenrijten van dieren, van mensen, van bladzijden.
taal Het concentratiekamp van Taal en Letterkunde. Twee voorbeeldjes. Je hoort seks te schrijven terwijl iedereen sex heeft. Je hoort oké te schrijven terwijl iedereen ok zegt. Oké is niet ok; het is een lelijk woord. Mijn taal is van nature zonder smetvrees, het is polyglot. let op! let op! letopletopletop Elk taalgevoel is besmet. Alles wat taal is, is van nature polyglot. Beeldtaal ook. Zuiver het Nederlands van elke anderstalige spat en je eindigt met niet eens 70 bladzijden woordenboeks. Naast het taaleigen is er ook nog iets wat je het teksteigen zou kunnen noemen. Verwijder je naast de gebruikelijke taalfouten, wat een computer net zo goed kan, uit een tekst ook die elementen die er volgens het groene boekje en het et cetera van de strafkamplogica niet thuishoren, dan gaat kreupelen wat lekker las. Taalpreutsheid; de kantjes er af vijlen tot het mee in het stadsmagazine kan.
waterspin Bij de meeste spinnen, verneem ik, is het vrouwtje groter dan het mannetje. Niet bij de waterspin, die een duikerklok maakt [spint/ weeft] en 80% van z'n bovenbewustzijn onderwater doorbrengt. Is ook een van de weinige spinnen waarbij het mannetje na de introïtus door het vrouwtje met rust gelaten wordt.
maandag 19 februari 2018
maandag 19 februari
Transcriptie van Monday 19 February, The Diary of Virginia Woolf, Volume 5, p. 269-270; February 1940
Close-up. Iets noteren waar x op dit moment niets aan heeft. Om te beginnen, Als ontbijt/ de vaststelling dat ik niet weet wie x is. Een denkbeeldige as tussen uitersten die zich in of in elk geval vlak naast elkaar bevinden. /Brighton Rock: de roman begint met de mededeling dat het niet lekker zit met Hale, het hoofdpersonage. Eén dag later Au piano: Il a peur. Il va mourir violemment dans vingt-deux jours mais, comme il l'ignore, ce n'est pas de cela qu'il a peur./ Telefoongesprek. Een spervuur. Eerste vraag wie ik ben. Een miereneter. Sterk zwak zwak, drie vingerkootjes; dactylus schrijft het boek voor, van vinger; en vinger dus. Naaktloper; geen maatpaknaakt, heb ik niets mee. Vroeg ze niet. Vraag twee is waar ik woon. Vraag drie: Laatste transactie met bankkaart. Makkelijk praten ik, schreef Vaandrager, op het moment des onderscheids weet ik alles. Het knetterde. We tafelden. y zei dat ze een huis gekocht had, z dat ze nooit een vaste relatie had gehad. De liggende pose had bij x, van alle aanwezigen de enige met wie het naaktmodel van tijd tot tijd wat gesproken had, een interessante studie opgeleverd. Liggend naakt, een liggend naakt uit één stuk. wou eigenlijk wel zien wat de ander er van gemaakt had Wat opviel was dat niemand van het groepje aandacht had voor wat de anderen hadden zitten doen. Studies die je met enige moeite leest, vaak moeizamer na de tweede, na de derde, na nog een bladzijde, wat me niet zelden met Robberechts overkomt; na de publicatie van Aankomen in Avignon, [Manteau 1970, 5de meridiaan, geredigeerd door Weverbergh], in de rubriek Standaard der letteren, 9 juli 1971: De verklaring van de titel "De grote schaamlippen" geeft u zelf in het boek: "De met de lippen beleden en daardoor goeddeels overwonnen schaamte. De door die belijdenis geriskeerde beschaming, niet langer nog taalvaardigheid, vakmanschap, goede smaak of kunstzin in het geding gebracht, maar heel mezelf." Kunt u in verband met deze titel enkele anekdotes vertellen ter informatie over de mentale wereld waarin we leven? [F. Depeuter]; [Robberechts:] F. Depeuter schreef dat een betere bepaling van mijn geschrift niet te geven is en dat het ook kommercieel een fantastische titel is. Maar vertegenwoordigers van de uitgeverij vroegen dat de titel veranderd zou worden in De grote schaamte. Een verdeelster verklaarde dat zij als vrouw toch bezwaarlijk een boek met een dergelijke titel kon aanbieden. [ ] Woolf over haar dagboek: thinking sometimes who's going to read all this scribble?/ Iets wat iemand later voor een essay, voor een cyclus gedichten, voor een roman of voor een biografie gebruiken kon./ Straks een photo shoot; voor een gendermagazine; en dan vergeet ik het rode halssnoer. En vrijdag dan, telefoon van iemand die wist dat een document waar we al bij al best lang op hadden zitten wachten er aan komt. Maar ik wou over x schrijven.
[Perec: Ik ben bij een vriendin (er is niets tussen ons, gewoon vrienden). Dan komt de actrice M. D. binnen. Het is een lange, mooie, goedlachse vrouw met lang blond haar; zij is naakt onder een lichte jurk. /De duistere winkel, bladzijde 133] Op zondag regende het, maar niet de hele dag. Of was het vrijdag? Er lag een dun laagje vocht over het asfalt. Plassen & takken aan de Leie-oever. De tuindeur bleef dicht. De nieuwe bewoner van het belendende pand heb ik één keer ontmoet en toen hadden we het over de vorige bewoners die ze, ze had de sleutel al, het huis was ontruimd, af en toe in het salon of in de keuken aantrof of die zich in de gang vlak bij de voordeur verstopt hadden en de deur dichtknalden voor ze het huis had kunnen betreden. Vorige zomer betrapte ik het oude wijf toen ze op een keer rond het middaguur met haar sponzige lijf over de schutting hing./ Achterin de tuin een dikke laag smoezelige bladeren. Vandaag Entetrien de Paris, van Henry Miller, en een editie van Suhrkamp met Materialien zu Brechts "Der kaukasische Kreidereis" /Bladzijde 85: Zur Politik gehöre vor allem der politische Blik, ein schwieriger, aber nützlicher Blick, meinte Brecht und verlangte, wir sollten das Foto noch einmal mit neuem Blick betrachten./ Ik had net de veggieschotel beëindigd toen y opeens aan de biljarttafel stond; ze had gereserveerd zei ze. Later op de avond komt het gesprek op het Stendhalsyndroom. [ ]
Close-up. Iets noteren waar x op dit moment niets aan heeft. Om te beginnen, Als ontbijt/ de vaststelling dat ik niet weet wie x is. Een denkbeeldige as tussen uitersten die zich in of in elk geval vlak naast elkaar bevinden. /Brighton Rock: de roman begint met de mededeling dat het niet lekker zit met Hale, het hoofdpersonage. Eén dag later Au piano: Il a peur. Il va mourir violemment dans vingt-deux jours mais, comme il l'ignore, ce n'est pas de cela qu'il a peur./ Telefoongesprek. Een spervuur. Eerste vraag wie ik ben. Een miereneter. Sterk zwak zwak, drie vingerkootjes; dactylus schrijft het boek voor, van vinger; en vinger dus. Naaktloper; geen maatpaknaakt, heb ik niets mee. Vroeg ze niet. Vraag twee is waar ik woon. Vraag drie: Laatste transactie met bankkaart. Makkelijk praten ik, schreef Vaandrager, op het moment des onderscheids weet ik alles. Het knetterde. We tafelden. y zei dat ze een huis gekocht had, z dat ze nooit een vaste relatie had gehad. De liggende pose had bij x, van alle aanwezigen de enige met wie het naaktmodel van tijd tot tijd wat gesproken had, een interessante studie opgeleverd. Liggend naakt, een liggend naakt uit één stuk. wou eigenlijk wel zien wat de ander er van gemaakt had Wat opviel was dat niemand van het groepje aandacht had voor wat de anderen hadden zitten doen. Studies die je met enige moeite leest, vaak moeizamer na de tweede, na de derde, na nog een bladzijde, wat me niet zelden met Robberechts overkomt; na de publicatie van Aankomen in Avignon, [Manteau 1970, 5de meridiaan, geredigeerd door Weverbergh], in de rubriek Standaard der letteren, 9 juli 1971: De verklaring van de titel "De grote schaamlippen" geeft u zelf in het boek: "De met de lippen beleden en daardoor goeddeels overwonnen schaamte. De door die belijdenis geriskeerde beschaming, niet langer nog taalvaardigheid, vakmanschap, goede smaak of kunstzin in het geding gebracht, maar heel mezelf." Kunt u in verband met deze titel enkele anekdotes vertellen ter informatie over de mentale wereld waarin we leven? [F. Depeuter]; [Robberechts:] F. Depeuter schreef dat een betere bepaling van mijn geschrift niet te geven is en dat het ook kommercieel een fantastische titel is. Maar vertegenwoordigers van de uitgeverij vroegen dat de titel veranderd zou worden in De grote schaamte. Een verdeelster verklaarde dat zij als vrouw toch bezwaarlijk een boek met een dergelijke titel kon aanbieden. [ ] Woolf over haar dagboek: thinking sometimes who's going to read all this scribble?/ Iets wat iemand later voor een essay, voor een cyclus gedichten, voor een roman of voor een biografie gebruiken kon./ Straks een photo shoot; voor een gendermagazine; en dan vergeet ik het rode halssnoer. En vrijdag dan, telefoon van iemand die wist dat een document waar we al bij al best lang op hadden zitten wachten er aan komt. Maar ik wou over x schrijven.
[Perec: Ik ben bij een vriendin (er is niets tussen ons, gewoon vrienden). Dan komt de actrice M. D. binnen. Het is een lange, mooie, goedlachse vrouw met lang blond haar; zij is naakt onder een lichte jurk. /De duistere winkel, bladzijde 133] Op zondag regende het, maar niet de hele dag. Of was het vrijdag? Er lag een dun laagje vocht over het asfalt. Plassen & takken aan de Leie-oever. De tuindeur bleef dicht. De nieuwe bewoner van het belendende pand heb ik één keer ontmoet en toen hadden we het over de vorige bewoners die ze, ze had de sleutel al, het huis was ontruimd, af en toe in het salon of in de keuken aantrof of die zich in de gang vlak bij de voordeur verstopt hadden en de deur dichtknalden voor ze het huis had kunnen betreden. Vorige zomer betrapte ik het oude wijf toen ze op een keer rond het middaguur met haar sponzige lijf over de schutting hing./ Achterin de tuin een dikke laag smoezelige bladeren. Vandaag Entetrien de Paris, van Henry Miller, en een editie van Suhrkamp met Materialien zu Brechts "Der kaukasische Kreidereis" /Bladzijde 85: Zur Politik gehöre vor allem der politische Blik, ein schwieriger, aber nützlicher Blick, meinte Brecht und verlangte, wir sollten das Foto noch einmal mit neuem Blick betrachten./ Ik had net de veggieschotel beëindigd toen y opeens aan de biljarttafel stond; ze had gereserveerd zei ze. Later op de avond komt het gesprek op het Stendhalsyndroom. [ ]
zondag 18 februari 2018
alfabet
Davide Davide is weer in Italië gaan wonen, zegt Francesca, in zijn geboortestreek, de Abruzzen. We hebben het over Géricault en Soutine. Brecht is in Berlijn.
dichter Verzorgd, gevat, goed gevoed, evenwichtig, klassiek rondbuikig, ongeïnteresseerd, weinig interessant.
Hesse Iemand heeft het over Eva Hesse. Valavond. Het antwoord op de vraag welke kunstenaar ze bijzonder vindt, is Eva Hesse.
ik iets/ iemand onrechtstreeks benoemen: x, y, z, het, hij/zij. Het genoemde zo benoemen dat individuele trekken ontbreken. Het ik/ ikpersoon, ikfiguur; kern van de benoeming; het naakte ik; geïk zonder toevoeging; denkpoging van iksubstantie, owngoal. Meervoud. een samenscholing van ikken. X en y in de periferie van het waargenomen veld. De waarnemer definieert zich als ik. Ik neem waar, onwaar, omfloerst en/of scherp. De waarnemende substantie focust op... Y maakt deel uit van het assortiment, is vergroeid met de plek. X had er zich nooit eerder vertoond.
interview De journalisten van het nieuwe magazine hadden de datum over het hoofd gezien./ Geklots. Nu ik er toch voor spek en bonen bijzit, besluit ik om me nuttig te maken. Ik sorteer de bierflesjes. Op het erf is een tikgeluid, krrrr, het gekras van een vogel, de muren klotsen. Zonlicht, blauwe hemel. Twee bejaarde dames schuiven over het brugje. Wiskunde waait open. De vraag waar en wanneer zich tijd voordeed.
krrr KRRR - KRRR - KRRR - KRRR - KRRR. Een geluid.
maandag Iemand zegt: Trouwens, Jef Geys is gestorven. Maandag. - Geys? Wanneer? - Maandag.
Messiaen Olivier Messiaen. Namiddag. Catalogue d'Oiseaux. Aan de piano: Anatol Ugorski. Twee keer Le merle bleu.
Monique Monique vindt dat ook een beginneling zich goed materiaal aanschaffen moet. Het schiet niet op met goedkope verf.
monster - Weet je waarom het monster van Loch Ness altijd onderwater zit? - Waarom zou ik dat moeten weten. - Zijn stoel staat daar. /pauze/ Toevoeging: 't Is er een van Kama. Apologie, envoie: het ik kan geen moppen onthouden.
mysterieus Charlotte zegt: mijn werk is, is, euh, is emotioneel-minimalistisch.
naakt Naked City, John Zorn. Iemand heeft het over Naked City van John Zorn, waar het letterklavier Jorn Zohn van gemaakt had. Zorn en Frisell. We hadden het over Bill Frisell. Harbourtown Blues Review en Tin Soldier in the Underwood zaten mee aan en er kwam een titel bovendrijven, Buster Teenage's Broken Toothebrush./ naakthalshoen (het) uit Hongarije afkomstig goed leggend kippenras met kale hals. naaktzadig /bij attr. gebruik is naakt beklemtoond/ (bn.) behorend tot de afdeling van planten waarbij de zaadknoppen niet in een vruchtbeginsel zijn opgesloten, tgov. bedektzadig - (plantk.) de naaktzadigen, de bloemplanten, een hoofdafdeling van de planten (Gymnospermae), gymnospermen/
Nicolo
plek Vanuit een sloep klinkt volgende mededeling: 'En dit is dan een van de geboorteplekken van...'
schaamte Productbeschaming. De Westerse beschaming: toestand van maatschappelijke, geestelijke en zedelijke superioriteit, hetzij in het alg. of zoals door tijd en plaats bepaald; /lagere wiskunde.
sloep Sloep met buitenboordmotor en nog twee zandkoekjes in de broodzak.
verwarrend Iets wat je van bvb. een accrochage zou kunnen zeggen. Woordenboeks: verkooptentoonstelling.
vliegtuig Een sportvliegtuig. Het geluid van een sportvliegtuig. Twee dames uit het Waaslandse staren naar de Rabottoren die intussen ontmanteld is; boven de ruïne een bouwkraan en ergens boven de bouwkraan het sportvliegtuigje. Aan de toren is gepeuzeld.
wit Witte bedrading. Zie je tegenwoordig vaker, iemand van wie de witte bedrading los uit broek- of vestzak hangt.
Xiaolu Guo [ ] People in march seems really happy. Many smiles. They feel happy in sunshine. Like having weekend family picnic. When finish everyone rush drink beers in pubs and ladies gather in tea houses, rub their sore foots. [Language; pocket version of A Concise Chinese-English Dictionary for Lovers, Penguin 2017; p. 31]
zakkenman Zakkenman is uit het straatbeeld verdwenen. Sinds eind vorige zomer zat ie in een bamboestruik aan de Henleykaai. Anti-boeddha. Zakken met een fortuin aan onbruik. Vijftig zakken. Steeds meer zakken. Een dam tegen kapitaalhinder.
zaterdag Overleg van het crox-team aan Leie-oever, bij Anyuta thuis. Scenario's, opties, cijfers, inhoud tot de inhoudelijke macht, appeltaart en koffie, later op de dag spaghetti met groenten en gehakt en pesto.
zondag Wat fijn dat de biomarkt ook op zondag open is. Ik koop een pot honing, want honing is op, een notenbrood en zandkoekjes.
dichter Verzorgd, gevat, goed gevoed, evenwichtig, klassiek rondbuikig, ongeïnteresseerd, weinig interessant.
Hesse Iemand heeft het over Eva Hesse. Valavond. Het antwoord op de vraag welke kunstenaar ze bijzonder vindt, is Eva Hesse.
ik iets/ iemand onrechtstreeks benoemen: x, y, z, het, hij/zij. Het genoemde zo benoemen dat individuele trekken ontbreken. Het ik/ ikpersoon, ikfiguur; kern van de benoeming; het naakte ik; geïk zonder toevoeging; denkpoging van iksubstantie, owngoal. Meervoud. een samenscholing van ikken. X en y in de periferie van het waargenomen veld. De waarnemer definieert zich als ik. Ik neem waar, onwaar, omfloerst en/of scherp. De waarnemende substantie focust op... Y maakt deel uit van het assortiment, is vergroeid met de plek. X had er zich nooit eerder vertoond.
interview De journalisten van het nieuwe magazine hadden de datum over het hoofd gezien./ Geklots. Nu ik er toch voor spek en bonen bijzit, besluit ik om me nuttig te maken. Ik sorteer de bierflesjes. Op het erf is een tikgeluid, krrrr, het gekras van een vogel, de muren klotsen. Zonlicht, blauwe hemel. Twee bejaarde dames schuiven over het brugje. Wiskunde waait open. De vraag waar en wanneer zich tijd voordeed.
krrr KRRR - KRRR - KRRR - KRRR - KRRR. Een geluid.
maandag Iemand zegt: Trouwens, Jef Geys is gestorven. Maandag. - Geys? Wanneer? - Maandag.
Messiaen Olivier Messiaen. Namiddag. Catalogue d'Oiseaux. Aan de piano: Anatol Ugorski. Twee keer Le merle bleu.
Monique Monique vindt dat ook een beginneling zich goed materiaal aanschaffen moet. Het schiet niet op met goedkope verf.
monster - Weet je waarom het monster van Loch Ness altijd onderwater zit? - Waarom zou ik dat moeten weten. - Zijn stoel staat daar. /pauze/ Toevoeging: 't Is er een van Kama. Apologie, envoie: het ik kan geen moppen onthouden.
mysterieus Charlotte zegt: mijn werk is, is, euh, is emotioneel-minimalistisch.
naakt Naked City, John Zorn. Iemand heeft het over Naked City van John Zorn, waar het letterklavier Jorn Zohn van gemaakt had. Zorn en Frisell. We hadden het over Bill Frisell. Harbourtown Blues Review en Tin Soldier in the Underwood zaten mee aan en er kwam een titel bovendrijven, Buster Teenage's Broken Toothebrush./ naakthalshoen (het) uit Hongarije afkomstig goed leggend kippenras met kale hals. naaktzadig /bij attr. gebruik is naakt beklemtoond/ (bn.) behorend tot de afdeling van planten waarbij de zaadknoppen niet in een vruchtbeginsel zijn opgesloten, tgov. bedektzadig - (plantk.) de naaktzadigen, de bloemplanten, een hoofdafdeling van de planten (Gymnospermae), gymnospermen/
plek Vanuit een sloep klinkt volgende mededeling: 'En dit is dan een van de geboorteplekken van...'
schaamte Productbeschaming. De Westerse beschaming: toestand van maatschappelijke, geestelijke en zedelijke superioriteit, hetzij in het alg. of zoals door tijd en plaats bepaald; /lagere wiskunde.
sloep Sloep met buitenboordmotor en nog twee zandkoekjes in de broodzak.
verwarrend Iets wat je van bvb. een accrochage zou kunnen zeggen. Woordenboeks: verkooptentoonstelling.
vliegtuig Een sportvliegtuig. Het geluid van een sportvliegtuig. Twee dames uit het Waaslandse staren naar de Rabottoren die intussen ontmanteld is; boven de ruïne een bouwkraan en ergens boven de bouwkraan het sportvliegtuigje. Aan de toren is gepeuzeld.
wit Witte bedrading. Zie je tegenwoordig vaker, iemand van wie de witte bedrading los uit broek- of vestzak hangt.
Xiaolu Guo [ ] People in march seems really happy. Many smiles. They feel happy in sunshine. Like having weekend family picnic. When finish everyone rush drink beers in pubs and ladies gather in tea houses, rub their sore foots. [Language; pocket version of A Concise Chinese-English Dictionary for Lovers, Penguin 2017; p. 31]
zakkenman Zakkenman is uit het straatbeeld verdwenen. Sinds eind vorige zomer zat ie in een bamboestruik aan de Henleykaai. Anti-boeddha. Zakken met een fortuin aan onbruik. Vijftig zakken. Steeds meer zakken. Een dam tegen kapitaalhinder.
zaterdag Overleg van het crox-team aan Leie-oever, bij Anyuta thuis. Scenario's, opties, cijfers, inhoud tot de inhoudelijke macht, appeltaart en koffie, later op de dag spaghetti met groenten en gehakt en pesto.
zondag Wat fijn dat de biomarkt ook op zondag open is. Ik koop een pot honing, want honing is op, een notenbrood en zandkoekjes.
donderdag 15 februari 2018
zitter
'Ik...' Ik heb genomen. Of liever: ik nam. Van nemen. Ik heb in bezit genomen. In het woordenboek staat bij nemen (overg.)/ overgankelijk. Vergankelijk: ik nam plaats. Het vergt geen inspanning van me; & de tijdsduur is relatief kort. Tussen de gebeurtenissen gelijk aan, voorbeeld, ik geef een voorbeeld, het lokaliseren van de tafel, of: iemand zegt: er is net een tafel vrij,/ wijst de tafel aan /een tafel waaraan niemand zit, [inderdaad, er zit niemand; hoeveel seconden tussen A. tafel en B. plaatsnemen/ de luxe van het plaatsnemen. Over een van de stoelen hangt een beige mantel. De formule geeft een afstands- en tijdsinterval, ik verplaats me, Hogere wiskunde:
x₁ - ( -u) t₁ = x₁ + ut₁
√ (1 - u²) √ (1 - u²), & ik neem plaats. Ik zit. Dit alles gebeurt niet met de snelheid van het licht, hoewel ik mij midden in die snelheid bevind. Niet gestoord door mijn traagheid gaat het licht z'n gangetje. Ik ben een formule, een relatief trage formule, een formule zonder pasklare uitkomst. Niet alles dringt meteen tot me door. Die beige mantel bijvoorbeeld. De mantel in aanmerking nemen; de mantel die een nieuw element aan de reeds uitgevoerde formule toevoegt: iemand die al of niet tijdelijk niet langer aan de tafel zit, liet haar mantel over de rugleuning van een van de stoelen hangen; een beige mantel; de beige mantel van een dame. De mantel stelt een eis, beantwoordt een pas na verloop van tijd in me opkomende vraag, een vraag waarop ik niettemin geen duidelijk antwoord krijg; tot de dame uit het spijsverteringsstelsel van de boekwinkel opduikt en zich zonder inspanning van mijnentwege over de mantel ontfermt. In principe hebben we elkaar niet aan te spreken; voor zover er al een vraagstelling was, hebben we beiden het antwoord. 'Ik heb mij gepermitteerd...', zeg ik. Wat heb ik mij gepermitteerd. 'Altijd hoffelijk... er zat niemand... Dus. En jij bent...? De vorige zitster. Niet: bezitster. Zitster.' Euh... ja, zegt de dame. Ze had zich aan te kleden. Dat deed ze. Ze trok de mantel aan. Uit wat ze bij had, bleek niet of ze een boek gekocht had. Geen toevoeging, geen deel voor of na, trage formules, niet meer snelheid dan de gebruikelijke lichtsnelheid.
En opeens weet ik wie Pierre is. Pierre. Veertig jaar geleden was het. De gebruikelijke snelheid. Vandaag hing hij aan de telefoon. Eerst zag ik hem niet. Nu zie ik hem wel. Dat was in de auto. Ik zat in de auto. Opeens zag ik Pierre. Veertig jaar aan de gebruikelijke lichtsnelheid. In het vegetarische restaurant, had hij gezegd; daar hadden we elkaar ontmoet. Was hij toen niet met een theaterdiva, aankomend? Weelderige haardos. Mooie jonge god. Wat deed Pierre toen? Geen idee. Ik weet het niet. Hoef ik niet te weten, wil ik niet weten. Pierre zal het me vertellen.
x₁ - ( -u) t₁ = x₁ + ut₁
√ (1 - u²) √ (1 - u²), & ik neem plaats. Ik zit. Dit alles gebeurt niet met de snelheid van het licht, hoewel ik mij midden in die snelheid bevind. Niet gestoord door mijn traagheid gaat het licht z'n gangetje. Ik ben een formule, een relatief trage formule, een formule zonder pasklare uitkomst. Niet alles dringt meteen tot me door. Die beige mantel bijvoorbeeld. De mantel in aanmerking nemen; de mantel die een nieuw element aan de reeds uitgevoerde formule toevoegt: iemand die al of niet tijdelijk niet langer aan de tafel zit, liet haar mantel over de rugleuning van een van de stoelen hangen; een beige mantel; de beige mantel van een dame. De mantel stelt een eis, beantwoordt een pas na verloop van tijd in me opkomende vraag, een vraag waarop ik niettemin geen duidelijk antwoord krijg; tot de dame uit het spijsverteringsstelsel van de boekwinkel opduikt en zich zonder inspanning van mijnentwege over de mantel ontfermt. In principe hebben we elkaar niet aan te spreken; voor zover er al een vraagstelling was, hebben we beiden het antwoord. 'Ik heb mij gepermitteerd...', zeg ik. Wat heb ik mij gepermitteerd. 'Altijd hoffelijk... er zat niemand... Dus. En jij bent...? De vorige zitster. Niet: bezitster. Zitster.' Euh... ja, zegt de dame. Ze had zich aan te kleden. Dat deed ze. Ze trok de mantel aan. Uit wat ze bij had, bleek niet of ze een boek gekocht had. Geen toevoeging, geen deel voor of na, trage formules, niet meer snelheid dan de gebruikelijke lichtsnelheid.
En opeens weet ik wie Pierre is. Pierre. Veertig jaar geleden was het. De gebruikelijke snelheid. Vandaag hing hij aan de telefoon. Eerst zag ik hem niet. Nu zie ik hem wel. Dat was in de auto. Ik zat in de auto. Opeens zag ik Pierre. Veertig jaar aan de gebruikelijke lichtsnelheid. In het vegetarische restaurant, had hij gezegd; daar hadden we elkaar ontmoet. Was hij toen niet met een theaterdiva, aankomend? Weelderige haardos. Mooie jonge god. Wat deed Pierre toen? Geen idee. Ik weet het niet. Hoef ik niet te weten, wil ik niet weten. Pierre zal het me vertellen.
Abonneren op:
Posts (Atom)






