donderdag 25 december 2008

Tavira

Een grensgebied. De cypressen staan in kleine groepjes bijeen. Daar is het landschap, zeggen ze, een landschap zonder schaduwen, dat zijn ze vergeten, en hier staan wij.

Van Fuengirola over Jerez en Sevilla en van Sevilla naar Huelva: amper verkeer op de openbare weg.
Rio Ordal. Berkjes. Hoewel er gedurende lange tijd niets van te merken valt, is de kuststrook vlakbij.
De pijnbomen van Cartaya. Spanjaarden, bruingekakt door de zon.

Portugal. Het landschap waagt zich tot vlak aan de autoweg. Dat is al meteen een eerste verschil met het ruige buurland waar het landschap de indruk wekt dat het hinderlijk is. Zo goed als de hele tijd door wansmaak en rommel.

Santa Lucia, een vissersdorp vlakbij Tavira. Formosa, een eethuis, de ramen geopend op een langwerpige inham, daarachter een uitgestrekt gebied van schorren onder een in nachtelijk blauw geloogde hemel. Hier, in Santa Lucia, hebben ze vaak Spanjaarden over de vloer, verneem ik. De uitbaatster suggereert kabeljauw wat op tafel komt met gefrituurde patat, paté de sardinha en een witte wijn, een Conventu da Villa uit 2007. Een portie groene olijven, vinagro vinho branco, een voorgerecht met groenten, kruidige wortelsalade en warme sneetjes brood.
Aan de straatzijde is een kleine veranda. Andere klanten zijn er niet.

Faro, twintig kilometer verderop. Na de smerige wansmaak van de Spaanse kust is het zuiden van Portugal een verademing.
Ik boek een kamer in Hotel Faro, vlakbij de zeilhaven.

Geen opmerkingen: