maandag 24 juni 2013
mededeling
In de Kortrijksesteenweg, honderd meter voor het rondpunt, waar het wegdek in beide richtingen volledig afgesloten is, staat een bord met de mededeling STERKE VERKEERSHINDER.
zondag 23 juni 2013
toilet
'Waar is het toilet?' De dame die dit vroeg, terwijl ik deed alsof ik potdoof naar een fles Manzanilla zat te staren. Laat ik om te beginnen opmerken dat haar achterwerk me bekoorde. Ze had. Maar is het werkelijk nodig om in detail te treden. Maakt het wat uit of ze een dik of een, een hoog of een, een plat of een. Een vol. Vol, halfvol, leeg. Dat is wat met de fles Manzanilla gebeurd was. In een boek dat ik ben kwijtgeraakt, las ik dat er in Afrika stammen zijn. In Afrika, jawel. Stammen waar een dik achterwerk. Met dik bedoel ik zo dik dat ik wel twee keer nadenk voor ik zo'n dame aankijk. Waar, zoals ik probeerde uit te leggen, een dik achterwerk aanzien en status betekent. Dat heb ik gelezen, jawel. Ik ben het boek kwijtgeraakt, wat er ook al niet toe doet. Nu herinner ik het me weer. Ze droeg een witte jurk die haar armen en schouders bloot liet en bij die witte jurk stelde ik me voor dat het misschien een jurk van crêpe de chine was. Ik was niet 100% zeker wat crêpe de chine was. Op de benedenverdieping waar ik toen woonde, belandde af en toe een catalogus van La Redoute, waar ik in bladerde. Telkens weer, terwijl ik dat, of je 't nu gelooft of niet, niet van plan was, maar ik deed het, telkens weer, en het kon niet zo gek lopen met de herfstcollectie of ik had meteen na het beëindigen van de lectuur al zin in wat de lente brengen zou. Over die collecties is nagedacht. En zo had ik een idee, hoe vaag ook, van wat crêpe de chine was of wat het betekenen kon. Ik had het ontkurken en ledigen van de fles Manzanilla van nabij gevolgd. Potdoof, zoals ik al zei, zat ik naar de fles te staren. Op de belendende tafel. Ik had het niet in m'n eentje weggespoeld. Op alle belendende tafels stonden theelichtjes. De muziek beviel me niet. Buiten was een gure nacht. Het beviel me niet en het beviel me toch. Ik zat ongemakkelijk weggedoken aan een tafeltje vlak bij een raam dat uitgaf op die gure nacht. Op het etiket van de lege fles Manzanilla stond een zigeunerin afgebeeld.
'Waar is het toilet,' vroeg de dame. Ik had de hele tijd, vaak onbedacht, naar haar kont zitten kijken. Ze vroeg of ik wist waar het toilet was. Om haar schouders hing de slappe arm van iemand met een zwarte vetkuif. De muziek noopte tot dansen. Wat sta jij hier, besefte ik opeens. Welke sukkel heeft bedacht dat jij enig nut had kunnen hebben. Ik stapte tussen de geluidshinder door, ging op het plein staan, zeik drentelde over het wegdek. Op het plein was niemand. Hoog aan een paal schommelde een mand. Het beviel me wel, eigenlijk, dat het moment niet meer betekenis had.
In de keet hadden ze een jonge barman, iemand van een jaar of twintig met golvende lokken en een t-shirt waarop een of andere mededeling stond. Ik bestelde een biertje, stapte tussen de lijken en de theelichtjes door. De toiletruimte was rechtsop, achterin.
'Waar is het toilet,' vroeg de dame. Ik had de hele tijd, vaak onbedacht, naar haar kont zitten kijken. Ze vroeg of ik wist waar het toilet was. Om haar schouders hing de slappe arm van iemand met een zwarte vetkuif. De muziek noopte tot dansen. Wat sta jij hier, besefte ik opeens. Welke sukkel heeft bedacht dat jij enig nut had kunnen hebben. Ik stapte tussen de geluidshinder door, ging op het plein staan, zeik drentelde over het wegdek. Op het plein was niemand. Hoog aan een paal schommelde een mand. Het beviel me wel, eigenlijk, dat het moment niet meer betekenis had.
In de keet hadden ze een jonge barman, iemand van een jaar of twintig met golvende lokken en een t-shirt waarop een of andere mededeling stond. Ik bestelde een biertje, stapte tussen de lijken en de theelichtjes door. De toiletruimte was rechtsop, achterin.
donderdag 20 juni 2013
homeless
Yesterday I had a conflict with a certain Assad. This happens quite often. I don't think that Assad is his real name, but, what I thought, as I asked him twice to confirm that singular and very specific part of his identity, is that he meant Acid or maybe he didn't want to make clear what his real name was. He lives four houses from the house where I live. Coming home after a tough day, initializing the comeback on earth of the homeless W.A.F.-team, or What A Failure we are, I noticed him sitting in a blue car, labouring the display of his mobile, in front of that little garden in front of the house, four houses away from the house where he lives. The conflict started when he stepped out of the car and pointed a sharp and far from decent look at my roots, descending from the top, where apes linger, peeling that theory he had on apes and what they should be doing instead of peeling that theory he had. It neared the tip of my tongue: honey, please, shut up. The fact that the word honey came to my mind, did distract me for a short while, as Assad, or Acid, or whatever his name is, didn't have the needs and looks to offer me that much of a sweet extra.
Much later, rivers invisible made vaste structures of blood, someone mentioned the idea to add oestrogen to the halal food Arabs eat. This most certainly would make any of these persons more acceptable.
Much later, rivers invisible made vaste structures of blood, someone mentioned the idea to add oestrogen to the halal food Arabs eat. This most certainly would make any of these persons more acceptable.
woensdag 19 juni 2013
groepsfoto
De Italiaan die het hapgrage meisje veroverde, ten koste van z'n Spaanse rivaal, wil een groepsfoto. Met z'n drieën.
Een langwerpig insect belandt op het toetsenbord van de laptop. Het komt vast te zitten tussen ¨^*$ en %ù£`. Een hand strijkt over het toetsenbord. Als we het daarover eens zijn, dat het een hand was. Het insect is zo dun dat het makkelijk tussen de toetsen door had kunnen kruipen, waar het bovendien niet eens boven uitsteekt.
Het spinnetje heeft de lamp ontruimd. Ook het web werd verwijderd. De koepel staat te huur.
Types: the Greec woman, the Russian girl, the Asian tourist, British soldiers, worm-out locals, brooding females. And a damn contrast of fact behind these thruths. The girl mentioned to be Russian is from Paris.
An African, clothed as a Russian spy, enters the scenerie.
Amidst all those decently clothed genitals swings Janis, the Australian dancer. Caroline, the French girl, is her osteopate.
She certainly never would have read Bernhard or anything else without offering the gentlemanlikeness of that bunch of lads a most promising afterthought.
Alfie, apparently gay, made school with Johnny Rotten. Ask Rotten. Same age, same genitals, same school.
Vanessa, the waitress, she's Spanish. I love her. How much exquisite a beauty.
Peter is a friend of Janis and Clive, Clive the Clown, made us laugh. Some of the other guests melted in swell laughter just as well.
What was left of all of them took left on Grassmarket. Ik staar naar de piano. Sinds meer dan een uur kleeft een insect aan de muur boven het toetsenbord.
Een langwerpig insect belandt op het toetsenbord van de laptop. Het komt vast te zitten tussen ¨^*$ en %ù£`. Een hand strijkt over het toetsenbord. Als we het daarover eens zijn, dat het een hand was. Het insect is zo dun dat het makkelijk tussen de toetsen door had kunnen kruipen, waar het bovendien niet eens boven uitsteekt.
Het spinnetje heeft de lamp ontruimd. Ook het web werd verwijderd. De koepel staat te huur.
Types: the Greec woman, the Russian girl, the Asian tourist, British soldiers, worm-out locals, brooding females. And a damn contrast of fact behind these thruths. The girl mentioned to be Russian is from Paris.
An African, clothed as a Russian spy, enters the scenerie.
Amidst all those decently clothed genitals swings Janis, the Australian dancer. Caroline, the French girl, is her osteopate.
She certainly never would have read Bernhard or anything else without offering the gentlemanlikeness of that bunch of lads a most promising afterthought.
Alfie, apparently gay, made school with Johnny Rotten. Ask Rotten. Same age, same genitals, same school.
Vanessa, the waitress, she's Spanish. I love her. How much exquisite a beauty.
Peter is a friend of Janis and Clive, Clive the Clown, made us laugh. Some of the other guests melted in swell laughter just as well.
What was left of all of them took left on Grassmarket. Ik staar naar de piano. Sinds meer dan een uur kleeft een insect aan de muur boven het toetsenbord.
buren
Ze hebben de aanplant gesnoeid. Van alle struiken in beide belendende tuinen hebben ze tot de maximaal toegestane reikwijdte van 50cm alle takken verwijderd. Wat ze over hoofd zagen, is dat ze dat niet kunnen doen zonder het daar eerst met de betreffende buur over te hebben en dat het ook dan, als het hierover tot een overeenkomst komt, de buur is die het snoeiwerk uitvoert. Kortom, je kan niet zomaar in een belendende tuin gaan snoeien. Het wijf, in de buurt wordt ze Bol genoemd, omdat ze inderdaad zo dik, klein en rond is dat ze op een bal lijkt, deed het snoeien niet zelf. Ze heeft een handlanger. De handlanger keilde het snoeihout in de belendende tuinen. Vanop het eerste is makkelijk de ravage te zien die ze hebben aangericht. De struiken in de andere buurtuin, die van huisnummer 180, bieden een troosteloze aanblik. Het lijkt wel alsof ze de takken met een botte bijl bewerkten. Het gekke is dat alleen Bol tegen de aangerichte schade aan te kijken heeft. De niet eens zo lang geleden paars bloeiende haag van seringen ziet er uit alsof een bom op het areaal viel. Van Bol wordt gezegd dat ze met de hele buurt in onmin leeft, wat me niet verbaast.
dinsdag 18 juni 2013
lamp
Een spinnetje nam z'n intrek in de koepel van de bureaulamp. Het is een klein spinnetje, geel van kleur, druk in de weer. Vliegjes dansen in het gele licht. Verticaal geklasseerd komen ze in het dunne web te hangen, net zo geel en doorzichtig als het spinnetje. Heel erg soms weten ze zich te bevrijden. Dat lukt alleen als ze tegen de rand van het web aanvliegen. Als ze ergens in het midden tegen het spinnenweb ploffen is hun lot bezegeld.
Of het spinnetje ook grotere insecten doet, mug, mot, is niet bekend.
Of het spinnetje ook grotere insecten doet, mug, mot, is niet bekend.
zondag 16 juni 2013
reeks
1) De zwarte aktentas op een van de barkrukken. Een tot een koker van circa 150cm opgerolde hoeveelheid papier. Een thermos, het kopje koffie. Een gele koptelefoon zonder kabeltje en een kartonnen doos van een lamineerapparaat of backloader. De rolstoel. Een gele schouder- of draagtas met het opschrift XUPING JEWELRY. Een potlood, de lintmeter. Een flesje frisdrank van 0,5L met blauwe schroefdop. Twee pakjes Sportlife extramint op de zitting van een stoel. Gekke objecten. Een ooit in z'n geheel open gegooide rol behangpapier, beschilderd aan één zijde, later weer opgerold op zo'n manier dat het een slappe opeenstapeling van golvend papier werd. Okerkleurige scheurresten, een waterpas, een Engelse sleutel, een bakje aardbeien, 3 perziken, een hamer. Een doos suikerwafels - Gaufres sucrées - waarin zich naast een bol touw, een lintmeter, een koordje, transparante tape, een snijmes met grijs handvat en een wit doosje ook nog een dubbelgevouwen A4tje bevindt. De blauwe promotas van een bedrijf uit Vlierzele. Een rechthoekige stok van circa 100cm met één groene zijde. Het groene etuï.
2) Fragmenten van. Bijna leeg. Het apparaat zou zich in de doos bevinden. Een van de hoeken is verstevigd met grijze tape. Eerst 8 keer, dan 11 keer. Meenemen naar croxaphox aub. Herleid tot de contour van een Haflinger merrie. Opeengestapeld. Nam plaats op. Vlak bij de grens met Frankrijk. Hadden elk een vraag te beantwoorden.
3) Met de kop van een hamer op een nagel kloppen tot ie in de muur vastzit. Uitvoerig ingaan op een terloops gestelde vraag. Op het woonerf zitten, in de zon, en naar het beeldscherm van een laptop kijken. Met iets bezig zijn. Op een foto gebaseerd zijn.
2) Fragmenten van. Bijna leeg. Het apparaat zou zich in de doos bevinden. Een van de hoeken is verstevigd met grijze tape. Eerst 8 keer, dan 11 keer. Meenemen naar croxaphox aub. Herleid tot de contour van een Haflinger merrie. Opeengestapeld. Nam plaats op. Vlak bij de grens met Frankrijk. Hadden elk een vraag te beantwoorden.
3) Met de kop van een hamer op een nagel kloppen tot ie in de muur vastzit. Uitvoerig ingaan op een terloops gestelde vraag. Op het woonerf zitten, in de zon, en naar het beeldscherm van een laptop kijken. Met iets bezig zijn. Op een foto gebaseerd zijn.
zaterdag 15 juni 2013
drek (5)
Feigenbaum, Wurm, Vlol, drie namen die met enige regelmaat opdoken in het schriftje dat ik eerder die dag in de binnenzak van het jasje van vaandrig Nurgemuse aangetroffen had. Nurgemuse. Het stond in piepklein kriebelschrift op de eerste bladzijde van het schriftje en het was het enige wat er stond. De gladde kaft had het doffe karakter van hondenleer en was net als wat van het binnenwerk restte aangevreten door vocht en uitwerpselen. De snede van het dunne boekje had ooit een magentarode kleur gehad, zoals het schriftje waarin ik zelf van tijd tot tijd wat notities bijhield. Dat schriftje was ik een dag eerder kwijt geraakt. Het had drie weken aan een stuk geregend. We waren niet van plan geweest om in het verrekte klerelijersgat te blijven, waar op een onder water gelopen bietenveld en het uitzicht op een hoogspanningskabel na weinig te beleven was. Omdat er geen wijven waren had Horst von Stroh een zeug geneukt. Een gat is een gat. Ik wist niet hoe een marsmannetje er uitzag, maar als het al op wat leek zat von Stroh voorin. Drie weken van stortregen hielden ons aan het klerelijersgat gekluisterd. Op een avond sneden we de zeug de keel over, waar de klerelijer, die zelf tot het besluit gekomen was dat dat het enige was wat we konden doen om te redden wat van zijn vege lijf gebleven was, zo het hart van in was dat hij tot 's ochtends vroeg in de modder kroop tussen de ingewanden en de darmen en wat van het regiment overbleef. Ik kende de buurt wel een beetje. De dorpskern hadden we zelf uitgebrand, een dozijn ouderlingen, kinderen, wijven, borelingen, een gladjanus die zich in open veld in een hooiopper verstopt had. Ik kende de buurt omdat ik er eerder geweest was, als student, niet eens zo lang geleden dat ik daar van wakker liggen moest, de kippen op het dorpsplein waren dezelfde die ik er tijdens het werk aan m'n scriptie waargenomen had. Ik wist de plekken waar kinderen op visjes joegen, het jaagpad van Jeanne als ze tussen de struiken verdween en naar achter ging.
Met het schriftje van, hoe heet ie weer. Nurgemuse. Met het schriftje van Nurgemuse heb ik het enige wat rest van de dagen in het dorp. Een document. Ik pulk aan de bladzijden. Doucement. Het boekje is een platte brij. Horst. Wat van Horst bleef. Kokhalzend kroop ik onder een van de karren. Rond het middaguur ging het geschut liggen. Ik moet toegeven dat ik niet wist wat me overkwam. Ik zette het op een lopen, viel, struikelde, kroop als een hond, van m'n studie was niet meer gebleven dan het jaagpad van Jeanne. Twee jaar eerder was ik langs het jaagpad, dat zich in de vallei vlak bij de oever van een traag stromende waterloop bevond, naar een van de heuveltoppen geklommen. Ik hield notities bij, daar was ik mee begonnen toen ik zeven was, en had het vlindernet dat Dmitri me gegeven had. Toen zocht ik naar sporen van de Geotrupes stercorarius, de mest-, of drekkever, zoals het doorgaans donker gekleurde specimen van de onderfamilie van Coprinae genoemd wordt. In het dal klungelde een klokje, ijl als de hik van een lamme hond, een gaai vloog op uit het struikgewas, in het teerblauwe uitspansel boven de kruinen was een net van flinterdunne wolken. Eerst was er alleen de rivier geweest, anderhalf uur, uit het dunne tapijt dook een vissenlijf op en uit een boom die vlak bij de glimmende stroom stond plukte ik een kleine, gladde appel, ik beet in de zure vrucht, spoog het vruchtvlees uit, wierp de appel in de gladde en trage stroom. Wat verderop deed ik mijn gevoeg aan de rand van een vers geploegde akker. Later, in Tübingen, op het kamertje bovenin de toren, herinnerde ik me een versregel.
Ik kroop tussen de struiken waar Jeanne verdwijnt. Over het schriftje van Nurgemuse druipt het slijk van haar geploeter. Heb ik u verteld dat Nurgemuse een blonde jongen was? Laat ik me wat Nurgemuse betreft aan de verleden tijd houden. Was. En als u nu eerst even een andere kant opkijkt of zo hoffelijk bent dat u best over het hoofd wil zien dat ik tot m'n knieën in de drek sta... Nurgemuse was niet alleen blond, hij had zweren op z'n gat, wat ik niet geweten had als hij er niet zelf de hele tijd door over bezig was geweest, en aan het eind, het kortste, waar we allemaal aan trekken op een of andere dag, toen hij met dat goddelijke snorretje en z'n glimmende bakkes vol als een aardappel in de modder lag en zo begon te stinken dat ik me van kop tot teen inwreef met de drek die die lui van Przt over ons heen gekegeld hadden. Tonnen stront hadden ze over het gehucht gekegeld. He, meissie, ja, jij daar, in welk jaartal hebben ze dat klerescrotum van je gedumpt. 2013. En jullie zitten televisie te kijken? Dat verbaast me geen zak. Ik had m'n bajonet tussen de benen van Nurgemuse gewrongen, benieuwd of 't ie ballen had of een meissie was. He, Vlov, hou daarmee op, zeiden ze. Een van de jongens vloekte, stond opeens tot z'n strot in een kuip met stront. Fuck. Ik tilde Nurgemuse met een riem boven de drek uit, tastte in de zakken van het vessie. Een zwart schriftje, potverdraaid, meer had hij niet bijgehad. Nurgemuse was zo dom, bij leven en welzijn, dat we eigenlijk niet eens wisten hoe dom hij was. Dus ik staarde naar het schriftje, verontrust. Ik had net zo'n schriftje gehad. Godverdomme. Dus die Nurgemuse is een poeet of zo, bedacht ik, toen ik door de drek naar het talud kroop, het petje van Feigenbaum was op het voorplecht van een kar beland wat als een toonbeeld van hoe het moest midden de drek was blijven staan. Zo dom was Nurgemuse dat hij zelfs als hij een nijlpaard geweest was toch verdronken was. Ik peuterde aan het schriftje.
Met het schriftje van, hoe heet ie weer. Nurgemuse. Met het schriftje van Nurgemuse heb ik het enige wat rest van de dagen in het dorp. Een document. Ik pulk aan de bladzijden. Doucement. Het boekje is een platte brij. Horst. Wat van Horst bleef. Kokhalzend kroop ik onder een van de karren. Rond het middaguur ging het geschut liggen. Ik moet toegeven dat ik niet wist wat me overkwam. Ik zette het op een lopen, viel, struikelde, kroop als een hond, van m'n studie was niet meer gebleven dan het jaagpad van Jeanne. Twee jaar eerder was ik langs het jaagpad, dat zich in de vallei vlak bij de oever van een traag stromende waterloop bevond, naar een van de heuveltoppen geklommen. Ik hield notities bij, daar was ik mee begonnen toen ik zeven was, en had het vlindernet dat Dmitri me gegeven had. Toen zocht ik naar sporen van de Geotrupes stercorarius, de mest-, of drekkever, zoals het doorgaans donker gekleurde specimen van de onderfamilie van Coprinae genoemd wordt. In het dal klungelde een klokje, ijl als de hik van een lamme hond, een gaai vloog op uit het struikgewas, in het teerblauwe uitspansel boven de kruinen was een net van flinterdunne wolken. Eerst was er alleen de rivier geweest, anderhalf uur, uit het dunne tapijt dook een vissenlijf op en uit een boom die vlak bij de glimmende stroom stond plukte ik een kleine, gladde appel, ik beet in de zure vrucht, spoog het vruchtvlees uit, wierp de appel in de gladde en trage stroom. Wat verderop deed ik mijn gevoeg aan de rand van een vers geploegde akker. Later, in Tübingen, op het kamertje bovenin de toren, herinnerde ik me een versregel.
Ik kroop tussen de struiken waar Jeanne verdwijnt. Over het schriftje van Nurgemuse druipt het slijk van haar geploeter. Heb ik u verteld dat Nurgemuse een blonde jongen was? Laat ik me wat Nurgemuse betreft aan de verleden tijd houden. Was. En als u nu eerst even een andere kant opkijkt of zo hoffelijk bent dat u best over het hoofd wil zien dat ik tot m'n knieën in de drek sta... Nurgemuse was niet alleen blond, hij had zweren op z'n gat, wat ik niet geweten had als hij er niet zelf de hele tijd door over bezig was geweest, en aan het eind, het kortste, waar we allemaal aan trekken op een of andere dag, toen hij met dat goddelijke snorretje en z'n glimmende bakkes vol als een aardappel in de modder lag en zo begon te stinken dat ik me van kop tot teen inwreef met de drek die die lui van Przt over ons heen gekegeld hadden. Tonnen stront hadden ze over het gehucht gekegeld. He, meissie, ja, jij daar, in welk jaartal hebben ze dat klerescrotum van je gedumpt. 2013. En jullie zitten televisie te kijken? Dat verbaast me geen zak. Ik had m'n bajonet tussen de benen van Nurgemuse gewrongen, benieuwd of 't ie ballen had of een meissie was. He, Vlov, hou daarmee op, zeiden ze. Een van de jongens vloekte, stond opeens tot z'n strot in een kuip met stront. Fuck. Ik tilde Nurgemuse met een riem boven de drek uit, tastte in de zakken van het vessie. Een zwart schriftje, potverdraaid, meer had hij niet bijgehad. Nurgemuse was zo dom, bij leven en welzijn, dat we eigenlijk niet eens wisten hoe dom hij was. Dus ik staarde naar het schriftje, verontrust. Ik had net zo'n schriftje gehad. Godverdomme. Dus die Nurgemuse is een poeet of zo, bedacht ik, toen ik door de drek naar het talud kroop, het petje van Feigenbaum was op het voorplecht van een kar beland wat als een toonbeeld van hoe het moest midden de drek was blijven staan. Zo dom was Nurgemuse dat hij zelfs als hij een nijlpaard geweest was toch verdronken was. Ik peuterde aan het schriftje.
vrijdag 14 juni 2013
kliklijn
Geachte Mevrouw de Inspecteur, of anderzijds eenieder die het mag aanbelangen om kennis te nemen van hier volgende feiten en daar naar best vermogen hetzij enige bedenkingen of althans nuttige overwegingen aan toe te voegen, zijnde deze waarvan ik mij, binnen de context van het bescheiden speurwerk dat ik verrichte, a priori onthou, om de zaak, zoals U zo meteen zelf zal kunnen zien, niet nodeloos ingewikkeld te maken, hetzij, zoals mijn echtgenote zopas kwam te zeggen, om zelf de hier ten behoeve van gezond staatsbelang te berde gebrachte malversaties nader uit te spitten. Want, ik mag U wel zeggen dat ik met verbijstering kennis nam van de drieste plannen van Smulz, zoals hij hier bij eenieder in de buurt bekend staat, een naar ik meen ook bij Uw diensten niet onbekend individu aangezien hij lange tijd als keukenstulpje op de Congoboot gewerkt zou hebben. Die Smulz, geacht Orgaan van Controle, die is voor geen gat te vangen. Zeker, hij heeft op de Congoboot gewerkt, waar hij graag mee uitpakt, maar wat, Hooggeëerde Mevrouw de Controleur, als U mij tenminste toestaat om dit op te merken, wat zou een nietsnut als Smulz daar uitgevoerd hebben, op die Congoboot, trouwens, zoals U weet, die een nieuwe en naar verluidt definitieve bestemming kreeg. Maar laat ik U inderdaad niet langer lastigvallen met zaken die U toch al weet en overgaan tot aangifte van de bezwarende feiten, zijnde het oprichten, of liever, het heroprichten van de Rote Armee Fraktion, wat Smulz op tafel wierp. Jawel, jazeker, er staat wat U leest. Smulz, gisteravond, terwijl hij ongetwijfeld wel al wat te diep in het glas gekeken had, een uitdrukking die ook Uw dienst ongetwijfeld niet onbekend is, betoogde dat de Rote Armee Fraktion, dat heb ik, neem me niet kwalijk, meteen opgezocht, wat dat is, heropgericht hoorde te worden, maar dan als W.A.F., of Weisse Armee Fraktion, institutioneel gesteund, zo vernamen we, door de Verenigde Naties, om aldus het geleuter over de globaal over zowel het noordelijk als zuidelijk halfrond spattende drek van het hogere belang een halt toe te roepen. Een verzachtende en desnoods als lachwekkend in te schatten bijkomstigheid: Smulz argumenteerde dat de biogenetische Wetenschap intussen ongetwijfeld in zo'n staat van spitstechnologisch summum verkeert dat elk als zodanig bekend staand individu, waarvan hij de totale populatie op ruim twintig miljoen schatte, makkelijk in een pinguïn veranderd zou kunnen worden. De pinguïnisering, zo vernam ik, van het politieke en economische apparatus, van de imbecielen zoals hij het noemde, zou bovendien ook onbevroede mogelijkheden bieden aan een meer ecologische exploitatie van de Noordpool, waar de soort binnen de toenemende beperkingen van het territorium een veilig onderkomen zou kunnen vinden. De W.A.F. kortom zou onder geen beding ooit overgaan tot rechtstreekse eleminatie van burgers, zoals tegenwoordig af en toe gebeurt, hierbij baseer ik mij op gegevens die in huiselijke kring circuleren, zelf heb ik helaas zelden de tijd om het avondjournaal bij te wonen, maar hoogstens tot de uitvoering van wat eventualiter een biologisch compromis genoemd zou kunnen worden. Tenzij anderen U reeds van deze Theorie van Smulz op de hoogte gebracht zouden hebben, verblijf ik, Hoogachtend.
alles
Jura and Sabbo took 3 bottles of beer. Dat staat op een papiertje.
Tijd voor nog een koffietje.
Alles goed? Nee.
Bizar hoe hij op z'n werk begon te lijken. De persoon die dit zegt, neemt een boekje door.
Hoe het precies zat, weet ik niet.
Het had met een vrouw te maken.
Als alles goed zou zijn, dan zouden er geen kranten zijn.
Op alles goed antwoordt ze altijd ja, zegt ze. Ik zeg altijd ja, zegt ze.
Daar is geen haast bij.
De persoon die het boekje doorneemt, struikelt over nog wat foto's.
Elke ochtend wakker worden en daar wenkt een nieuwe dag.
Ninke van animatie bestelt een pintje.
Op alles goed antwoorden met de blitzkrieg van een dubbelzinnig en als zodanig bedoeld nee.
Bijna alles goed, vragen ze dan. Nee.
Tijd voor nog een koffietje.
Alles goed? Nee.
Bizar hoe hij op z'n werk begon te lijken. De persoon die dit zegt, neemt een boekje door.
Hoe het precies zat, weet ik niet.
Het had met een vrouw te maken.
Als alles goed zou zijn, dan zouden er geen kranten zijn.
Op alles goed antwoordt ze altijd ja, zegt ze. Ik zeg altijd ja, zegt ze.
Daar is geen haast bij.
De persoon die het boekje doorneemt, struikelt over nog wat foto's.
Elke ochtend wakker worden en daar wenkt een nieuwe dag.
Ninke van animatie bestelt een pintje.
Op alles goed antwoorden met de blitzkrieg van een dubbelzinnig en als zodanig bedoeld nee.
Bijna alles goed, vragen ze dan. Nee.
woensdag 12 juni 2013
objet tracé
épreuve
Een bezem. De bezem staat tegen een muurtje aangeleund. Het is een korte muur. Kort en 'zo' hoog. Gerd weet wat ik hiermee bedoel. Kijken is niet altijd zien, zegt hij. Hij zat aan het barmeubel, had dorst, we dronken.
Ik vertelde wat ik een tijd geleden in de White Cube in Londen meegemaakt had. Het werk dat er aan de muren hing, interesseerde me niet. Ik begon naar de mensen te kijken die in de zaal stonden. Het meisje aan de desk was kortgerokt en droeg gladde, glimmende hakken. Ook dat was een reden om niet te kijken naar wat aan de muren hing. Een handlanger stond de lijst van een van de hoge ramen glad te maken. Hij droeg een kiel. Hij stond lichtjes schuin als iemand die zich zo meteen aan een danspasje had kunnen wagen. Hij ging zo op in het werk dat alles wat hij deed deel ging uitmaken van wat er was. Er was een bankje. Ik ging op het bankje zitten, keek naar de man in de grijsblauwe kiel. Zijn aanwezigheid in het gebouw beviel me. Het kortgerokte meisje repte zich naar de inkom, een ronde constructie van immaculaat glas opende, ze had er tegenaan kunnen botsen maar dat deed ze niet, ze wist exact hoeveel tijd het zou nemen voor de glazen wand helemaal openstond of in elk geval net zo wijd stond dat zij tussen het glas door naar de straatkant glippen kon waar iemand die op een scooter zat haar opwachtte. Ze babbelden. Ik keek naar de man in de grijsblauwe kiel.
Zo leunt de bezem tegen het muurtje, als de man in een grijsblauwe kiel. In principe hoort de man in de grijsblauwe kiel over het hoofd gezien te worden. Zijn betekenis is nihil. In White Cube hadden ze, herinner ik me, werk van een Zweedse kunstenaar. Daar ging het om, er was een zaaltekst, een surveillant keek onverschillig naar me om. Een voor een haalde ik de schilderijen van de Zweedse kunstenaar van de muur, wat de surveillant niet merkte, hij bekeek me wel maar zag niet wat ik deed. Ze losten op, terwijl ik naar ze keek, in een zuiver en egaal wit.
De bezem.
Aan de steelpunt zit groene tape. De bezem staat schuin tegen het muurtje. Ook de borstel, onderaan, staat schuin op het muurtje. Gerd toont me een foto. In de zaal zijn Guy en Sabbo bezig. Ze ontmantelen de presentatie. Jura duikt op uit de videoruimte. Gerd had gezegd dat hij dislectisch is. Het lezen van een halve bladzijde kost hem zoveel moeite dat hij er al na twee zinnen hoofdpijn van krijgt. Om die reden beperkt hij zich tot kijken en praten.
Een bezem. De bezem staat tegen een muurtje aangeleund. Het is een korte muur. Kort en 'zo' hoog. Gerd weet wat ik hiermee bedoel. Kijken is niet altijd zien, zegt hij. Hij zat aan het barmeubel, had dorst, we dronken.
Ik vertelde wat ik een tijd geleden in de White Cube in Londen meegemaakt had. Het werk dat er aan de muren hing, interesseerde me niet. Ik begon naar de mensen te kijken die in de zaal stonden. Het meisje aan de desk was kortgerokt en droeg gladde, glimmende hakken. Ook dat was een reden om niet te kijken naar wat aan de muren hing. Een handlanger stond de lijst van een van de hoge ramen glad te maken. Hij droeg een kiel. Hij stond lichtjes schuin als iemand die zich zo meteen aan een danspasje had kunnen wagen. Hij ging zo op in het werk dat alles wat hij deed deel ging uitmaken van wat er was. Er was een bankje. Ik ging op het bankje zitten, keek naar de man in de grijsblauwe kiel. Zijn aanwezigheid in het gebouw beviel me. Het kortgerokte meisje repte zich naar de inkom, een ronde constructie van immaculaat glas opende, ze had er tegenaan kunnen botsen maar dat deed ze niet, ze wist exact hoeveel tijd het zou nemen voor de glazen wand helemaal openstond of in elk geval net zo wijd stond dat zij tussen het glas door naar de straatkant glippen kon waar iemand die op een scooter zat haar opwachtte. Ze babbelden. Ik keek naar de man in de grijsblauwe kiel.
Zo leunt de bezem tegen het muurtje, als de man in een grijsblauwe kiel. In principe hoort de man in de grijsblauwe kiel over het hoofd gezien te worden. Zijn betekenis is nihil. In White Cube hadden ze, herinner ik me, werk van een Zweedse kunstenaar. Daar ging het om, er was een zaaltekst, een surveillant keek onverschillig naar me om. Een voor een haalde ik de schilderijen van de Zweedse kunstenaar van de muur, wat de surveillant niet merkte, hij bekeek me wel maar zag niet wat ik deed. Ze losten op, terwijl ik naar ze keek, in een zuiver en egaal wit.
De bezem.
Aan de steelpunt zit groene tape. De bezem staat schuin tegen het muurtje. Ook de borstel, onderaan, staat schuin op het muurtje. Gerd toont me een foto. In de zaal zijn Guy en Sabbo bezig. Ze ontmantelen de presentatie. Jura duikt op uit de videoruimte. Gerd had gezegd dat hij dislectisch is. Het lezen van een halve bladzijde kost hem zoveel moeite dat hij er al na twee zinnen hoofdpijn van krijgt. Om die reden beperkt hij zich tot kijken en praten.
berceuse
Op Art Brussels staat Sabbo naast Luc Tuymans. Iemand maakt een foto. Tijdens de eindejaarspresentatie hangt de foto in het decor van een slaapkamer. Op de kussensloop is een portret van Tuymans. Ook het donsdek en het behangpapier hebben een Tuymansmotief. Het portret van de wereldberoemde kunstenaar is gereduceerd tot slaapkamermotief.
Belarus
In Belarus hebben ze een dictator. Hij is de baas. Als iemand in Molodechno graffiti op de muur van een rijwoning kladt, wacht celstraf. 7 jaar krijg je als ze je betrappen met 1 gram marihuana op zak. 's Avonds is er een gala-diner. Na de derde gang, en een aantal niet bijster verstandige opmerkingen van de partijsecretaris, verontschuldigt de dictator zich. Hij stapt door een corridor, de feestelijke verlichting is die van een zonsondergang, opent een deurtje, opent de gulp van z'n broek, haalt z'n lul tevoorschijn, plast.
maandag 10 juni 2013
moment
Ik zal u vertellen over iets wat ik een hele tijd geleden heb meegemaakt. Ik woonde in Spanje. Eerst had ik een week op het appartement van Declan Grant geslapen, in het groezelige centrum van Màlaga stad, op het tweede. Met iemand die ik nu Guillermo noem, z'n naam ben ik vergeten, zaten we naar een match van Barcelona te kijken. Af en toe zakte Guillermo naar Algecuiras af, waar z'n ouwe moedertje woonde. Dan was hij drie vier dagen pleite, we wisten dat we z'n goddelijke lach zouden missen, waar we niet druk over deden, Guillermo had die verrukkelijke charme van iemand die zich helemaal nergens over opwond, wat hij deed wist niemand, we gingen er ook niet van uit dat hij wat deed of meer deed dan pilsjes drinken, af en toe z'n ouwe moedertje bezocht, af en toe z'n broek afstak, af en toe ondersteboven boven de toiletpot hing en uit Algecuiras zo'n hoeveelheid pek meebracht dat iedereen die het spul wilde over Guillermo geen kwaad woord had willen zeggen. Ik sliep op de sofa naast het televisietoestel. Na een week of zo vond ik een appartementje. Grant had er gewoond. Met de hospita heb je op te letten, zei hij: geld, wat anders interesseert haar niet. Ik woonde er al bijna een jaar toen ik op een ochtend, eind mei, de auto nam en naar Rincon de la Victoria reed, een negorij aan de Middellandse zee, twintig kilometer buiten Màlaga. Over de baai hing een blauwe schemering. Ik liet de auto aan het strand, klom naar het hoogste punt van de rots. Tien jaar eerder had ik exact op die plek naar de baai staan kijken. Toen was 't een brute rotsbult geweest. Dit keer kreeg ik een tegelpad dat tot het hoogste punt van de rots ging. De promenade bovenop de rots was afgeboord met muurtjes. Ik klom over een van de muurtjes, stapte naar de klif. Stemmen waaiden over de klif. Over de zee hing het blauwe licht van een late nacht. Ik begreep dat alles ophield en opnieuw zou beginnen. Ik keek naar de zee die zich diep onder me bevond. De stemmen van mensen die zich op het strand bevonden gleden over de klif. Alles is mogelijk, besefte ik opeens. Het rad was tot stilstand gekomen. Ik stond buiten het rad, keek naar de zee.
Abonneren op:
Posts (Atom)