vrijdag 20 januari 2012

Frank en Robbert gaan boodschappen

foto: Robbert en Frank, een plek voor stilte en rust

Frank zit voor een laptop. Cool. Hij komt tot leven, gradueert. Op wat Frank gradueert? Op vijf voetstappen links had hij Gropius bijgebeend en rechts vier op Lee Miller, vier, en daar ook wat schaduw bij, met name van een holenbeer vermoed ik of van de buidelrat, of van een mier desnoods. Bent u in het algemeen tevreden met uw photobox? Nee. Die van mij heb ik voor een Berlusconi ingewisseld, dat is minder ingewikkeld. Frank knikt instemmend. Ja, hij is wel tevreden met zijn photobox. Niet met het gamma, zegt hij. Ik heb het gamma een 6 op 10 gegeven, zegt hij, omdat het wat beperkt is.


Op de tafel in de hall ontdek ik een blik met peach halves. Frank is bezig. In het blik zit nog één halfje. De houdbaarheidsdatum is 31/12/2013. Marlene klimt op de stelling. Hoe vaak ik zelf op die stelling stond, herinner ik me niet. Reinhard kijkt toe, maakt grapjes, Ruggero houdt de stelling vast. Het donkert al. Ik spreek Lala aan, ze is met de linten bezig. Waar ze woont, vraag ik. In Posales, zegt ze. Posales is in het noorden van Argentinië, er is een rivier, Paraguay is vlakbij, daar woont ze.

Cool. Frank zit voor de laptop.

woensdag 18 januari 2012

woensdag 18 januari

Frank heeft zich bezeerd. Aan z'n grote teen. Naast de teennagel aan z'n linkervoet kwam een splinter te zitten. Hij kende die plek, hij was er al eerder geweest, (Pierre Michon, De Elf, bladzijde 60), of had die teen ooit in elk geval al wel eens van dichtbij bekeken. Vlak naast de teennagel, daar zat de splinter. De teen is roodachtig, net niet zo rood als een radijs. Groene klei, zeg ik, dan is de ontsteking zo weg. Klei, Frank herhaalt het woord: klei. Ja, klei, zeg ik, een wikkel van groene klei. Je brengt een wikkel met groene klei om de teen aan en dan is 't zo voorbij. Nou, sjonge jonge, mompelt Frank, klei. Groene klei, zeg ik. Dat doen katten als de ingewanden na een of ander spijtig incident opeens niet meer helemaal precies op die plek zitten waar ze horen te zitten, ze gebruiken klei. Klei, mompelt Frank. Groene klei, zeg ik. Ze zoeken een plekje met klei en wentelen zich in de klei tot alles weer op z'n plaats zit. Wat je ook kan doen, zeg ik, je zaagt de teen er af, of dat moet Robbert dan maar doen, en je stuurt het ding naar Brussel. Frank staart naar het rood aangelopen lichaamsdeel. Brussel..., zegt ie, alsof het hem al spijt dat er geen andere oplossing is. Ja, natuurlijk, Brussel, zeg ik, daar weten ze alles van dit soort dingen.
Wat ook kan: ergens op een geheime plek in het barmeubel hebben we een verbandkistje.

maandag 16 januari 2012

algo




foto's
1. Gluhwein skyscraper. Ze zijn er gisteren aan begonnen, waren bij Hanssens langsgeweest. Robbert & Frank weten wat bouwen is.
2. Een detail.
3. Het zelfportret: Simone Signoret in La mort dans ce jardin.
4. The gentlemen's gentlemen: in het stuk van Brian en Noe was het Robbert die het varken was.

zondag 15 januari 2012

zondag 15 januari


Patricia is uit Santagio de Chile, Lala uit Argentinië. Hebben we het over Argentinië gehad? Nee, we hebben het niet over Argentinië gehad.
Lala is het verkleinwoord, zegt ze. Ze is van het noorden, vlakbij Brazilië. Ook Paraguay is vlakbij, daar. Een regio waar ze weten dat er buurlanden zijn.
Marlene en Angela zitten aan een tafel in de hall, onder de blackstraler. Ruggero zegt dat het niet werkt met dat ding van Yoshi. Sjoerd is ook geweest, zegt Marlene. Reinhard van Das Pop springt binnen.
Met Lorenzo komt het gesprek op de glazen wand en hoe ze er gisteren uiteindelijk toch in slaagden om het ding verticaal te hebben.


zaterdag 14 januari 2012

wegrand

Hij staat naakt aan de wegrand, een pak, een hoed, schoenen, een tas, naakt. Naakt, zo staat hij aan de wegrand, avant tout c'est que les putes qui comptent.
Het standpunt wisselt. Hij die haar bekijkt, zij het naakte pak.
Exact op het moment dat ze langszij komt, kijkt hij een andere kant op.

woensdag 11 januari 2012

woensdag 11 januari

Antwerpen-Noord, een gebied met desolate huizenrijen, flatgebouwen, woonblokken, Siberië. Ik heb geen tomtom, zo'n ding met keurig geplooide stem die me gaat zeggen hoe het moet, dat zint me niet.
We rijden door een laan met desolate huizenrijen.

In Kruibeke deden we het tankstation. Dat is een gewoonte. In Kruibeke ga ik altijd even van de autosnelweg af. Cristina Amelia neemt De Standaard door, we drinken koffie, ze steekt een sigaret op, ik schrijf een kleinigheid. Je rookt, zeg ik. Dat vergeet ik altijd weer, dat ze rookt.
In De Standaard staat net genoeg om het aan 1 euro 30 cent te hebben. Met minder komen ze niet weg.

Beter dan wat je begrijpen kan, is wat je niet begreep. Wat is mooier dan een woord waar je bij stilstaat, en het verontrust, omdat je niet weet wat het is. Met wat we weten, schiet het niet op.
Voor Cristina Amelia was misschien zo'n woord. Ze ging er van uit dat het wijfjeshond betekende. Toen ze het daar met iemand over had, en die ander maybe zei, de betekenis van dat antwoord begreep ze later pas, ging ze voor de betekenis die het voor haar had. Or anything else, maybe.


De Argentiniëlaan, Antwerpen noord, ligt aan een spoorweg. De Luchtbal, een kroeg waar Weston en Douglas concerteerden, is vlakbij. Later gaat het naar een plek in een straat die op de Amerikalei uitgeeft en de werkplaats van Bram Van Stappen.

zondag 8 januari 2012

zondag 8 januari

Ze zit aan het venster, dacht dat niemand het zou zien. Druppels kronkelen over het vensterglas. Als ze een tel later omkijkt, doe ik alsof ik in het boek van Brouwers aan het lezen ben: Jij herinnert je: Een kamer in het paleis van Egmond te Brussel (je passeert het net), wij schrijven het jaar 1568, het is half drie 's middags: De dame drukt het dagbladbeginsel tegen haar dijen, dat doet ze snel en keurig, ze scheurt er een bladzijde uit. De hele bladzijde, een notariële rubriek, met minder is ze niet tevreden. De persoon die naast haar zat, even weg was, zegt, meteen nadat hij weer naast haar plaats nam, dat hij een ander heeft. Ze kijkt heel even om, alsof het haar verrast.

Op een perron staat een slungelige jongen met een vitrinekastje onder de rechterarm. In het notitieboekje herlees ik de zin: jongen met vitrinekastje waarin opgeprikte insekten, en dan nog een keer: jongen met vitrinekastje waarin opgeprikte insekten. Dit is geen winter, bedenk ik. Het woord opgeprikt ergert me. Dan het meisje. Ze droeg een rizlablauwe pantalon die zo strak zat dat het collants leken. Ik bevind me op ongeveer drie meter afstand, we dalen in het metrostation af. Een neger stijgend. Hij heeft een muts met oorkleppen op, alleen het smalle opwaarts verbogen neusbeen is zichtbaar. Omdat ik naar de benen en de kont van het meisje aan het kijken was, zie ik het pas op het laatste ogenblik, een tel later is hij voorbij gegleden: het vitrinekastje onder de linkerarm. Onderaan de roltrap maak ik een U-turn. Ik stap flink door, een Mahrebijn komt langszij, hij dalend, ik stijgend, z'n blik is als een degen, wat ik negeer, tot ik vier treden hogerop twee broekspijpen frontaal heb, niet van de neger, hij is verdwenen. Weer bovenaan de roltrap begrijp ik dat het geen zin had eigenlijk. Een zelfportret is het evenmin. Iemand vertelt me dat ze op een perron in Brussel Zuid een jongen met een vitrinekast gezien had, een tijd geleden, wat er in de vitrinekast zat, had ze niet kunnen zien en dat was haar bijgebleven, de opgeprikte insekten die ze niet had kunnen zien.

foto: el negocito

lorenzo

zaterdag 7 januari 2012

schaduw

Ik weet niet wat me bezielde om een stap uit het hok te zetten, en dan nog een stap, en nog een, en weer een stap, en nog een. Brrr, zei ik. Brrr, brrr. Ik had zin om meteen weer in het hok te kruipen, me in te graven onder het gore deken en onder geen enkel beding ooit nog een beweging te maken die me uit de roes van dat warme plekje vandaan zou halen.
Vijf stappen van het hok vandaan is alles anders. Ik draag een hoed, een broek, ik heb een snor, ik beweeg met een strakke elegantie die ik niet voor mogelijk hield, controleer of het vessie goed zit, stap pratend over het plein, praat tegen de koude bries die het hoofddeksel op probeert te tillen, wat bijna lukt, ik heb de borsalino stevig tegen m'n schedel te drukken, oeps, bijna. En zo is alles anders. Ik pulk aan de snorharen, ik ben trots op m'n snor, een beharing, net op die plek, wat me in het hok weerzinwekkend voorkwam, die er voor zorgt dat ik me schaamteloos met hoed en stropdas en nog wat dingen vertonen kan. Dat bosje aan de oever van m'n bovenlip. O, probleem. De snor is zo hevig dat het ding tot de tenen staat, of, bijna toch.

bierviltje



bierviltje en tandenstoker (2)
collectie Kyoko (Gent)

vrijdag 6 januari 2012

hij zegt, zij zegt

toch won Sven nog met bijna een minuut voorsprong, zegt Kevin.
Kim is klaar voor de Australian Open, bevestigde Carl.
Wat Langeveld zei: De klim bij Box Hill wordt ook voor Mark Cavendish geen walkover.
Dat is logisch, zegt Biglia, want je weet nooit wanneer ik vertrek.

Drie bladzijden sport. Ze schrijven over Coosemans, die bij Club niet langer in het doel staat, over Biglia en Clijsters en er is ook nog een stuk over Kevin Pauwels. Over meer dan wat futiliteiten hebben ze het niet. Prima. Ik wil spelen tegen Club Brugge, zegt Biglia. Dat hij tegen Club Brugge speelt, godverdomme. Ik blader door een kermis van dingen waar ik geen zak mee te maken heb. Hebben ze ooit een foto gepubliceerd van een dichter die twee woorden schrapte, verbogen over de schrijftafel in een stoïcijnse wrong, met de handen in het haar en het peertje als een holle druppel boven het gedicht. O, o, dit ziet er niet goed uit. Hij wordt gedegradeerd naar de tribune en dan gaan ze hem interviewen, he Popoulos, wat zit je hier te doen. Na je gedicht over een Poolse non had Kamp Publishers je twee gedichten op rij naar de coulissen verwezen, tijdens het toernooi kwam je er niet aan te pas en tegen de Shakespeare Seven zat je ook al op de plee.
En dan zeg je: Volgens de eindredacteur van Kamp was dat toen om mij wat rust te gunnen.

vrijdag 6 januari

osso bucco De osso bucco, het favoriete gerecht van Giorgio Morandi, wordt geserveerd met noodles die met wortel op smaak gebracht werden. Eerst was er driekoningentaart, twee stukken rond bladerdeeg, wat Lucia en Yoshi in Vollenzele gekocht hadden. Elke taart had een geheimpje. Wie het geheimpje aantrof, was koning. Later hadden we het over Hitchcock, met Wes Montgomery backstage en Robin en Yuji die zich met andere dingen bezighielden. Ook keken we naar een eucalyptus waarvan alleen een naakte stam gebleven was.

schildpad
De schildpad hebben ze van een oud vrouwtje. Ze had een parkiet en een schildpad. Het oude vrouwtje ging dood en toen kwam iemand aan de deur met een kartonnen doos en vroeg of ze de schildpad wilden. Ja, zeiden ze. Voor het soepbord is het ding te groot. Vier poten heeft het, een schild en aan de voorzijde ook nog een opening waar zich de kop bevindt. Praten doet het niet, bewegen evenmin. Het beest zou z'n winterslaap ook in de ijskast kunnen doen, zei iemand, op 7 min Celsius.


Tcheboukkiaran, zo stond het op z'n identiteitskaart. Hij was verliefd op een Gentse dame van een jaar of veertig. Zelf twintig jaar oud zag hij er als Proust uit, die net twintig jaar eerder aan zijn C'est arrivé près de chez vous begonnen was. Wie het toen als schrijver wilde maken, zag er als Proust uit. Maeterlinck had hem naar Gent gehaald, in 1907, hij schreef gedichten, kon aan de universiteit terecht, had Daniel Varoujan als nom de plume en kwam in 1915 om tijdens de Armeense genocide, hij en circa anderhalf miljoen landgenoten. In Venetië hadden ze een Armeense gemeenschap. De paters sponsorden Varoujan, zodat hij in Gent aan de universiteit beginnen kon, waar hij een thesis schreef over Jacob Van Artevelde. Met wat het Armeense klooster in Venetië hem toestopte, had hij net genoeg om er als Proust bij te lopen wat er voor zorgde dat hij de hele tijd zonder geld zat. Hij zou naar verluidt de kring van Emile Verhaeren gefrequenteerd hebben, schreef brieven die later in het Armeense klooster in Venetië belandden, waar het merendeel van wat hij geschreven had verloren ging.
Op een markt in Jerevan trof iemand die niet van het bestaan van de dichter geweten had een editie met de brieven van Daniel Varoujan, een unieke editie. Aan de Gentse universiteit, waar ze iemand hebben die alles van Varoujan afweet, wisten ze niet van het boek.

donderdag 5 januari 2012

donderdag 5 januari

Ik heb een afspraak met Iuleta Olits, geboren ergens boven de Atlantische Oceaan op een vlucht van Air France. Imagine toi, elle dis, t'es née dans une chute, la chute d'une parachute, et c'est pas la première fois que ta mère se risque l'aventure. Après tout t'as pas la moindre idée si ta grandmère avait une moustache et même, et même d'avantage, ton père est dans les décors. Iuleta is net terug uit Mozambique, zonder andere bedoeling, ze zit zonder werk, maakt foto's, haar vriend zit in Stockholm en wat anders heeft ze niet te doen.

Na de afspraak met Olits, we dineren in De Lieve, rij ik naar het woonerf. Hier tref ik Lorenzo en Marlene. Lorenzo zit aan de bestuurstafel. Het is een winderige dag, de flappen die de doorgang naar de corridor afsluiten, dansen. Ze slaan heen en weer, buiten is gekletter te horen.
In de inbox is een vloed van mailtjes. Ik snor een van de cijfercodes op, we proberen ze uit, en dan is het weer net zo stil als eerst.
Ik open het dagbladbeginsel, blader. Op bladzijde vier: 'Wie is Rick Santorum?' Met zo'n naam zou ik in de Leie springen. Het antwoord laat niet op zich wachten, een idioot.



maandag 2 januari 2012

bierviltje

Vandaag Marta Vera en Haritz Guisasola Izeta. Marta is net nog als die keer. Het was in Madrid. Ze is geen veeg veranderd, alleen de handtekening heb je aan te passen. Het was middernacht, iemand piste tegen een van de palmen vlakbij het Prado. In het Prado hebben ze El Greco, Velasquez, Goya, Murillo. Ik stond voor een Murillo. Een van de zaalwachters kwam naar me toe. Kotsen is verboden, zei ze. Maar mevrouwtje, zei ik, terwijl ik de resten van een Madrileen op haar handpalm kotste, ik kots toch helemaal niet, dit is Murillo. Daar ben ik mee opgegroeid, zei ze. Maar dat is toch compleet onverantwoord, riep ik, wat voor opvoeding is dat.

Haritz woont in een dorp vlakbij Bilbao. Hij is het er mee eens, alleen de aanbidding van El Greco telt.
Zelf had ik daar ook dat hoertje in Las Vegas en Soutine aan toegevoegd willen zien, maar aangezien alleen El Greco telt.

bierviltje en tandenstoker (1)