maandag 28 januari 2008

zondag 27 januari

Het loopt tegen de middag. Dus dat is bekend. Ik zit aan tafel, een laptop, op tafel een lege fles kruidenwijn, het grote en vierdelige woordenboek der Nederlandse taal als een woonblok boven de diepte voorbij het tafelblad en een walm van grijsblauwe rook. Dus dat is bekend. Hierover zijn we het tenslotte eens geraakt. Iemand belt me. Britta. Maar hadden we niet afgesproken rond een uur of elf? Ja en nee, ze zou bellen had ze gezegd. Maar is 't Britta, nee 't is Martin, Martin Durham, de sympathieke Martin Durham, hij zit naast Britta, Britta zit aan het stuur, aan het stuur van wat later een rood autootje blijkt te zijn, een Honda, kijk eens aan, 't is een Honda, een Honda bouwjaar 1991 en de nummerplaat is Kleve zegt ze omdat dat haar geboortestad is. Maar hoe is het voorlopig. Op zo'n twintig minuten van de croxruimte verwijderd stomen ze over het asfalt. Martin bevestigt de tijdsduur van wat ze nog voor de boeg hebben. Dat valt tegen, aan de Dampoort missen ze de Lucas Munichstraat en ze belanden in het kluwen van de binnenstad. Op het woonerf staat een stoet belangstellenden me op te wachten. 'Mijnheer, mijnheer de voorzitter...' Dus dat is bekend.
Ik heb het autootje geparkeerd. Ook dat is gebeurd dus. Dus, ja, het is gebeurd.
'... we hebben het gelezen. Over de diefstal. Het stond in de gazet,' zegt de woordvoerder.
'Ja, weet ik,' zeg ik. 'In welke gazet?'
In De Gentenaar. 'Dus zo schreven ze nog eens over ons.' Duizendvijfhonderd euro is niet weinig, ze vinden het een grote som, zeggen ze.
Ja, goed, duizendvijfhonderd is duizendvijfhonderd. Over de feiten zelf wens ik me niet uit te spreken. 'Trouwens,' besluit ik, 'ge kunt het ook positief zien, gratis publiciteit, zo staan we nog eens in de gazet.'
Gratis is veel gezegd, het is de duurste recensie ooit.
In de croxruimte breng ik wat dingen op orde, er zijn geen nieuwe feiten, alles is als gisteravond, op het aanrecht staan lege pilsjes. Britta en Martin betreden de hall. Britta heeft een cadeautje, ze lacht en overhandigt een schroevendraaier. Ik zet een pot koffie en we nemen de opstelling in de grote zaal door waar het werk van Britta hangt. Na wat pogingen om de opstelling aan te passen, besluit Britta om alles te laten zoals het is, ze is al blij dat het met de vochtigheid - wat sinds we een nieuw dak hebben overigens meevalt - niet is zoals ze gevreesd had.
In de inbox mailtjes van Joris en Nel. Joris vond het geen kwaad idee om voor zover nodig met advies bij te springen. Nel hengelt in de kubus. Op het woonerf is een geluid van fietswielen, Britta en Martin laden het materiaal in dat we niet langer nodig hebben, ze gaan zo meteen in het Smak bij Paul McCarthy langs en zien dan nog wel wat ze met de rest van de dag aanvangen.
Pieter Bauters komt voor het werk van Sarah en Jelle, de fiets is die van Jos. Hij vertelt over een reeks nieuwe tekeningen, stelde zich voor dat een shuttle in de tuin terechtkwam wat trouwens niet eens zo onwaarschijnlijk is.

zaterdag 26 januari 2008

zaterdag 26 januari

De buurman van huisnummer 66 wil een schotelantenne plaatsen en komt de uitschuifbare ladder lenen, Marc en Frips hadden het daar met hem over gehad. De neonsculptuur fonkelt. Na het activeren van de video-apparatuur in de ruimte achterin de grote zaal ga ik een kijkje op het woonerf nemen. Ik bel aan op huisnummer 48. Het duurt een tijd voor iemand de deur opent. De bewoners van huisnummer 48 hebben niets gezien. Het is een jong koppel, ze wonen er pas. Ik bel aan bij Boudry. Hier kom ik te weten dat De Gentenaar een stukje aan de diefstal gewijd zou hebben, dus hij weet van het voorval af. Ik neem de corridor naar de ruimte achterin en steek de zaallichten aan. Ruth staat over de display met boekpublicaties gebogen, wat later zijn er nog bezoekers, onder andere iemand die voor de stadsbibliotheek werkt en Marc die wat foto's komt nemen. We spreken af om een aantal stukken uit het werk van Dirk Peers te fotograferen voor de reeks crox-cards. Nog later springen Nancy, Serge en Vadim binnen. Vadim woont sinds enige tijd in Brussel en is in Japan geweest, Serge heeft Waalse en Spaanse roots en Nancy is Nancy. Op de laptop eerst de website van Luk De Rudder, dan de Cubusmobile van Serge.
'Theorie,' stelt Vadim Vosters, 'moet in de sfeer van het werk zitten en kan - eventueel - bij de persoon die het werk bekijkt een theoretisch proces op gang brengen, een ontdekkingsproces,' het omgekeerde scenario, theoretische gegevens die aan de toeschouwer opgedrongen worden nog voor ze het werk goed en wel bekeken hadden kunnen hebben, dat is larie en apekool.
Marc is bij Jan Colle langsgeweest. Morgen doen hij en Frips een dagje Wimmereux en Pas de Calais. Kathleen komt voor de foto's van Frank Bassleer. Peter, de zakelijke poot van het Zwalmproject van Patrick Merckaert, springt binnen en nestelt zich aan de bar. 'Ja, man,' zegt hij, 'is het groot geworden.' Er zijn nog bezoekers. Het loopt tegen sluitingstijd maar in de bar valt daar weinig van te merken, de Saison giet lekker binnen. 'Ze sturen mij kleren uit Japan,' grapt Vadim, 'want ze denken dat het hier koud is. Daar komen vrouwen verkleed als konijn een bar binnen en er lopen konijnen op straat rond en allerlei andere dieren zonder dat het carnaval is, voor hen is 't de normaalste zaak van de wereld. En dan zeg je "kinky" en ze steigeren, "kinky, kinky, what's kinky', of het soms kinky is om verkleed als konijn in een bar te zitten.' (we lachen, buitengewoon interessant volk, die Japanners) 'Ik heb ook een bier,' besluit Vadim Vosters (nu we het toch over Saison hebben). Hij had contact met een brouwer die geen logo voor zijn bier had en op het idee kwam om dat element dus maar aan kunstenaars uit te besteden. Niet alleen aan kunstenaars trouwens, elk café waar ze het bier schenken kan zijn eigen logo op de flesjes aanbrengen, in De Drempel kan je een biertje van De Drempel drinken, in Den Afgrond een biertje uit Den Afgrond en tijdens elke vernissage van een project van Vadim dus ook het Vostersbier.
Ik check bij Serge of hij dat Vlaams verstaat. Hij zit er middenin, lacht hij, dus hij doet z'n best. 'Je suis de Namur, moitié Espagnol,' preciseert hij. Zijn vader is een Spanjaard. Van de Spaanse steden vindt hij Valencia er uit springen, 'na Madrid en Barcelona de derde stad van Spanje'. In België vindt hij na Brussel vooral Liège en Gent interessant, twee steden die een identieke sfeer hebben, Gent is de Vlaamse tegenhanger van Luik, Liège le contrepoid Wallon de Gand. Frank Bassleer valt binnen.
Serge is lang niet uitgepraat. Het gesprek komt op wat hij de sclerose van de actuele kunst vindt, er gaat te veel geld verloren aan theoretiseren over kunst. Hij ziet drie soorten kunst: 'Un temps, deux temps, trois temps. Un temps, il n'y a pas de moyen d'expliquer. Deux temps, c'est la théorie ça, on explique, explique, explique. Il n'y a pas de moyen d'expliquer. Alors trois temps, ça, c'est assez intéressant, des idées qui vont en rond, en rond.'
'Une pour la route!' Franglais.
Serge vertelt over een Spaanse koning die vond dat de onderdanen teveel alcohol dronken en een verordening plaatste dat elk etablissement waar alcoholische drank geschonken werd gratis hapjes aanbieden moest. In Spanje, vertelt hij, is het volstrekt krankjorum om uren aan een stuk aan de bar te blijven plakken, dat begrijpen ze niet. In Burgos bijvoorbeeld zie je omstreeks 6 uur 's avonds opeens massa's volk op straat, iedereen praat en kletst en gaat van de ene naar de andere plek. In Milaan hebben ze een gelijkaardig fenomeen, legt Serge uit, 'cince a sette', van 5 tot 7 's avonds serveren ze in de bars gratis voedsel.
In Brussel liep hij onlangs een flamingant tegen het lijf die hem lastigviel met de opmerking dat je er Nederlands hoort te praten. Omdat de officiële landstaal Nederlands is, zei de persoon in kwestie. Waarop Serge zei dat hij iemand kent die 6 talen spreekt en helaas niets te vertellen heeft. En in zijn vriendenkring heeft hij trouwens ook nog een stomme 'et on rigolle tout le temps'. Het gesprek neemt een hoge vlucht. Na Spanje en de anekdote over een Luikse kunstenaar die in zijn atelier zo'n bezinksel aan troep heeft dat je niet anders kunt dan er overheen stappen (als hij iets laat vallen is hij 't meteen definitief kwijt) wordt Brainbox te berde gebracht.
'La liberté,' concludeert Serge, 'ça existe parce qu'il y a des esclaves.'

vrijdag 25 januari 2008

vrijdag 25 januari

Jelle en Sarah springen binnen, ze hebben een van de bruggen hersteld. Brug XII bleef op het atelier. Rund heeft in de smiezen dat hij zich vandaag maar beter wat gedragen kan. Op de laptop tikken we het tekendagboek van Geert Clarisse aan. Ingrid Braeckman komt voor het project van Thomas Bogaert. Ze plant een stukje over het andere solo project van Thomas in Galerij Hoet-Bekaert en overweegt een verwijzing naar MONITOR, het werk dat in croxhapox te zien is. De score van MONITOR is de hele tijd door nadrukkelijk aanwezig, merkwaardig genoeg zonder op de zenuwen te werken.
Er is nog een mailart zending getourneerd, die van een zekere DAN (Portland, Oregon). Het onbestelde stuk werd dit keer afgewerkt met een gele kleefstrook waarop volgende gegevens:

NIXIE 970 CC 1 77 12/24/07
RETURN TO SENDER
NOT DELIVERABLE AS ADDRESSED
UNABLE TO FORWARD
BC: 00100 *2929-05248-23-08
///...///......////...//..././../

'Calamity Jane' en Kurt checken de ruimte achterin. Calamity vertelt een pikante anekdote over een schooluitstapje, hoe ze met drie leerkrachten in één bed te overnachten hadden, zij, een vrouwelijke en een mannelijke collega, en dat ze 's ochtends toen de wekker te vroeg afging geen van allen uit bed wilden, Calamity omdat ze zich in haar ondergoed liever niet aan de mannelijke collega wilde vertonen, hij omdat hij met een ochtenderectie te kampen had en de vrouwelijke collega, die tussen beiden in lag, wellicht omdat ze simpelweg geen zin had om links- of rechtsop over de ander heen te kruipen, tot dus de mannelijke collega met beide handen voor z'n kruis uit bed stoof en een tik op de wekker gaf.
Op het woonerf is een motortje van Pizza Cesar aanbeland. De persoon moet een pizza afgeven op huisnummer 74. Hij komt de croxruimte binnen. Later zoeken we met z'n allen tevergeefs naar huisnummer 74.

donderdag 24 januari

'Allez, vooruit.' Zo sprak ik de goudvinkjes toe waarvan enkelingen spontaan en met gretige filantropie dwars door het plafond knalden, scheelogend en op schielijke wijze fonkelend, en ze fonkelden als pareltjes, pareltjes die in de drab van het grote besluit onbeslist blonken, pareltjes in de zwijmelende verte van het bij de neus genomen sterrenslijtsel waar in overdrachtelijke zin de gore drek afdroop, er bij wijze van spreken met bovenmenselijke turbulentie door een zichzelf verafgodende turbulator uitgeperst werd, er uitknalde als een spetterende wind, maar, o jee, wat een oplichterij was het, dat fonkelende gefonkel, dat prachtige firmament vol etterende flikkeringen die als zweren openbarstten en een kwalijke lucht met zich brachten, bijna, bijna alsof iemand, een god misschien, iemand die in zijn onbegrensde duisternis wetten predikte, alsof dus iemand even naar achter was geweest, een renteloze hoeveelheid darmkwak spoog en de klereboel in één ruk mee doortrok.
Voor de goudvinkjes lijkt het niet zoveel uit te maken. Ze kwinkeleren, brengen prachtige parodieën te berde en wie daarmee op restaurant gaat heeft er alleen voordeel bij.

woensdag 23 januari

De deur van het dakterras stond op een kier. Van twee luchtpijpen, zei Jelle, was de bedekking weggewaaid. Hij was als laatste op het dak geweest, dat was zaterdag gebeurd een uur voor de vernissage beginnen zou.
Hij herinnert zich dat hij de deur op slot deed en dat de sleutel aan de binnenzijde in het slot stak.
We zijn het er over eens dat het zo goed als uitgesloten is dat iemand via het dak naar binnendrong. In het drab op het smalle terras zijn geen voetsporen en het houten kader van de terrasdeur vertoont geen beschadiging die op het gebruik van een breekijzer wijst, wat zo ongeveer de enige manier geweest had kunnen zijn om de deur van buitenuit open te krijgen. (De persoon in kwestie had voorkennis, wist dat het geld in het grijze, niet in het groene koffertje stak, had geen interesse in de andere spullen en wist bovendien dat de recette in het geldkoffertje bleef.)
Het was Marc die ontdekte dat de terrasdeur geforceerd was. Iemand van de interventie-eenheid kwam ter plaatse, stelde vast dat er geen koevoet of breekijzer gebruikt was. Op het terras lag het brose restant van een koepel van plexiglas waar de stukken van afbraken zodra je het ding probeerde op te tillen.

'Ik ga ze meenemen, die twee kapotte bruggen,' besluit Jelle. Hij is er het hart van in, Brug XII was z'n favoriete brug.

Een van volgende dagen gaan ze nog wat filmen. Voorlopig wordt het in de constructies van balsahout en karton verborgen circuit op non-actief gezet. Het herstellen van Brug XII zal wat tijd nemen, reden waarom hij het liever thuis doet. De beschadiging heeft niets met dat andere voorval te maken want gebeurde zaterdag al.
Jonas Scheys, Twan Bastiaansen en Hou Chien-Cheng inspecteren de ruimtes. Noël van Beeld & Installatie komt er bij staan. De datum van het Cage & Fluxus project wordt 1 april.

Halfdrie. De hoofdredacteur van H-art steekt nummer 31 binnen met een portret van Walter Swennen op de cover en op de zogeheten kunstpagina binnenin een bijdrage van NCNP. Een van beschadigde bruggen kwam in de corridor op de boekentafel terecht. Sarah voert wat herstellingen uit.

Iemand gaat een kijkje nemen op het terras en doet nogmaals de nodige vaststellingen. Andere feiten, er zijn andere feiten, teveel om op te noemen.

De stem van een dame aan de telefoon... De stem herhaalt een ingesproken bericht. De oproep werd geweigerd. Het nummer is dat van iemand waar je een tijd eerder zo goed als dagelijks mee te maken had.
Het zakelijke karakter van feiten.

dinsdag 22 januari 2008

dinsdag 22 januari

Een detective, type Marlowe, gaat uit van een combinatie van feiten en bedenkingen. De feiten, dat is het proces verbaal en iets waar de politie zich maar mee bezighouden moet. Sommige feiten maken deel uit van dat gebied waar het motief thuishoort en allerlei nuanceringen die ogenschijnlijk niet door de feiten bevestigd willen worden, iets wat bij Chandler schering en inslag is. Bij Christie, in de verhalen van Blake en Mortimer is het vaak niet anders, zorgen de feiten voor een dwaalspoor. Ze zijn er wel maar voor iemand die de zaak zou willen of kunnen oplossen zijn het eenlettergrepige aanduidingen van het type 'oh' en 'ah' en 'eh'.
Om te beginnen, feiten zeggen vaak weinig tot niets over een gebeurtenis en zijn net zo vaak niet eens feiten. Zonder getuige heb je trouwens niet eens een feit (Young and Innocent, Hitchcock) en met getuigen die zeggen wat ze te zeggen zouden hebben heb je het evenmin (Rashomon, Kurosawa). In de verwarrende samenhang van een gebeurtenis die zich voordoet hebben de feiten het karakter - en ook de functie - van pionnen die door hun welbepaalde positie de strategie van het spel bepalen en soms voor een doorslaggevende argumentatie zorgen. Bij Chandler is er onder de feiten - die meestal op een dubbele manier misleiden - het spoor van een intrige, vaak gelinkt aan een tweede intrige die van de eerste afwijkt en voor misleidende sporen zorgt, zoveel sporen dat je als lezer niet zou weten te tellen hoeveel, sporen die zich als een web om het ondefinieerbare centrum sluiten en het omringen met het bekoorlijke extra van de nonchalante onwetendheid.

Een tijd geleden, tijdens het mailart project, hadden we een eerste keer geëxperimenteerd met een webcam. Iemand had gezegd dat we de tweede editie van het Brainbox project op die manier 24u op 24u online konden hebben en weer iemand anders zei dat hij het een interessant idee vond om alle projecten op die manier te documenteren. Tijdens het mailart project namelijk bleek dat inderdaad nogal wat digitale bezoekers de gebeurtenissen in crox online gevolgd hadden. In het begin, had Marc uitgelegd, heb je om de twee seconden een nieuw beeld - het effect is dat van een film die uit een opeenvolging van statisch beeldmateriaal lijkt te bestaan. Interessant, zeiden we. Je zag hoe Olifant vlakbij de lens naar de webcam zat te loeren met een nonchalante nieuwsgierigheid alsof hij begreep waar het om ging. Een tel later, naargelang de gebeurtenissen die zich voordeden, zag je de ene keer iemand die een plank aan het versleuren was of twee medewerkers die net als Olifant in rustige verbazing naar het beeldscherm en een panoptische opeenvolging van handelingen staarden, handelingen die door het statische centrum van de webcam vaak een lukraak karakter hebben en voor een vreemde, dubbele werkelijkheid zorgen - een gebeurtenis die amper een ogenblik eerder plaatsgreep doet zich spontaan opnieuw voor als ongekunsteld lichtdrukmaal. Later stelden we vast dat de webcam gedurende zeeën van tijd op een en hetzelfde beeld was blijven stilstaan.

maandag 21 januari

Tegen een uur of drie klaarwakker. Massale duisternis en in die donkerte niemand, niets. Regen. Op de laptop een uitgesteld relais van JAZZ met Mark Van Den Hoof. Gisteren: Joris stak een enveloppe met HDP-documenten binnen, Britta een sleutel van de croxpoort en de laptop van Lucia, die we voorlopig toch op overschot hebben, stockeren we tijdelijk in het kantoortje op een kartonnen doos. Vandaag eerst decimeren van de inbox en rond halfnegen ontbijt in het koffiehuis in de Donkersteeg waar rond die tijd ook Lieven David aan een tafeltje plaatsnam. Op straat is een gezellige en lawaaierige drukte. Aan de Congobrug is het weghalen van de kademuur begonnen. Ik besluit om in Brussel bij Tropismes en in The Collector langs te gaan.

In de inbox een mailtje van Frank, na de middag komt hij de papierwinkel binnensteken. Oolf telefoneert me, we spreken vrijdag af. Er is een prijsofferte van Parys Printing voor het boek van Peter Morrens. Ik schrap Brussel, overweeg een ritje naar de Noordfranse kust maar daar is het intussen te laat voor. De overschildering van schilderij 844 geeft een ruwe en ongekunstelde studie van een van de vele tijdelijke composities op het tafelblad met het net zo gebruikelijke als onvermijdelijke kopje koffie en een pakje Gauloises tabak in de hoofdrollen. Het vroege ochtenduur kroop in de kleren. Na het hazenslaapje rij ik naar het woonerf en laad de lege bakken bier in. In de mediaruimte liet iemand het licht branden.

zondag 20 januari 2008

zondag 20 januari

Ze zeiden dat ze naar Het Gouden Hoofd zouden gaan en of ik meekwam vroegen ze. Het liep tegen een uur of twee. Ik sloot de poort - was van plan om de poort te sluiten, zag het bierglas, stelde tegelijk vast dat ik met de sleutel waarmee ik de poort probeerde te sluiten de poort niet sluiten kon - 'heeft m'n collega te diep gefreesd,' had de zaakvoerder gezegd en van het model was het de laatste die ze binnen hadden gehad, een nieuwe lading verwachtte hij dinsdag pas - dus met die foute sleutel wroet ik in het sleutelgat waar geen beweging in te krijgen is, goed zeg, fraai is dat, wat hebben we nu sakker ik, en dan zie ik het bierglas, eentje van brouwerij Voisin, het staat op de afvalcontainer, godverdomme zeg, wie heeft dat daar gezet - welk rund...! Maar, opluchting, in de andere vestzak heb ik een sleutel die het wel doet, de sleutel die Sarah me teruggegeven had. Dus ik breng het glas in veiligheid, sluit de poort, stop de foute sleutel in de linker- en de juiste in de rechtervestzak, stap naar het autootje dat ik helemaal achterop het woonerf geparkeerd had, manoeuvreer het met z'n snuit de andere kant op, dan linksop tot aan het water en zo naar Het Gouden Hoofd. Niet eens halverwege die afstand, laten we zeggen ter hoogte van de brug, kom ik tot het besef dat ik geen zin heb in een biertje - en dan nog eentje en als het gezelschap bij bewustzijn blijft, wie weet, een derde en voor je 't in de smiezen had kunnen hebben nog eentje en een laatste voor het slapengaan waarna natuurlijk altijd wel iemand op het idee komt om het gezelschap een rondje te trakteren - waar je tegen die tijd niets meer tegen in te brengen gehad had kunnen hebben - zodat tenslotte, wegzakkend in een gezamenlijke roes, nog een rondje besteld wordt en aangezien het geen sluitingstijd is nog eentje. Zonder fond, want op een halve kip durum na niets te bikken gehad, geen nachtelijke zuippartij, besluit ik. Dus rechtsomkeert en aan de Vlasmarkt een spaghetti. Aan de belendende tafel een scheelogende pummel die met z'n volgezopen pens half onder het tafelblad doorhangt, zo totaal volgetankt dat het gekakel van de wederhelft niet tot hem lijkt door te dringen.
Na de maaltijd ga ik er meteen vandoor, ik heb wat anders te doen.

Stipt om tien uur telefoon van Britta. Ik lig te maffen. Zes uur werd het. En met Duitse stiptheid! - das Punkt im Chaos (over Cézanne, over Cézanne was dat, ook over Cézanne is getheoretiseerd). Na het gesprek met Britta blijf ik als een zevenslaper warm opgerold in bed liggen, knus tegen de stille weerloosheid van het niet-daar-andere, in een eilandwarmte waar ik als een zee omheen lig, onweerstaanbaar en met een cirkelronde horizont waarin oceaanstomers stuwen naar het ochtendgloren.

(iemand droomt een gebeurtenis (iets dat nog gebeuren moet) opgerold in de warmte van een moment zonder andere betekenis)

Ik open de croxpoort en een belegen lucht van sigarettenwalm slaat over me heen. (de fiets op het woonerf plaatsen) Een slagveld. Overal staan pilsjes en lege wijnglazen met een donkerrode kroon onderin. (ik plaats de fiets op het woonerf, de bewoonster van huisnummer 72 is een boek aan het lezen) (of een tijdschrift) In de grote zaal een kring van stoelen en onder en naast de stoelen bierflesjes en lege wijnglazen en een doordringende geur van tabak. Het valt best mee met het werk van Britta. Ik veeg de peuken bijeen, verzamel de flesjes en de glazen die her en der op de vloer bleven staan. In de zaal achterin, die van Sarah en Jelle, is bier gemorst en er is wat reparatiewerk, iemand liep tegen een van de bruggen aan. Ik breng de display op orde en reinig het barmeubel, Frank Bassleer valt binnen en twee vrouwen die ook gisteravond van de partij waren, Esther en Stefanie heten ze, ze wonen in Oostburg. Delphine en Junior springen binnen in het gezelschap van Kelly, Nooi en Lander. Ze halen Frank over om van de mediaruimte gebruik te maken. Dat ze het een goed idee vinden om in de mediaruimte een foto te plaatsen, zeggen ze. Het gesprek komt op de ellende met al dat theoretisch gemier. In de grote zaal stappen bezoekers heen en weer. De score van de video van Thomas Bogaert is alomtegenwoordig. Stefanie schaft zich drie nummers van H-art aan en zit gedurende enige tijd in NR 29 te lezen. Jos komt aanstappen, heeft Elias bij. Dan Sjoerd.
Het gesprek komt op de samenwerkingsovereenkomst met Kask en later op Negro City, een Chileense keet in de Brabantdam. De hifi dreunt Waits en Beefheart en een song van The Singing Painters.
Steffie, die er ook gisteren bij was, meert aan. We hebben het over het project, eind mei eerstkomend, en de release van een vinyl. Ze is meer thuis, zegt ze, als ze als performer optreedt, zang en akkordeon, dat is haar wereld. Het theater is een andere wereld.
Sjoerd neemt het door Musée Rimbaud gepubliceerde boek van Philippe Vandenberg door. Met Steffie komt het gesprek op Theater Aan Zee en de mailtjes die we elkaar zonden, over Oostende nota bene - tot ze opeens door had, lacht ze, wat een enge en bizarre sfeer in die stad hangt. Ze logeerde bij een zekere Katrien. De buren schreeuwden en scholden en er was altijd wel herrie en een gevoel tenslotte van onveiligheid en barbarij.
Marijke en Chris betreden de croxruimte. Er volgt een tractatie van het huis. Vincent kwam er bij staan. Lu en... euh, iemand. (Lu sprong binnen) En iemand anders zei: wat die intellectuele pillendraaiers over het hoofd zien, de containerparken van het actuele discours, dat is wat ze over het hoofd zien. Theoretici, in het bijzonder kunsttheoretici, bij algemeen besluit verbannen naar Antartica. Lui die doen alsof ze beweren dat ze het over iets hebben, alsof ze dit weten, dat weten, dit onderzoeken, dat onderzoeken, dit binnenstebuiten, dat buitenstebinnen keren, de theologie van het theoretiseren - wat een school van theoretiserende kunstenaars voortbracht en een meta-cultus van inhoud tot de inhoudelijke macht.

(de pinguïn en het baasje op de gladde bodem van een arctische badkuip)

Chris stelt dat hij met gemak acht tot negen uur aan een stuk door geconcentreerd aan het werk kan blijven. De eerste uren super geconcentreerd, dan - na verloop van tijd - aan andere dingen denkend, geleidelijk aan niet langer of minder geconcentreerd op het schilderij waaraan hij bezig is. En, besluit hij, dat net die periode van ogenschijnlijk minder geconcentreerde bezigheid de beste resultaten levert.

Vijf uur en heel even niemand. Dan Frank Bassleer, terug van weggeweest. Stefanie en Esther kwamen het houten meubeltje oppikken dat gisteren eerst in de hall en later in de stockruimte terechtkwam. Chris en Marijke zijn ervandoor, Sjoerd nam z'n tijd voor het werk van Britta. Samen met Frank dit keer Karl en Sophie, Karl van toneelgroep De Verenigde Planeten waar intussen ook Frank deel van uitmaakt. Op iTunes Basic Groove. Ze bestellen een biertje. Sophie voelt zich niet te best, er komt een glaasje kruidenelixer op tafel, later een schotel abdijkaas en mosterd. Frank en Karl bestellen nog een biertje, dan nog een. Het gesprek komt op Prince, die zou ooit in Het Magazijn gedineerd hebben. De deuren waren toen dicht, herinnert Karl zich, niemand mocht er binnen.

zaterdag 19 januari

Soms probeer ik er aan te ontkomen, aan een ochtend die met het doornemen van de inbox begint. Soms probeer ik er niet aan te denken als afwas die je opzettelijk over het hoofd ziet. Vandaag zijn er weer zoveel berichtjes dat ik met het lezen en beantwoorden ervan over de middag heen tegen het uur aanbots waarop ik met Britta afgesproken had - wat we ingecalculeerd hadden. Ze zou wat tijd nemen, had ze gezegd, om de rommelmarkt aan Sint-Jacobs te doen. Ik parkeer de auto aan het woonerf en Marc belt me, hij is met het opruimen van de barruimte bezig. Door de aanhoudende regen hebben we met een vochtprobleem te kampen, de vochtigheidsgraad is hoger dan de voorbije weken en maanden het geval was. Britta verstevigt de ophanging van de tekeningen. Marc reinigt het keukentje. De pils is op. Ik rij naar de Colruyt in Sint-Amandsberg, aan de Dendermondse steenweg, maar die is dicht. Dan via de Ring naar die andere vestiging van Colruyt. Dat neemt ruim een uur, ik ben net op tijd terug, Kelly is de eerste bezoeker. Ze stelt voor om in de dichtsbijzijnde pittatheek wat mondvoorraad bij elkaar te sprokkelen. Guy valt binnen. Hij ziet er niet uit. Heibel met de bovenburen, krapuul, ze maken de hele nacht door lawaai, het hele woonblok heeft er last van. Hij ging bij ze aankloppen, plaatste z'n voet tegen het deurpaneel en werd afgerost, eerst een vuistslag, dan een kopstoot. Inge Braeckman springt binnen, het gesprek komt op het stadsplan.
Nico Sall en Lode Vercamp. Ze hebben een voorkeur voor de grote zaal, net omdat er zo lekker veel reverb is, en stellen op rond de steunbeer. Younis en Zeger vallen later binnen. Het concert begint rond een uur of acht. Veel volk, steengoed concert, ambiance. Younis zingt en slaat met een lepel op een plankje, Vercamp bulkt op z'n cello, Zeger gallopeert in een Arabisch perpetuüm mobile en Nico zit in het zenuwcentrum. Aan de bar nam Carole over. Afspraak met Christophe om het een van volgende dagen over de geplande verbouwingen te hebben. Michel Couturier en Colette zijn van de partij. Michel doet mee aan de tweede editie van Brainbox die midden september eerstkomend van start gaat. Gregory springt binnen. Ook zijn vriendin is van de partij. Ze hadden rond de middag de trein genomen, er was een accident, ze kwamen in lijnbussen terecht en hebben derwijze zowat de hele regio tussen Denderleeuw en Gent ontdekt hoewel daar na 6 uur natuurlijk niet zoveel van te zien was. Ik stel Gregory en Michel aan elkaar voor, met Yannick Franck zijn ze een Brainbox-unit die voor begin 2009 geprogrammeerd staat, drie kunstenaars die een experimenteel en speels discours hebben waarbij het environment een belangrijke rol heeft.
Leen Persoons en Lucie Renneboog hadden vandaag in crox afgesproken. Leen kan niet al te lang blijven, ze moet richting Brussel. Met Lucie komt het gesprek op Brainbox. Intussen kwam vast te staan dat KAMP de tweede editie op gang trekt.
De bezoekersaantallen dikken aan. Geen bobo's. De bobo's voelen zich van nature niet thuis in een rovershol waar theorie geen zak uitmaakt en het mes met de scherpe kant boven tegen het immorele buikje aandrukt.
Britta wou graag met Rob kennismaken, Rob die een maand of twee na zijn project in de kubusruimte tot het crox-team toetrad, begin september moet dat geweest zijn toen Frank zijn plannen voor een reorganisatie van de werking van croxhapox vzw op tafel wierp. 'Who's Rob?', vroeg Britta. Zonder het te beseffen zat ze oog in oog met Rob die een ogenblik eerder had gevraagd of ik kon bevestigen of zijn werk aan de flyer voor het project van Ilse en Els ok was. 'That's Rob,' zeg ik met een hoofdknik, daar zit ie. 'Oh...' zegt ze. Het gesprek komt op de tekst, ze had die eerder doorgestuurd en we hadden de tekst niet gebruikt. 'The theoretical part ain't important,' neuzel ik. Zelf heb ik die tekst niet eens gelezen, het interesseert me geen zak. Theoretiseren over actuele kunst en fabriceren van schijtpapier is van eenzelfde orde, hoewel schijtpapier toch het enorme voordeel heeft dat je er je gat mee afvegen kan.
Stief springt binnen. Hij is net terug uit Amerika, verbleef in Los Angeles waar hij onder andere Brian ontmoette die in hetzelfde kunstencentrum verbleef. ('Hi, didn't we meet before?' zou de een aan de ander gevraagd hebben. 'Yeah, croxhapox last year,' zei de ander.)
Wie zijn er nog. Geert, de vader van Jelle, Stijn Van Dorpe, Guido Schiffer, Fred en Annick, een blauwbenige Delphine, de bloedmooie Laetitia en ettelijke tientallen die ik niet bij naam ken of die er voor het eerst komen, in totaal zo'n honderdvijftig vermoed ik. Geen vrienden en kennissen van Britta, die zouden op zaterdag zo goed als allemaal andere dingen te doen gehad hebben.
Na middernacht dunt het bezoekersaantal uit tot een veertigtal. Er is muziek, er wordt gedronken, de voorraad pils is op.

vrijdag 18 januari 2008

vrijdag 18 januari

Taaie ochtend. Een Atlantische storing zeikt over de binnenstad. Op het woonerf is niemand. In de doorgang naar de grote zaal staan Jelle, Sarah en Britta. Ook Rund is van de partij. Thomas Bogaert en Werner waren er eerder al, verneem ik. Werner steekt een handje toe. In de videoruimte hebben ze het rode tapijt afgewerkt met dubbelklevende tape. Jelle en Sarah zijn gisteren in de stockruimte bezig geweest. Jelle gaat op het dak. Van enkele luchtpijpen is het deksel weggewaaid. Thomas en Werner proberen de videoprojectie uit. De projectie gaat muurbreed op een van de muren, niet op de houten wand. Het is dezelfde muur waarop Martin Singer zijn filmpjes projecteerde. In het keukentje begin ik aan de afwas van gisteren en eergisteren, Marc springt binnen. Later zoeken we in de stockruimte een plug van 6mm, voor Britta, maar dat hebben we niet, we hebben er alleen van 5mm. Ik fiets naar Filliaert aan het Sint-Michielsplein. De sleutel is fout, verneem ik. Ik ga even langs in de krantenwinkel aan het Belfort. In de straten is een rustige dag, nu de doorgang naar Sint-Anna weer openging zijn er in Steendam geen files meer.
Marc installeert een monitor op de display in de hall. Ik overhandig de poster die ze naar Sophie Blachet stuurden, het ding werd afgestempeld, kon niet bij betreffende afgeleverd worden omdat die wellicht niet langer in Miami woont, werd opnieuw afgestempeld, twee keer, en retourneerde. Frips springt binnen en is meteen maatjes met Rund. Marc maakt foto's van Rund en Sarah lacht. Jelle is in de corridor bezig en Frank maakt gretig gebruik van de zwarte lichtfilter. Jelle had beloofd dat hij het spul zou meebrengen. 't Is een hoop extra werk maar het resultaat is stukken beter. Rund pist op een van de schoenen van Frips. Ha ha ha. Het gebeurt opeens, niemand had het zien aankomen. Het was Marc die het zag, hij was foto's van Rund aan het nemen toen het gebeurde, Frips had het geeneens gemerkt. 'Rund, godverdomme!' Aan die schoenen van Frips kleeft een kattengeurtje, ver moet ge het niet zoeken. En Rund komt er goedkoop van af. Stel je maar eens voor dat ze op mijn schoenen gepist zou hebben. Goh goh goh. Tot wat ik dan in staat geweest zou zijn, ik durf er niet aan denken. Na het incident met Rund sleuren we de paraplukachel naar de corridor. Sarah gaf Rund een lesje. Jelle neemt De Morgen door. Op vrijdag is De Morgen weinig soeps. Britta, die sinds drie dagen consequent vanaf een uur of elf in de grote zaal bezig is, heeft er even genoeg van. Ik ga naar Het Gouden Hoofd, zegt ze, een uurtje, even uitblazen, meer niet. Jelle is in een wip door De Morgen heen. Nico Sall is een jeugdvriend van Jelle, verneem ik. Rund komt aan de bar zitten, Frank reinigt een lamp. De radio staat op Urgent, 105.30, en de muziek is heel erg goed. Op de monitor is Michiel van Alberts, Messchendorp & Company aan z'n rondjes begonnen.

woensdag 16 januari 2008

woensdag 16 januari

Met een baggermachine in de inbox. Wat een mens al niet te lezen krijgt, hallelujah. Telefoon van Thomas Bogaert die wil weten of vast tapijt mogelijk is. Rood. Hij wil een rood tapijt. Hoeveel het kost. Zoveel kost het, zegt hij. Ja, dat is mogelijk, zeg ik. Het kost geen stukken van mensen. Dan Sarah en of ze nog wat balsahout kopen mag. Joris heeft het document ontcijferd dat ik hem gisteren zond, het zou om een dringende betaling gaan. Ik geef groen licht om de betaling uit te voeren. Er is een mailtje van Joop die laat weten dat ze een fantastische openingsavond hadden. Dankzij Tamara Van San kom ik aan het programma van Secondroom. Dat programma ziet er best interessant uit.
Nieuwsgierig naar het vervolg op bladzijde 524 (Witold Gombrowicz, Dagboek) open ik het volume dat dankzij het donkerblauwe leeslint vanzelf op blz 524 en 525 openvalt. Onderaan laatstgenoemde bladzijde volgend fragment: 'Zou de criticus die op deze wijze bij de persoonlijkheid van de auteur aanknoopt, niet ook zijn eigen persoon ten tonele moeten voeren? Analyses, zeker, synthesen, ja, ontledingen en parallellen, wel, voor mijn part, maar laat het toch organisch zijn, volbloedig, met de adem van de criticus zelf, met eigen stem gezegd. Critici! Schrijf zo dat men na het lezen weet of het door iemand met blond of met bruin haar is geschreven!'
Ik spring in het sputterende karretje en rij naar het woonerf. Voor de croxpoort staat een witte camionette met Duitse nummerplaat. Britta en Markus laden de in houten bekisting verpakte schilderijen en tekeningen uit. Markus werkt voor het transportbedrijf Kölner Flitzer. In crox3 zijn Sarah en Jelle bezig. Een jonge straathond, de hond van Jelle en Sarah, Rund heet ze, verdedigt het verworven territorium en blaft. Dus dat kommetje water is voor Rund.
In de zaal achterin is niet zoveel veranderd. Rund, een teef eigenlijk die Bonnie heet, kwispelstaart. Sarah en Jelle hebben het overbodige materiaal in de corridor gestockeerd. We belanden aan het barmeubel, luisteren op Urgent naar de kinderradio en drinken koffie. Britta is bezig in de grote zaal. Ze komt er bij zitten en vraagt wat het woord 'croxhapox' betekent. 'It sounds,' zegt ze, 'as something a magician would say.' (abacadabra & etcetera) Dus wat het woord croxhapox betekent. Dat het niets betekent, een bedenksel is, een verzinsel, een onomatopee desnoods, iets als holderdebolder wat het ook was trouwens, dat de link met 'croque' voordehandliggend maar tegelijkertijd al te voordehandliggend is, dat het als naam van een androïde voor het eerst opdook in een brief van schrijver dezes, de brief was geadresseerd aan Guido De Bruyn die het aanvankelijk trouwens niet eens zo'n goeie naam vond, en dat je dus ook simpelweg op www.croxhapox.org naar de encyclopedie kan surfen en daar het negenletterwoord croxhapox aanklikken. Het dialect uit regio Keulen zou een Vlaams trekje hebben. Britta bespeurt een zekere verwantschap.
Rund is gek op kaas. Is gek op alles wat eetbaar is, lacht Sarah. Sarah moet ervandoor, heeft nog wat boodschappen te doen, Jelle trekt zich terug in crox3. Britta heeft amper wat bagage bij, een kleine rugzak en een lichte en een wat zwaardere koffer, koffer kan je 't eigenlijk niet noemen, draagtassen waar net genoeg in kan om een verblijf van vier dagen rond te maken. We stappen naar Flandria Hotel in de Barrestraat. Het behangpapier in de lounge is een wereldkaart. Tristan da Cunha gaat schuil achter de rugleuning van de sofa. Andere plekken veranderden in toeristische resorts, de Maladiven zuidwestelijk van Indië, de Comoren, het aan Frankrijk toebehorende eiland Reunion, de Canarische en de Kaapverdische eilanden.
Van Flandria Hotel wandelen we via Klein Turkije naar Fillaert aan het Sint-Michielsplein.
Later, in de mediaruimte, komt het gesprek op Ronny, Rund (meer algemeen) of Ronny (voor de intimi), de hond van Sarah en Jelle die eigenlijk Bonnie heet. Rund mag niet aan of in de vuilnisbakken zitten en los van schijten en andere onvermijdelijke neveneffecten is rotzooien in de vuilnisbak net een van haar favoriete bezigheden. Als ze thuiskomen, Jelle en Sarah, en Rund kwispelt, dan weten ze dat Rund niet in de vuilnisbak zat. Rund verwacht geen straf, is blij en kwispelt. Als Rund wel aan de vuilniszak zat, laat hij het kopje hangen. Hij verwacht straf, is niet blij en laat het kopje hangen. De mens echter heeft geleerd om te doen alsof. Het is het probleem van de actuele kunst, het alsof, het is alsof, alsof iemand iets te doen had en er eerst een heikels eind over te theoretiseren heeft.
De actuele kunst moet bevrijd worden van elke vorm van theorie. Verban theorie naar het verre en desolate Antartica. Experimenteer met theorieën allerhande in het desolate en witte landschap van Antartica. Hou op met het over kunst te hebben. Verban die theorie naar de verste uithoek van het sterrenstelsel.

21u, Het Gouden Hoofd

Thaïse curry x2
Witloof in hamrolletjes x1
De Spa bruis wordt in een glas van Duralex geserveerd. Wat Britta zo bijzonder vindt aan België is het gele licht, 'the yellow light of Belgium'. De straatlantaarns in België hebben een geel aura.
In Keulen, zegt ze, kan je in bars waar je nooit eerder kwam makkelijk een babbel hebben met de stamgasten, het is er de normaalste zaak van de wereld. Is ook het leuke aan Britse pubs, meent ze.
'It depends on your own behaviour, I think,' zegt ze.

dinsdag 15 januari 2008

dinsdag 15 januari

Ik sla 'Dagboek' van Witold Gombrowicz open op bladzijde 524 en tuimel in volgend fragment: "De pseudo-geleerdheid van de huidige kritiek wordt langzamerhand onverdraaglijk. Dat is de schuld van de school, de middelbare school en de universiteit - hoeveel schade hebben universiteiten niet aangericht doordat ze je wijsmaken dat je de kunst wetenschappelijk kunt benaderen. Hoe catastrofaal is de methode gebleken die erop berust zich uitsluitend met het werk zelf bezig te houden, los van de persoon van de auteur - en op deze abstrahering volgden andere die het werk nog meer van de persoon scheidden, het als een zelfstandig 'object' opvatten, 'objectief' dus, en alles verplaatsen naar het terrein van een valse, kreupele pseudo-mathematica van esthetisch of sociologisch karakter, waarbij tegelijk de deuren werden opengezet voor pedanterie, breedsprakerige analyses en een willekeur die in de mantel van majesteitelijke wetenschappelijke exactheid gekleed gaat."
Tegenwoordig wordt het creatieve proces van binnenuit ten gronde gericht. De pseudo-wetenschappelijke denktrant van een clubje incestueuze intellectuelen heeft de kern van het creatieve proces aangetast en een school kunstenaars voortgebracht die werden opgeleid om over de reden en oorzaak van hun kunstwerken te filosoferen, er onzinnige teksten over te schrijven, troep die niemand lezen wil. In het ene geval omdat het om prietpraat gaat, in een ander geval omdat schrijven nu eenmaal een apart talent is, vaak simpelweg omdat de auteur niets te vertellen heeft. Het is een potsierlijke zinledigheid die van de catalogustekst een apart genre heeft gemaakt, over nogal wat artistieke prestaties valt nu eenmaal niet zoveel te vertellen. Ik heb honderden catalogi onder ogen gehad waarbij de schrijver van het voorwoord zich beter tot het gebruik van een drie- of vierletterwoord had beperkt in plaats van het over de mysterieuze kwaliteiten van de kunstenaar te hebben. Natuurlijk heeft het publiek al wel langer door dat het met dat schrijven over kunst om kletspraatjes gaat. En hoe meer ze er over schrijven hoe minder het voorstelt.

Aan het Belfort zorgt een plotse windvlaag voor hevig tumult. De ijspiste is verdwenen. Ik stap naar het postkantoor en deponeer een aan Joris geadresseerde zending.
In de inbox een mailtje van Dianna, ze is pas terug uit Indië, het boek waaraan ze straks sinds twee jaar bezig is zou zich nog altijd in een virtuele fase bevinden. Ik hou me gedurende enige tijd bezig met twee werkjes, schilderij 844 en schilderij 865. Ook 846 komt heel even op de schildersezel terecht. In zo'n rijhuis heb je tijdens de wintermaanden amper een paar uur proper daglicht.
Er was een mailtje van Ilknur. Maandag 28 kan niet, schreef ze, er is gemeenteraad. Frank laat niets van zich horen. Joris zei dat Nancy het departement Boekhouding neemt.

Kasteellaan 43. Ter linkerzijde is er een woonblok met huisnummers 1 tot en met 41, ter rechterzijde huisnummer 45. Huisnummer 43 ontbreekt. Wie er woont, is onbekend.

Forelstraat 43. Het is het pand waar Gerd woonde, eind jaren negentig. Ik vang bot, de persoon die ik zoek kennen ze niet. Later blijkt dat hij op huisnummer 47 woont. Forelstraat 47.

In Het Gouden Hoofd Ilse en Els. We zitten vlakbij de kachel in de achterste ruimte. Als dagschotel hebben ze vandaag een lamstoofpotje. Het gesprek komt op moedermelk.

zondag 13 januari 2008

zondag 13 januari

Op vernissages kom ik niet zo gauw. De belegen kletspraatjes van beau monde en bourgeoisie, dat sacrale sfeertje van m'as tu vu en canaille dat zichzelf voor het puik van de actuele scene houdt en de consequenties van die liturgie, ik heb er van jongsaf een pesthekel aan. Voor de vernissage van de projecten van Marc en Lou wilde ik best een uitzondering maken.
In de doorgang naar de bovenverdieping hing een doordringende geur, het deed aan natte houtlijm denken. Her en der stonden groepjes mensen bij elkaar, de meesten kende ik wel, de anderen kende ik van zien.
'Is dat houtlijm?' vroeg ik. Jan bevond zich in de doorgang naar het trappenhuis en schaterde. 'Komijn,' zei hij. Hij bulderde van het lachen. Noëlla sprong binnen en Jos en Lucy. Jos krijgt elk jaar voor z'n verjaardag een nieuwe pet. Noëlla bestelt een rondje. We drinken koffie met room. Ik stap door de ruimtes achterin. Een van de foto's toont een geveltje en het uithangbord van Taccoen. Er is een Spaans landschap, een poort in een Frans dorpje en - onherkenbaar - een brug vlakbij de Leie. Dan een muur, een wegje, een boom, de inventarisatie van een omheining, de omheining van een weide. Blackout. Vervreemding. De verten en de nabijheid van het meesterwerk. Kijken naar iemand die aan het kijken is. De gesprekken. Met Cecile en Veerle bijvoorbeeld. Over Drieghe en Boon en de Wetterse poëziemarkt, jaren zeventig was dat.
Een trage zondagnamiddag, voor je 't doorhebt is het avond en wie lang genoeg blijft rondhangen komt aan de feesttafel terecht. Om te beginnen gele soep (pompoen, wortel, ui) op smaak gebracht met groentenbouillon en peterselie en komijn. (de hond is in Quito) Het hoofdgerecht - Riet, de kokkin, is de enige die niet mee aan tafel komt - is een tagliatelli met zalm of zonder voor de vegetarische medemens. (het gesprek komt op de balalaika - iemand zag de uitbater van De Zwarte Zee op een basbalalaika bezig)

de laatavondgasten

Peter, alias De Steur. Kiest op het laatste nippertje toch voor de zalmschotel. Vertelt over het droevige lot van de balalaika die driehoekig is en slechts drie snaren heeft. Herinnert zich dat ze De Vleesmuis zeiden. Het is hier, in De Vleesmuis, dat hij Kristien leerde kennen. (ze bedoelden vleermuis natuurlijk maar ze zeiden vleesmuis) Een kei in het Prutsvingeren. Het Prutsvingeren, ook wel Bubbelpietsen of Deukpletten genoemd (van het Franse 'entre deux plats'), is een ongemeen interessante en verslavende tafelsport waarbij de spelers of Aanzittenden de stille momenten tussen de vaak hoogdravende gesprekken opvullen met het pietsen (of pletten, platdrukken) van de met lucht gevulde kussentjes van inpakfolie. Introduceert het streeppietsen en de Kobza, een udachtige uit het Roemeense Donaubekken.
Marijke vertelt dat ze in de buurt van de Sleepstraat een tweede editie van het Istanbul-project plannen.
Marc. Elk jaar weer stopt hij op oudejaar met drinken. Dist anekdotes op over Eddy 'tjoetjoep' Wally die zijn carrière in Sas Van Gent begon, in een textielfabriek, waar hij de schaft opvrolijkte met akkordeonmuziek en sjakossen sleet. Dat bleek zo'n succes te hebben dat hij marktkramer werd. En dus zo is het begonnen, besluit Marc.

Het stille geluid van messen en vorken. Marc en Peter beginnen over Wimereux en Audreselles.
Lou. Lou vertelt over Indië. De Ganges is een open riool waar half opgebrande lijken en koeien en stront langsdrijven.
Frips maakt grapjes en Jan serveert het nagerecht, chocolamousse en café glacé. De mousse is zonder melk en zonder room maar wel met boter, gezouten boter, en twee soeplepels Spa Reine. Voor de café glacé gebruikt hij 6 eierdooiers en een grote hoeveelheid kristalsuiker, daar koffie over uitgieten, straffe koffie, en een liter room. Erwin pietst een étude van Chopin uit het tafellaken.
Iemand plaatst een fles jenever van Filliers op tafel. Het gesprek komt op Vits Staelens en de Krepkaja die ze er slijten - Marc had altijd zo'n fles in z'n frigo zitten - en Château Petrus. Deze zomer, vertelt Jan, hebben ze twee flessen Geuze Moriau geopend, 25 jaar oud. Goh goh goh. Die Moriau is een steker in Sint-Pieters-Leeuw. Wat een steker is? Een steker steekt geuze op flessen. Girardin en Boon brouwen Geuze, da's niet helemaal hetzelfde.
Lou, hij is uit de streek, is een groot liefhebber van Liefmans. Jan herinnert zich dat ze jaren geleden in Du Progres een Liefmans goudband hadden.

zaterdag 12 januari 2008

zaterdag 12 januari

Marnix zat grapjes te maken. Er was een gezellige drukte, het laatavondgevogelte stond dicht opeen gepakt. Veronique zei dat ze al wel vaker overwogen hadden om wat meer tentoonstellingen te doen. Op een papiertje noteerde ik de stand van zaken. Ze hadden geen tafel vrij, zeiden ze eerst. Ik fietste naar de croxpoort, op het woonerf was niemand, draaide het papiertje dat ik er eerder had vastgeprikt achterstevoren en noteerde de naam van de keet waar de informele bijeenkomst plaats zou vinden, provisoir, voor het geval Oolf toch nog even tijd zou vinden om het gezelschap te vervoegen. Dat de dag begonnen was met een zin uit 'Moskou op sterk water', vergat ik dat te zeggen, van Venedikt Jerofejev. Later enkele bladzijden in 'Onverplichte lectuur' van Szymborska. In 1975 recenseerde ze voor het tijdschriftje waar ze voor werkte een Poolse vertaling van de dagboeken van Casanova. "Vreemd," redeneert ze. "De helft van alle Jansens en Pietersens, die toch echt geen Casanova's zijn, ondervinden aan den lijve hoe doornig de weg van de beminde is die in het luchtledige wil verdwijnen. Maar de beroemdste verleider van de wereld pakte zijn spullen zonder dat het hem moeilijk werd gemaakt, een paar dames hielpen hem er zelfs bij."
Wouter belt me, hij en Anja gaan niet naar Ijmuiden, verneem ik. Dan gaan we andere keer, besluiten we. Hieropvolgend kruip ik op handen en voeten door de zitkamer en bots tegen de kolenkachel aan. Er is geen kolenkachel. Dat moet een vergissing zijn. Ik kruip overeind en open de provisiekast. De lijken zijn op een hoopje geveegd. Een van die lijken deed het met drie vier kippetjes tegelijk, van het soort dat je in een automaat vindt, het enige wat je moet doen, je moet de knop indrukken en eerst zet je het verstand op nul. Met het verstand op nul kom je trouwens een heel eind. Je rolt de helling af, holderdebolder, geen erg, het duurt even voor ze dat door hebben. En dan kom je in een sloot terecht. Holderdebolder. En voor je het weet ben je beroemd. Ook dat duurt een tijd en het is trouwens best aangenaam om beroemd te zijn.

Ik parkeer de fiets op het woonerf. Op het woonerf is niemand. Ik open de poort, inspecteer de ruimtes en reinig het barmeubel. Stef springt binnen, hij komt het werk ophalen, buiten is een heldere dag.