maandag 10 augustus 2026

een geval

Acht boeken van Pasolini en een ketel met lege oesterschelpen, dat was wat ze ’s ochtends op tafel aantrof, tussen een korf met citrusvruchten, dikke sneden zuurdesembrood, kippebeentjes in een met tomatensaus ingesmeerde schotel, een puddingachtige tiet, wat er bijzonder smerig uitzag, aan bestek en borden vastgekoekte aardappelpuree, boter waar ze geroosterd beenmerg doorheen geroerd hadden, pesto, een bataljon lege wijnflessen, chips, en ook nog een kom met een berg schillen van de pindanoot. Een van de boeken zat onder een dikke laag aardappelpuree, Petrolio had ze uit een tot de rand met olijfolie gevuld bord op te vissen. Toen ze het allemaal wat op orde gekregen had, nam ze Pasolini naar het bureel, alleen Petrolio hield ze in quarantaine, in het met olijfolie gevulde bord waarin ze het boek aangetroffen had. Uit elk van de boeken scheurde ze 70 bladzijden, wat 490 bladzijden gaf, en uit één boek nog een bladzijde, wat het totaal op 491 bladzijden bracht. Zei ze. Met haar rechterhand tippelde ze over The Selected Poetry of Pier Paolo Pasolini het boek waaruit ze 71 bladzijden gescheurd had, zei ze.

Je ziet 1 bladzijde over het hoofd, juffrouw Werdenfels, had Tuytens opgemerkt, de achterkant van bladzijde 491. Je scheurde niet 491 maar 492 bladzijden uit Pasolini, juffrouw Werdenfels.

492 bladzijden, correct, mijnheer Tuytens, correct, mijnheer Tuytens, 492 bladzijden. Van één boek zat voorin een vel los, Le dada du sonnet, Welk boek, juffrouw Werdenfels? vroeg Tuytens, Le dada du sonnet, mijnheer, Een paperback? een paperback, dat met het tweede sonnet op de achterkant, en die bladzijde herinner ik me, het kwam me heel erg bijzonder voor, Hoezo, juffrouw Werdenfels, bijzonder, Bijzonder in z'n gebruikelijke betekenis mijnheer, 6 ongewoon, opmerkelijk, een zeer bijzonder verschijnsel, er stond: Il n’y a plus grand chose à tirer de moi : si quelqu’un me voyait quand je suis seul, Wat deed je met die bladzijde, juffrouw Werdenfels.

Alsof hij er van uitging dat ik om wat voor reden ook vergeten was dat ik ze om te draaien had, zegt Thelma. Ze lacht. Was het Tuytens die zei dat hij altijd een sigaret opsteekt als hij naar achter moet, vraag ik. Dat zou wel eens kunnen, zegt ze. Ze lacht. Ja, Tuytens, dat zou wel eens kunnen. Tuytens rookt in bed, rookt in bad, tussen twee bladzijden door, We hadden Tuytens eigenlijk nog maar zelden, hierover waren we het eens, zonder sigaret gezien. Iets anders, zeg ik, vraagje. Ik overhandig haar een foto die ik sinds vrijdag als bladwijzer gebruik. Die jongen hier, achterin de foto, op z’n electroped, is dat, wie is het. We bekijken de foto. Juffrouw Werdenfels bekijkt de foto, ik bekijk de foto. Waar heb je die foto vandaan, vraagt ze. Gevonden, zeg ik. Ze bekijkt me met zo’n blik van, gevonden? Gevonden, zeg ik. Ik wijs iemand aan die zich helemaal achterin de foto bevindt, het hoekje uiterst links, achterin, zie je, in de schaduw van die bomenrij. We bekijken de foto. Deze bedoel je? Guillermo buigt zich over de foto, knikt instemmend. is Diego, zegt ie, Diego B, is Hermeline mee uit geweest. Jeetje, roept Thelma, wat is ’t ie dik geworden. Massief. Diego dus. Is iedereen het hiermee eens? Diego B van huisnummer 37. Diego die er prat op gaat dat hij op huisnummer 37 woont. Die Diego dus. De idioot die met Smulz op de proppen kwam. Nog één woord hierover, zegt juffrouw Werdenfels, jongen, en ik moet kakken. Guillermo krabt z’n schraal behaarde schedel. Help, meid, wat heeft die kerel een onhebbelijk lange en dikke lul, zit ik te denken, zonder met gerichte precisie naar het kruis van z’n broek te kijken. Die Diego van huisnummer 13, grijnst Guillermo. Zevenendertig. Ben je daar zeker van, grijnst Guillermo. Zeker van wat, zeg ik. Van die dikke lul van je, he, zit ik te denken. Dat Diego dat gezegd zou hebben, zegt Guillermo. Diego heeft helemaal niets gezegd, zeg ik. Dattie niet kan schijten als ’t ie zonder tabak zit. Zou Diego dat gezegd hebben, zeg ik, en kijk om naar Thelma, die intussen weer over Pasolini gebogen zit. Zou Diego dat gezegd hebben, zeg ik, herhaal ik. Diego de la B. Hier. Ik haal nog een foto uit het foedraal, prik een wijsvinger op de foto. Hier, zeg ik, Deze mijnheer. Juffrouw Werdenfels komt er bijzitten. Die klootzak heeft geeneens een onderbroek aan, zit ik te denken. Wie heeft wat gezegd, vraagt ze. We bekijken de foto. Guillermo van zijn kant zou vooral aandacht voor juffrouw Werdenfels hebben. Hier, deze mijnheer, zeg ik, wie is dat. Guillermo en Thelma bestuderen de foto. Da’s, zegt Thelma, hoe heet ie, da’s Diego. Diego de la die, zeg ik. Guillermo gromt. Of B, zeg ik. Juffrouw Werdenfels kijkt op van het boek dat ze open voor haar op tafel heeft. Verdegem komt er bij staan, knikt instemmend. Kortom, die brieven dus, zegt hij. Juffrouw Werdenfels zit negen seconden strak voor zich uit te kijken. Tuytens. Ook Tuytens komt er bij staan, steekt een sigaret op. We bekijken de foto. Hoor ik schrijven, zegt Tuytens. Scheuren, mijnheer. Tuytens knikt instemmend. Schrijft van moeten, pardon, merkt juffrouw Werdenfels op. Klimt met een verleidelijk lachje steil richting Tuytens. Liefdesbrieven, die van z’n moeder, in de houtkachel, één doos, en alles ging in vlammen op. Dus de brieven die niet hij maar z’n moeder geschreven had, zeg ik. We bekijken de foto. Kortom die brieven dus, zit ik te denken, en wat we niet weten is wie de bestemmeling was. Dus Tuytens die zei dat hij moet kakken. Schrijven, schrijven. Schrijven bedoel je. Belanden we van één situatie in nog een situatie? Schrijven, kakken, scheuren. omstandigheden Tuytens steekt een sigaret op en ergens onder een van de eikenhouten tafels is een diepe zucht te horen, dermate diep dat we met z’n allen besluiten om er niet op in te gaan, En dan nog een sigaret.

Geen opmerkingen: