zondag 9 augustus 2026

woensdag

consider him a victim of high culture, like those victims in detective stories who prefer to enter their houses through the window



Iemand had me het boek gegeven. De titel van het boek Museum van Onvoorwaardelijke overgave. Zo had Van Massenhove iets om naar uit te kijken. Na amper zeventig bladzijden hield het op. Ik gaf mededeling van het feit dat ik dat eigenlijk best wel onfortuinlijk vond, die 70 bladzijden. Van Massenhove zat naar me te kijken. Ja, jongen, dacht ik, is dat fortuinlijk of wat doen we ermee. Heb je aan Tuytens honderddrieëntwintig bladzijden, of zeventig, of wat bedoel je. Concreet, wat je aan Tuytens hebt, dat uit het boek van onvoorwaardelijke overgave één bladzijde, 1, en alleen die bladzijde verwijderd wordt, of alles tot die ene bladzijde herleid wordt, opnieuw, wat bedoel je vraag ik, dus opnieuw, wat je aan Tuytens hebt. Na nog eens vijfhonderd bladzijden houdt het op. En dan hebben Tuytens en Van Massenhove toch opnieuw iets om naar uit te kijken. Ze zaten aan een lange tafel achterin het restaurant en die zittende houding bleek dubbel profijt te hebben Er was niet alleen het boek, Foucault, seventy pages _ my notion of it ––– de appelcompote, stoemp, een braadworst [ik zoek compote op. Vruchtenmoes staat er] en onderaan bladzijde 10: La Mandragore. Dus tot hier ongeveer, Tuytens die er van uitgaat dat ik het vruchtenmoes zonder dat hij het af te spelen heeft ter beschikking stellen moet. Ik noteer wat ik mij herinner, meer niet, de oorzaak zit bij het fiasco. Was er van uitgegaan dat ik iets aan het boek hebben zou, of, dat ik net als Verdegem het deed genoeg aan 70 bladzijden had – Verdegem werd betaald om het te doen. Deed het sinds 1991. En hoe jammer het ook is. Latijn-Griekse. Afgestudeerd cum laude in Germaanse filologie. Het eerste baantje, MUTE & SCISSORS, overheden bevloeien het concept: meer dan 70 bladzijden moet het niet hebben, zeggen ze. Lezen, tellen, het mes erin, scheuren. Met de generatie vijftig zestig had Verdegem noemenswaard geen probleem gehad. Je was al blij als het 70 bladzijden had. De administrateur-generaal formuleerde geen kritiek. Neem een voorbeeld aan Lindon, zei hij. Het dak ratelde. Rukwind. Hoe je het ook draait of keert, zou Verdegem hierover gezegd hebben, na die 70 bladzijden heb ik er telkens echt wel genoeg van. De verwondering. Hiermee was het begonnen. En aan zich herinneren hoe het begonnen was had hij zich een broek gescheurd. Negeer de kritieken. Wat niet in het groene boekje staat, gaat er uit; maar; personeelstekort. Zo'n stagiaire gaat nu ook geen eeuwigheid mee. De overheid bovendien heeft niets met eerste zinnen. Met elke repliek op zo'n eerste zin begint de ellende. Vaak heeft het hoofdstukken die je zo dumpen kan. Het kapitaal zit in de eerste zin, de bladzijde die er uitgaat. Kabaal, kabaal, groot kabaal: na zestig alles dumpen.
Maar Verdegem zag je zelden in de kantine. Hij zat lijkbleek op Joyce. 

Geen opmerkingen: