donderdag 31 oktober 2013

brainbox (19) vier

In de corridor wordt gepapt. Unit vier is voltallig. Het was Robbert die naar een vestiging in Zwijnaarde reed om er de prints op te halen.
Samengevoegd hebben de vellen een groepsfoto. Dirk Zoete zit voorin, aan het stuur.
Robbert is met een papborstel bezig. Ze staan met z'n allen rond de paptafel, staren ontdaan naar de brokken in de pap. De papborstel is vers. Ook de lijm is vers. In de lijm zouden niettemin deeltjes terechtgekomen zijn, stof, brokjes van een niet nader te omschrijven substantie.
Eerst ziet het er vreselijk uit. Ze hebben het vel papier los te maken. Dat lukt niet in een handomdraai. Benjamin papt de tussenwand, Dirk staat op een stoel, Robbert stolpt beide handen tot een instrument dat glad over het gepapte oppervlak glijdt. Met Frank komt het gesprek op horoscopie.
- Er zit daar een blaasje, kan dat? Het is Frank die het zegt. Er is een blaasje. Je ziet zo dat niemand het futiel durft te noemen, onder het gepapte oppervlak is een opdikking.
Ja, maar dat trekt er soms nog uit, zegt Benjamin. Hij staart naar het vel dat ze pappen.
Frank filmt.
Met het pappen van het eerste vel komen ze goed weg. Het ziet er goed uit. Benjamin stapt door het deurtje, betreedt de zaal achterin, duikt op met een snijmes. Dat zullen ze nodig hebben. Dirk strijkt een handdoek over het vel. Hij weet dat je vanuit het centrum strijken moet.
Frank buigt zich over de paptafel. Vel twee. Ik stap door de corridor. Frank papt het vel, de anderen zijn met bezig met de wand. Na vel drie nemen ze afstand en bekijken het beeld.
Horizontaal heeft het twee centimeter, verneem ik. Dat hebben ze gemeten.
We dragen trouwens nog altijd dezelfde kleren, merkt Frank op. Dezelfde kleren als op de foto.
Midden de corridor is een putje.
Met het derde vel hadden ze problemen. Ze hadden het eerst weer los te trekken.

maandag 28 oktober 2013

brainbox (17) maandag


Robbert is met een krik in de weer.
Benjamin kijkt naar de auto.
Ze halen de banden van de auto.

Dirk is met een afkortzaag bezig.
Benjamin haalt de beker weg
die ze op de auto geplaatst hadden.

Robbert bevrijdt de linkerachterband.
Frank stapt om de houten constructie.
Onder het achtereind staan bierbakken.

Benjamin kijkt naar de auto.
Dirk staat over een afkortzaag gebogen.
Robbert zit half onder de auto.

Een DAF op krukken.

Dirk tilt een balk op, stapt door de zaal.
Frank is met een schroefboor bezig,
Benjamin en Robbert met het wiel vooraan.

'Dit is een niet magnetisch bitje,' merkt Frank op.
'Het valt er gewoon uit.'
Robbert en Frank bestuderen het bitje.

Dirk is met een van de banden bezig.

zondag 27 oktober 2013

bal

Hoe ver reizen mensen in zichzelf, hoe vaak gaan ze daar, in dat ik, op de zelfpot zitten? Het spijt me, dat weet ik niet. Ik word niet betaald om dat te weten. Ik word hoogstens betaald om te kniezen om wat ik toch niet weet, en wat ik had kunnen weten interesseert me niet. De gore massa interesseert me niet. Het doet me niets, ik ben zonder interesses. Hoe ver mensen in zichzelf reizen? Dat weet ik niet. Ik stel me net zo vaak voor dat ze net zo ver gaan tot ze er dood bij neervallen en het heeft weinig zin om het daarover te hebben. Exhibitie van snorhaar! Exhibitie van knettergekke koppen! Ik wandel in een kathedraal van dingen. Ik kots en wandel, vagina die penis inslikt, oogbollen die een andere kant opkijken. Verdoofd door religie sta ik voor het zelfportret.

zaterdag 26 oktober 2013

sigaret

We hebben de knaap ook niet meer aan te wrijven dan wat hij was, nu hij naakt en dood in het gras ligt waar andere dieren grazen.
Obscure goden, altijd op een of andere manier met dingen bezig zodat de geschiedenis van het dolle leedvermaak ook altijd lijkt wat het is,
talmden om zich uit te spreken, zagen het vermaak als wat het was. Naakt en dood in het gras bood het object niet nog een reden.
Laten we het om die reden alleen hebben over wat belangrijk is. Dat er geen goden zijn, is bekend. Ik draai een sigaret, graas, weet niet of wat ik weet belangrijk is. Het aantal is onbestemd.

vrijdag 25 oktober 2013

vrijdag 25 oktober

We buigen ons over crox-boek 18, MUIS, een project van Jan Op de Beeck. Het zeventiende, Anoniem eerste helft 21ste eeuw, zoals bekend, hebben we niet zelf uitgegeven. Of moet ik zeggen? ze bogen zich. De hoofdredacteur in witte hemdsmouwen en met iets meer dan een weekendbaard, de auteur die me net voor de hoofdredacteur het pand betrad over het Franse projectje had uitgehoord, waarbij ik om een of andere reden ook nog over Nikifor Poljotkin begonnen was, en Joris, met wie Jan vaker heeft samengewerkt. Van Joris wisten we dat hij voor de definitieve opmaak zou zorgen.
Hij komt met een vondst. Nadat we best al een hele tijd over de laptop gebogen staan - waarop tot dan hoogstens de cover te zien was, eerst zonder vermelding van auteur en editeur, later met, ook de titel was toegevoegd, rood omdat de auteur een rode trui droeg, wat meteen en eigenlijk alleen hierdoor op de edities van Gallimard leek, en ook alleen nadat de hoofdredacteur had opgemerkt dat voor de cover een steunkleur gebruikt kon worden, wat we later door een blauwige petroleumtint vervingen om te zien wat dat geven kon - is hij het, en ook dit pas na nog wat aanpassingen (een opmerking van de hoofdredacteur bijvoorbeeld om te proberen, meer niet, of de titel achterop kan, wat we met zo goed als alle voorgaande edities deden), die op het idee komt om de titel, MUIS, verticaal te plaatsen. Op de achterflap. Verticaal en over de snede van de rug heen.
We drinken koffie. De crox-poes komt een kijkje nemen. Eerder had ik ALL WHAT JAZZ van Philip Larkin, een Faber & Faber, de eerste editie, 1970, onder de aandacht van de hoofdredacteur gebracht. Ik had het boek ook alleen maar om die reden in m'n handtas gestopt. People who say Ornette Coleman isn't jazz, lees ik, bladzijde 204, Hugues Panassié once pronounced sternly, should have said the same earlier on about Miles Davis, and for the same reasons. Which is one way of saying, I suppose, that they stand in an evolutionary relation to each other, like green apples and stomach-ache.
Na het onderhoud rij ik naar de Kouter, ik heb een afspraak met iemand die zich over mijn papieren ontfermt, laat de auto in de ondergrondse parkeergarage. In Paard van Troje traceer ik een tekst van Serge Gainsbourg: Jevgeni Sokolov. De vormgeving is weerzinwekkend.
Later komt het tot een gesprek over feiten die zich een maand eerder hebben voorgedaan en wat je met rotzooi moet.

donderdag 24 oktober 2013

hfdkwrtr

vier tienertrutten bakboord in de buurt van 't Gravensteen alwaar ze omstreeks een middaguur na schooltijd over het voetpad trappen
Ah La La mekkert er eentje niet op haar mond gevallen maar zonder meer blério dan oceaanautomatisch modder aan het genderpleuris pappen

in het hoofdkwartier van een landelijk antichambre twee gesluierde parelhoenen het exhibitio
sine qua non van een primaire Pavlopentropie
bij Staatsveiligheid ongetwijfeld zitten ze gebogen over nog zo'n toestand en 'n kop koffie als gebruikelijk want ingewikkelde situatie ongrijpbaar aantal pi

in De Lieve doctoreer ik op een Sole Meunière Jan De Cock excelleert bij die mijnheer zegt hij
had ik mijn eerste expositie
een fruitkorf merk ik op met gouden appeltjes Inge serveert nog een glas Taunusquelle

de dag die met een mistige ochtend en bedoomde ruiten begon is halverwege met of zonder de hersens van nog te analyseren diversiteit
een lezing over het dieptepunt het falen van de ander een falen van de elf

woensdag 23 oktober 2013

stanza

kromgebogen als Soutine onder de verwondering over een eeuw
die van de dorpen waait onder roetgrijze ideologie
waarin de wolkenvelden sterker zijn lees ik op bladzijde 245
dan de zin voor het nuttige
ik noteer een telefoonnummer

dinsdag 22 oktober 2013

gbrtgrnd

snuif ik een lacherig gillen? aan de stemmen te horen van hoogbejaarde tienertrutten
bij Boonants in Oudburg word ik verwend met 50 paar schoenen
waarvan ik er een half dozijn uitprobeer
De waterspiegel tussen de bosjes, lees ik op bladzijde 236, had een vette, olieachtige glans
in 2006 werkte iemand die nu in Bratislava woont aan een verhandeling over parasieten
waarnemingsoefening: bladeren in District en Cirkel van Seamus Heaney
er is een mail van Inge die schrijft dat ze hele dag met koppijn in bed lag
in Limerick staar ik verbluft naar de collectie schrijfmachines van W. F. Hermans
ik adopteer een Remington, bestel Stanzas in Meditation van Gertrud Stein
in croxhapox is Louisa in de videoruimte bezig

in Oudburg bots ik bijna tegen een meisje aan ik heb net een nieuw paar schoenen gekocht
het dagbladbeginsel biedt een weinig overtuigende variatie op wat ik eergisteren las
dat bij een crash in de buurt van Namen een dozijn mensen om het leven gekomen zou zijn
ik sloeg Selected Poems of Malcolm Lowry open een editie van City Lights en las
THE SEARCH In Dante no, in Shakespeare no, Nor yet in any library you go.
in een krantenwinkel waar ik vaker kwam is er een praatje met de dame die er ook toen al werkte
in slow motion over een voetpad stappen
Het kostte ons vele uren, die paar kilometer wadend af te leggen. lees ik op bladzijde 236
en in All What Jazz van Philip Larkin, page 11, without realising the force of the adjective:
ik kruip aan tafel kruip onder de papieren door

zondag 20 oktober 2013

cv

Geachte mevrouw, mijnheer,

Ik ben op zoek naar diverse vaardigheden. Schijten als het U uitkomt. Dat is een boeiende job. Met het oog op toekomstige, nog te ontwikkelen vaardigheden, heb ik technieken ontwikkeld die specifiek het schijtprocédé betreffen, met een exemplaar van Humo op de knieën.
Tijdens mijn studie heb ik ervaring opgedaan met verschillende druktechnieken en welgericht mikken. Ik heb reeds een tijdelijke werkervaring van 21 jaar achter de rug, zetelde op tal van kabinetten. Mijnheer, Mevrouw, aan het schijten komt geen eind. Ik leer snel nieuwe technieken. Ik ben gemotiveerd. Ik heb een gezond respect voor de procedure, engageer me, et cetera,

diensthebbend,

brainbox (16) lezing

unit 3: Stijn Van Dorpe, Kelly Schacht, Antoine Van Impe: openingsavond: lezing Veertig stoelen. Alle stoelen bezet. Behalve één stoel. S.V.P. pas s'asseoir, staat er op het zitvlak van de stoel, op een dubbelgevouwen briefje. Dus op die stoel gaat niemand zitten. De lezing is al begonnen als nog mensen aanschuiven, nog wat later weer, later opnieuw en na de lezing nog meer mensen die de lezing misten maar toch de moeite namen om een glimp op te vangen van het voorlopig heel erg moeilijke verloop van Brainbox3.
Stijn doet de lezing. Kelly en Antoine zitten in het publiek. Op die ene stoel waarop niemand plaatsnemen mag, een door Antoine vervaardigd object, zit niemand. De stoel van Antoine staat in de vierde rij.
'Goeienavond allemaal,' begint Stijn. Hij staat ter linkerzijde van het zwarte tafeltje, wat uit de eerste editie van Brainbox stamt, er is een stoel, ter linkerzijde, een stoel waar hij niet op plaatsneemt. Zo begint het. Waar Kelly zit, weet ik niet. Van Antoine weet ik dat hij achterin plaatsnam. Maureen en Jean-Marc namen voorin plaats. Het bezoekerslokaal zit afgeladen vol.
Maureen en Jean-Marc hadden een krantenwinkel in de Aannemersstraat, vlak bij de toenmalige locatie van croxhapox. Het gros van de uitnodigingen en affiches die we toen maakten, collector's item intussen, fabriceerde ik in het winkeltje van Maureen en Jean-Marc. Op andere momenten danste Maureen la Macarena. Tegenwoordig hebben ze een frietkot in Avelgem, vlak bij de Kluisberg, De Shakespeare, een frietkot waar ze alleen friet hebben, geen hamburgers, geen spaghetti: de patat wordt aangeleverd door iemand die weet wat een aardappel is. Maureen herinnert zich dat het beste frietkot van Gent in Sint-Amandsberg is, Frituur Kathy. Ook de frituur aan Sint-Jacobs behoorde tot de betere.
Stijn begint met de mededeling dat er zes associatieve beelden komen en dat er niet gefilmd mag worden.
Met Jelle was afgesproken dat hij zou filmen tot die mededeling kwam. Jelle, dat had hij zelf bedacht, zou in het publiek zitten en de lezing filmen.
Stijn leest de initiële mail voor, het beginsel van Brainbox, een tekst die ik ruim een jaar geleden naar alle kunstenaars zond die we in het brainboxproject wilden. Zo begint het.
'En wij zijn nu de derde unit,' zegt hij. Presentatie drie is begonnen, het klimaat, de ruimte waarin we ons bevinden, die van Brainbox3. Stijn, de stem van unit drie, heeft het over die ruimte, de brainboxruimte, en de omgekeerde beweging die zij maken, dat ze de energie uit het project halen. Bewust. Ze nivelleren het tot nul. Ze laten het leeglopen tot een platte koek. Niet alleen bij unit 1 en unit 2, ook bij het project zelf komt de vraagstelling.
Op verschillende bladen papier is het woord assimilation aangebracht. Het schrijven: een burgerlijke constructie. Niet alleen het papier is onzin, ook de inkt, het schoolschrift, het schrijven tout court. De tekening loopt leeg in een onbestemd failliet, het schrijven, de burgerlijke constructie.

zaterdag 19 oktober 2013

multimediaal sonnet

Het gras is groen en ik eet een meloen(1) en het gras, wat anders kan ik doen.
Bloednuchter, als de gedichten die een ander maar schrijven moet, naakt?
een meisje,(2) leuk? onbeholpen? nee, eerst eten kopen, koken, stofzuigen. Boek lezen?
Nee. Eerst stofzuigen. Nee je moet eerst stofzuigen en dan een boek lezen.(3)

's Ochtends in het gras of op een bank en in de zon bloednuchter beseffen,
nu moet ik eerst stofzuigen, koken? eten kopen? de koffie is op,(4) Alejandro
schrijf ik: de koffie is op Alejandro, Alejandro, en het gras is groen Alejandro,
het gras is groen en ik eet een meloen, wat anders kan ik doen. Stofzuigen:

Het stof, spinrag, Hera's borsten,(5) duizend bladzijden. We zitten met z'n allen in de stront.
Eerst eten kopen? koken? stofzuigen? je staat op? koffie drinken? weer in bed?
Op een bank in de zon, 's ochtends, een boek lezen, onbeholpen, ik kan niet verklaren

waarom ik dat zo prettig vind. Van de rivieren die ik hou, van de zeemeerminnen.
Er is wat regen en wat wind. Volle maan? Bij maneschijn denk ik aan zomerjurken.(6)
Meisjes(7) rennen over straat: Groot en klein draagt de schoenen van Van Ravenstein.

(1) Door IB bedachte versregel, 'het gras is groen en ik eet een meloen', waarmee ze aangeven wou dat dit in het Zuidnederlandse taalgebied zo ongeveer het gemiddelde niveau is, als we het over dichtkunst hebben.
(2) Chez Deux Huit kwam het gesprek op melancholie. Wat ik me bij melancholie voorstel: een druilerige herfstregen, provinciestadje, ik heb een paraplu bij, op straat is niemand, misschien passeert een fietser of een auto. Het is late avond, ik heb geen lief en in een kroeg gaan hangen zint me niet. Regen drentelt over het asfalt. Ik stap over het voetpad, dwars een plein, stap weer een eind langs gesloten huizenrijen, doordrongen van het besef dat ik zonder bedoeling ben.
Toen we het hierover hadden, noteerde ik twee dingen: Het melancholieke meisje, en: een leuk, onbeholpen meisje.
(3) Hillebrand die zei dat hij 's ochtends, elke ochtend, op een bank in de zon plaatsneemt en een boek leest. IB die zei dat ze vaak in bed schrijft. Eten kopen, koken, stofzuigen, het kan een andere keer. Over Tuymans hadden we het ook. Niets erger dan Tuymans, zei iemand. Kroket retteketet, noteerde iemand in het notitieboekje. Of: Tuymans is ratio vs interessante kunst echt is de facto gedevieerd: alleen ratio is onvoldoende.
(4) Verwijst naar een gedicht dat ik midden jaren negentig schreef en twee keer ten gehore bracht. De tweede keer was tijdens de burgeractie, in 1997 of 1998, tegen de heraanleg van het Braunplein, in een tent waar, herinner ik me, tweehonderd mensen zaten, verspreid aan tafeltjes. Tijdens de voordracht van het heftige, schreeuwerige koffiegedicht werd ik manu militari van het podium verwijderd. Een herinnering.
(5) Hera's borsten. Een notitie van IB.
(6) 'dan denk ik aan opwaaiende zomerjurken' zou van Wolkers zijn. Iemand had het ook nog over Oek De Jong.
(7) De over straat rennende meisjes zijn die van Schoenwinkel Van Ravenstein. De anekdote wordt te berde gebracht door Gerda Van Ravenstein.

donderdag 17 oktober 2013

brainbox (16) inside : outside

(A) is er niet. (B) zit aan de rode tafel. (C) staat aan straathoek.
De afstand (A) (B) is onbekend. (A) zou zich niet op grondgebied België bevinden. (B) zit aan de rode commandotafel.
De afstand (A) (C) is net zo goed onbekend.
Op het moment dat ik (C) in het vizier heb, (a) ik kom de Lucas Munichstraat ingereden, (b) ter hoogte van de Kazemattenstraat merk ik een individu, zoals beschreven in Exercices de Style: (Interrogatoire) - A quelle heure ce jour-là ( ) - Qu'y remarquâtes-vous de particulier? ( ) - Son comportement était-il aussi singulier que sa mise et son anatomie? (Exercices de style, Ed. Gallimard 1947/1979), een individu, zoals ik reeds kwam te zeggen, ter rechterzijde op het voetpad net voorbij het kruispunt van Lucas Munichstraat en Kazemattenstraat, een lange, leptosome gestalte, ietwat voorover gebogen, hij draagt een wollen muts, treuzelt, op dat moment dus zit (B) al sinds enige tijd onder de blackstraler, aan de commandotafel. De afstand tussen (B) (zit aan commandotafel) en (C) (a: bevindt zich aan straathoek) (b: treuzelt) (c: merkt de auto op die de Lucas Munichstraat ingereden komt) (d: herkent de bestuurster) (e: stapt naar het woonerf) varieert, dat wil zeggen is op moment /a/ bijvoorbeeld 100 meter, op moment /e/ 25 meter.
/e/ markeert het moment dat schrijfster dezes en (C) elkaar begroeten. Schrijfster dezes gaat er op dat moment van uit dat (C) op straat rondhing omdat hij de crox-poort gesloten aantrof.
Een ogenblik later staan ze samen voor de crox-poort. (C) en schrijfster dezes hebben elkaar voor het eerst in 2007 ontmoet. (C) nam deel aan de tweede editie van Brainbox. In datzelfde jaar nodigde (C) schrijfster dezes uit om in het Mamac langs te komen waar (C) toen een project had. Er werd thee gedronken.
Vaststelling: de crox-poort is open. Conclusie: we betreden de hall. (stappen tussen de slabs door, betreden de hall) 'Je vous présente,' zeg ik, me tot (C) wendend, 'à l'adorable (B). (B)', ik wend me tot (B), 'je vous présente à l'adorable (C).'
(B) en (C) begroeten elkaar. De afstand tussen (B) en (C) is gereduceerd tot schijnbaar nul. (C) verwijdert het hoofddeksel. (muts)

De nu volgende notitie bundelt een aantal fragmenten uit wat je het Eerste gesprek tussen (B) en (C) noemen kan, als we er van uitgaan tenminste dat (C) - die zelf het initiatief genomen had om (A) en (B) of (A) of (B) te telefoneren - (A) aan de telefoon gekregen had.
Zo heeft (B) het onder andere over le moment imperceptible, ou, plus précisement: devenir imperceptible. En wat in Lampedusa gebeurd is. Three days later they took three boats out of the sea and no one drowned. (Lybia and Italy knew that the boat was there, they obviously from both sides had detected the boat, Lybia apparently waited until the boat was in Italian waters and the boat remained invisible because it had to remain invisible, et cetera.)
'If you want change to happen,' (B) adds, 'you need to use your imagination.' Hiermee formuleert (B) een kritiek op hoe brainbox zich tot nu toe ontwikkelde. Om meer dan één reden, stelt (B), hoorde de buitenwereld bij het project betrokken te worden. The Object Inside (TOI), het ding, The Toy, dat was in elk geval het betere scenario geweest, hoorde uit de gesloten context verwijderd te worden.

Later voegt (B) toe dat het geheel van de contemporane kunst een op zichzelf doodlopende cirkel is (de bedoelingen, de producten, de bezoekersaantallen, de interesses, de invalshoeken, de methodiek et cetera) en dat er dus weinig anders opzit dan die gesloten context open te breken en het contemporane in de buitenwereld te plaatsen, waar het thuishoort.

(C) : (sur le coup de téléphone) Wist niet wanneer hij er tijd voor zou hebben, dus telefoneerde zelf. (over unit twee) Un peu déçu. Alors: on va rien toucher. On va le laisser comme ça. Over het voorstel dat (A) en (B) formuleerden: dat hij het een prima voorstel vond: inclure le dehors. Over zichzelf: La question de fabriquer de l'art, c'est une question très importante. Wat is de bedoeling van die dingen?
L'ennui: de contemporane kunst loopt in een doodlopende cirkel achter zichzelf aan.

Eerder vandaag hadden (A) en (B) de DAF onschadelijk gemaakt. Ook de GoPro werd uitgeplugd.

woensdag 16 oktober 2013

brainbox (15) koord

woensdag 16 oktober
In de zaal achterin staan op een rij twintig stoelen in de brainboxbrij. (A) en (B) zijn bezig in de regen met een lijntje. Ze hurken.
(A) bevindt zich op het woonerf en houdt het uiteinde van een koord tegen de straatbodem. (B) bevindt zich aan het wegdek, ongeveer acht meter van (A) vandaan, houdt het andere uiteinde vlak boven de straatbodem.
Het blauwe koord staat strak tussen de vingertoppen van (A) en (B).
In de zaal achterin kwam een tafel. De stoelen staan om de tafel opgesteld.
(A) vroeg of we een beamer hebben.
Ze houden het blauwe koord strak tegen de straatbodem, bestuderen een gegeven situatie en maken vaststellingen waarvan de betekenis me volledig ontgaat. Meten ze een afstand die overeenstemt met een afstand in de zaal achterin? Geen idee.
Gisteren zouden ze met (C) getelefoneerd hebben. De afstand tussen (AB) en (C) was op dat moment circa 160 kilometer.