dinsdag 27 november 2012
22 opmerkingen
Hij schilderde dolfijnen en werd de rijkste kunstenaar aller tijden. Hoe 't ie heet weten we niet. Dat is vergeten.
vrijdag 23 november 2012
poet's day
A British pakistani living in Berlin, Adam shouts, BANG BANG BANG, that's fashionable. That's very fashionable: a British pakistani living in Berlin, BANG BANG BANG.
In El Gallego zitten we vlakbij het haardvuur. Jenny brengt een fles rosé op tafel, bocquerones en vinagre en een schotel bocquerones fritos.
Geczy zat naast een bierbak achterin de auto, David, a barrister from Sidney, zat voorin. Boven de vaargeul was een doffe glans van schitteringen. Over het voetpad ter rechterzijde kwam een meisje met lange benen. We reden naar El Gallego.
'The guy is a winko, right,' Adam says. Hij heeft het over een plek in Brisbane. We tasten toe, de bocquerones zijn verrukkelijk, very tasty, the barrister admits. 'Some winky gallery in Brisbane,' Adam komt op dreef, 'promoting fashionable art. Videophilia.'
Geczy prikt een van de visjes aan z'n vork, pauzeert, prikt nog een visje, azijn drupt op het tafelpapier. In de auto had hij het over Slavoj Zizek gehad. Ik had het beeld voor me van Bram en Maja onder de blackstraler en Maja, die had gezegd dat ze in Polen geboren was, die zei dat ze Eric pas rond een uur of elf verwachtte. Aan tafel in El Gallego probeerde David uit te leggen wat hij deed. I am a barrister, zei hij. Ik herinnerde me dat ik dat woord inderdaad ooit wel eens gelezen had, in een novel van Chandler.
Geczy werkt z'n zin af. 'Videophilia is,' he says, hij prikt een visje, er blijven twee visjes en daar prikt hij er nog een van, 'when your art work is not contemporary enough: put a video aside.'
De pulpo en het konijn komen op tafel, pinchos morunos, friet, salade.
'With all my work,' Adam admits, 'my marriage breakup and all my commitments' And your relative poverty, the barrister says. 'I had my head firmly planted up my arse.'
So far, David jokes, that each day of his life he has given himself a tonsillectony.
Ze zijn in Zurich geweest, in Parijs, in Amsterdam. Waarom ze in Zurich waren, herinner ik me niet. Geczy heeft Hongaarse roots. In Parijs hadden ze een prachtige hotelkamer. Ze slapen op dezelfde kamer, in aparte bedden, en snurken. Het gesnurk van Geczy zou best hevig zijn. The barrister, his road double, vindt het heerlijk, glundert: we both snoar in such a way that the paint falls of the wall. I'm interested, he adds, in your comment that religious people are criminals: weak people who seek comfort in religion - uh, that is, they want a secret friend, imagenary, skip secret, they want an imagenary friend who will give them a leg up and slew their enemies - are criminals.
That's what I said, zeg ik, religious people are criminals. Religion is a crime.
'Yeah.' It is worse than an addiction, the barrister adds, it is the worst addiction because it is constant. Addicts of drug and alcohol: take a walk in the park, enjoy sunlight: with religion nothing but the constant idea of being better. Jack the Ripper, David adds: one day he realized the horrible things he had done, he woke up, realized how horrible it was, and killed himself. That's why they never found him.
We belanden in Minor Swing. Het is vroeg op de avond, een uur of acht. Met de frasering 'dit is een kutbeslissing', wellicht omdat Adam uiteindelijk toch een Calvados bestelt, komt het gesprek op het vrouwelijke geslachtsdeel. It is strange, David admits, that cunt is such an offensive word. Hij citeert Germaine Greer, from The Female Unique: it is the most offensive word in English language.
In El Gallego zitten we vlakbij het haardvuur. Jenny brengt een fles rosé op tafel, bocquerones en vinagre en een schotel bocquerones fritos.
Geczy zat naast een bierbak achterin de auto, David, a barrister from Sidney, zat voorin. Boven de vaargeul was een doffe glans van schitteringen. Over het voetpad ter rechterzijde kwam een meisje met lange benen. We reden naar El Gallego.
'The guy is a winko, right,' Adam says. Hij heeft het over een plek in Brisbane. We tasten toe, de bocquerones zijn verrukkelijk, very tasty, the barrister admits. 'Some winky gallery in Brisbane,' Adam komt op dreef, 'promoting fashionable art. Videophilia.'
Geczy prikt een van de visjes aan z'n vork, pauzeert, prikt nog een visje, azijn drupt op het tafelpapier. In de auto had hij het over Slavoj Zizek gehad. Ik had het beeld voor me van Bram en Maja onder de blackstraler en Maja, die had gezegd dat ze in Polen geboren was, die zei dat ze Eric pas rond een uur of elf verwachtte. Aan tafel in El Gallego probeerde David uit te leggen wat hij deed. I am a barrister, zei hij. Ik herinnerde me dat ik dat woord inderdaad ooit wel eens gelezen had, in een novel van Chandler.
Geczy werkt z'n zin af. 'Videophilia is,' he says, hij prikt een visje, er blijven twee visjes en daar prikt hij er nog een van, 'when your art work is not contemporary enough: put a video aside.'
De pulpo en het konijn komen op tafel, pinchos morunos, friet, salade.
'With all my work,' Adam admits, 'my marriage breakup and all my commitments' And your relative poverty, the barrister says. 'I had my head firmly planted up my arse.'
So far, David jokes, that each day of his life he has given himself a tonsillectony.
Ze zijn in Zurich geweest, in Parijs, in Amsterdam. Waarom ze in Zurich waren, herinner ik me niet. Geczy heeft Hongaarse roots. In Parijs hadden ze een prachtige hotelkamer. Ze slapen op dezelfde kamer, in aparte bedden, en snurken. Het gesnurk van Geczy zou best hevig zijn. The barrister, his road double, vindt het heerlijk, glundert: we both snoar in such a way that the paint falls of the wall. I'm interested, he adds, in your comment that religious people are criminals: weak people who seek comfort in religion - uh, that is, they want a secret friend, imagenary, skip secret, they want an imagenary friend who will give them a leg up and slew their enemies - are criminals.
That's what I said, zeg ik, religious people are criminals. Religion is a crime.
'Yeah.' It is worse than an addiction, the barrister adds, it is the worst addiction because it is constant. Addicts of drug and alcohol: take a walk in the park, enjoy sunlight: with religion nothing but the constant idea of being better. Jack the Ripper, David adds: one day he realized the horrible things he had done, he woke up, realized how horrible it was, and killed himself. That's why they never found him.
We belanden in Minor Swing. Het is vroeg op de avond, een uur of acht. Met de frasering 'dit is een kutbeslissing', wellicht omdat Adam uiteindelijk toch een Calvados bestelt, komt het gesprek op het vrouwelijke geslachtsdeel. It is strange, David admits, that cunt is such an offensive word. Hij citeert Germaine Greer, from The Female Unique: it is the most offensive word in English language.
woensdag 21 november 2012
21 november
In de corridor is een rollend gevaarte. Ik sta voor het crox-archief of in elk geval een deel van het archief. Wat ik aan het zoeken was, herinner ik me niet. Gisteren had ik opeens beseft dat vandaag, 21-11-12, een palindroom biedt. Het geroffel in de corridor komt dichterbij. Ik herken het geluid. Jeroen Van der Fraenen duwt de industriële stofzuiger voor zich uit. Het was Bram die zei dat ze gestofzuigd hadden. Aan het rondpunt is het geluid van een combi. Soms jagen ze ook wel eens op wat anders dan hersenschimmen. Ik ga een broodje halen, zei Bram.
De doorgang naar de kubus is bijgewerkt met populierenhout. De opening werd een smalle sluis die als een spie in de doorgang zit.
In de ruimte van Bram: kleurfoto van malachietgroene zomp, waterzooi, ruis, roest ponton. Hij nam de foto in Urk, op een nacht, met een Sigma Dp1 en heel hoge iso. Voor Bram zijn de fouten net dat wat belangrijk is.
Er is een boek met foto's van gras. Het grazige terrein is in Hoevene, een speelweide. Het is vlakbij de plek waar hij opgroeide. Van het gras heeft hij 80 foto's gemaakt, elke foto net iets meer dan een vierkante meter van het grasland. Gras. 80 bladzijden gras.
De doorgang naar de kubus is bijgewerkt met populierenhout. De opening werd een smalle sluis die als een spie in de doorgang zit.
In de ruimte van Bram: kleurfoto van malachietgroene zomp, waterzooi, ruis, roest ponton. Hij nam de foto in Urk, op een nacht, met een Sigma Dp1 en heel hoge iso. Voor Bram zijn de fouten net dat wat belangrijk is.
Er is een boek met foto's van gras. Het grazige terrein is in Hoevene, een speelweide. Het is vlakbij de plek waar hij opgroeide. Van het gras heeft hij 80 foto's gemaakt, elke foto net iets meer dan een vierkante meter van het grasland. Gras. 80 bladzijden gras.
dinsdag 20 november 2012
kakkoorts
Het verschil tussen wat de CD&V zegt en wat Bart De Wever zegt is niet groot. Het Vlaams-nationalisme heeft door hem een eerlijk gezicht gekregen.
Louis Vos, emeritus
Souvenez-vous dans vos cellules les débuts de la cause flamande. 100 jaar geleden was de Vlaamse zaak een linkse zaak. Paul Van Ostaijen stond voorin. De Vlaamse zaak werd aangevoerd door linkse intellectuelen. Met de opgang van het Derde Rijk en het hakenkruis kwam de Vlaamse zaak tijdens het interbellum in rechtse rangen. Obscure individuën enterden het discours. De Vlaamse zaak werd een bolwerk van fascitoïde excessen. Met Bart De Wever heeft het Vlaamse discours een eerlijk gezicht gekregen, lees ik. Dat van een rat die aan de excrementen peuzelt. Met de inbreng van het gedachtegoed van het rechtse scrotum werd de Vlaamse zaak coprofaag. Ze peuzelen aan de zaak die ze kakken, gaan er van uit dat het discours zich tot die drek beperkt. Nou.
Type 4. Zo noemen ze dat. De Vlaamse zaak is een autisme.
Louis Vos, emeritus
Souvenez-vous dans vos cellules les débuts de la cause flamande. 100 jaar geleden was de Vlaamse zaak een linkse zaak. Paul Van Ostaijen stond voorin. De Vlaamse zaak werd aangevoerd door linkse intellectuelen. Met de opgang van het Derde Rijk en het hakenkruis kwam de Vlaamse zaak tijdens het interbellum in rechtse rangen. Obscure individuën enterden het discours. De Vlaamse zaak werd een bolwerk van fascitoïde excessen. Met Bart De Wever heeft het Vlaamse discours een eerlijk gezicht gekregen, lees ik. Dat van een rat die aan de excrementen peuzelt. Met de inbreng van het gedachtegoed van het rechtse scrotum werd de Vlaamse zaak coprofaag. Ze peuzelen aan de zaak die ze kakken, gaan er van uit dat het discours zich tot die drek beperkt. Nou.
Type 4. Zo noemen ze dat. De Vlaamse zaak is een autisme.
maandag 19 november 2012
souvenez-vous
Souvenez-vous dans vos prières
Madeleine la Selve
endormie dans la paix du seigneur
le 29 décembre 1905 à l'age de 30 ans
D. Paillet, 7, Place de Jacobins, Lyon.
Roland overhandigt me het prentje. Z'n moeder was een française.
Madeleine la Selve is onbekend.
Hij kan zich niet herinneren hoe het komt dat het prentje in z'n bezit kwam.
Madeleine la Selve
endormie dans la paix du seigneur
le 29 décembre 1905 à l'age de 30 ans
D. Paillet, 7, Place de Jacobins, Lyon.
Roland overhandigt me het prentje. Z'n moeder was een française.
Madeleine la Selve is onbekend.
Hij kan zich niet herinneren hoe het komt dat het prentje in z'n bezit kwam.
zondag 11 november 2012
the day Dimitris Ameliodotis came to town
98 Dimitris introduces a project space in Libanon, 98 weeks. It's the only one.
arsehole Khomeini, arsehole club member number one. The perfect arsehole.
atheist In Iran, Nima says, most people are atheist.
criminal Todo religion is criminal.
cultuur Dimitris zegt: Greece has no urban culture. Yannick zegt: Is this a problem? Dimitris zegt: The current talk in Greece is are we EU or not. Is Greece a western country or is it not a western country. And at the end of this: Western tradition came from it.
eyesight The Optical Christians. A christ wearing glasses.
fout We hadden elkaar ontmoet en ze zou naar me omgekeken hebben.
frites Waiting for the frites.
horrible Augustinus, vierde eeuw na pietjepuk, considers sex and women to be horrible.
juist De waarzegger die zegt: 'Er is u iets ergs overkomen.'
Laponia Dimitris zegt: I like the music of Laponia.
Matzneff Unpopular. Because of married with young girls and more of that. But I really like what he wrote, Yannick says.
phone Yannick would phone me.
Quinten Quinten woont in Londen.
rape Rape. It is mass rape.
religion It is a crime. Religion is crime. A sentence, a game of authority.
setup The Greek crisis is a game. It is a setup.
song We are going back to the city, darla dirlada darla dirlada, we are going back to the city, darla dirlada darla dirlada. Dimitris remembers the list of people singing together, polyphonic, darla dirlada darla dirlada, the list of everyone in the whole wide world.
tafelgenot Drinken, praten, eten, roken, filosoferen. Dat is wat ze in Griekenland met aan tafel gaan begrijpen, het genot van een maaltijd zonder ander tijdstip.
terrible Some terrible things happened but not all of it was terrible.
Turkey They met in Turkey.
wheel I am at the wheel of my three o seven litterbox driving southwest along the dark promenade of a river sloop.
why Orthodox people, Dimitris says, would rather incline to ask each other do we have to, why.
Yannick Yannick herinnert zich niet wanneer ze elkaar voor het eerst ontmoet hebben. They had Mary Sherman, spend some days together, and met an American called Ralph Brancaccio.
arsehole Khomeini, arsehole club member number one. The perfect arsehole.
atheist In Iran, Nima says, most people are atheist.
criminal Todo religion is criminal.
cultuur Dimitris zegt: Greece has no urban culture. Yannick zegt: Is this a problem? Dimitris zegt: The current talk in Greece is are we EU or not. Is Greece a western country or is it not a western country. And at the end of this: Western tradition came from it.
eyesight The Optical Christians. A christ wearing glasses.
fout We hadden elkaar ontmoet en ze zou naar me omgekeken hebben.
frites Waiting for the frites.
horrible Augustinus, vierde eeuw na pietjepuk, considers sex and women to be horrible.
juist De waarzegger die zegt: 'Er is u iets ergs overkomen.'
Laponia Dimitris zegt: I like the music of Laponia.
Matzneff Unpopular. Because of married with young girls and more of that. But I really like what he wrote, Yannick says.
phone Yannick would phone me.
Quinten Quinten woont in Londen.
rape Rape. It is mass rape.
religion It is a crime. Religion is crime. A sentence, a game of authority.
setup The Greek crisis is a game. It is a setup.
song We are going back to the city, darla dirlada darla dirlada, we are going back to the city, darla dirlada darla dirlada. Dimitris remembers the list of people singing together, polyphonic, darla dirlada darla dirlada, the list of everyone in the whole wide world.
tafelgenot Drinken, praten, eten, roken, filosoferen. Dat is wat ze in Griekenland met aan tafel gaan begrijpen, het genot van een maaltijd zonder ander tijdstip.
terrible Some terrible things happened but not all of it was terrible.
Turkey They met in Turkey.
wheel I am at the wheel of my three o seven litterbox driving southwest along the dark promenade of a river sloop.
why Orthodox people, Dimitris says, would rather incline to ask each other do we have to, why.
Yannick Yannick herinnert zich niet wanneer ze elkaar voor het eerst ontmoet hebben. They had Mary Sherman, spend some days together, and met an American called Ralph Brancaccio.
Shirley
Shirley kent Quinten. Hoe ze Quinten leert kennen, weet ik niet, waar evenmin. Tijdens het gesprek heeft ze op gegeven ongetwijfeld gezegd waar de kennismaking plaatsvond, aan het KASK, op een terrasje van de Grote Markt of in de gemeenschappelijke ruimte van een studentenhuis, een kamer op het gelijkvloers van dat huis, tijdens het feestje van drie personen die dezelfde naam hebben. Shirley is Peruaans. Ze heeft een vriendje, zegt ze. Mij kent ze omdat ze Quinten kent. Als Quinten er niet was geweest, of als Quinten en ik elkaar niet hadden leren kennen, dan had ze niet geweten wie ik ben. We hadden elkaar weliswaar ontmoet kunnen hebben, aan het KASK, op een terrasje van de Grote Markt of in de gemeenschappelijke ruimte van een studentenhuis, in die kamer op het gelijkvloers, maar alleen vanwege het rokje zou ze naar me omgekeken hebben, niet omdat we los daarvan nog een overeenkomst hebben: we kennen Quinten. Quinten woont in Londen, zegt Shirley, wat op z'n Spaans uitgesproken moet worden, voegt ze toe, Sirlee, want van Peru is ze. Quinten ging in Londen wonen.
zaterdag 10 november 2012
vandaag
Ik lees in Mèlange van Paul Valéry, een Gallimard uit 1941, bladzijde 25:
L'énorme fauve est couché tout contre les barres de sa cage. Son immobilité me fixe. Sa beauté me cristallise. Je tombe en rêverie devant cette personne animale impénétrable. Je compose dans mon esprit les forces et les formes de ce magnifique seigneur qu'une robe si noble et si souple enveloppe.
Jij zit in bad. Je hoofd, de knieën, je schouders, de tepels en je rechterarm steken boven het badschuim uit.
Hij weerlegt de bewering dat zij een fictief personage is.
Ze draagt een rode, getailleerde mantel die tot de knieën reikt.
Het regent.
We rijden naar Melle. De bomen staan in herfsttooi, roodoranje.
Wat jullie deden, weet ze niet.
Ze keken naar een filmpje waarvan hij zich niet herinneren kon van wie het was.
Ik schrijf je, schrijft hij, omdat ik het citaat zo prachtig vind.
Jij leest
L'énorme fauve est couché tout contre les barres de sa cage. Son immobilité me fixe. Sa beauté
Hij staat voor een spiegel.
Zij is er niet. Waar ze is, weet je niet.
Aan de havengeul heeft iemand een kleine, gele auto geparkeerd.
We lepelen de soep.
Wij en jullie ook.
Ze zitten voor een laptop naar een film van Jan Svankmayer te kijken.
Ze heeft geen behoefte aan literatuur.
République protocolaire, dat is wat er staat.
L'énorme fauve est couché tout contre les barres de sa cage. Son immobilité me fixe. Sa beauté me cristallise. Je tombe en rêverie devant cette personne animale impénétrable. Je compose dans mon esprit les forces et les formes de ce magnifique seigneur qu'une robe si noble et si souple enveloppe.
Jij zit in bad. Je hoofd, de knieën, je schouders, de tepels en je rechterarm steken boven het badschuim uit.
Hij weerlegt de bewering dat zij een fictief personage is.
Ze draagt een rode, getailleerde mantel die tot de knieën reikt.
Het regent.
We rijden naar Melle. De bomen staan in herfsttooi, roodoranje.
Wat jullie deden, weet ze niet.
Ze keken naar een filmpje waarvan hij zich niet herinneren kon van wie het was.
Ik schrijf je, schrijft hij, omdat ik het citaat zo prachtig vind.
Jij leest
L'énorme fauve est couché tout contre les barres de sa cage. Son immobilité me fixe. Sa beauté
Hij staat voor een spiegel.
Zij is er niet. Waar ze is, weet je niet.
Aan de havengeul heeft iemand een kleine, gele auto geparkeerd.
We lepelen de soep.
Wij en jullie ook.
Ze zitten voor een laptop naar een film van Jan Svankmayer te kijken.
Ze heeft geen behoefte aan literatuur.
République protocolaire, dat is wat er staat.
donderdag 8 november 2012
les gommes
Van Les Gommes van Alain Robbe-Grillet heb ik twee exemplaren. In de eerste, die ik in een tweedehandszaak in Brussel vond, au Rue Midi, staat een ex libris, die van het echtpaar Halflants-Martens. Het gaat om een 10/18 van Editions de Minuit uit 1966:
LES GOMMES par
Alain Robbe-Grillet
suivi de
CLEFS POUR LES GOMMES par
Bruce Morrisette
Professeur de littérature française à l'Université de Chicago
Op de gravure staat het echtpaar Halflants-Martens afgebeeld in profiel. De gravure is geen meesterwerk, dat is ook niet de bedoeling van het genre. De graveur die zich er mee bezighield, voldeed aan de wens om het jonge echtpaar samen te brengen in een prélude op het failliet van de relatie: het vrouwelijke profiel is met een halssnoer bezig, het mannelijke profiel, leesbril, strakke haardos, vergrootglas in rechterhand, met een boek. Op de eerstvolgende bladzijde staat in het handschrift van Véronique Halflants, grijsblauw potlood, dat ze in het bezit van Les Gommes kwam toen ze aan l'Ecole Ste M au 9 Rue Emile F de zevende jaargang keramiek volgde. Bx.
Het andere exemplaar werd me gisteren overhandigd door Fred Vandaele, ouvrage achevé le vingt juin mil neuf cent soixante-treize. Het rolde van de persen in Mayenne, de andere editie in Saint-Amand (Cher), en heeft volgnummer 982.
Ik sla het boek open, lees de eerste zin: Dans le pénombre de la salle de café le patron dispose les tables et les chaises, les cendriers, les siphons d'eau gazeuse; il est six heures du matin.
zondag 28 oktober 2012
une grammaire désorientée (2)
Les uns sont assez bêtes pour s'aimer; les autres pour se haïr.
Deux manières de se tromper.
Paul Valéry, Mélange; Gallimard 1941, p. 15
In Montrol-Sénard had ik de nacht doorgebracht in een cabane aan het dorpsplein. Regen keilde loodrecht over het plein. Een dorpeling die de hond uitliet, droop huiswaarts. In een benedenhoek, voorbij de balustrade onder de platanen en de trap die naar het lager gelegen deel van het dorpsplein gaat, was een taveerne waar licht was. Ik nam plaats aan de lange, houten tafel in de cabane, ontkurkte een Roussillon Villages, het klungelige, metalen klokje van de dorpskerk sloeg één keer, halftien, en dan nog een keer, alsof het twijfelde aan de juistheid van het tijdstip. Anderhalve dag later ben ik in Auvergne, ik parkeer de auto op een terrein aan de wegrand, het zomert, onder de platanen aan een zanderige strook midden het plein is een duidelijke afbakening van dit is schaduw, hier is zon. Aan de verre overzijde van het plein is een Bar Tabac. Ik neem plaats op een bank aan de zanderige strook. Iemand in een slappe, grijsblauwe training dwarst het wegdek. De persoon is klein van stuk, negeert me of doet alsof, zijn betekenis is die van het plein, hij hoort thuis op het plein, ik niet. Ongeveer op hetzelfde moment stappen twee bejaarde mannen uit de Bar Tabac. Ze keuvelen, negeren het plein. Er komt nog iemand bij staan. Ze zijn met z'n drieën. De persoon in de grijsblauwe training stapt onder de bomen door, hurkt, priemelt met een vinger in het zand. Auto's schuiven over het wegdek. Wat later rolt een kleine bal over de zanderige strook midden het plein. Een half dozijn ouderlingen staat om de zanderige strook. Het gedrag van de dwerg is bizar, hij stapt tussen de ballen door, tikt een van de ballen aan zonder de bal aan te tikken, de zool gaat net over de bal. Iemand stapt naar de bal, bekijkt de bal. Een van de ouderlingen staat klaar voor nog een tik.
Deux manières de se tromper.
Paul Valéry, Mélange; Gallimard 1941, p. 15
In Montrol-Sénard had ik de nacht doorgebracht in een cabane aan het dorpsplein. Regen keilde loodrecht over het plein. Een dorpeling die de hond uitliet, droop huiswaarts. In een benedenhoek, voorbij de balustrade onder de platanen en de trap die naar het lager gelegen deel van het dorpsplein gaat, was een taveerne waar licht was. Ik nam plaats aan de lange, houten tafel in de cabane, ontkurkte een Roussillon Villages, het klungelige, metalen klokje van de dorpskerk sloeg één keer, halftien, en dan nog een keer, alsof het twijfelde aan de juistheid van het tijdstip. Anderhalve dag later ben ik in Auvergne, ik parkeer de auto op een terrein aan de wegrand, het zomert, onder de platanen aan een zanderige strook midden het plein is een duidelijke afbakening van dit is schaduw, hier is zon. Aan de verre overzijde van het plein is een Bar Tabac. Ik neem plaats op een bank aan de zanderige strook. Iemand in een slappe, grijsblauwe training dwarst het wegdek. De persoon is klein van stuk, negeert me of doet alsof, zijn betekenis is die van het plein, hij hoort thuis op het plein, ik niet. Ongeveer op hetzelfde moment stappen twee bejaarde mannen uit de Bar Tabac. Ze keuvelen, negeren het plein. Er komt nog iemand bij staan. Ze zijn met z'n drieën. De persoon in de grijsblauwe training stapt onder de bomen door, hurkt, priemelt met een vinger in het zand. Auto's schuiven over het wegdek. Wat later rolt een kleine bal over de zanderige strook midden het plein. Een half dozijn ouderlingen staat om de zanderige strook. Het gedrag van de dwerg is bizar, hij stapt tussen de ballen door, tikt een van de ballen aan zonder de bal aan te tikken, de zool gaat net over de bal. Iemand stapt naar de bal, bekijkt de bal. Een van de ouderlingen staat klaar voor nog een tik.
vrijdag 26 oktober 2012
une grammaire désorientée (1)
Thil: tweevaksbaan vlakbij Reims. Regenwolken. Met stoeprand afgeboorde grasberm. Braambes, wijngaard, braakliggend terrein.
Tilh: tweevaksbaan vlakbij Pau. Poederlichte wolken, zon. Diepe en brede greppel, talud met varens. Meidoorn, eik. Een geur van vers hooi.
xxx
donderdag 25 oktober 2012
boek
In het boek, zegt de auteur, staan de zinnen die ik niet heb weggegooid. Prachtige zinnen die over de donkere reling van het boek in het donkere zwerk verdwenen. Ik dacht aan het gesprek van Poljotkin en Paustovskij, ik dacht aan de gesprekken die ze hadden, aan de bom die op het kantoortje viel, zo zou het gebeurd zijn, er viel een bom op het kantoortje, aan Paustovskij die een veilig onderkomen zocht, aan Poljotkin die andere dingen te doen had, aan de storm die niet wist wat met Poljotkin en Paustovskij aan te vangen was. De keet ontplofte, zinnen dansten. Uit de grote stappen van Paustovskij in Odessa, zo stel ik me voor, ploften de tot eenlettergrepige woorden gereduceerde gedichten van Poljotkin. In Entretiens heeft Perec het over een tekst van Poljotkin, gepubliceerd in een belabberd magazine, en een tekst waaraan Perec La Disparition ontleende, dat bij Poljotkin de O ontbrak.
zondag 21 oktober 2012
rood
Ze draagt een rood truitje en in het truitje pronte, gretige borsten. Met een forel aan tafel zitten, bedenk ik. De sole meunière drijft in een hoeveelheid boter die hier en daar aan het vissenlijf koekt, aan de onderzijde van het vissenlijf, aan de kop waar een dag eerder ongetwijfeld nog een bedrijvig vissenoog was. Ik draai het vissenlijf om, eet. Les vaches du Limousin, bedenk ik, ik zie ze zo voor mij, lichtbruine koeien met pronte, gretige ogen, ze zitten niet vast aan het landschap, hoogstens als bleke rozen in een struik van groen, zo staan ze in het landschap, als rozen, in de eeuwigheid van een onduidelijk moment, blozend. In de beker op het tafelblad heeft iemand vier rozen geplant. Ook het bodempje onderin het logo van het Gallicische bier, ook de ster bovenin het logo. De blik dwaalt van broek naar brandblusapparaat, verwijlt heel even bij de reflectie op een kelk, voor wie de broek bedoeld was en waar het apparaat voor dient doet er voorlopig niet toe. In de gelagzaal is rookverbod. Er mag niet gerookt worden. Een portret toont trotse vrouwen, er is het pleisterwerk en de toppen van wijnflessen in rijen boven en onder elkaar, een sjaal, het lint, een strik, een tafelkleed als op de schilderijen van Bonnard. Een van de dames heeft rode bloemen in haarstrengen als ingedikte vloeistof.
zaterdag 20 oktober 2012
minimum
foto: site dans les environs de Foix
In Berck stapt iemand door een corridor op het eerste van een rijwoning.
In Quend staat de mededeling camping des deux plages naast een kerkhofmuur.
In Rue regent het.
In Ault maakt iemand zich druk.
Over Eu zegt iemand à la manière de Bourvil: à la fontaine légèrement à votre gauche.
In Rots rijdt een tractor die een kar met suikerbieten achter zich aan trekt.
In Cheux stapt iemand met een halfvolle bidon benzine over een wegdek.
In Sains krast een kraai.
In Broons is het halfacht.
In Gras koopt een dame drie stokbroden.
In Brest eet iemand wulken en oesters.
In Kast staat de waarschuwing attention au chien naast de oprit van huisnummer 5.
In Pors stappen jochies uit een schoolbus.
Aan Pointe du Van was het windstil.
Op Pointe du Raz is een bungalow gebouwd.
In Belz rent een zwarte kat over een gazon.
In Theix zijn de paardenbloemen uitgebloeid.
In Blain staat het naambord aan een rondpunt.
In Fleix is een vermoeden van blauw.
In Flée bevinden zich mensen aan een wegrand.
In Plan is de stem van een dame, in Bars een riviertje met waterlelies.
In Rue is een wijk met desolate nieuwbouw.
In Plaud staat een huis te koop. S'adresser au Maître Duchasteu, notaire, staat er.
In Blond vragen ze zich af of ik verloren reed.
In Cieux warrelen nachtvlinders over een grasberm.
In Nieul zou een militair domein zijn.
In Vaux zwenkt een schimmel over een donker weiland.
In Seuil blaft een hond.
In Cloud tikt een wandelstok over het wegdek.
In Le Breuil drie mensen uit een auto.
In Vaud blaft een hond.
In Picq bevestigt iemand dat hij er woont. Op de grazige hellingen staan netels.
In Vaux wiekt een buizerd over het graasland.
In Domps hebben ze hortensia en geraniums aan de wegrand.
In Cros is het gekakel van kippen.
In Noux slentert een neger.
In Ceux staat een verlaten landhuis.
In Vars is een kale heuvelrug.
In Caud schieten ze een hert.
In Theil staan vlinderstruiken.
In Ouix hangt een dikke mistlaag boven het wegdek.
In Pouch kraait een haan.
In Luc tuimelt een eikenblad op het asfalt.
In Pleaux is niets.
In Beth hobbelen koeien door de dorpskom.
In Bex is de geur van een taxushaag, in Bos heuvels met berkjes.
In Oms is het geluid van een bunzenbrander.
In Pers is een perron, in Trins een blauwe hemel.
In Maurs sta ik aan de oever van een riviertje.
In Fons is alles oud.
In Corn stappen twee heren keuvelend over een wegje.
In Blars is het zoemende geluid van zangcicaden.
In Vers schiet een vleermuis in een wijde boog over het wegdek.
In Cours is een morsig muurtje, in Mels het virtuoos allegretto van een vogel.
In Saux hangen paarsblauwe druiventrossen in vlakke wijngaarden.
In Gouts staat een Romaans kerkje.
In Fieux sputtert een motor.
In Puch is een doolhof.
In Sos is het volop zomer.
In Arx klungelt een klokje.
In Goos struint een hond over de openbare weg.
In Hinx is een zonsondergang.
In Mees is het ochtend.
In Dax is een spoorbrug.
In Herm valt een vrucht uit een boom.
In Boos stoeien houtduiven op het asfalt.
In Tilh is een geur van vers hooi.
In Lacq is garage Cassiau, gespecialiseerd in carrosserie en mécanique: toutes marques, toutes assurances.
In Pau is een park met protocolaire aanplant.
In Gan is een billboard met een portret van monsieur Lindt.
In Nay blaft een hond.
Boven Ger daalt een vliegtuig.
In Aast ploffen kastanjes in een grasberm.
In Sepx is een turkooisblauwe hemel.
In His kraait een haan. In Har ook.
In Oust zijn OUST en
In Erp gaat het regenen.
'Ah, mais on se revoit!' zegt iemand in Cos.
In Foix is een greppel met wegwerpverpakking, in Oms een jezus met schaamrood.
In Thuir staat een wuivende rietkraag.
In Joch zeult iemand met een emmer.
In Eus onderzoekt iemand een muurtje.
In Ria is een haag van oleander.
In Llo schopt een wandelaar tegen een keitje.
In Rô is een stenen bushok.
In Err zijn bergtoppen, in Hix een Romaans kerkje.
In Ur zit een duif op een houten hekje.
In Via wacht een student in de auto. Ik studeer pedagogie, zegt hij.
In Fos liggen twee lege flessen Côtes du Rhône in een grasberm.
In Le Château d'If verbleef een nijlpaard.
In Trets is een wolkenloze hemel.
In Apt is een fietspad, in Murs het geluid van een deur.
In Goult is Gordes vlakbij.
In Le Thor vier honden.
In Reims duwen twee dames elk een afvalcontainer over een uitgestrekt asfaltterrein.
In Thil is een bouwval.
In Brie grazen paarden.
In Ham is een roest deksel, in Y een veld met bieten.
In Warcq spoelt regenwater over het wegdek.
In This staan plassen.
Ook in We staan plassen.
Abonneren op:
Posts (Atom)



