BOEKEN Net voor het interview had Hermeline zich in een boekhandel op een diefje van de plek waar het interview zou plaatsvinden Gravity’s Rainbow aangeschaft. Een van de executives van BEEF & BURGESS had Pynchon getipt. Mijn eerste indruk met dit boek, zegt ze,
Ze speelt de cell-phone van linker- naar rechterhand, Diego, schatje, waar ben je? vraagt ze aan de roze gemarmerde cell-phone.
Ze haalt het bijna duizend bladzijden tellende volume uit haar spekgladwitte handtas, bestudeert de cover, Nee, lieverd, vlak bij de Beursschouwburg, Hoe heet het hier? vraagt ze met een vluchtige oogopslag. Le Coq, zeg ik. We hadden afgesproken in Fin de siècle. We zullen het over BEEF & BURGESS hebben, U niet onbekend, het kantoor van Leopold Van Massenhove, en het scheuren van bladzijden uit boeken, over haar collega juffrouw Werdenfels, over Diego en Tuytens wil ze het ook graag hebben, juffrouw Werdenfels die in een macrobio-commune opgroeide en tijdens de gesprekken die ik met haar had over Lucy Irvine en Polinesië vertelde, Naura, South Keeling, Iputiputupitupi, Guam, Watawa. Mijn eerste indruk, zegt juffrouw Snik, mijn eerste indruk met dit boek, herhaalt ze,
Hebben we tijd om uit te zoeken wat ik hiermee bedoel, vraagt ze. Ik kijk op m’n polshorloge. We hebben anderhalf uur, zeg ik.
Er zijn boeken, zegt de gesprekspartner, haar armen en benen, merk ik, van boven tot onder bekogeld met uit Dante gescheurde griezels, die ik in razendsnel tempo, haar blik glijdt uit over het schermpje van een roze gemarmerde cell-phone, uitlees, Boeken, begrijpt u, zegt ze Ze herpakt zich, boeken, zegt ze, elke bladzijde pakt op m’n adem, en andere, de cell-phone belandt op Gravity’s Rainbow, ze veegt een vinger over het schermpje, uit de diepte van het apparaat duikt turkooisblauwe hemel op, En andere, zegt ze, zonder haar cell-phone in de steek te laten, Andere waarin ik slechts enkele bladzijden lees. Auteurs aan wie ik een rothekel heb, Borges, Brouwers, Bernhard, andere, zegt ze, zonder haar cell-phone in de steek te laten Andere van wie ze à la limite zelfs het blanco keukenpapier van a tot z doorgenomen had willen hebben. Boeken waarvoor ze aanvankelijk geen aandacht had waaruit ze in één ruk twintig bladzijden scheurt, twintig bladzijden, en, begrijpt u, en blijft scheuren, als een electroped waarvan de remmen opeens niet langer werken, Ik lees de eerste zin en meteen na het lezen van die eerste zin weet ik, o, wat lekker, hier gaan een hoop bladzijden uit, alles, elke bladzijde, waarbij ik me natuurlijk graag oriënteer op wat Xavier over het boek te vertellen heeft, Xavier weet alles, werkelijk alles, zegt ze, ze glundert, bladzijden die ik er bijgevolg niet of net wel uitscheur, om wat voor reden ook, terwijl ik net zo vaak met boeken te maken krijg, auteurs die ik aanvankelijk best wel boeiend vindt hoor, tof, sympathiek, om van te smullen, om het maar eens zo te zeggen, waarin ik na iets als anderhalve bladzijde toch vast kom te zitten. In Intérieur van Thomas Clerc bijvoorbeeld, zei ze, waarin juffrouw Werdenfels had zitten lezen, trof ze een etiket aan, zei ze, exact in het kloofje tussen bladzijde 144 en bladzijde 145.
misschien toch eerst een andere invalshoek bedenken? Juffrouw, Eventualiter, zit ik te denken. Wat heeft dit kind te vertellen, zit ik te denken.
Is het voor een culinair magazine, vraagt ze. Nee, zeg ik. Ik reik haar het naamkaartje aan CAOUTCHOUC wat ze zonder aandacht voor het papiertje in haar handtas opbergt. Boeken, zegt ze, herhaalt ze, De buitendeur zwaait open.
Een massief volume betreedt de gelagzaal. Een jongen die z’n gereedschapskist aan één vinger optillen kan, uitgesproken naïeve gelaatstrekken, een groene muts, mooie, lieve, bedachtzaam dierlijke logheid, opulent, elastisch mannelijk spierweefsel dat op het trekken aan het lont na klaarzit om uit de naden van z’n geruite hemd te barsten. Een gereedschapskist, werkkleding, de klep van de gereedschapskist open, zo goed als alle gereedschappen zichtbaar: een schaar, de plooimeter, het pincet, een cutter, een lijmpistool, de nijptang.
O, daar is hij, zegt ze. Er doet zich een trefzekere, elke handeling een strak A → B, een zich met alomtegenwoordige overrompeling voorwaarts ontwikkelende beweging voor waaraan ook haar lichaam deelneemt. Ze tongen, hij alsof hij zich uitgehongerd op een steak au poivre werpt, luidruchtig, vochtig, zonder aandacht voor wat om hen heen gebeurt. Juffrouw Snik, zo heet ze, als ik het goed heb, onderneemt geen enkele poging om zich uit de overrompelende omarming los te wrikken. Miro, Guillermo, hoe heet ie, Diego, Diego trekt de intussen scheef achterop z’n schedel terechtgekomen muts recht, heeft zich van het niet zichtbare gewicht van mijn gesprekspartner bevrijd, van de gereedschapskist, excuseert zich, zegt, wou niet storen, zegt ie. Ik heb het notitieboekje open op Gravity’s Rainbow, geen idee hoe het daar terechtgekomen is. Aan de belendende tafels personen die naar een magazine, die naar een cell-phone staren, naar het boek, of een krant doornemen. Hermeline kruipt overeind, tast naar de roze-geaderde cell-phone, fatsoeneert haar kleding. Waar zaten we, zeg ik. Op een diefje van die andere afstand, het A ↔ B en B ↔ A, aan het uiteinde van een verplicht nummer en voorafgaand hieraan het hoogst noodzakelijk volstrekt overbodige gesprek.
In principe gaat het om, probeer ik, als ik het correct heb tenminste, om bladzijden uit boeken scheuren, probeer ik, is dat correct? Boeken die ik uit bladzijden scheur en die ik dus eigenlijk niet lees, zegt ze. Wacht even, Noteer ik. Boeken, zei ze. Boeken die ze uit bladzijden scheurt. En wat is je eerste indruk met dit boek, vraag ik. Mijn eerste indruk, zegt ze, met drie vingers haalt ze uit over het schermpje van de roze geaderde cell-phone, Mijn eerste indruk, herhaalt ze. Hierover zit ze enige tijd na te denken. dik Dit boek is veel te dik, zegt ze, veel te dik, zegt ze, herhaalt ze. Ze plukt Pynchon van tafel, slaat het boek lukraak open, vrijwel zeker ongeveer halverwege, Mijn eerste indruk, zegt ze. slaat het boek dicht Weinig aantrekkelijke cover, idiote titel, oh my god, wat moet ik me daarbij voorstellen, en wat ze op de achterflap hebben, geen foto van de auteur, daar heb ik werkelijk helemaal niets aan. Ze heeft duidelijk zichtbaar werkelijk genoeg van het boek, switcht naar de roze geaderde cell-phone, O! wat een gedoe met deze stoelgang, juffrouw, zeggen zowel de titel als de cover, dit gepeuzel heeft toch echt wel exact een perforatie verdiend.
Heb je tijd om uit te zoeken wat het aan bedekking heeft, als je met zo’n standaard afgeleverd genie aan tafel zit? Miller zegt ze, wacht even, stop, andere lijn, Miller zei ik, zegt ze, zei ik Miller? Patti Smith, bedoel ik, zegt ze. Als er iemand is waar ze absoluut werkelijk totaal een rothekel aan heeft, Had ze Miller gezegd? We stappen naar Fin de siècle, bestellen stoemp met braadworst, hebben het over Patti Smith, Diego, beseft ze. Ze kijkt om naar het vriendje, roept haar roze geaderde secondant tot de orde, Diego zit er niet meer. Een vlieg inspecteert het tafelblad. Als het wat meevalt, zeg ik, probeer ik, zit ie in Le Coq op je te wachten. De rest van het verhaal is voor een andere keer. Ze springt overeind. We nemen afscheid. Als vallen, als het uit elkaar vallen met 1 persoon gebeurt, spreken we dan van een noodlottig voorval of van een misverstand? Ik haal de laptop boven. Waar zaten we.
Bij Patti Smith. Patti is in Parijs geweest, schrijft ze, heeft twee boeken bij, had Hermeline gezegd, iets van Simone Weil, waarin Patti had zitten lezen toen ze boven de Atlantische oceaan hing, en daar was zij dus mee blijven zitten, met dat boek, met die Atlantische oceaan, als ze dat boek niet vliegensvlug uit al die bladzijden gescheurd had. Drie, drie-, dertigduizend of driehonderddrieëndertig volumes, wat maakt het uit. Boeken waarbij je dus na 1 bladzijde al tot de conclusie komt, onuitstaanbaar gore onzin. Staat het niet zelden vlak naast een volume waar je onnadenkend om een of andere reden veel belang aan was beginnen hechten, Espèces d'espaces, iets van die strekking, van dat uilskuiken, Lispector, Dostojevski, Benjamin, Kafka, Carver, iets waar je om een of andere reden, een reden die je heel erg soms opnieuw verklaarbaar voorkomt, niet in kort bestek, geen voor-, geen nawoord, maar wel uit te leggen, een boek waaraan je opeens toch meer belang hecht dan aan veel van die andere, meer recente of net die klassieke, minder recente edities die je met grote regelmaat opeenstapelt, een zootje van zo'n omvang dat de volumes zich over alle kamers hebben verspreid, tot in de toiletruimte toe. En tussen al die volumes, waarvoor je na verloop van tijd geen aandacht meer opbrengen kan, één volume, hoe het in je bezit kwam herinner je je misschien niet eens, waarvan je ooit alleen de eerste zin las, nooit meer dan alleen die verrukkelijke eerste zin, waaruit je vijftig, waaruit je honderd bladzijden had kunnen scheuren en daarbovenop alles wat je had willen lezen cadeau gekregen had. Intussen ben je tien, twintig, vijftig, honderd, vijfhonderd volumes verder en geen moment kwam het in je op om het boek open te slaan, om het aan te raken, om laat staan die eerste, een tweede, een derde zin, een bladzijde, nog een bladzijde uit het boek te scheuren,
Even heen en terug naar de Himalaya om de hoek.
zondag 16 augustus 2026
boeken
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten