zaterdag 8 juni 2013

eentweetje

Zij. Over wat zit hij gebogen?
Hij. Over De Morgen zit hij gebogen.
Zij. Zit hij over De Morgen gebogen?
Hij. Hij zit over De Morgen gebogen.
Zij. En sinds wanneer zit hij over De Morgen gebogen?
Hij. Sinds de val van Tienanmen.
Zij. De val van?
Hij. Sinds de val van Casartelli.
Zij. Van?
Hij. Weet je wie de onderbroek uitgevonden heeft?
Zij. Nee.
Hij. Wanneer is de onderbroek uitgevonden.
Zij. Zie ik er uit alsof ik dat had kunnen weten?
Hij. Nee.
Zij. Dus zo lang al zit hij over De Morgen gebogen.
Hij. Da's lang.
Zij. En hoe lang zou hij daar nu nog blijven zitten?
Hij. Dat weet niemand.
Zij. Leest ie
Hij. Hij zit over buitenland gebogen. Landgenoten (kijkt om naar de belendende tafel)
Zij. of is 't ie in slaap gevallen?
Hij. Landgenoten hebben een atheïst onthoofd. Tot het meisje, daar, dat meisje, het meisje dat over (zwijgt abrupt)
Zij. Een risotto.
Hij. Een risotto. Tot ze die risotto heeft afgewerkt (kijkt om naar de belendende tafel), en dan, zonder dat iemand het merkt. Of nee. Tot de leesbril van z'n neus glijdt. Uit de maag van het meisje borrelt een noodkreet. Had ze niet voelen aankomen. En nu zeg jij
Zij. Iemand stoft de schedel af.
Hij. Prima. Iemand
Zij. Waarom.
Hij. Stoffen ze alleen de schedel af?
Zij. Nee.
Hij. Waarom?
Zij. Daarom.
Hij. Goed verdedigd.
Zij. Een nul.
Hij. Ok. Opnieuw. Wie pakt wie?

donderdag 6 juni 2013

ve skal grille

In Noorwegen was Toon met twee Noren die een bakje gekocht hadden, een wegwergding afgewerkt met folie, een set steenkool of vergelijkbaar spul en een roostertje dat je uitrekken of openklappen kan. Ve skal grille, zei een van de Noren. Dat doen ze alleen als er zon is. Dan gaan ze in een warenhuis langs, kopen zo'n bakje en een lading namaakworst. Met wat meeval worstelen de etenswaren zich een weg door het spijsverteringskanaal. Na de grill gooien ze de spullen weg. Over dit soort dingen is nagedacht.

woensdag 5 juni 2013

besluit

De mens is een rattenplaag. Dank u. Ik dank u. Dank u. Besluit twee laat wel nog even op zich wachten. Besluit drie is afgevoerd. Hoezo, wat, afgevoerd, waarom?

Mass Cham

Mass Cham, zegt ze, had ze in Gambia ontmoet, een ornitoloog die in z'n eentje voor het behoud van de mangroves gestreden had. Ze wilden er een resort bouwen. Hij ging met een spandoek in de mangrove zitten. Mass was iemand die de vogels opzocht, wist waar ze zaten en wanneer je ze vinden kon. Ze fotograferen deed hij niet. Ze trokken samen op, zij en Mass. Hij toonde haar de plekken waar ze ijsvogels en hamerkoppen zou kunnen fotograferen en de bearded barbet, een rode vogel met snorharen en een papagaaienbek. Op de foto's die ze van Mass maakte, zie je een boomlange, breedgeschouderde man met donkere huidskleur en een levendige blik. Geen lichtzinnige, geen vunzige, geen betweterige blik, niet die ranzige oogjes van een makelaar, aangetast door het diksap van hebzucht, pupillen die net zo vlak en hol zijn als de bodemloze put die ze afdekken, gaten met de doffe glans van verweerd beton waaruit iemand of iets je met niet langer te benoemen imbeciliteit aanstaart, vaak kwam me voor dat de drek waarvan zij zich niet ontlast hadden tot de hersens stond, ik keek naar en in de gladde gaten van een beerput, stront in maatpak, zo volledig uit stront samengesteld dat de bijkomende accessoires er eigenlijk niet toe deden. Cham, die ik alleen ken omdat zij die foto's van hem maakte, is wel van vlees en bloed. Op een van de foto's staat hij met een grappige bril. Ze drongen in de mangroves door. Mass had een gezwel op z'n hals. Daar moet je wat aan doen, zei ze. Mass begon uit te leggen dat dat niet kon, hij werkte niet voor het hotel. Als hij tot de staff van het hotel had behoord, had hij op bemiddeling kunnen rekenen. Dat was niet het geval. Hij vroeg haar of ze voor insuline zorgen kon. Voor z'n zus, zei hij. Van de hotelbaas vernam ze dat Mass niet ingeschreven was. Het zou twee jaar nemen voor hij via bemiddeling op medicatie rekenen kon.
In 2007 zat ze zeven uur in de koffer van een auto. Ze reden naar Dakar. Mass Cham lag er in een ziekenhuis. Zeven uur in de kofferbak van een auto over een stoffige weg. Witheet zonlicht.
Daar is Mass gestorven, in Dakar, in 2007, in het ziekenhuis. Ze had hem de laptop gegeven die ze bij hadden, zodat hij de naar de vogels kijken kon die hij zelf nooit gefotografeerd had.



dinsdag 4 juni 2013

de laatste pinguïn

Om te beginnen wil ik graag onder uw belangstelling brengen dat de pinguïn, of althans het dier behorend tot de aldus genaamde familie van zich rechtop voortbewegende watervogels, uitgestorven is.
Het besluit is vandaag genomen, er zijn geen pinguïns meer. Ik wil u daarom graag voorlezen uit een korte door het Ministerie van Korte Vleugels die op Vinnen lijken nagelaten mededeling: 'De pinguïn hield op te bestaan.' Wel is bekend dat een zekere Jansma in de buurt van Droningen, om de hoek waar hij woont, in een prachtige villa met pakijs een pinguïn gesignaliseerd zou hebben, of, althans, iemand die op een pinguïn leek. Het bleek om het aan een dranghek vast zittende gemeenteraadslid Kluitsma te gaan. Kluitsma was om een tot op heden niet verhelderde reden aan het dranghek vast komen te zitten. Sindsdien is mijn belangstelling voor het uitsterven van de soort alleen maar toegenomen.

zondag 2 juni 2013

dus

Ik voel dus... ik hurk. Ik steek het bedenksel af, hurk, kak.

niveau

Van genie gaan ze pas spreken als het er niet is, van niveau zodra het ontbreekt.

oefening

Geen internet hebben, geen e-mailadres, geen kabeltelevisie, wel een schotelantenne. De uren die je voor de buis doorbrengt, hou je bij in een schriftje. Je kijkt naar Duitse zenders of naar Arte. Op de lokale zenders hebben ze toch alleen maar rotzooi. Op de Duitse televisie daarentegen hebben ze documentaires over de Rote Armee Fraktion, niet één documentaire maar honderd documentaires die ze op elkaar stapelen tot het huis onder het televisietoestel wegzakt. Duitsland is het nieuwe model. En je steekt er nog wat van op ook. Die Schleyer bijvoorbeeld, die hadden ze niet in Kassel weggestopt. In Brussel zat ie. In Mogadishu gijselden radicale moslims een vliegtuig van Lufthansa. Duitse elitetroepen belegerden het vliegtuig. Een dag later troffen ze Baader, Ensslin en Raspe dood aan, weer een dag later Schleyer, in de kofferbak van een auto. Er is minstens één goeie kant aan die GAS-boetes, merkt iemand op: als ze de duimschroeven nu nog wat strakker zetten, gaat de jeugd eindelijk weer de straat op om te protesteren tegen dat totalitaire gedoe.

zaterdag 1 juni 2013

Smulz' heldendaad

Hadden we het over Smulz? Over wie anders hadden we het gehad kunnen hebben. Het ongelukkige voorval woog op de gemoederen. We zaten in het rooksalon. De ouwe Sprotokova was er bij komen zitten. Maxim stak een gloedvol betoog af over Praag, bovenaardse stad, maar goed, wat deed het er toe. Zaten we soms niet te wachten tot iemand over Smulz zou beginnen? Het sneeuwde toen ze in koetsen naar het concertgebouw reden waar die avond de première van de achtendertigste symfonie van Wolfgang Amadeus Mozart plaatsvinden zou. Een wonderkind, maar wilden wij het over Smulz hebben, of niet soms. Ja toch. Smulz. Die Smulz, begon ik, die is niet aan z'n proefstuk toe. Ach. Ik merkte een algehele verademing, een verwarring van sferen, Blake plukte een sigaar uit het kistje dat hem door Juan aangeboden werd. Een godheid, die jongen. Je hoorde natuurlijk niet te weten dat het godenkind met Juan aangesproken kon worden, in de nauwe uurtjes, en dat hij ook dan als een knipmes boog. Je merkte niet eens dat zelfs Maxim het wist, wat wij wisten of niet wisten en dat hij het evenmin wist of deed alsof. Het derde deel van Confessions was in de plooien van de jurk van Katarina Sprotokova beland. Heeft iemand een vuurtje, vroeg Maxim. Op de trap naar de tuin streken twee kauwen neer. Een van de bedienden drentelde over het grind, een Atlantische storing joeg over het park. De knaap verdween achter een struikje, deed z'n gevoeg. Dat ook het personeel zich dit soort vrijheden permitteren kon, irriteerde me. Smulz, zei ik, die heeft op een dag op de trappen van het paleis gekakt, zonder dattie z'n broek af te steken had. Wat ik gehoord heb, zei Maxim - heb je een vuurtje? Hij boog zich naar de ouwe Sprotokova, die het volume waarin ze las zedig van zich afschoof. We wisten wat ze las. Dat een dame van haar leeftijd zich met dit soort staatsterreur onledig hield, wekte niet eens lachlust op. Iemand had de troep te lezen en met iemand die alles van die troep wist, had je op te letten. Smulz, zei ik, had toen, de Paaseilanden waren net ontdekt, het bevel over een troep die vlak bij Protvod gelegerd was. Sprotokova keek op van het schoteltje met melk dat haar door een van de bedienden aangeboden was. Ze boog zich over het schoteltje met melk. Blake leek het drommels vervelend te vinden. Hoe zit het met die ouwe Smulz, zei hij. Ik voelde me vereerd. Aan de heren die in het rooksalon zaten, zou ik zo meteen zeggen hoe het met die ouwe Smulz zat. Ze hadden geen munitie gehad. 't Was een pijnlijke zaak, zonder munitie kan je geen veldslag winnen. De gravin spoelde haar gebit in het schoteltje met melk. Nu ja, zei ik, die Smulz... Ze keken naar me om alsof ik aan het gebinte van een katheder hing en vooral helemaal niets over Smulz zeggen moest. Je had iets over Smulz willen zeggen, zei Maxim. Ook de gravin zat me aan te kijken. Smulz, zei ik, had het bevel over een troep van honderd man, ze belegerden het achterlijke Protvod. Het regende en met die zeik hadden ze opeens geen munitie op overschot. En toen was het Smulz, ouwe Smulz, die met het plan op de proppen kwam. Smulz die naar verluidt niet eens tot vijf tellen kon. Tot Vransk reden ze, dat daar toch zo'n 40 werst vandaan ligt, tot ze van alle paarden die ze vonden, en van nog eens zoveel koeien, varkens, schapen en geiten vijftig ton stront verzameld hadden. Met vijftig van die karren reden ze naar het front. Het konvooi kwam in een noodweer terecht, de karren kwamen in modder vast te zitten, er tuimelde er eentje omver in een gracht, in de bergen was een gierend onweer. Intussen, zoals algemeen bekend, was de slag om Protvod begonnen. Het konvooi bleef weg. Smulz stak z'n broek af, kakte. De manschappen volgden zijn voorbeeld, staken hun broek, kakten. In allerijl kneedden ze de drek tot geschut. Dat was de munitie die ze hadden en van Protvod bleef geen morzel. Smulz werd tot majoor bevorderd.
Dat verhaal, zei Maxim, die nog een sigaartje opstak, zonder me aan te kijken, heb je, als ik me dat tenminste correct herinner, ook gisteren verteld. Blake plukte het derde deel van Confessions uit de plooien van de jurk die de schoot van Gravin Sprotokova bedekte. Ik bloosde. Wat vervelend. Maxim en Blake staarden naar het haardvuur. Je weet toch..., zei ik.
Ja, ook dat wisten ze. Dat Smulz aan de belegering van Protvod niet alleen het eremetaal te danken had.
Ik kroop overeind, verontschuldigde me, Juan boog voorbeeldig. In de binnentuin was een lichte bries, midden het pad hing een wolk van muggen. Ik stapte om de muggen en het struikgewas heen, betrad het grijsblauwe areaal, stak m'n broek af, hurkte. Potverdraaid, wat ik ook probeerde, het wilde er niet uit. De grijsblauwe duisternis gaf z'n geheimen prijs, opeens zag ik meer dan wat ik een ogenblik eerder gezien had. Er lagen dennenappels, merkte ik, een verdwaalde beukennoot.

vrijdag 31 mei 2013

banaliet

De buurman zegt dat hij z'n huis verkoopt en in een nieuwbouw op een appartement gaat wonen. Dan is hij verlost van de paardenbloemen in de tuin en van de honden van de dame die elke maand twee keer bij hem langskomt om wat ze op haar schedel heeft staan op orde te brengen. Op niet vooraf bepaalde tijdstippen schuift een aak door het landschap, een merel inspecteert het grind en boven het dak van het bedrijf aan de overzijde van de straat, waar ze eergisteren onder de bomen naast de parking het gras weggehaald hebben, schuiven de gordijnen open van een storing die sinds begin vorige week boven het landschap hing. 'Dag Laura,' zeiden ze in de boekenwinkel. Ik had er The Robber besteld, het laatste boek van Robert Walser, in de bejubelde vertaling van Susan Bernofsky, a quirky masterpiece of high modernism, ik citeer Bernofsky, a love story that unravels as it goes along, een boek waarvan de eerste zin duidelijk maakt, ook dat laat Bernofsky niet onvermeld, dat de lezer een labyrint wacht, een lectuur waarin het spoor ontbreekt van de betekenis die het hebben kon, of, om het op een andere manier te zeggen: Walser laat zoveel sporen dat het spoor van de lezer deel gaat uitmaken van het geharrewar. 53 jours, het laatste boek van Georges Perec, biedt een vergelijkbaar scenario: de plot van het boek is de persoon die het boek leest. Zodra de lezer zich voorbij de eerste zin waagt, gaat hij deel uitmaken van het boek. In de Veldstraat, waar ik op huisnummer 82 een dossier afleverde, zei een joch 'wacht even', tegen z'n vriendje, en toen nam hij een foto, met z'n gsm, van de tram die er niet was.

dinsdag 28 mei 2013

drek (3)

Uiteindelijk wou ik ook alleen maar weten of Smulz op het tafelblad had gekakt of niet. Wat de anderen er van dachten, interesseerde me niet zo. Had Smulz op het tafelblad gekakt of had iemand die niet wist dat ik maar wat graag van die drek had willen eten Smulz op andere ideeën gebracht. Het was een prachtige avond. We keken uit op het meer, waar bootjes dreven. In een van de bijkeukens zat Smulz op een meisje. Dat werd ons pas later meegedeeld. We smulden. Ik zat naast een dame die zei dat ze in Bratislava een concert van Smetana had bijgewoond. Dat is prachtig, zei ik. Van Bratislava wist ik niet meer dan dat het aan de Donau lag en van de dame dat ze naast me ze zat.

Niet in de platgekauwde cigarillo, waarvan hij van tijd tot tijd het mondstuk uitspoog, iets waar ook Smulz een patent op had, alsof hij het van Isaak Comento afgekeken had. Alleen maar om ze om te hakken en er sigarenkistjes en andere prullen van te maken had Comento op het sacre bordel, zoals hij de kasteeltuin noemde, twintigduizend populieren aangeplant. 's Ochtends kegelde ik de inhoud van de asbakken die her en der in het rooksalon op en naast het meubilair stonden in een kartonnen doos. De peuken van senhor Comento kon ik er zo tussenuit halen, ze hadden de eigenaardige eigenschap dat ze kleverig waren. Smulz lag op een dekentje voor het haardvuur, strikt genomen volmaakt onschuldig, gesmolten in de prachtige eenvoud van een zonsondergang die we geen van allen meegemaakt hadden. Wat ik zeggen wou, Isaak Comento, die twee dochters heeft en een secretaris die de pillerij voorschrijft die hij nemen moet, had een manier bedacht om niet helemaal toe te geven aan wat de Markiezin met hem van plan was: onder het gladgestreken snorretje kauwde hij op de sigaretten en cigarillos die hem toegestopt werden. Weerzinwekkend. Smulz deed het ook. Ze hadden een ritme. Als Smulz het deed, zat Isaak Comento voor zich uit te staren. Ze hadden een verdrag getekend, spuwden van tijd tot tijd het plat gekauwde mondstuk in het haardvuur, hadden het over Heidegger of andere dingen waar alleen met een brede, dartele grijns iets over te zeggen was dat bij grove benadering zinnig leek. Of als een van de meisjes opeens de kamer binnenkwam, op hooggeplaatste tenen.
De beat van Comento zat in het snorretje, vlak, zorgvuldig bijgeknipt. Op een keer, dat heb ik persoonlijk meegemaakt, stond de Gravin kotsend van tafel op. Geen stoppel durfde zich toen op haar schedel te plaatsen, zo hevig had de Gravin zich afgekeerd van wat ze het niet-verteerde noemde. Halfverteerde verwensingen kotsend verliet ze het tafelblad. Later die avond vertrouwde Isaak Comento me toe dat hij aan het tweede deel van Faust begonnen was. Ik lepelde de drek op een vorkje, stelde me voor dat ik in Parijs op een terrasje zat.

'Menier, zul ik oe,' zei, godverdomme, hoe 't ie heet, daar schrijf ik een boek over, een of andere commentilsappelloupopoulos, een Bulgaar, een Zotomaan of een Griek of hoe u het geval ook identificeren wil, iemand uit een geslacht van schapenneukers met een dikke snor onder z'n bargoense lul, want zo zag het ding er uit, iemand had z'n lul er afgeschroefd en met een mot gel op het klerelijersbakkes gepleisterd, zo weerzinwekkend zag het ding er uit. En terwijl ik dus twee keer nadacht over het spijtige voorval weerklonk een lachsalvo helemaal aan het andere eind van de tafel, waar de Markies vijftien dames te woord stond. De Markies, wie anders, of zal ik je wat vertellen, had er niet beter op gevonden dan de drek, een vijfentwintig centimeter lange drol, aan z'n vork te spietsen, en daar deden ze dus vrolijk over.

Later zei de dame dat niet Smulz, die zich weliswaar net zo goed van wat ballast ontdaan had, maar een zekere. Ze kon niet op z'n bonus komen. Welnu, zei ze, die persoon dus. Bonus zei ik, wat aardig zei ik. Dat zei ik alleen maar zei ze omdat ik opeens vergat wat ik had willen zeggen. Ach ach zei ik. Ach ach zei ze. Dus Smulz niet, zei ik, bijna alsof ik van plan was om de niet als zodanig bedoelde mededeling in het rapport op te nemen. Nee, zei de dame. Onder tafel botste ik tegen een obstakel aan. Veerde ik overeind, dan ontplofte een zachte zittoon. Excuseert u me, zei ik. Van wie tegenover ons aan tafel zat, kende ik alleen, hoe heet ie weer. Sprotokov. Maar die Sprotokov, realiseerde ik me, was hangend aan z'n eind gekomen en of het Smulz geweest was, deed er niet toe.

vrijdag 24 mei 2013

een bekend gezicht

Het leven is een leerschool, reden op overschot om er niet aan te beginnen. In scholen leer je alleen maar wat je niet leren moet. Wat ze je ook vertellen, ze maaien het gras onder de voeten vandaan. In Islamscholen: dat je in de drek van een demente godgeleerdheid geloven moet. Ze pompen het er in, meer weten ze toch niet. Of wat het kunstinstituut biedt, dat je in die drek geloven moet.
Om zelfde reden heb ik elke vorm van nomenclatuur als een signaal gezien om van op ruime afstand te onderzoeken wat het was en er, indien mogelijk, ver uit de buurt te blijven.
Met je neus op de feiten kom je niet aan onderzoeken toe. Het onderzoek begint met wat je niet weet, wat ze ook vertellen. Alleen met wat je niet weet, kom je tot kennis. Met wat je weet, rij je naar het containerpark.

Tony

Tony (betreedt een werkplaats waar iemand over een schroefbank gebogen staat): Maar, ik heb een probleempje...
De over schroefbank gebogen staande: Tony, nu niet.
Tony: Maar ik heb een steentje gevonden. (toont het steentje)
De heel even naar het steentje omkijkende: Ja, Tony, fantastisch. Het is mooi.
Tony: Maar dat is een probleem.
De over schroefbank gebogen staande: Tony... er is een probleem.
We hadden. Wat we hadden... euh... En, euh. Wat we niet hadden. We hadden geen. Geen 3D-printer. Iemand merkt op dat ze dat een monsterlijke uitvinding vindt. Zou het mogelijk zijn, vroeg een van de mee aanzittenden zich af, om met zo'n printer een dubbelganger te printen van, van Kamagurka bijvoorbeeld, van Birgitte Bardot, of van Marcel Duchamp, of. Van, euh, merkte iemand op, je bedoelt van Bardot uit... Ja natuurlijk, antwoordde ik, van wat anders. Misschien levert die 3D-printer er Jack Pallance bij, gratis. Maar we hebben geen 3D-printer, zei iemand. Wat die Liberator betreft, merkte de voorzitter op, dat pistool waar iedereen nu zo druk over doet, daar heb je niet eens een 3D-printer nodig voor. Hoezo, zeiden we in koor, geen 3D-printer voor nodig, verklaar. Hebben we toch niet, zei iemand. Ja, hoor eens, alsof we dat niet weten, zei ik. Het begon me danig op te winden. Nu we hier toch zitten, merkte Nancy opeens op, wie drinkt nog iets. Voorzitter, zeiden we, we bogen over het tafelblad, vertel op, voorzitter. Monsterlijk eenvoudig, zei hij, een buis met een binnendiameter van 9mm, een spijker, een kogel, een hamer of een elastiek, meer heb je niet nodig als je een pistool zou willen maken, daarvoor heb je echt geen 3D-printer van doen. Oef. We lachten. Maar stel nu, zei ik, ik wil een dodo, hoe doe je dat. Om wat met die dodo te doen, vroegen ze. Euh, zei ik, hoor eens, wat nu, opeten, wat anders kan je met zo'n dodo doen. Potverdraaid, zeiden ze.
'Tony...' We draaiden ons met z'n allen naar Tony om. Hij zat er niet. He, waar is Tony, zei iemand.

donderdag 23 mei 2013

avondjournaal

Wat het dagbladverschijnsel vandaag biedt: op Mars zijn sporen van aardappelteelt aangetroffen. In Bratislava, dat prachtige dorp aan het sap van de prachtige Donau, werd Karl Kralank, een hoogbegaafde jongen, in het concertgebouw tijdens de uitvoering van de derde étude van Frederic Chopin, waarvan, zoals we weten, zoveel geregistreerde uitvoeringen bestaan dat je er zonder tussenstop naar Vladivostok mee rijden kan, aan het klavier vastgenageld. Op de affiche hadden ze ook iets van Smetana en Mozart. De zaal zat afgeladen vol. Toen Kralank aan de derde étude van Chopin begon, betrad naar verluidt een van de klusjesmannen het podium, met een viseuse. Het optreden van de klusjesman werd op applaus onthaald. Zoiets hadden ze in Bratislava, in dat prachtige dorp aan het sap van de Donau, nooit eerder meegemaakt.