woensdag 14 mei 2008

woensdag 14 mei

Het woonerf met Leen en Sarah in de zon en Alda in een blauwe auto. Er is een levering van hout: schragen, zestien schragen, mdf, gyproc, balkjes, tien balkjes. De levering komt midden de doorgang naar het woonerf terecht, half op half naast het voetpad.
Leen en Sarah gaan in de grote zaal aan de slag. Leen is al bezig sinds 8 uur vanmorgen. Oana en Steffie springen binnen. Steffie wil zwart tapijt voor de vloer in de videoruimte, niet zozeer vanuit esthetische overwegingen maar om de akoestiek te verbeteren. We wandelen naar de tapijtwinkel in de Dampoortstraat en bestellen 20m antracietkleur. Leveren aan huis zou pas na 6 uur kunnen dus met een rol onder elke arm in het withete zonlicht croxwaarts. In de rollen tapijt die Steffie torst schijnt precies leven te zitten, ze tollen om Steffie heen, rechts en averechts, schuin boven het voetpad, dan een op elke schouder zonder te berekenen waar dit keer het risico zit, in de schaarbeweging natuurlijk, de rol tapijt op de linkerschouder wil immers op de rechter- en die op de rechter- op de linkerschouder, de voorkanten schuiven onder elkaar door, en dat bovenop het bruggetje, ai ai, ai, wat een risico's, wat een risico's, want, kijk, de voorzijde van de rol tapijt ter linkerzijde zit nu rechts van Steffie en de voorkant van de rol ter rechterzijde links. Dat geeft ze op, alleen iemand als Buster Keaton had ermee overweg gekund.
Heelhuids bereiken we het woonerf. Hier geen wijzigingen van betekenis. Van de betekenis. De man die zijn eigen drama ontwierp, het ook zelf uitvoerde, regisseerde, en dat allemaal voor een zo goed als lege zaal want virtueel, ijl, intellectualistisch, onbegrepen. Het drama van het drama van het drama. En dat terwijl het meest dramatische wat je je bij een kunstenaar en zijn oeuvre zou kunnen voorstellen (dat hij of zij niet begrepen wordt, dat het oeuvre in vlammen opgaat, dat een hond er op pist, dat het eindigt als boterpapier of op koekjestrommels terechtkomt) in het niets verzinkt bij de gedachte dat je als president van de Verenigde Staten makkelijk vier- tot vijfduizend doden op je geweten kan hebben - zonder andere betekenis dan het staatsbelang - en dat zelfs honderdduizend doden, of achtduizend of een miljoen, niet meer gewicht hebben dan de schaduw van een vlieg. Dat ik het hier met Oana over zal hebben terwijl ze in de mediaruimte met haar tekeningen bezig is.

Meer optillen dan je schaduw - wat niet eens lukt - is in witheet zonlicht onbegonnen werk.
In de grote zaal, waar Sarah en Leen bezig zijn, is helder daglicht. Het stuift er, ze maken grapjes en plagen elkaar. Sarah bijvoorbeeld meent dat de constructie die Leen ontwierp aan sm doet denken, niet alleen de buitenkant, vanwege het zwart, ook de binnenkant waar het zwart transparanter is. Eros en thanatos muteren er in een hebryde variant. Leen ziet sexuele connotaties. Logisch. Het is de hitte wellicht. Steffie zelfklevend. Alda wil graag wat koffie, Nicolas Leus springt binnen. Oana is in de kubus bezig.
Dit weekend is Leus in Parijs met Wim en Kurt en nog iemand. Er is een voorstel. (remplir tout tout tout)

'Mijn naam is Jan,' zegt Jan. Jan
(a) stopt een plastiekzak in de ijskast;
(b) aanhoort de plagerijtjes;
(c) zorgt voor wat profiand;
(d) zegt Jan;
(e) is vriend van;
(f) houdt zich op in de grote zaal;
(g) vraagt of hij van de internetconnectie gebruik maken mag;
(h) is in gesprek met iemand die zich op een andere plek bevindt;
(i) staat op het woonerf;
(j) zit op een stoel;
(k) zegt dat hij voor Campo werkt;

'Wij zijn kwaliteitsvolle vrouwen,' merkt Leen op. Het is een van de vele grapjes. Trouwens, vijf vrouwen, wat een waagstuk. Aangename drukte. Zon klatert over het woonerf. In de grote zaal komt het gesprek op vrouwelijke kunst.
'Het is wel een feit dat je vaak goed kunt zien dat iets door een vrouw gemaakt is,' meent Sarah.

Geen opmerkingen: