zondag 20 maart 2016

eerste zin

Drie├źndertig jaren onafgebroken onophoudelijk worden dag aan dag nacht aan acht driehonderdvijfenzestig dagen en nachten zes uren negen minuten seconden zoveel tienden zoveel honderdsten zoveel duizendsten volledig geworden verworden ik verword ik verwerd ik ben verworden verwoord.

'Jan Emiel Daele was niet 'een goed schrijver',
' zou Jeroen Brouwers in 1978 optekenen, korte tijd nadat Daele z'n echtgenote met vijf kogels gedood en zich met de zesde van het leven beroofd had (een incident dat zich de in de Clementinelaan voordeed, vlak bij Gent Sint-Pieters), '- in zekere zin kon hij niet schrijven. Zijn Nederlands was gebrekkig, zijn woordenschat besmet, stileren vond hij nutteloos, van zinsbouw trok hij zich weinig aan, zijn literaire creaties waren moerassen van slordigheid en onmacht.'(1) De eerste zin van Je onbekende vader,(2) is van zo'n bedenkelijk niveau dat het verre van ondenkbaar is dat het met slootgrachten voorsprong de meest deplorabele eerste zin is die het Nederlands voortbracht, als de moedwillig aan dit onderwerp verknochte onderzoeker zich beperkt tenminste, om het niet nog vervelender en ingewikkelder te maken, tot wat sinds begin zestiende eeuw in dit taalgebied gepubliceerd werd. Er zijn wel meer auteurs tegenwoordig die zo'n haast maken met wat ze te vertellen hebben (of wat ze niet te vertellen hebben, wat in niet weinig gevallen zo ongeveer op hetzelfde neerkomt) dat ze de eerste zin punthoofdglad over het hoofd zien. Brouwers wijdt dit terecht niet aan excentriciteit, waar het Daele misschien wel om te doen was, stiekem, zich in zeven haasten door het eerder vermelde moeras een baan ploeteren naar het lusthof van het modernisme, maar aan klakkeloosheid en weinig behoedzame zinsbouw. Met Arends en Nescio hebben de excentrieken wat eerste zinnen en zinsbouw betreft toppen bedwongen waar zelfs iemand als Brouwers zich niet aan wagen zou.
De tweede zin van Je onbekende vader is zo mogelijk nog slechter dan de eerste. Aan Daele, maar dat wisten we, is geen stylist verloren.

(1) Jeroen Brouwers, Gezichten Gestalten; Uitg. Atlas 2011, blz. 218.
(2) Manteau 1977.

Geen opmerkingen: