's Namiddags kwamen vier mensen en twee honden de berg opgewandeld. Een van de honden was een grijze poedel. Later stond een van de mannen, ze waren met z'n tweeën, aan de voet van de berg een plant uit de grond te spitten. In augustus heb je dat soort mensen, had Siel gezegd. Het hele jaar door hangen ze voor televisie. Begin augustus gaan ze op vakantie. Ze komen naar Amélie-les-Bains, naar de termen, met geld van de mutualiteit want zelf hebben ze daar geen geld voor. Ze horen van het fort. Vanaf de grote baan net voorbij Céret kan je het fort zien liggen, hoog tegen de berg aan. Ze hebben weinig om handen, gaan er een kijkje nemen, negeren het bord waarop rood op wit Propriété Privé staat aangegeven, je mag er ook geen brandende lucifers weggooien staat er, anders gaat alles in de fik. Of ze kunnen lezen is niet bekend. Ze laten de hond uit. Ze komen een kijkje nemen. Ze stappen om het huis heen. Aan een waslijn hangt een kledingstuk te drogen. Ze halen het van de wasdraad, net zo genadeloos als een muggenbeet. Er is geen verweer tegen dit soort mensen. Ze betreden het huis en als het even kon vielen ze ook nog in het salon voor het televisietoestel in slaap nadat ze het bodempje Banyuls soldaat hebben gemaakt. In Amélie, vertelt Siel, gaan ze van winkel naar winkel, degusteren de hapjes kaas, eten hun buikje vol. Het kwijtraken van dingen, een body die aan de wasdraad te drogen hing, een vulpen, een vaasje, een of ander elektrisch toestel, dat gebeurt ook alleen maar in augustus, zegt ze.
Ik rij naar een bio in Céret en vandaar over le Boulou naar Collioure, waar ik geen parkeerplaats vind. Er is een massa mensen op de been. Ongehoord.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten