29 FEBRUARI een donderdag. Eerder die dag een irritante vergadering. Juffrouw Werdenfels uit de kleren. Als zij zich uitkleedt, alles gaat uit, blijkt ze onder het blote lichaam een maatpak aan te hebben. Gênant. Verdegem verlaat het lokaal. Geen bijzonderheden.
In het kantoor is het heen & weer van een dozijn lichamen, van de handen en van de schaduwen die aan die handen vastzitten, van de nekwervels en kniegewrichten, het bedaarde heen & weer van deuren, mobieltjes en meubilair, een archiefkast die geopend, de bureaulade waar ’s ochtends vroeg een debutante plaatsnam die door Van Massenhove afgesloten en meteen daarna toch weer geopend wordt, van de namen, Verdegem, Werdenfels, Snik, en van woorden, grammatica, metonymie, leestekens, zinsconstructies, het ritselen van bladzijden, bladzijden die uit boeken gescheurd worden, kledingstukken die uit-, andere die aangetrokken, instructies die uitgevoerd, andere die over het hoofd gezien werden, van wat aangeraakt, van wat vergeten, van wat tijdens een later moment opeens niet langer belangrijk is. Daar had je Thelma weer en die rare manier van kijken van Thelma. Niet alleen haar rare manier van kijken. Eloquent, flirterig, la bella figura, zelfs als het stormt en ze met alleen dat tasje en wat ringen en juwelen om het lokaal betreedt.
Eind vorige week, een vrijdag. Dat rare gesprek met Hermeline. Geen idee hoe lang ze al voor onze organisatie werkt. Kwam in op telefonie. Een van de telefonistes, correct. Leek talent voor peuteren en snuisteren te hebben, promoveerde. Is gek op socials. Verlies haar even uit het oog en ze is met een smell-phone bezig. Ik aarzel om me hierover uit te spreken. Tijdens het opveren en wegstappen van tafel op het summum van een door een of andere hindernis veroorzaakte heupbeweging het maken van die heupbeweging met je cell-phone aanraken. Delicaat. Heb het niet zo voor dat nekwervelbelastende getik. Hermeline heeft er permanent een verblijf. Wat me om een of andere reden aan een grafsteen doet denken, Maar, wat ik zeggen wou. Hoofdpijn van dat getouwtrek met Murakami, 50 eurocent in de scheurautomaat en dan kijken hoeveel bladzijden je te pakken krijgt, schrappen, schrappen, snijden, scheuren, van alle Murakami’s, vijfenzeventig volumes als ik het goed heb, 1 volume, had Van Massenhove gezegd, daar 1 volume van maken, vijfhonderdduizend bladzijden reduceren tot 1 volume, kortom 1 katerne, tot 1 bladzijde desnoods, ik moest er even tussenuit, kop koffie, de benen strekken. We troffen elkaar aan het koffie-apparaat, vlak bij de doorgang naar het kleinste hoekje,
Hermeline met het blikje frisdrank en een broodje ham kaas, smeerboter kaas of is het hazelnootpasta, eventualiter ook een hoeveelheid met curry op smaak gebracht kippenvlees, broodje waarvan de inhoud zich intussen diep in haar spijsverteringskanaal bevindt, en met die enorme hoeveelheid voedingswaren ook nog een cell-phone, ik een kopje dat zodra het zonder inhoud komt te zitten toch opnieuw bruikbaar is, en het potlood
Ze zegt het op fluistertoon, er is geen papier, zegt ze. Piert naar het schermpje van haar cell-phone. Wat? zeg ik. Zou ze ook oortjes hebben? een haardroger? Er is geen papier, het papier is op, zegt ze.
het potlood dat ik aantrof op een met vetvlekken bevingerd vel papier waarop Thelma DAG LIEVE VRIENDEN KOMEN TERUG! LAAT ALLES NOG EVEN STAAN TOT WE ER ZIJN, DAN KUNNEN WE ER SAMEN OVER PRATEN schreef, KUSJES,
We nemen plaats aan het tafeltje aan de doorgang naar het kleinste hoekje, een potlood naast het kladje, twee kopjes, een kopje met en het kopje zonder plastic koffielepel,
Iemand opent de toiletdeur van binnenuit en daar staat Verdegem, zit nog aan de rits van z’n pantalon te friemelen, Verdegem die zich met zorgvuldige, intussen legendarische aanraking over de vele honderden bladzijden van Joyce ontfermt,
geen verhaallijn, geen ontknoping, Fons, weg met die rommel, weggooien alles wat doet alsof het betekenis is,
recent ook Compromissen aangereikt kreeg,
met Edward Beckett het gebruikelijke drama,
zodat ie uiteindelijk toch eerst wat anders doet,
Er is een doel gesteld, Verdegem, 70 bladzijden, Verdegem, en dat heeft consequenties. Maar, mijnheer Van Massenhove, wat als het een bladzijde meer is . . .
oei oei
ls ’t een bladzijde meer, Verdegem, A.U.B., dan contacteert U eerst en vooral juffrouw Werdenfels. (applaus)
oei oei
Een week of twee terug in de tijd, tijdens het ochtendbulletin, ook weer een vrijdag als ik het goed heb, vernamen we dat het record snelschrijven op naam stond van een Texaanse typiste, Mevr. Pajunas. In het tijdsverloop van 60 seconden had Stella Pajunas op een IBM electric typewriter foutloos 216 toetsen aangetikt.
Thelma nam plaats voor de mechanische schrijfmachine die we hier nog hebben, een Olympia als ik het goed heb, schoof een blanco vel in de machine, wachtte tot de secondewijzer het hoogste punt bereikt had en kopieerde in razendsnel tempo een tekst die Tuytens voorlas, een uit Korrektur van Thomas Bernhard gescheurde bladzijde, hield tegelijk de secondewijzer in de gaten, klokte af op exact 60 seconden, we bestudeerden het resultaat, wat foutloos bleek, telden het aantal toetseenheden, 380. Zeer in haar nopjes met dit wereldrecord, opende juffrouw Werdenfels de fles orange die Erroll zich voor later die dag had aangeschaft, dronk een glaasje, dan nog eentje, nog eentje, en nog eentje, tot ze de fles in wat ook een wereldrecord was tot de bodem geledigd had, en in die hachelijke roes puur voor de lol besloot ze een aanval te wagen op het nieuwe, het weliswaar niet gehomologeerde maar desalniettemin nieuwe wereldrecord. In een toestand van relatief ernstige beschonkenheid nam ze voor de mechanische schrijfmachine plaats, wachtte tot de secondewijzer op twaalf stond en deed nogmaals de tekst waarop ze eerder die dag een score van 380 behaald had, iets van Perec dus of een uit Borges, U excuseert me, die uit Bernhard gescheurde bladzijde, hield de secondewijzer in de gaten, probeerde geen fouten te maken en klokte af, nadat we voor elke fout 10 punten aftrokken, op 310 toetseenheden, een resultaat dat ik om een of andere reden pas echt indrukwekkend vond.
Wat als iemand ontdekt dat juffrouw Werdenfels helemaal niet zo onschuldig is als ze eruitziet? Als die stunt een miljoen bladzijden overbrugt . . .
Is ze al niet ter dood veroordeeld? wat heet scheuren in het Duits
en als ik vervolgens kijk naar wat vergeten werd, Heb ik iets gezegd? naar wat zich niet langer op het bureaublad bevindt, naar de vele honderden bladzijden in het haardvuur, begint het waden door een nieuwe stroom van dingen,
Chandler Yes, yes, Chandler. Hoeveel bladzijden kan het hebben? 70 bladzijden, juffrouw Snik.
finished with Chandler, Afgelopen à point Afgehandeld. Cheever, juffrouw Snik, u ziet Cheever over het hoofd. Of course, Cheever. Yes, yes, Cheever. Wat doen we met Cheever, mijnheer. 70 bladzijden, juffrouw Snik.
Cheever finished, Then one still has Carver to explore. Carver, Carver, Yes, yes, Carver. Of course, Carver. Yes. Hoeveel bladzijden Carver, mijnheer. 70. 70 bladzijden Carver, juffrouw Snik.
Kletsnatte gelaatstrekken. Hand ondersteunt boek of zit eraan vast. Het enige, zegt ze, als ze klaarkomt, dat hij dan. Het enige, zegt ze, het enige is. Maar dat ga ik niet vertellen. Dat is. Het is te vroeg. Tasten naar het riempje in de vrije val van het andere. Tasten, voelen, loslaten. Voor het aantasten begint.
De chef die in een ternauwernood zichtbare cirkel om zichzelf heen stapt, ergens met een nagel aan de buitenkant van zichzelf vastzit, tegen zichzelf aanplakt. Aan de buitenkant aan zichzelf vastgenageld. Omhulsel. Rups. Stapelt voorschrift op voorschrift, farce op farce, op correctie volgt zo goed als ogenblikkelijk nog een correctie, gekonkel bovenop gekonkel, torenhoog, tot ook Snik en Tuytens er gevangen in zitten. Om te huilen is het.
De klerezooi van wat ik niet verwacht had moeten hebben in je armen dumpen. Kunnen we dit niet elke vrijdag doen?
Hermeline, Dit A.U.B. op een andere manier formuleren. Dat de persoon die zich alles toeëigent,
Moet er nog iets zijn, lieverd, toevallig? daar niets voor in de plaats kreeg.
Ze is vast komen te zitten aan het gezicht van de ander. De blote rug, naakte handen, een gelijkbenige driehoek, haar marble print cell-phone, Waarover hadden we het. Ze bestudeert me alsof ze er van uitgaat dat ik er haar aan herinneren moet dat er geen papier Wat, geen wat? Papier. Het papier is op. De nek maakt de intussen gebruikelijke knikbeweging,
het begint met de cell-phone, met die knikbeweging, de handschoenen, met een zwarte muts,
Alle personen in gesprek. Vocale impro. Waarover ze praten kwijt in het geroezemoes. Het rent alle kanten op. (en dan vang je er enkele) Hoeveel bladzijden, mijnheer. 70, juffrouw Werdenfels, 70 bladzijden.
Een van de stagiaires, na een tussenkomst van de auteur van 3968, die na nodeloos lang nadenken hierover de verkeerde beslissing neemt, dattie 70 bladzijden, om het woord schande niet in de mond te nemen, vandepotgerukt volstrekt totaal onaanvaardbaar vindt.
nog meer onachtzaamheden: trapt tegen stoel, laat deur open staan, grijpt naast titel, bezwijkt onder het hoogtepunt.
Een andere en toch weer dezelfde stroom van dingen, Elke dag is er één uit een reeks van honderd. Tot het er één teveel wordt.
Ze gluurt naar me met dat donkere, vrolijke is-er-wat-lachje, zonder, principieel, het is het principe, zonder van de cell-phone op te kijken. O, wat vervelend, zeg ik. zij Het papier is op. Zou ze me met dat perfide kippenstronttronie aankijken, glimlach tikje hier, tikje daar, als ik voor de grap in m’n nieuwe bermuda naast haar opgedoken was of gekscherend he schatje wat is dat voor troep op je gezicht zeg? of, lieverd, alles goed, ben je een nekwervel kwijt? Geen bermuda. Geen troep. Ronny please, empty your head before thinking. Ik tast in wat toch die bermuda is en reik haar een muntje aan, zij focust op het kopje koffie en terwijl ze daarmee bezig is, op de cell-phone, met haar rug naar me toe, stel ik vast, valt me op, zoals ik al zo vaak had opgemerkt, dat ze dat microgolfoventje waarin ze vandaag rondjekkert toch wel heel erg kort heeft. Anderhalve kilometer boven de knieën.
Er is geen wat? vraag ik. Speculatief. Iets pimpelmeesachtigs plakt aan de vensterruit. Zon. Dikke wolken als beddenlakens in het vaagblauwe uitspansel. Vermijden dat ze met een briljante bedenking op de proppen komt. scheuren in het Duits . . . Reissenspitzengefühl. Bernhard slopen en met de bladzijden die er volgens Van Massenhove nog mee door kunnen een nieuwe bouwen, het druipt van dat perfide cell-phonelachje, Ze verveelt zich. het komt haar kippenstrot uit. Dat ze daar van moeten al minstens meer dan een half uur mee bezig is. Anderhalve kilometer boven haar knieën kon je een sleutel zo omdraaien, maar meestal draaide het de verkeerde kant op. En wat heeft ze geantwoord? Weet ik niet. Er is geen wat, juffrouw Snik. Geen papier? zij (ik zag er werkelijk het nut niet van in om het daar met wie ook over te hebben)
Is de voorraad op? Wat kon ik daaraan doen. Gebruik ik toch niet, zei ik. WAT een gelaatsuitdrukking met detergent van hier tot Vladivostok. Dat smerige lachje, onveranderd, op de cell-phone tikje hier, tikje daar, broedplaats van nalatigheden, niet als zodanig bedoelde of net wel als desgewenst zodanig bedoelde ontbloting van hagelwitte tanden. Schat ik dit fout in? het lachje iets breder dan wat het een ogenblik eerder gaf.
met de cell-phone begint het, met handschoenen, met een zwarte muts, met het schaartje, het kerkhof van uit Murakami gescheurde bladzijden, het Japanse beertje met één oog aan een flinterdun koordje,
De onzichtbare hond. Memel in het foto-album. Iemand die er met zichzelf vandoor gaat. Een met het oplossen hiervan bedreigde verschijningsvorm. Op een zucht van ingeslikt worden. De onder het gordijn vandaan kruipende hond. Zoekt iets. Ze zoekt iets, zegt de zich over de hond ontfermende.
en de muts, een zwarte muts, en
een potlood, en van het schaartje het rode handvat
en op het ruitpapier een bierglas met paarsroze tulpen van Bloemen Yolande omdat het net vandaag juffrouw Werdenfels’ verjaardag is.
Thelma zegt dat ze geen dure dingen koopt. Neerwaartse blik. Slash. De gordijnen dicht.
Wat ze koopt, raakt ze toch kwijt, zegt ze, na verloop van tijd, of laat ze vallen.
Naast een blauwe aansteker kwam de opgerolde gebruiksaanwijzing van een medicament, Temesta/Temesta Expidet,
met als meest opvallende mededeling, 2. Quelles sont les informations à connaître avant de prendre Temesta/Temesta Expidet?
Ne prenez jamais Temesta/Temesta Expedit, In een bokaal ook nog twee potloden, een snijmes & een marker,
en op het scherm van een laptop van het merk Inspiron de titel van een vraagstuk: Is 80 procent van de hedendaagse kunst over 20 jaar onverkoopbaar?
In het zich in een onduidelijke fase van renovatie bevindende bureel is opeens een schaduw voor een van de venstergaten.
Waarom ik nooit papier gebruik, interessant, een goeie vraag,' zeg ik. Snik glimlacht niet, geen antwoord, staart naar het schermpje van de cell-phone, lijkt er ook niet meer over te willen horen, dus we laten het erbij, net zo goeie vrienden, finaliseren het kopje koffie.
Van Massenhove buigt zich over juffrouw Werdenfels, vraagt, waaruit scheur je, vraagt hij. Thelma gaat gedetailleerd in op wat het boek voor haar betekent. Nooit raken ze het eens over wie haar favoriete actrice is.
Ik sluit het hok af, tsjak, een geluid, gluur door het oude ruitje naar de straatgeul en het pas geasfalteerde wegdek, waar het geluid vandaan komt, en zie een hond op de stoep, zwart, groot, harig, en midden het kruispunt een door autobanden platgewalst plastic colaflesje. Ik steek m’n broek af, neem plaats op het kakmeubel, voel de specie zitten, drukken drukken, oempf, het gaat niet in 1 keer, lees iets grappigs in de krant die iemand in het hokje liet, techniek aanpassen, roef, daar gaat ie, lekker, ik veer overeind, tast naar het houdertje en besef dat Hermeline het bij het rechte eind had, het papier is op.
En daar sta ja da,n du,s aan de wegran,d boo.m
woensdag 22 juli 2026
29 februari
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten