zondag 16 april 2017
vrijdag 14 april 2017
plekken
Een titelloze editie van NV Weenenk & Snel te Baarn. Geen postzegel, wel afgestempeld: is uw adres niet juist en volledig vermeld licht dan afzender in. De ansicht had een geadresseerde. De inkt evenwel is zo dun geworden dat het onleesbaar werd. Van het reisgezelschap zijn alleen nog de namen van Nele en Greet zichtbaar en een enigmatische toevoeging, XO, een rode en grotendeels uitgesleten stempelafdruk.
Beograd. Afgestempeld in Belgrado op 4 augustus 1963 en bedoeld voor het echtpaar Decaluwe wonende in de Gemeentestraat te Antwerpen. 3 - 8 - 63. Beste ouders, Wij hier goed aangekomen in Belgrado. Maar het volk heeft een zeer aardige mentaliteit, tegenover bij ons. Wij hebben hier gegeten (heel aardig eten) en gaan nu verder naar Larissa, Griekenland. Beste ouders goedendag en dikke kussen van uw zoon Georges. Hier werd in een ander handschrift de mededeling Yogoslovu toegevoegd. Wat we lezen, is: Beste Pa en Ma, ge moet u niet ongerust maken hoor, het is hier een van de pot gerukte beestenboel maar we stellen het goed. En lang blijven we hier niet hangen. Wat was dat daar op uw bord, Serge, hondenkloten?
Civet de Langouste a la Catalane. Recette N° 136 [helemaal bovenaan links met balpen toegevoegd: une recette de plus], Cliché Appollot, Grasse. Imprimé en France en afgestempeld in Port-Vendres op 18 februari 1973. Postzegel van 0,60F met een beeltenis van Napoleon Bonaparte. Geadresseerd aan iemand die op dat moment in Almeria, Espagne, op camping La Garrofa verblijft. Garrofa, het johannesbrood [roodbruine, eetbare peulen van de johannesbroodboom]. Port Vendres ce 17 - Excellent voyage - Vent d'est terrible. Soleil et froid. Pensais bien à vous avec envie. Pas question de se mettre torse nu à n'importe quelle heure. Très amicalement, [onleesbaar].
Amsterdam. Gezicht op het Y. View at the Y. Vue sur l'Y. Ansicht vom Y. Geen bijzonderheden. Interessant kiekje dat me om een of andere reden aan Birds van Hitchcock doet denken. De invalshoek is uitgesproken filmisch. Het kaartje heb ik niet van m'n reguliere leverancier, die z'n kraampjes vlak bij de hoek met Vits-Staelens heeft en intussen ook wel min of meer weet wat ik zoek, maar van iemand die me voor 5 euro een schoendoos propvol ansichts toestopte en met 3 euro extra nog een doos. Over die enorme verzameling, alles bij elkaar bijna 800 ansichts, zei hij dat hij het jaren eerder bij een gendarme op zolder aangetroffen had.
Schwarzsee. Hotel Rest. Gypsera. Photo-Edition J. Mülhauser, Fribourg. Niet afgestempeld. Op de achterzijde in typoscript: Kasterlee, 20/7
Dag Frieda! Vanmorgen ook zo'n briefke gekregen van de Goemaerlei in Antwerpen. Ben eens curieus wat het weer zal zijn. 't Wordt weer zomer en volgende week trek ik er weer eens uit. Naar den Italie... voor nen dag of vijf... Van harte 't beste voor U en de moeder en de groetjes thuis!!!
Lloret de Mar (Costa Brava) - 362. Passo Mn, Jacinto Verdaguer. Geen postzegel, niet afgestempeld, wel een korte begroeting: Wij zijn heel goed aangekomen. Het is heel warm, veel zon, veel te goed eten en een heel goed hotel. De groeten van Kelly, Maria, Staf. / Van links naar rechts: de hotels, de terrasjes waar getafeld wordt, palmbomen, een esplanade, de openbare asfaltweg, auto's, een strandpromenade, het strand, de zee.
Sedan (Ardennes). 132-85 A. Vue aérienne. Photographie Véritable. Postzegel verwijderd. Geadersseerd aan familie De Caluwe, die op dat moment aan de Schoenmarkt in Antwerpen wonen.
Amsterdam. Geen bijzonderheden.
Saarländischer Rudfunk. Blick in das Fernsehstudio I (600m) während der deutsch-französischen Koproduktion von "Ann", die beim 6. Internationalen Fernsehfestival in Monte Carlo 1966 eine BESONDERE ERWÄHUNG erhielt. Geen andere bijzonderheden.
Merelbeke. 't Berkenhof, Fraterstraat. Jaren dertig.
Beograd. Afgestempeld in Belgrado op 4 augustus 1963 en bedoeld voor het echtpaar Decaluwe wonende in de Gemeentestraat te Antwerpen. 3 - 8 - 63. Beste ouders, Wij hier goed aangekomen in Belgrado. Maar het volk heeft een zeer aardige mentaliteit, tegenover bij ons. Wij hebben hier gegeten (heel aardig eten) en gaan nu verder naar Larissa, Griekenland. Beste ouders goedendag en dikke kussen van uw zoon Georges. Hier werd in een ander handschrift de mededeling Yogoslovu toegevoegd. Wat we lezen, is: Beste Pa en Ma, ge moet u niet ongerust maken hoor, het is hier een van de pot gerukte beestenboel maar we stellen het goed. En lang blijven we hier niet hangen. Wat was dat daar op uw bord, Serge, hondenkloten?
Civet de Langouste a la Catalane. Recette N° 136 [helemaal bovenaan links met balpen toegevoegd: une recette de plus], Cliché Appollot, Grasse. Imprimé en France en afgestempeld in Port-Vendres op 18 februari 1973. Postzegel van 0,60F met een beeltenis van Napoleon Bonaparte. Geadresseerd aan iemand die op dat moment in Almeria, Espagne, op camping La Garrofa verblijft. Garrofa, het johannesbrood [roodbruine, eetbare peulen van de johannesbroodboom]. Port Vendres ce 17 - Excellent voyage - Vent d'est terrible. Soleil et froid. Pensais bien à vous avec envie. Pas question de se mettre torse nu à n'importe quelle heure. Très amicalement, [onleesbaar].
Amsterdam. Gezicht op het Y. View at the Y. Vue sur l'Y. Ansicht vom Y. Geen bijzonderheden. Interessant kiekje dat me om een of andere reden aan Birds van Hitchcock doet denken. De invalshoek is uitgesproken filmisch. Het kaartje heb ik niet van m'n reguliere leverancier, die z'n kraampjes vlak bij de hoek met Vits-Staelens heeft en intussen ook wel min of meer weet wat ik zoek, maar van iemand die me voor 5 euro een schoendoos propvol ansichts toestopte en met 3 euro extra nog een doos. Over die enorme verzameling, alles bij elkaar bijna 800 ansichts, zei hij dat hij het jaren eerder bij een gendarme op zolder aangetroffen had.
Schwarzsee. Hotel Rest. Gypsera. Photo-Edition J. Mülhauser, Fribourg. Niet afgestempeld. Op de achterzijde in typoscript: Kasterlee, 20/7
Dag Frieda! Vanmorgen ook zo'n briefke gekregen van de Goemaerlei in Antwerpen. Ben eens curieus wat het weer zal zijn. 't Wordt weer zomer en volgende week trek ik er weer eens uit. Naar den Italie... voor nen dag of vijf... Van harte 't beste voor U en de moeder en de groetjes thuis!!!
Lloret de Mar (Costa Brava) - 362. Passo Mn, Jacinto Verdaguer. Geen postzegel, niet afgestempeld, wel een korte begroeting: Wij zijn heel goed aangekomen. Het is heel warm, veel zon, veel te goed eten en een heel goed hotel. De groeten van Kelly, Maria, Staf. / Van links naar rechts: de hotels, de terrasjes waar getafeld wordt, palmbomen, een esplanade, de openbare asfaltweg, auto's, een strandpromenade, het strand, de zee.
Sedan (Ardennes). 132-85 A. Vue aérienne. Photographie Véritable. Postzegel verwijderd. Geadersseerd aan familie De Caluwe, die op dat moment aan de Schoenmarkt in Antwerpen wonen.
Amsterdam. Geen bijzonderheden.
Saarländischer Rudfunk. Blick in das Fernsehstudio I (600m) während der deutsch-französischen Koproduktion von "Ann", die beim 6. Internationalen Fernsehfestival in Monte Carlo 1966 eine BESONDERE ERWÄHUNG erhielt. Geen andere bijzonderheden.
Merelbeke. 't Berkenhof, Fraterstraat. Jaren dertig.
plekken
Aalter. Openluchtcentrum Nobelstede. Camping. Begin jaren zeventig, wat onder andere blijkt uit de postzegel van 2F50, afgestempeld te Eeklo, met een afbeelding van de zeesluis te Zelzate, en de gestempelde mededeling 'Vermeldt in het adres de officiële straatnaam'. Of: Vermeld in het vervolg... Een editie van NV Thill te Brussel. Geadresseerde: Mr & Md Wattenberghe, Dendermondsesteenweg 114, 9000 Gent. Boma, Pé, Hier ben ik met een woordje nieuws uit Aalter. Met ons is alles goed ik hoop van jullie hetzelfde. We zullen U eens komen halen voor 1 dag op 2 augustus rond 10u. Als het niet past hier ons adres: [ ].
Suarlee. Aerodrome de Namur. Ecolage - Baptême - Excursion - Voyage - Vol à voile - Taverne - Restaurant. Geen bijzonderheden.
Beveren-Waas. Nieuwe wijk. Een uitgave van Papierhandel Mertens, nummer 7. Opvallend, op een enkel verkeersbord na, is het ontbreken van signalisatie.
Antwerpen. Luchtbal. Noorderlaan. Een blauwe postzegel van 50 cent afgestempeld te Antwerpen in 1964 en de mededeling: Opgelet aan de overwegen.
Haasrode. Bremberg centrum, speeltuin. Een editie van NV Thill te Brussel. Foto in mexichrome. Geen verdere bijzonderheden. 'It's amazing, really,' merkt Markus op, Markus die tegenwoordig in Brussel woont, 'such torture supply outdoors...' Waarna het gesprek op Stanzas in Meditation van Gertrud Stein komt.
Knokke. Nelson's Hotel. Vue sur la mer - Zicht op zee. Ouvert toute l'année - Open gans het jaar. Confort moderne - Modern comfort. Twee rode postzegels van 1F afgestempeld te Terhagen op 4 april 1968.
Beste Mama, Hier is ons adres aan zee met het zicht op de kamer die we zullen gebruiken. Say no more.
Gembloux. Place de l'Hôtel de Ville. Bijkomende informatie: photo véritable. Vermoedelijk eind jaren vijftig. Prozaïsche bijzonderheid: de zittende figuur onderaan links. Valpartij, delirium tremens, glissando over stoeprand... Dit wordt tegengesproken door de attitude van de personen die bijeen staan aan de overzijde van het geasfalteerde plein. Niemand schenkt aandacht aan het voorval. Wat hen wél beroert: het unieke moment van de foto. Ook de apotheker is heel even de straat opgelopen. Alsof ongewild Charms zich met de zaak bemoeide.
Knokke. Albertstrand. Strand en zeedijk. Geen bijzonderheden.
Suarlee. Aerodrome de Namur. Ecolage - Baptême - Excursion - Voyage - Vol à voile - Taverne - Restaurant. Geen bijzonderheden.
Beveren-Waas. Nieuwe wijk. Een uitgave van Papierhandel Mertens, nummer 7. Opvallend, op een enkel verkeersbord na, is het ontbreken van signalisatie.
Antwerpen. Luchtbal. Noorderlaan. Een blauwe postzegel van 50 cent afgestempeld te Antwerpen in 1964 en de mededeling: Opgelet aan de overwegen.
Haasrode. Bremberg centrum, speeltuin. Een editie van NV Thill te Brussel. Foto in mexichrome. Geen verdere bijzonderheden. 'It's amazing, really,' merkt Markus op, Markus die tegenwoordig in Brussel woont, 'such torture supply outdoors...' Waarna het gesprek op Stanzas in Meditation van Gertrud Stein komt.
Knokke. Nelson's Hotel. Vue sur la mer - Zicht op zee. Ouvert toute l'année - Open gans het jaar. Confort moderne - Modern comfort. Twee rode postzegels van 1F afgestempeld te Terhagen op 4 april 1968.
Beste Mama, Hier is ons adres aan zee met het zicht op de kamer die we zullen gebruiken. Say no more.
Gembloux. Place de l'Hôtel de Ville. Bijkomende informatie: photo véritable. Vermoedelijk eind jaren vijftig. Prozaïsche bijzonderheid: de zittende figuur onderaan links. Valpartij, delirium tremens, glissando over stoeprand... Dit wordt tegengesproken door de attitude van de personen die bijeen staan aan de overzijde van het geasfalteerde plein. Niemand schenkt aandacht aan het voorval. Wat hen wél beroert: het unieke moment van de foto. Ook de apotheker is heel even de straat opgelopen. Alsof ongewild Charms zich met de zaak bemoeide.
Knokke. Albertstrand. Strand en zeedijk. Geen bijzonderheden.
zondag 9 april 2017
notities
Een bootje. Dan de nawee van een aangenaam geluid, het klotsen van water. Het klotst tegen de fundamenten van het huis.
Ze stappen licht en snel, bijna niet hoorbaar. Ik heb de stemmen dichtbij, alsof ze naast me zitten. Hij praat, zij luistert. Ze nemen het brugje. Midden het brugje bereikt de zinsbouw een hoogtepunt. Ik kijk niet naar hen om. Wat hij aan het meisje vertelt, terwijl zij zich midden de brug bevinden, is makkelijk woord voor woord te horen, ook voor wie zich ver op de oever bevindt. Het meest huiveringwekkende is niet de stilte. Trouwens, stil is het bijna nooit. Niet altijd zichtbare machines maken een zoemend geluid. Er is het klokje, een auto. Zelfs de stilte maakt geluid. Het geluid dat ingevroren hersenen 24/24 en 7/7 te aanhoren hebben.
Abramovic... Ik stond naar de beweging aan de oppervlakte van het water te kijken. Er was net een bootje gepasseerd.
- There's nothing to learn from that pussy, honey.
[Finally it will bring nothing else but arseholes to consider other arseholes to be arseholes.]
Het is weer zo'n dag. Hier. Deze plek. Faculteit Nul. Op straat stappen twee personen met een ijskast. Iets op wielen, wit, niet zo jong meer, de glim weggegomd. Ze hebben nog te bedenken hoe ze het ding zonder kleerscheuren over de stoeprand krijgen. Een onhandelbare kist op wielen. Oude wielen, niet langer in staat om zich als beweging voort te planten.
Publieke ontlasting, drek op wielen.
Ze had de jongen kunnen vragen wat hij aan het lezen is, maar dat doet ze niet. Wat hij leest heeft misschien ook wel niet meer betekenis dan de kolonie platluizen die z'n reet infecteert, en van dat laatste is hij alleen met de symptomen vertrouwd.
In de kleinste kamer gaat hij niet op de toiletpot zitten, hij steekt z'n broek af en krabt zich met schaamteloze gretigheid.
Ongepaste nieuwsgierigheid, vaak volstrekt schaamteloos uitgevoerd: op een min of meer onbewaakt moment proberen om de titel en de auteur te achterhalen van het boek waarin die ander leest.
Wat is het ergste, de shit maken of ermee opgescheept zitten.
Zij, de jongedame, hoeft niet op ongepaste wijze te infiltreren, zelfs haar schoenmaat is bekend.
Om de historiek en de authenticiteit van het krantenartikel geloofwaardig te maken, heb je eerst de telefoonnummers te schrappen.
In een bepaald milieu is inderdaad zo goed als bijna alles te herleiden tot het urinoir van Marcel Duchamp. De exhibitie van het contemporane Pediculus pubis is publiek en net zo vaak volstrekt gratuit en schaamteloos.
Ze had de jongen kunnen vragen wat hij aan het lezen is.
Om te beginnen is er het schriftje en dat is er niet meer. Eerst is het zoek. Later houdt het op het schriftje te zijn dat zoek was.
Ik had me voorgenomen dat dit de eerste zin zou zijn van het boek dat ik nog te schrijven had, en dan kom ik bij Lispector op een nagenoeg identiek fragment.
Maria heeft drie kinderen, de oudste is elf. Ze woont in Tallinn, studeert media, wandelt sinds drie dagen door de Gentse binnenstad. Gent is een rustige stad, zegt ze. Sinds drie dagen wandelt ze door de binnenstad zonder specifiek meer of andere bedoeling dan zich voortplanten van A naar B. Lezen zonder alfabet. Het boek dat ze bij heeft, Vertigo, is een Engelse, fraai uitgegeven editie van Schwindel, Gefühle van W. G. Sebald.
Isabelle, een Parisienne, een kwarteeuw geleden was ze een eerste keer in Gent. De omstandigheden zijn anders. Over die kwarteeuw, toen ze eerst nog in Nice woonde, nu woont ze in Parijs, valt eigenlijk ook alleen maar te zeggen dat alles hetzelfde en dat datzelfde anders, op een bijzonder specifieke manier anders en toch hetzelfde is. In Nice deed ze het Lycée. Haar moeder, die daarvoor in Montpellier gewoond had, woont sinds die tijd in Nice. Zij zou alleen nog in Parijs willen wonen. Wat opvalt, zegt ze, is de renovatie. Hetzelfde fenomeen doet zich in Parijs voor, overal, op de meest onmogelijke plekken, wordt gerenoveerd.
Dat is dus, dacht ik dan altijd weer, de nieuwe oceaan. [Sebald, Duizelingen, blz. 56]
Het wateroppervlak is als een huis vol vliegjes, vliegjes die ogenschijnlijk stuurloos in en uit vliegen, nergens tegenaan botsen, overal aanzitten, werkelijk alles aftasten, onder- en boven-, buiten- en binnenkant, seculier, methodisch. Zo is ook het water methodisch en seculier. Bootjes zijn er niet en het gaat liggen, de kop op de lamme poten als een ook voor zichzelf veel te grote hond. Elk ogenblik kan weer een bootje geven. De deining wordt dik, stroopachtig. Dan is er opeens toch weer een bootje. De stuurman leest een roman. Wat leest de stuurman? Een roman. Iets met de dikte van het betere werk van. Heb jij een roman geschreven? Ik...? Nee. Nu dan, dit soort werk.
Ze stappen licht en snel, bijna niet hoorbaar. Ik heb de stemmen dichtbij, alsof ze naast me zitten. Hij praat, zij luistert. Ze nemen het brugje. Midden het brugje bereikt de zinsbouw een hoogtepunt. Ik kijk niet naar hen om. Wat hij aan het meisje vertelt, terwijl zij zich midden de brug bevinden, is makkelijk woord voor woord te horen, ook voor wie zich ver op de oever bevindt. Het meest huiveringwekkende is niet de stilte. Trouwens, stil is het bijna nooit. Niet altijd zichtbare machines maken een zoemend geluid. Er is het klokje, een auto. Zelfs de stilte maakt geluid. Het geluid dat ingevroren hersenen 24/24 en 7/7 te aanhoren hebben.
Abramovic... Ik stond naar de beweging aan de oppervlakte van het water te kijken. Er was net een bootje gepasseerd.
- There's nothing to learn from that pussy, honey.
[Finally it will bring nothing else but arseholes to consider other arseholes to be arseholes.]
Het is weer zo'n dag. Hier. Deze plek. Faculteit Nul. Op straat stappen twee personen met een ijskast. Iets op wielen, wit, niet zo jong meer, de glim weggegomd. Ze hebben nog te bedenken hoe ze het ding zonder kleerscheuren over de stoeprand krijgen. Een onhandelbare kist op wielen. Oude wielen, niet langer in staat om zich als beweging voort te planten.
Publieke ontlasting, drek op wielen.
Ze had de jongen kunnen vragen wat hij aan het lezen is, maar dat doet ze niet. Wat hij leest heeft misschien ook wel niet meer betekenis dan de kolonie platluizen die z'n reet infecteert, en van dat laatste is hij alleen met de symptomen vertrouwd.
In de kleinste kamer gaat hij niet op de toiletpot zitten, hij steekt z'n broek af en krabt zich met schaamteloze gretigheid.
Ongepaste nieuwsgierigheid, vaak volstrekt schaamteloos uitgevoerd: op een min of meer onbewaakt moment proberen om de titel en de auteur te achterhalen van het boek waarin die ander leest.
Wat is het ergste, de shit maken of ermee opgescheept zitten.
Zij, de jongedame, hoeft niet op ongepaste wijze te infiltreren, zelfs haar schoenmaat is bekend.
Om de historiek en de authenticiteit van het krantenartikel geloofwaardig te maken, heb je eerst de telefoonnummers te schrappen.
In een bepaald milieu is inderdaad zo goed als bijna alles te herleiden tot het urinoir van Marcel Duchamp. De exhibitie van het contemporane Pediculus pubis is publiek en net zo vaak volstrekt gratuit en schaamteloos.
Ze had de jongen kunnen vragen wat hij aan het lezen is.
Om te beginnen is er het schriftje en dat is er niet meer. Eerst is het zoek. Later houdt het op het schriftje te zijn dat zoek was.
Ik had me voorgenomen dat dit de eerste zin zou zijn van het boek dat ik nog te schrijven had, en dan kom ik bij Lispector op een nagenoeg identiek fragment.
Maria heeft drie kinderen, de oudste is elf. Ze woont in Tallinn, studeert media, wandelt sinds drie dagen door de Gentse binnenstad. Gent is een rustige stad, zegt ze. Sinds drie dagen wandelt ze door de binnenstad zonder specifiek meer of andere bedoeling dan zich voortplanten van A naar B. Lezen zonder alfabet. Het boek dat ze bij heeft, Vertigo, is een Engelse, fraai uitgegeven editie van Schwindel, Gefühle van W. G. Sebald.
Isabelle, een Parisienne, een kwarteeuw geleden was ze een eerste keer in Gent. De omstandigheden zijn anders. Over die kwarteeuw, toen ze eerst nog in Nice woonde, nu woont ze in Parijs, valt eigenlijk ook alleen maar te zeggen dat alles hetzelfde en dat datzelfde anders, op een bijzonder specifieke manier anders en toch hetzelfde is. In Nice deed ze het Lycée. Haar moeder, die daarvoor in Montpellier gewoond had, woont sinds die tijd in Nice. Zij zou alleen nog in Parijs willen wonen. Wat opvalt, zegt ze, is de renovatie. Hetzelfde fenomeen doet zich in Parijs voor, overal, op de meest onmogelijke plekken, wordt gerenoveerd.
Dat is dus, dacht ik dan altijd weer, de nieuwe oceaan. [Sebald, Duizelingen, blz. 56]
Het wateroppervlak is als een huis vol vliegjes, vliegjes die ogenschijnlijk stuurloos in en uit vliegen, nergens tegenaan botsen, overal aanzitten, werkelijk alles aftasten, onder- en boven-, buiten- en binnenkant, seculier, methodisch. Zo is ook het water methodisch en seculier. Bootjes zijn er niet en het gaat liggen, de kop op de lamme poten als een ook voor zichzelf veel te grote hond. Elk ogenblik kan weer een bootje geven. De deining wordt dik, stroopachtig. Dan is er opeens toch weer een bootje. De stuurman leest een roman. Wat leest de stuurman? Een roman. Iets met de dikte van het betere werk van. Heb jij een roman geschreven? Ik...? Nee. Nu dan, dit soort werk.
vrijdag 31 maart 2017
notities
Door de zware sieraden was ze naakter dan de jurk toeliet.
Bij Lispector, in De ontdekking van de wereld, lees ik het volgende: Hoewel dat een groot risico inhoudt, is het alleen maar goed om te schrijven als je niet weet wat er zal gebeuren.
Als het donkerharige meisje het glas aanraakt, hetzij door het om te stoten, hetzij door er haar tanden in te zetten. Hetzij valt onder de tegenstellende voegwoorden, het wordt, zo staat het althans in de zeer met zinloosheden vermeerderde driedelige editie van de Van Dale, gebruikt om een tegenstelling goed uit te doen komen, of om verschillende mogelijkheden duidelijk of met nadruk tegenover elkaar te plaatsen, bij Sebald op bladzijde 279 van De Ringen van Saturnus, De koning werd enthousiast voor het plan van De Serres, maar moest voor de praktische uitvoering ervan de weerstand overwinnen van de voor het overige door hem hooggeachte Sully, die zich tegen het zijdeteeltproject verzette hetzij omdat hij het werkelijk gigantische onzin vond, hetzij omdat hij in De Serres, vermoedelijk niet ten onrechte, een opkomende rivaal vermoedde; of bladzijde 274: dus precies daar waar Ovidius volgens de overlevering was gestorven bij zijn terugkeer van de Zwarte Zee, hetzij na gratieverlening, hetzij na de dood van Augustus; net bij Sebald, of althans zijn vertaalster, is het gebruik van bovenvermeld voegwoord dermate opvallend, omdat hij ook werkelijk zo schreef of omdat Ria Van Hengel, de van is met een kleine v, van Hengel, Ria van Hengel, omdat hij dus werkelijk zo schreef of, of omdat zij het of/of makkelijkheidshalve, om voor het gemak andere mogelijkheden thans buiten beschouwing te laten, met hetzij dit hetzij dat vertaalde, omdat ze hoofdpijn had, omdat ze geen zin of geen tijd had om wat anders te bedenken, of inderdaad omdat dit het plechtstatige, vaak trage, soms bijna eindeloos lang ter plaatse trappelende taalgebruik van Sebald is. Uitgesproken plechtstatig. Vaak dermate plechtstatig dat ik een moeilijke en alleen al hierdoor tot droefheid nopende stoelgang vermoed.
Veel van wat we dagelijks verrichten, ik bedoel niet meteen het ochtendtoilet, is totaal van de pot gerukt. Buitensporigheden die we niet langer als zodanig herkennen. Het avondjournaal, twee keer vroeg op de avond en dan nog een keer, net voor het slapengaan.
Door de zware sieraden was ze opeens naakter dan de jurk toeliet.
Ze tilt het glas tot liphoogte en drinkt. [Niets komt me onbestemder voor dan een vol glas rode wijn op een tafel waar niemand zit.]
Een moderne lutherbaviaan. Dit noteer ik alleen om te voorkomen dat ik het vergeet. We hadden het geen van beiden over Luther en over bavianen hadden we het evenmin. Hij had het niet over Luther, ik had het niet over Luther. En over apen hadden we het evenmin.
Als ze het glas aanraakt. Als het donkerharige meisje het glas. Als ze het glas aanraakt en tot liphoogte brengt.
Het probleem met veel mensen, bedenk ik, is dat ze problemen hebben. Tenzij je de roman die je door iemand aanbevolen werd niet leest of helemaal uitleest. Aan het eind zijn alle problemen opgelost. Met de romans van Jeroen Meus evenwel is er een bijkomend probleem.
Ze verlaten de keet, nemen op het bordes plaats, op een stoel, op het raamkozijn, steken een sigaret op.
Als.
Op het voetpad een poolvos in witte trenchcoat.
Door de zware sieraden bleef ze naakter dan de jurk toeliet. Kenneth Goldsmith: Euhm, yeah, euhm, I think, ... Euhm, yeah. (intermezzo) Yeah. I guess. (drops dead) [The Daniil Karms formula]
Een bootje met toeristen. Het bootje omver duwen. Met bovenzintuiglijke inspanning. Ook dit beantwoordt aan Karms.
Iedereen aan boord komt in het water terecht en verdrinkt. Inzittenden die blijk geven van enige zwemkunst met mes en vork te lijf gaan.
Je zou je misdaad, of welke misdaad ook, wat tegenwoordig weinig uitmaakt, onder de treurwilg kunnen uitvoeren, dat wil zeggen onder het balkon van de beroemde schrijver.
Bij Lispector, in De ontdekking van de wereld, lees ik het volgende: Hoewel dat een groot risico inhoudt, is het alleen maar goed om te schrijven als je niet weet wat er zal gebeuren.
Als het donkerharige meisje het glas aanraakt, hetzij door het om te stoten, hetzij door er haar tanden in te zetten. Hetzij valt onder de tegenstellende voegwoorden, het wordt, zo staat het althans in de zeer met zinloosheden vermeerderde driedelige editie van de Van Dale, gebruikt om een tegenstelling goed uit te doen komen, of om verschillende mogelijkheden duidelijk of met nadruk tegenover elkaar te plaatsen, bij Sebald op bladzijde 279 van De Ringen van Saturnus, De koning werd enthousiast voor het plan van De Serres, maar moest voor de praktische uitvoering ervan de weerstand overwinnen van de voor het overige door hem hooggeachte Sully, die zich tegen het zijdeteeltproject verzette hetzij omdat hij het werkelijk gigantische onzin vond, hetzij omdat hij in De Serres, vermoedelijk niet ten onrechte, een opkomende rivaal vermoedde; of bladzijde 274: dus precies daar waar Ovidius volgens de overlevering was gestorven bij zijn terugkeer van de Zwarte Zee, hetzij na gratieverlening, hetzij na de dood van Augustus; net bij Sebald, of althans zijn vertaalster, is het gebruik van bovenvermeld voegwoord dermate opvallend, omdat hij ook werkelijk zo schreef of omdat Ria Van Hengel, de van is met een kleine v, van Hengel, Ria van Hengel, omdat hij dus werkelijk zo schreef of, of omdat zij het of/of makkelijkheidshalve, om voor het gemak andere mogelijkheden thans buiten beschouwing te laten, met hetzij dit hetzij dat vertaalde, omdat ze hoofdpijn had, omdat ze geen zin of geen tijd had om wat anders te bedenken, of inderdaad omdat dit het plechtstatige, vaak trage, soms bijna eindeloos lang ter plaatse trappelende taalgebruik van Sebald is. Uitgesproken plechtstatig. Vaak dermate plechtstatig dat ik een moeilijke en alleen al hierdoor tot droefheid nopende stoelgang vermoed.
Veel van wat we dagelijks verrichten, ik bedoel niet meteen het ochtendtoilet, is totaal van de pot gerukt. Buitensporigheden die we niet langer als zodanig herkennen. Het avondjournaal, twee keer vroeg op de avond en dan nog een keer, net voor het slapengaan.
Door de zware sieraden was ze opeens naakter dan de jurk toeliet.
Ze tilt het glas tot liphoogte en drinkt. [Niets komt me onbestemder voor dan een vol glas rode wijn op een tafel waar niemand zit.]
Een moderne lutherbaviaan. Dit noteer ik alleen om te voorkomen dat ik het vergeet. We hadden het geen van beiden over Luther en over bavianen hadden we het evenmin. Hij had het niet over Luther, ik had het niet over Luther. En over apen hadden we het evenmin.
Als ze het glas aanraakt. Als het donkerharige meisje het glas. Als ze het glas aanraakt en tot liphoogte brengt.
Het probleem met veel mensen, bedenk ik, is dat ze problemen hebben. Tenzij je de roman die je door iemand aanbevolen werd niet leest of helemaal uitleest. Aan het eind zijn alle problemen opgelost. Met de romans van Jeroen Meus evenwel is er een bijkomend probleem.
Ze verlaten de keet, nemen op het bordes plaats, op een stoel, op het raamkozijn, steken een sigaret op.
Als.
Op het voetpad een poolvos in witte trenchcoat.
Door de zware sieraden bleef ze naakter dan de jurk toeliet. Kenneth Goldsmith: Euhm, yeah, euhm, I think, ... Euhm, yeah. (intermezzo) Yeah. I guess. (drops dead) [The Daniil Karms formula]
Een bootje met toeristen. Het bootje omver duwen. Met bovenzintuiglijke inspanning. Ook dit beantwoordt aan Karms.
Iedereen aan boord komt in het water terecht en verdrinkt. Inzittenden die blijk geven van enige zwemkunst met mes en vork te lijf gaan.
Je zou je misdaad, of welke misdaad ook, wat tegenwoordig weinig uitmaakt, onder de treurwilg kunnen uitvoeren, dat wil zeggen onder het balkon van de beroemde schrijver.
bulletproof underwear chapter one: the subterranean foxtrot
NOWHERE. Now there,
then here.
At noon no one. Nothing
tonight.
Millennium
eater. Catastroph
addict.
then here.
At noon no one. Nothing
tonight.
Millennium
eater. Catastroph
addict.
donderdag 23 maart 2017
woensdag 22 maart 2017
maandag 20 maart 2017
buitenwereld
Doodlopen. Doelloos slenteren.
Blindlopen. Als je verliefd bent en een bloemetje koopt.
Dat had hij zelf bedacht, zei Pieter.
Mathias en Neel waren aan het bouwen.
Momenteel..., zei hij.
Mijn ouders zijn momenteel dood, zei ik.
Weet je..., zei hij.
Nee, zei ik.
Wanneer begint buitenwereld. Weet ik niet. Waar begint het. Geen idee. Begint het als binnenwereld stopt. Geen flauw benul. Als ik aan het bloemetje ruik, heb ik dan binnenwereld. Buitenwereld als ik over mezelf struikel.
Je zou..., zei Pieter. Je stapt met de bloemen naar het meisje, zei hij.
Maar je kijkt niet waar ik m'n voeten plaats en dan struikel je.
En dan kom je bij het meisje en het bloemetje is kapot.
Inderdaad. Dan kom ik bij het meisje. Het bloemetje is kapot. Hier is je bloemetje.
Blindlopen. Als je verliefd bent en een bloemetje koopt.
Dat had hij zelf bedacht, zei Pieter.
Mathias en Neel waren aan het bouwen.
Momenteel..., zei hij.
Mijn ouders zijn momenteel dood, zei ik.
Weet je..., zei hij.
Nee, zei ik.
Wanneer begint buitenwereld. Weet ik niet. Waar begint het. Geen idee. Begint het als binnenwereld stopt. Geen flauw benul. Als ik aan het bloemetje ruik, heb ik dan binnenwereld. Buitenwereld als ik over mezelf struikel.
Je zou..., zei Pieter. Je stapt met de bloemen naar het meisje, zei hij.
Maar je kijkt niet waar ik m'n voeten plaats en dan struikel je.
En dan kom je bij het meisje en het bloemetje is kapot.
Inderdaad. Dan kom ik bij het meisje. Het bloemetje is kapot. Hier is je bloemetje.
zaterdag 18 maart 2017
zaterdag 18 maart
In de klankbrij zijn geen afzonderlijke stemmen. Ik weet dat ik mij zou kunnen bezighouden met de stemmen van een groep van zes mensen die aan een tafel vlakbij plaatsnamen. Af en toe is er ongetwijfeld een helder geformuleerde zin. Iemand vertelde me dat hij er van hield om in een kroeg, als hij voorts helemaal niets om handen had en geen zin om te lezen in het boek dat hij bij had, flarden noteerde van een gesprek. Kenneth Goldsmith zei dat hij het deed en ik heb het ook zelf vaak genoeg gedaan. Het volstaat om er één stem uit te pikken, om de aandacht op die ene stem te brengen, om in het geroezemoes alleen nog aandacht voor die ene stem te hebben. Aan een tafel helemaal aan het verre hoekpunt van de diagonaal, in een zaak waar ik vaker kom, hadden ze het over het interieur, over het houtwerk en, specifiek, de kleur van het houtwerk, en een al wat oudere dame zei dat ze het bij haar thuis allemaal wit had, waarop een van de tafelgenoten zei, bijna alsof het hem in de lessen meetkunde of fysica zo geleerd was, als je voor het eerst hoort dat 1 en 1 altijd 2 is, wit, zei hij, daar kan je alles op dragen wat je maar wil. Ik probeerde mij een wit interieur voor te stellen, twee portretten in een witte, ovalen frame, potplanten die alleen dit of dat plekje gehad hadden kunnen hebben en niet uit de toon vielen in de eentonige kamer waar, of ik er in rondkeek of niet, geen boekenrek, geen ontbijt, geen tot de rand gevulde asbak te bespeuren viel. Het geroezemoes is niet alleen zonder afzonderlijke stemmen, sommige klinken hoger of lager dan de andere stemmen, dat wel, gezichten heeft het evenmin. Tot ik een van de gezichten bekijk. Het is het gezicht van een dame en aan het pappige gezicht zit een pappig lichaam, maar ik bekijk alleen het gezicht en op gegeven ogenblik merkt ze dat ik haar bekijk, wat we negeren. Ik stel me een film voor, een Italiaanse-Franse productie, waarin zij en de man die aan dezelfde tafel zit, hij zit met z'n rug naar me toe, een rolletje hebben. Film van de week. De huidskleur boven de daken is ingedikt tot sinister indigo, de hangwangen hebben het portret van een oude foto, een stukje kaas verdwijnt in de mondholte, ze kauwt, heel even zwellen de lippen dik van vet en sap en dan verdwijnt alles weer in het geroezemoes, de woorden die ze wakker gemaakt had. Ik trek de deur achter me dicht en de gelagzaal verdwijnt met een zucht in de aardbodem.
zaterdag 11 maart 2017
the singing painters @de koer
In Order Of Appearance @De Koer. The Singing Painters Meet Carver & Horn, dit keer zonder Carver. Tijdstip: ±23u. Locatie: de zaal achterin die ooit een theater- en filmzaal was.
setlist: Elephants [recente lyric, eerste keer; de song had eerst Gun als titel en het wordt misschien wel opnieuw Gun, voorlopig is het Elephants]; The Food Supplement featuring George & Steve, wat later een al net zo stevige versie van Ocean [beide songs staan op The Food Supplement, de vinyl release uitgebracht door El Negocito Records]; Table [recente lyric met een hond in de hoofdrol], loads of impro en tenslotte ook nog The Dog Keep Bleeding, een krankzinnige impro-versie van Texas Shopping, een song uit 2004.
Na het concert kwam iemand naar me toe en zei dat ze het verbazingwekkend vond dat ik zingen kon, terwijl ik, euhm, niet meteen de indruk had dat ik gezongen had. Al ging het wel hevig tijdens The Dog Keep Bleeding. Kijk, we repeteren helemaal nooit. Daar hebben Bart en Peter geen tijd voor. Dus on stage is het meegaan in de flow van de sound. Elephants hadden we nooit eerder gedaan, ik heb het ding vorige week of zo geschreven toen ik vlak bij het station in een wasserette zat en ik had er m'n stembanden niet op uitgeprobeerd, geen tijd voor gehad. Bart was net terug van een concert in Bordeaux. Ik weet niet hoe hij het doet. Met een parachute van het ene concert naar het andere. Ik weet ook al helemaal niet waarom ik net voor het concert zei we doen Elephants als eerste, nieuwe lyric, eerst de vocals. De setting was prima. Lekker zaaltje, dat van De Koer. Mathias hield zich bezig met waar iedereen zou staan, en de drum stond er al. Iemand verwoordde het anders. Hij zei dat het werk van McCarthy, om een of andere reden begon hij over McCarthy, als een prefab ingevuld pakket in je strot geramd wordt, hij ervaart geen ruimte voor verbeelding, en met de Painter songs net wel. Wat me aan een quote van Clarice Lispector deed denken, wacht even, ik zoek het op... Het staat in de ontdekking van de wereld, op bladzijde 187: ALS JE DAN TOCH MOET SCHRIJVEN Als je dan toch moet schrijven, laat dan tenminste de woorden tussen de regels niet vermorzeld worden. En het is natuurlijk net dit wat gebeurt in The Food Supplement, met Ocean, Table, in The Dog Keep Bleeding, de tussenruimtes hebben braakliggend gebied, ik vang het beeldmateriaal op, speel er wat mee, prop de leegte tussen de woorden niet vol, integendeel, peuter er liever wat los, gooi weg wat me overbodig voorkomt, heb niet de neiging om het naald en draad uitgelegd te hebben. The Dog Keep Bleeding is een los samenraapsel van woorden waar het tijdens de vocale performance elke kant mee op kan. Ik schreef het ding in 2004 toen Bush net herverkozen was en het werd eigenlijk helemaal nooit een lyric waar we wat mee aankonden. Tot vandaag. Vandaag zat het opeens wel goed.
setlist: Elephants [recente lyric, eerste keer; de song had eerst Gun als titel en het wordt misschien wel opnieuw Gun, voorlopig is het Elephants]; The Food Supplement featuring George & Steve, wat later een al net zo stevige versie van Ocean [beide songs staan op The Food Supplement, de vinyl release uitgebracht door El Negocito Records]; Table [recente lyric met een hond in de hoofdrol], loads of impro en tenslotte ook nog The Dog Keep Bleeding, een krankzinnige impro-versie van Texas Shopping, een song uit 2004.
Na het concert kwam iemand naar me toe en zei dat ze het verbazingwekkend vond dat ik zingen kon, terwijl ik, euhm, niet meteen de indruk had dat ik gezongen had. Al ging het wel hevig tijdens The Dog Keep Bleeding. Kijk, we repeteren helemaal nooit. Daar hebben Bart en Peter geen tijd voor. Dus on stage is het meegaan in de flow van de sound. Elephants hadden we nooit eerder gedaan, ik heb het ding vorige week of zo geschreven toen ik vlak bij het station in een wasserette zat en ik had er m'n stembanden niet op uitgeprobeerd, geen tijd voor gehad. Bart was net terug van een concert in Bordeaux. Ik weet niet hoe hij het doet. Met een parachute van het ene concert naar het andere. Ik weet ook al helemaal niet waarom ik net voor het concert zei we doen Elephants als eerste, nieuwe lyric, eerst de vocals. De setting was prima. Lekker zaaltje, dat van De Koer. Mathias hield zich bezig met waar iedereen zou staan, en de drum stond er al. Iemand verwoordde het anders. Hij zei dat het werk van McCarthy, om een of andere reden begon hij over McCarthy, als een prefab ingevuld pakket in je strot geramd wordt, hij ervaart geen ruimte voor verbeelding, en met de Painter songs net wel. Wat me aan een quote van Clarice Lispector deed denken, wacht even, ik zoek het op... Het staat in de ontdekking van de wereld, op bladzijde 187: ALS JE DAN TOCH MOET SCHRIJVEN Als je dan toch moet schrijven, laat dan tenminste de woorden tussen de regels niet vermorzeld worden. En het is natuurlijk net dit wat gebeurt in The Food Supplement, met Ocean, Table, in The Dog Keep Bleeding, de tussenruimtes hebben braakliggend gebied, ik vang het beeldmateriaal op, speel er wat mee, prop de leegte tussen de woorden niet vol, integendeel, peuter er liever wat los, gooi weg wat me overbodig voorkomt, heb niet de neiging om het naald en draad uitgelegd te hebben. The Dog Keep Bleeding is een los samenraapsel van woorden waar het tijdens de vocale performance elke kant mee op kan. Ik schreef het ding in 2004 toen Bush net herverkozen was en het werd eigenlijk helemaal nooit een lyric waar we wat mee aankonden. Tot vandaag. Vandaag zat het opeens wel goed.
vrijdag 10 maart 2017
vrijdag 3 maart 2017
vrijdag 3 maart
Een buur had het welwillend, sussend bijna, over het parkje. Ik zie geen parkje. Zo is het in Frome begonnen, vermoed ik, met een opmerking over het parkje. Zelf hebben we het intussen natuurlijk ook al over de parkzijde, die zijde van het gebouw die op het park uitgeeft, de waterkant, het brugje, de andere oever waar tussen de gebruikelijke tragiek aan nieuwbouw een rode, statige patriciërswoning overeind bleef, de standbeelden die zelfs in dit seizoen zwermen toeristen lokken van wie er slechts heel af en toe een enkeling de moeite neemt om het bord, dat omverwaait zodra een windstoot de hoek om beukt, van dichtbij te bekijken. Mosachtigen hebben de spleten veroverd. Hoewel er dus een parkje zou zijn en de plek ook als zodanig benoemd wordt, zie ik geen parkje, hoogstens als ik eerst de ogen sluit, en ook dan geen ceders en oleanders zie, geen stokrozen en lavandelstruiken, en daarna naar de in een geometrisch patroon aangelegde, kortgeschoren haagjes staar, het parkje kortom, de oude, kromgetrokken muren van belendende bebouwing die vooral bovenaan de steunberen een laagje mos hebben en zonder naambekendheid tussen stenen uitstekende plukjes groen, geen herderstasje in wording, geen paardenbloemen, plukjes die het hele seizoen nog voor zich hebben, voldoende hebben aan een kleinigheid om te ontkiemen en tot ontwikkeling te komen en dat volhouden tot iemand op het idee komt om te strooien. Aan één seizoen hebben ze net niet gehad wat het nodig had; dat ze het hier toch volhielden heeft hen jaren gekost.
In Quiet Days in Clichy heeft Henry Miller het al meteen op bladzijde 1 over Payne's gray, I was aware of the singular absence of what is known as Payne's gray..., I mention it because, in the realm of watercolor, American painters use this made-to-order gray excessively and obsessively; hier is het blauwe grijs, een donkere, obscure blauwte, door de aanhoudende regen in de straatkeien getrokken, niet overal, vooral daar waar vocht de keien heeft aangetast. Een meeuw. Dat noteer ik. Meeuw. Naast het houten bankje, met één poot aan een paaltje vastgeklonken, een groene en volledig transparante fles. Horizontaal, leeg, niet langer met het liquide gevuld tenminste en daar terechtgekomen waar een hand nog net bij het gras had gekund. De bakstenen bogen doen me aan een schilderij van Corot denken, een Romeinse studie, jeugdwerk. Grijze, dicht opeengepakte wolken en het melkwitte uiterwaard achter de wolken. Meeuw. Eentje. Trage curve boven de als een wal boven het parkje uittorende muren. Iemand met een hond aan de leiband staart met holle, introverte blik naar het gazon. De hond ontlast zich op het gras. Gras. Er is gras. De positie van de wijnfles, op een halve meter van het bankje, toont een vergeten, nachtelijk tijdstip, ontkent en bevestigt het tijdstip. Geen zin in nog een kop koffie. Een manspersoon, goed ingepakt, passeert in de richting van het brugje, het hoofd strak op de doorgang gericht en een boek in de linkerhand. Het dunne gelepel van een klokje. Vlieg inspecteert wijnfles. Op het water komt een bootje langszij, een duif maakt zich los van de bakstenen muur, vliegt, een baksteen vliegt, gaat diep over de geometrische aanplant. Als een baksteen vleugels had gehad zou het er ongeveer net zo uitzien, bedenk ik. Het plotse opstijgen is zonder sier, wekt veeleer de indruk dat ze het niet haalt, dat ze in de coulissen belandt, tegen de houten bank, tegen het paaltje aanvliegt. De man die daarnet in de richting van het brugje liep, stapt zonder boek de andere kant op en komt een ogenblik later opnieuw met boek tevoorschijn zich met strakke, introverte tred in de richting van het brugje begevend. Een net zo simpel als doeltreffend organigram: [A] met boek = brugje, [B] geen boek = de andere kant op. Dat wil zeggen, nu gaat hij eerst een boek halen, waar is niet bekend, doet er overigens ook niet meteen toe vind ik, met het boek als een baksteen, opnieuw baksteen, klem tussen de vingers van z'n lange, lamme linkerarm stapt hij naar het brugje... Om enkele minuten later zonder boek, maar in zekere zin nog altijd alsof hij een boek bij heeft, de lange, lamme linkerarm niet opvallend zwieriger of minder zwierig, dwars door het parkje tussen de kortgeschoren haagjes en het houten bankje door de andere kant uit te stappen, met stevige tred, introvert, niet om zich heen kijkend, alsof wat hij zich voorgenomen heeft werkelijk niet wachten kan. Kijk... [A]... mét boek, en, wat later... [B]... zonder. Dus sla ik maar weer Quiet Days in Clichy open, van Henry Miller. Bladzijde 2. Waar zat ik.
In Quiet Days in Clichy heeft Henry Miller het al meteen op bladzijde 1 over Payne's gray, I was aware of the singular absence of what is known as Payne's gray..., I mention it because, in the realm of watercolor, American painters use this made-to-order gray excessively and obsessively; hier is het blauwe grijs, een donkere, obscure blauwte, door de aanhoudende regen in de straatkeien getrokken, niet overal, vooral daar waar vocht de keien heeft aangetast. Een meeuw. Dat noteer ik. Meeuw. Naast het houten bankje, met één poot aan een paaltje vastgeklonken, een groene en volledig transparante fles. Horizontaal, leeg, niet langer met het liquide gevuld tenminste en daar terechtgekomen waar een hand nog net bij het gras had gekund. De bakstenen bogen doen me aan een schilderij van Corot denken, een Romeinse studie, jeugdwerk. Grijze, dicht opeengepakte wolken en het melkwitte uiterwaard achter de wolken. Meeuw. Eentje. Trage curve boven de als een wal boven het parkje uittorende muren. Iemand met een hond aan de leiband staart met holle, introverte blik naar het gazon. De hond ontlast zich op het gras. Gras. Er is gras. De positie van de wijnfles, op een halve meter van het bankje, toont een vergeten, nachtelijk tijdstip, ontkent en bevestigt het tijdstip. Geen zin in nog een kop koffie. Een manspersoon, goed ingepakt, passeert in de richting van het brugje, het hoofd strak op de doorgang gericht en een boek in de linkerhand. Het dunne gelepel van een klokje. Vlieg inspecteert wijnfles. Op het water komt een bootje langszij, een duif maakt zich los van de bakstenen muur, vliegt, een baksteen vliegt, gaat diep over de geometrische aanplant. Als een baksteen vleugels had gehad zou het er ongeveer net zo uitzien, bedenk ik. Het plotse opstijgen is zonder sier, wekt veeleer de indruk dat ze het niet haalt, dat ze in de coulissen belandt, tegen de houten bank, tegen het paaltje aanvliegt. De man die daarnet in de richting van het brugje liep, stapt zonder boek de andere kant op en komt een ogenblik later opnieuw met boek tevoorschijn zich met strakke, introverte tred in de richting van het brugje begevend. Een net zo simpel als doeltreffend organigram: [A] met boek = brugje, [B] geen boek = de andere kant op. Dat wil zeggen, nu gaat hij eerst een boek halen, waar is niet bekend, doet er overigens ook niet meteen toe vind ik, met het boek als een baksteen, opnieuw baksteen, klem tussen de vingers van z'n lange, lamme linkerarm stapt hij naar het brugje... Om enkele minuten later zonder boek, maar in zekere zin nog altijd alsof hij een boek bij heeft, de lange, lamme linkerarm niet opvallend zwieriger of minder zwierig, dwars door het parkje tussen de kortgeschoren haagjes en het houten bankje door de andere kant uit te stappen, met stevige tred, introvert, niet om zich heen kijkend, alsof wat hij zich voorgenomen heeft werkelijk niet wachten kan. Kijk... [A]... mét boek, en, wat later... [B]... zonder. Dus sla ik maar weer Quiet Days in Clichy open, van Henry Miller. Bladzijde 2. Waar zat ik.
Abonneren op:
Posts (Atom)


















