In The Walk van Robert Walser, een verzameling short cuts, ben ik op bladzijde 9 aanbeland, en, wat niemand verbazen zal, op een besneeuwd veld waar ik sinds jaren vertrouw mee ben:
Trousers
of wat je daarmee aan moet. Om in het Duits te zeggen, wat Walser toekomt: wenig. Pas als een man het waagt om zich anders voor te doen dan wat ogenschijnlijk van zijn weinig naakte verschijning verwacht wordt, dan pas zal voor de broek een nieuw tijdperk aanbreken. Ik citeer Walser:
I am thrilled to be writing a report on such a delicate subject as trousers, and thus to be licensed to plunge into meditation upon them; even as I write this, a desirous grin, I can feel it, is spreading over my entire face. Women are, and always will be, so delicious. Well then, as regards fashion in trousers, tending as it does to excite all hearts and minds, and to quicken every pulse, that fashion must conduct the thought of any earnestly thinking man above all toward that which it accentuates and importantly clothes: the leg. The leg of the woman is thereby, to some extent, moved into into a more luminous foreground. Anyone who loves, esteems, and admires women's legs, as I do, can consequently, it would seem, only concur with such a fashion, and indeed I do concur with it, although I am actually very much in favor of skirts also. A skirt is noble, awe-inspiring, and has a mysterious character. Troucers are incomparably more indelicate and they suffer the masculine soul, to some extent, with a sudder. Again, on the other hand, why should horror not grip us modern people, slightly? It seems to me that we do very much need to be woken up, to be give a shake.
Walser zal niet nog eens gefotografeerd worden, vermoed ik, met een hoed die vlak bij in de sneeuw naast een paaltje terechtkwam. Of misschien net wel, naast nog zo'n paaltje.
zaterdag 20 april 2013
vrijdag 19 april 2013
weer zo'n dagje
Weer zo'n dagje, merk ik. Zon plaatst een horizontale rechthoek vlak naast de slaapkamerdeur. Ik kruip uit bed, stommel door de kamer, kijk naar de prachtige rechthoek van wit en helder zonlicht en bedenk dat ik er tot vandaag van uit was gegaan dat het slaapkamervenster op het zuiden stond. Maar dan is het zuiden... ginds, besef ik. Ik kijk naar wat ik op dat moment met ginds bedoel, wat zo goed als meteen samenvalt met een ander moment. Gedesoriënteerd stap ik de gang op. Wat later sta ik onder een douche. Het water, dat heb ik mee te geven, is heet. Ik heb me er een hele tijd geleden al bij neergelegd dat ik helemaal nooit zal ontdekken hoe ik de knoppen bijstellen moet. Het is een moderne douche, de armatuur is prachtig, het is buitengewoon, maar van de persoon die het ontwierp zou ik nu toch eerst te weten willen komen wat haar bedoeling was. Ik fluit een deuntje. Het gezicht in de badkamerspiegel komt me bekend voor. Een half uur later zit ik voor de laptop. Het eerste bericht is dat van een boekhandel, ze hebben een van de boeken binnen, The Walk van Robert Walser.
Ik rij naar Het Gouden Hoofd waar ze vandaag fish & chips hebben. In croxhapox zit Veldhuis aan tafel, Guy is met de schoenen van Woueté bezig.
Ik rij naar Het Gouden Hoofd waar ze vandaag fish & chips hebben. In croxhapox zit Veldhuis aan tafel, Guy is met de schoenen van Woueté bezig.
woensdag 17 april 2013
étude
De buurman vertelt me dat hij een hekel aan onkruid heeft. Hij rijdt het gras met een elektrische machine. Aan paardenbloem heeft hij een pesthekel. Hij rijdt het gras omdat hij gazon wil, geen paardenbloemen. Waar koop je zo'n ding, vraag ik, waar je gras mee afrijdt. In HUBO, zegt hij. Hij wijst naar het gazon aan de straatkant, wat voor toestand is het daar. Hij wil gazon en daarmee uit. Met onkruid valt niet te leven. 's Avonds kijkt hij televisie, zegt hij, in z'n slaapkamer. Hij slaapt onder alles door, alleen die rotvervelende reclames maken hem wakker.
maandag 15 april 2013
familie
Van de grootvaders herinner ik me dat ze Phil genoemd werden, wat van Theophile afgeleid was. Phil van vaderskant was een metser, Phil van moederskant kwam in de oorlog om. We wisten dat hij stomdronken thuiskwam, wijf en dochter doken in de kleerkast en als hij ze daar vond werd op hen gejaagd tot hij in het keukentje op de knieën zat. In het stadje hadden ze toen niemand die beter was. Hij deed automechaniek en dronk. Schuin tegenover het gerechtsgebouw was het estaminet van de freule waarmee hij in het echt getreden was. Achttien jaar was ze, of een tik of zo, toen ze noodgedwongen meeging in dat huwelijk. Op alle foto's staat een joviale man met hoffelijke deukhoed. Dat het meisje me zou vertellen dat ze in de kleerkast wegdook telkens hij stomdronken thuiskwam, wist hij niet. Hij greep ze bij de lurven, gaf ze een veeg uit de pan. Van moederskant heb ik niet meer ellende geërfd dan de ellende die ik krijgen kon.
Theophile, op de begraafplaats hadden ze een gedenkplaat. Het meisje heeft het vaak over dat laatste moment gehad, toen hij in de huiskamer op een stoel vastgebonden zat. Toen hij eerst vanuit Breendonk, later vanuit Wolfenbüttel, waar hij in 1945 onthoofd werd, brieven naar z'n toen 12-jarige dochter schreef, weigerde ze die te beantwoorden. Het meisje heeft op niet één brief geantwoord.
Theophile, de voorvader van vaderskant, was een zachtaardige man. Hij had het tot meesterknecht gebracht. Ook hij lustte een neutje. Hij miste een duim maar won toch keer op keer het kampioenschap in een plaatselijke negorij waar alles wat ze van Breendonk wisten aan de muren hing.
Theophile, op de begraafplaats hadden ze een gedenkplaat. Het meisje heeft het vaak over dat laatste moment gehad, toen hij in de huiskamer op een stoel vastgebonden zat. Toen hij eerst vanuit Breendonk, later vanuit Wolfenbüttel, waar hij in 1945 onthoofd werd, brieven naar z'n toen 12-jarige dochter schreef, weigerde ze die te beantwoorden. Het meisje heeft op niet één brief geantwoord.
Theophile, de voorvader van vaderskant, was een zachtaardige man. Hij had het tot meesterknecht gebracht. Ook hij lustte een neutje. Hij miste een duim maar won toch keer op keer het kampioenschap in een plaatselijke negorij waar alles wat ze van Breendonk wisten aan de muren hing.
zondag 14 april 2013
zondag 14 april
9,5 kilo. Dirk glundert. Ze waren er van uitgegaan dat het niets zou worden. Toen ze het witloof begonnen uit te graven, stak er één boven het zwarte vierkant uit, net daar waar het verwarmingstoestel gestaan had. Ze groeven en bleven graven tot ze zo'n enorme hoeveelheid witloof bijeen hadden dat hun verstand er bijna stil van stond. 9,5 kilo.
Op youtube kijken we naar Battle at Kruger. Er zijn best veel bezoekers. Bollani spoelt door de speakers. Patrick springt binnen. Met Mario komt het gesprek op de mogelijkheid om nu meteen aan een boekproject te beginnen. Michel en Marc introduceren Lili Dujourie.
Être artiste, zegt Marc Rossignol, c'est la résistance. Een ogenblik eerder had hij aan Lili uitgelegd hoe het met die tweepluimige vogel zat.
Ma nièce est de Leuven, zegt hij. Elle parle le français avec un accent, et un accent, quand-même, ça donne du bloem au language. Hij herinnert zich een anekdote. Hij en z'n vrouw waren in New York. Ze hadden een taxi genomen. Toen ze aan het eind van de rit afrekenden, stopte z'n vrouw de chauffeur een fooi toe. Ze had thank you willen zeggen, maar zei fuck you.
A Louvain, merkt Marc Rossignol op, il y a quand même un tableau de Jésus-Christ avec les jésus-christs de Jésus-Christ. Le jésus-penis. Wie de geportretteerde is, is niet bekend.
Op youtube kijken we naar Battle at Kruger. Er zijn best veel bezoekers. Bollani spoelt door de speakers. Patrick springt binnen. Met Mario komt het gesprek op de mogelijkheid om nu meteen aan een boekproject te beginnen. Michel en Marc introduceren Lili Dujourie.
Être artiste, zegt Marc Rossignol, c'est la résistance. Een ogenblik eerder had hij aan Lili uitgelegd hoe het met die tweepluimige vogel zat.
Ma nièce est de Leuven, zegt hij. Elle parle le français avec un accent, et un accent, quand-même, ça donne du bloem au language. Hij herinnert zich een anekdote. Hij en z'n vrouw waren in New York. Ze hadden een taxi genomen. Toen ze aan het eind van de rit afrekenden, stopte z'n vrouw de chauffeur een fooi toe. Ze had thank you willen zeggen, maar zei fuck you.
A Louvain, merkt Marc Rossignol op, il y a quand même un tableau de Jésus-Christ avec les jésus-christs de Jésus-Christ. Le jésus-penis. Wie de geportretteerde is, is niet bekend.
oiseau-écriture
oiseau-écriture: si l'oiseau a des plumes
ou
si l'oiseau n'a pas de plumes
remarque: une plume suffit
d'ailleurs au début c'est comme ça
regarde bien si l'oiseau à des plumes
deux plumes
bien qu'il a des pattes et des oreilles aussi
comme Prévert le disait
et même si Prévert de bonheur lui gratte une page petite
rien que - à qui se concerne les plumes - deux
ou trois si c'est l'oiseau à trois plumes
ou quatre
ou cinq
et un oeuf de grandeur remarquable
et alors l'oiseau devient
image
point
virgule
république indépendante
ou
parce qu'il n'y a pas de chef
représentant de ses plumes
un deux trois ou cinq et bien voilà
cépendant son écriture non-autorisée ne se fait pas toute seule
ou
si l'oiseau n'a pas de plumes
remarque: une plume suffit
d'ailleurs au début c'est comme ça
regarde bien si l'oiseau à des plumes
deux plumes
bien qu'il a des pattes et des oreilles aussi
comme Prévert le disait
et même si Prévert de bonheur lui gratte une page petite
rien que - à qui se concerne les plumes - deux
ou trois si c'est l'oiseau à trois plumes
ou quatre
ou cinq
et un oeuf de grandeur remarquable
et alors l'oiseau devient
image
point
virgule
république indépendante
ou
parce qu'il n'y a pas de chef
représentant de ses plumes
un deux trois ou cinq et bien voilà
cépendant son écriture non-autorisée ne se fait pas toute seule
vrijdag 12 april 2013
vrijdag 12 april
Naast de stam van de rozelaar staan twee paardenbloemen. Achter het glazen gebouw, waar links een met teer lentegroen getooid boompje staat, schuift een reusachtige aak door het landschap. Regen, dan hagel, opnieuw regen, dan niets, wat later opnieuw regen en weer wat later en zonder exact tijdstip: zon. Traag, ijzingwekkend traag, zwenkt een auto over het asfalt van een parkeerterrein waar een bord aangeeft dat de pensioendienst er gehuisvest is. In de Oude Houtlei is nog één parkeerplaats ter beschikking, vlak naast een bouwkraan. Een jonge vrouw in een rode mantel met kruiswoordraadselpatroon. Invullen wat je over haar te weten kwam. Et la démonstration éblouissante nous en est aussitôt faite, précisément dans cette partie qui, à mes yeux, constitue la préface ou. Aan de straathoek zit een bedelaar. In Gwenola bestel ik een pannekoek met ei en kaas. 'En mosterd...?' glimlacht de dame. Ze weet dat ik sinds jaar en dag altijd dezelfde bestelling plaats. Renate draagt een blauwe broek en heeft haar laptop bij. Waar ze niet aan denken mag, zegt ze, dat ze op reis ook nog eens aan haar laptop denken moet. Vandaag, omdat we straks bij Ivan langsgaan, heeft ze niettemin haar laptop bij. De gastheer verontschuldigt zich voor de rotzooi. Het gesprek komt op Robert Walser. Die foto heeft hij lange tijd in z'n slaapkamer aan de muur gehad, zegt hij. We nemen het werk van Renate door. Cuma zit met haar kop in een visbokaal. Dat doet ze altijd, eigengereid, poeslief, elegant. Iedereen heeft recht op één geheimpje, grapt Ivan. In Paard van Troje zoek ik of ze wat van Walser hebben. Het wordt een volume van Perec, Species of Spaces and Other Pieces, een Penguin editie met een wat verwaaide versie van het bekende gezicht op de cover, een foto uit 1978. Page 89, The Uninhabitable: The uninhabitable: seas used as a dump, coastlines bristling with barbed wire, earth bare of vegetation, mass graves, piles of carcasses, boggy rivers, towns that smell bad (geen punt) Er is een mailtje van Pedro Faria.
donderdag 11 april 2013
nee
Een jongedame belt me. Ze werkt voor de Persgroep, zegt ze. What's in a name. Eergisteren had ik ook al iemand van de Persgroep aan de lijn gehad. Ik moet toegeven dat ik niet goed weet wat ik me daar bij voor te stellen heb. Iemand van De Morgen? Nee, had 't ie gepreciseerd, nadat ik hem betrapte op het feit dat hij me, zonder eerst te zeggen dat dat de bedoeling van het gesprekje was, telefonisch aan het interviewen was. Met wat minder grijze hersenmassa was 't wellicht niet eens tot me doorgedrongen dat hij me aan het interviewen was. Nee, de Persgroep, zei hij, is Het Laatste Nieuws, Dag Allemaal, Story. O jee, die genocide dus, mompelde ik.
Ik had net m'n auto geparkeerd en het meisje had een sympathieke stem. Spreek ik met Hans van Heirseele, vroeg ze.
Nee, zei ik. Ze leek wat op haar hoede om al te fel aan te dringen. Maar ik heb Hans van Heirseele aan de lijn, zei ze, of zoiets.
Nee, zei ik. Op papier bestaat die ander natuurlijk wel, maar, voegde ik toe, papier is willig.
Nu ben ik wat verward, gaf ze toe. Tja, dacht ik, je zou voor minder. Van iemand die voor een genocide werkt, kan ik me eigenlijk wel voorstellen dat ze heel af en toe wat verward is. Het gesprek bleef hoffelijk. Het zinde me niet om haar meer te zeggen dan wat ik toch niet te zeggen had, dat ik blaadjes als Story en Dag Allemaal een schanddaad vind, dat dit soort riooljournalistiek in het strafrecht thuishoort, of, godbetert, dat ze m'n kloten kussen kon.
Ben je vertrouwd met de werken van croxhapox, had ik gevraagd. In dat geval, voegde ik toe, had je kunnen weten... Nee, had ze gezegd.
Ik geef geen interview, zei ik, dat heeft met de context te maken, lui die om wat voor reden ook met hun gezicht in de media komen - zo'n context deugt niet. Maar ik wil best praten over croxhapox en Michaël Borremans, om een voorbeeld te geven, zei ik.
Of ik dan een afkeer had van, vroeg ze. Van het BV-wereldje, bedoelde ze.
Een afkeer van, zei ik, ja, zo kan je het stellen.
Ze begon over de persoon over wie ze me wilde interviewen, dat hij toch maar wat gretig gebruik maakt van, et cetera. Ik geef geen interviews, zei ik.
Ja, euh, dat had ze natuurlijk al wel begrepen. Ik klapte het deksel van m'n gsm dicht, keek heel even naar het malafide ding en toen ik over het woonerf stapte, merkte ik dat er voorts helemaal niets gebeurd was.
Ik had net m'n auto geparkeerd en het meisje had een sympathieke stem. Spreek ik met Hans van Heirseele, vroeg ze.
Nee, zei ik. Ze leek wat op haar hoede om al te fel aan te dringen. Maar ik heb Hans van Heirseele aan de lijn, zei ze, of zoiets.
Nee, zei ik. Op papier bestaat die ander natuurlijk wel, maar, voegde ik toe, papier is willig.
Nu ben ik wat verward, gaf ze toe. Tja, dacht ik, je zou voor minder. Van iemand die voor een genocide werkt, kan ik me eigenlijk wel voorstellen dat ze heel af en toe wat verward is. Het gesprek bleef hoffelijk. Het zinde me niet om haar meer te zeggen dan wat ik toch niet te zeggen had, dat ik blaadjes als Story en Dag Allemaal een schanddaad vind, dat dit soort riooljournalistiek in het strafrecht thuishoort, of, godbetert, dat ze m'n kloten kussen kon.
Ben je vertrouwd met de werken van croxhapox, had ik gevraagd. In dat geval, voegde ik toe, had je kunnen weten... Nee, had ze gezegd.
Ik geef geen interview, zei ik, dat heeft met de context te maken, lui die om wat voor reden ook met hun gezicht in de media komen - zo'n context deugt niet. Maar ik wil best praten over croxhapox en Michaël Borremans, om een voorbeeld te geven, zei ik.
Of ik dan een afkeer had van, vroeg ze. Van het BV-wereldje, bedoelde ze.
Een afkeer van, zei ik, ja, zo kan je het stellen.
Ze begon over de persoon over wie ze me wilde interviewen, dat hij toch maar wat gretig gebruik maakt van, et cetera. Ik geef geen interviews, zei ik.
Ja, euh, dat had ze natuurlijk al wel begrepen. Ik klapte het deksel van m'n gsm dicht, keek heel even naar het malafide ding en toen ik over het woonerf stapte, merkte ik dat er voorts helemaal niets gebeurd was.
maandag 8 april 2013
audit
Meerdere leden van de vergadering zeiden dat hun ideale toestand, waarbij één iemand ook daadwerkelijk Sebald citeerde, die van het zuivere vergeten was.
De voorzitter schreef het op, keek om naar de dame die naast hem zat.
Ik sloeg Quatre conférences open, van Claude Simon, sloeg het open op bladzijde 21 en las: "Ah! des moules, dit Albertine, j'aimerais tant manger des moules. - Mon chéri (répond le narrateur) c'était bon pour Balbec, ici ça ne vaut rien; d'ailleurs, je vous en prie, rappelez-vous ce que vous a dit Cottard au sujet des moules!", réplique qui prend tout son sens si l'on se rappelle que le narrateur Waarmee ik een pagina betrad waar op dat moment helemaal niemand aan tafel zit. De blackstraler ronkte.
Aan het eind van de vergadering klikt iemand de website van Jan Peter Tripp aan. En wat had ik zin in mosselen, opeens, op smaak gebracht met venkel en steranijs.
Iemand zei iets, opperde een naam. Ik noteerde de naam van wat een conceptueel bleek te zijn in het schriftje. Hebben we het liquide, ik stootte de voorzitter aan, die met iets anders bezig was, hebben we het liquide voor, euh, een conceptueel?
Wat vreselijk om de auteur van die bladzijde met wat anders lastig te vallen dan dat waar hij mee bezig is, besefte ik.
De voorzitter schreef het op, keek om naar de dame die naast hem zat.
Ik sloeg Quatre conférences open, van Claude Simon, sloeg het open op bladzijde 21 en las: "Ah! des moules, dit Albertine, j'aimerais tant manger des moules. - Mon chéri (répond le narrateur) c'était bon pour Balbec, ici ça ne vaut rien; d'ailleurs, je vous en prie, rappelez-vous ce que vous a dit Cottard au sujet des moules!", réplique qui prend tout son sens si l'on se rappelle que le narrateur Waarmee ik een pagina betrad waar op dat moment helemaal niemand aan tafel zit. De blackstraler ronkte.
Aan het eind van de vergadering klikt iemand de website van Jan Peter Tripp aan. En wat had ik zin in mosselen, opeens, op smaak gebracht met venkel en steranijs.
Iemand zei iets, opperde een naam. Ik noteerde de naam van wat een conceptueel bleek te zijn in het schriftje. Hebben we het liquide, ik stootte de voorzitter aan, die met iets anders bezig was, hebben we het liquide voor, euh, een conceptueel?
Wat vreselijk om de auteur van die bladzijde met wat anders lastig te vallen dan dat waar hij mee bezig is, besefte ik.
zondag 7 april 2013
vulmiddel
Je moet in overtreffende trap wel totaal heimatloos zijn om een theorie als de Vlaamse zaak te willen behartigen.
Een aap is een aap is een aap.
Een aap is een aap is een aap.
een keitje werpen
Daar staat hij. Tot aan de horizon, of wat van die horizon zichtbaar is, is de bodem grijs en glad als een biljartlaken. Over dat grijze tafellinnen, wat ten slotte hoogstens dat van een foto is, strijkt geen zuchtje wind. Bij de andere horizonten, achterop (hier stond de fotograaf), ter rechterzijde (hier is niemand), ter linkerzijde (niemand), stel ik me eenzelfde desolaat panorama voor - met fotograaf, als de geportretteerde bijvoorbeeld een mobieltje had bij gehad, en ter linkerzijde, bijna samenvallend met de scherpe lijn tussen het asfalt en het grijze gebied dat zich van rand tot rand boven dat asfalt uitstrekt, een colonne. De colonne met appeltjes van oranje verving het legioen van Hannibal en de krijgsheren van Napoleon zijn dan wel niet uitgeweken naar Tristan da Cunha maar koesteren niettemin geen ander devies dan het bijeen graaien van alles wat ze maar krijgen kunnen. In die vlakte, verstoord door keitjes en kleine steenbrokken, staat een man naar het asfalt te kijken. Op de foto steekt z'n dunne, langwerpige gestalte hoog boven het kale landschap uit. Met z'n nek neerwaarts, waardoor de nekwervel bloot kwam te liggen, staart hij naar het asfalt. In z'n rechterhand is een voorwerp, iets dat er op het eerste zicht net als een nier uitziet, of een teelbal. Heeft hij het keitje net opgeraapt of overweegt hij om het van zich af te werpen? Wat zal de hand schrijven, als we even wegkijken van het beeld, een werpende of een rapende beweging - of blijft hij staan waar hij toch al stond? Uitgesneden in het landschap is hij ongetwijfeld tot nog een beweging in staat: hij stopt het keitje, dat hij een ogenblik eerder zomaar had opgeraapt, in z'n broekzak. De fobie blijft, een fobie voor het oprapen van net dat ene keitje en een ogenblik later, de fobie om het van zich af te werpen. In de zeventiende eeuw zullen ze ook nooit bedacht hebben dat de nazaten, of in elk geval zij die er aan kwamen, er zo'n zootje van zouden maken. Hij werpt het keitje, bukt zich, raapt het op. Tegelijk twijfelt hij, merk ik, alsof hij bedenkt dat het keitje dat hij nu op identieke manier in z'n krampachtig boven het vlakke landschap gestrekte handpalm klemt, niet het keitje is dat hij een ogenblik eerder van zich afwierp.
woensdag 3 april 2013
woensdag 3 april
Een Bulgaarse correspondente, ze woont sinds eind vorige eeuw in Màlaga, waar ik op een dag een handje toestak toen ze haar pas gekochte appartementje aan het renoveren was, stuurt me het kopie van een gedicht, door een zekere Maria in een intussen vergeelde, in Sebastopol gepubliceerde bloemlezing aangetroffen. Met die Maria, die ik nooit ontmoette, heb ik in 2000 heel even contact gehad, herinner ik me. Ze schreef me een kluchtige brief en die brief ben ik kwijtgeraakt. Svetlana wijst er op dat de titel van het gedicht niet The Hand That Became A Hand is, als je het naar het Engels zou vertalen, maar The Hand That Came From A Hand.
страна страсти явилась вдали
En wat ze ook nog schrijft, The Hand That Came From A Hand, als dat is wat er staat tenminste, zou Odysseus als protagonist hebben, of liever, Адиссеем, want dat is wat er staat, meent Svetlana, Adysseus of van Adysseus, of van de hand van Adysseus, of zoiets. Ik stel me voor dat Poljotkin, of Paljatkin, of hoe hij ook heet, weinig had aan letterkasten die ondersteboven staan.
страна страсти явилась вдали
влаге тиррена - завершила задание
на десятый день: была украдена сума с ветрами.
мужикам её
напиться,
спасенные из
грязи хитрым Адиссеем,
избежали срама на века).
пусть не в стране страсти:
и кирка защебетала. задействуй радар руки,
сказал адиссей, если ты видишь
так называемых друзей.
смени в руке гласную,
предательства,
уже с заданьем для тебя.
А еще репица дает знак, -
виляет или не виляет.
En wat ze ook nog schrijft, The Hand That Came From A Hand, als dat is wat er staat tenminste, zou Odysseus als protagonist hebben, of liever, Адиссеем, want dat is wat er staat, meent Svetlana, Adysseus of van Adysseus, of van de hand van Adysseus, of zoiets. Ik stel me voor dat Poljotkin, of Paljatkin, of hoe hij ook heet, weinig had aan letterkasten die ondersteboven staan.
dinsdag 2 april 2013
zondag 31 maart
'Un San Miguel...,' zegt ze. De un was me opgevallen. Knappe meid,
hoogzwanger, guitige blik.
Met de index was ik op bladzijde 280 gestrand. Joris belde me. Ze waren net terug uit Pussemange. Tijd om in Quatre Conférences te lezen was er niet geweest. Quatre Conférences had Kris me toegestopt. Jacquemyn en Gottschalck hadden net voor een verrukkelijke set gezorgd. Zou vorige week gebeurd zijn. Aan de buitenzijde zag de contrabas van Jacquemyn er als een staldeur uit: hij plooit dubbel over het instrument, wringt het als een dweil waaruit op gegeven ogenblik alleen nog de echo opklinkt van een druppel die met vol gewicht op de aardbodem inslaat. Gottschalck toverde. Ik vroeg haar, na het concert, hoe het voor haar begonnen was. Met toonladders, had ze gezegd kunnen hebben, of: met Berio. 'Donc, pour Proust,' lees ik,
Ik sla het boek open op bladzijde 21.
les noms sont comme les moules des idées. Et la démonstration éblouissante nous en est aussitôt faite, précisément
'En van die gebakken visjes.'
- Gebakken visjes?
'Gebakken visjes.' De met zwangerschap betoverde jongedame toont wat ze bedoelt. Visjes die je uitrekken kan zonder dat de graten er uit vallen.
'Van die gebakken visjes,' preciseert ze.
Cindy heeft begrepen wat de dame bedoelt. FERIA ANDALUZA staat er, als ik het hoofd een kwartslag draai.
'En, euh, heb je tomatensaus?' Ja, ze hebben tomatensaus.
'En een plat water.' Hebben ze ook. Waaraan toegevoegd kan worden dat de vaas naast het zoutvat twee gele rozen biedt.
Met de index was ik op bladzijde 280 gestrand. Joris belde me. Ze waren net terug uit Pussemange. Tijd om in Quatre Conférences te lezen was er niet geweest. Quatre Conférences had Kris me toegestopt. Jacquemyn en Gottschalck hadden net voor een verrukkelijke set gezorgd. Zou vorige week gebeurd zijn. Aan de buitenzijde zag de contrabas van Jacquemyn er als een staldeur uit: hij plooit dubbel over het instrument, wringt het als een dweil waaruit op gegeven ogenblik alleen nog de echo opklinkt van een druppel die met vol gewicht op de aardbodem inslaat. Gottschalck toverde. Ik vroeg haar, na het concert, hoe het voor haar begonnen was. Met toonladders, had ze gezegd kunnen hebben, of: met Berio. 'Donc, pour Proust,' lees ik,
Ik sla het boek open op bladzijde 21.
les noms sont comme les moules des idées. Et la démonstration éblouissante nous en est aussitôt faite, précisément
'En van die gebakken visjes.'
- Gebakken visjes?
'Gebakken visjes.' De met zwangerschap betoverde jongedame toont wat ze bedoelt. Visjes die je uitrekken kan zonder dat de graten er uit vallen.
'Van die gebakken visjes,' preciseert ze.
Cindy heeft begrepen wat de dame bedoelt. FERIA ANDALUZA staat er, als ik het hoofd een kwartslag draai.
'En, euh, heb je tomatensaus?' Ja, ze hebben tomatensaus.
'En een plat water.' Hebben ze ook. Waaraan toegevoegd kan worden dat de vaas naast het zoutvat twee gele rozen biedt.
donderdag 28 maart 2013
een dag uit het leven van
- Mag ik dat kussen eventueel...?
Jelle zit aan de bestuurstafel. Sofie bedoelt de kussensloop die in een van de hoeken van de kubusruimte terechtkwam. Op het zwarte kussen ligt een literaire studie over het werk van Kasimir Malevich.
In Quatre conférences, van Claude Simon, was ik op bladzijde 17 aanbeland. De blackstraler ronkt. Jelle nam het administratieve recitatief door, in de corridor stond een dame naar het werk van Erwan Mahéo te kijken.
- Euh..., zei Sofie. Ze wou de kubusruimte opmeten. Mag ik dat kussen heel even...?
Ja, natuurlijk, zei ik. cependant, il me semble impossible (tout au moins Een ogenblik later was ze met een plooimeter bezig. Terwijl ze hiermee bezig was, zag ik alleen het schriftje. In het schriftje had ze een grondplan van de kubusruimte getekend.
- 270.
270?
- 270 en 295, zei ze. Ze was met de gele plooimeter bezig. Ergens halverwege de vloer was het eindpunt van de plooimeter. Ik keek naar de vinger die aangaf waar de plooimeter ophield.
Tot de balk is het 2m65, zei ze.
A-ha, zei ik. Dus die muur is 2m65.
Ja, zei ze.
2m65. Ze plooide de meter tot het weer 20cm geworden was en keek naar de beschikbare ruimte.
Jelle zit aan de bestuurstafel. Sofie bedoelt de kussensloop die in een van de hoeken van de kubusruimte terechtkwam. Op het zwarte kussen ligt een literaire studie over het werk van Kasimir Malevich.
In Quatre conférences, van Claude Simon, was ik op bladzijde 17 aanbeland. De blackstraler ronkt. Jelle nam het administratieve recitatief door, in de corridor stond een dame naar het werk van Erwan Mahéo te kijken.
- Euh..., zei Sofie. Ze wou de kubusruimte opmeten. Mag ik dat kussen heel even...?
Ja, natuurlijk, zei ik. cependant, il me semble impossible (tout au moins Een ogenblik later was ze met een plooimeter bezig. Terwijl ze hiermee bezig was, zag ik alleen het schriftje. In het schriftje had ze een grondplan van de kubusruimte getekend.
- 270.
270?
- 270 en 295, zei ze. Ze was met de gele plooimeter bezig. Ergens halverwege de vloer was het eindpunt van de plooimeter. Ik keek naar de vinger die aangaf waar de plooimeter ophield.
Tot de balk is het 2m65, zei ze.
A-ha, zei ik. Dus die muur is 2m65.
Ja, zei ze.
2m65. Ze plooide de meter tot het weer 20cm geworden was en keek naar de beschikbare ruimte.
Abonneren op:
Posts (Atom)